Menselijke creativiteit

by | mei 14, 2018 | Antropologie, Onderwijs

Creativiteit verschaft iets nieuws. Niet alleen kunstenaars zijn creatief, ook autoconstructeurs, stratenmakers, programmeurs, huisvrouwen, scholieren enz. Zij vinden allemaal oplossingen voor complexe problemen en maken dingen die daarvoor er niet waren. Uit onze bekwaamheid iets nieuws te maken en de geheimen van het heelal en de materie te doorgronden, zou afgeleid kunnen worden, dat wij schepsels en beelden van God zijn, die alles geschapen heeft.

De menselijke creativiteit in het onderzoeken en produceren van complexe systemen is bijna onbegrensd. De Bijbel zegt, dat wij mensen weinig minder dan God zelf gemaakt zijn.1 Zijn wij dus geschapen naar het beeld van God, die eens het hele heelal geschapen heeft?2 Of zijn wij zelf de hoogste instantie op aarde? Zijn wij het, die de voorstelling van God geschapen hebben – of is het omgekeerd zo, dat wij alle een gedachte van God zijn?

Volgens de evolutietheorie zou men inderdaad kunnen aannemen, dat wij de hoogste levenswezens op aarde zijn. Zo denkt Richard Dawkins, wanneer hij schrijft, dat “iedere creatieven intelligentie, die voldoende complex is om iets te vorm te geven, uitsluitend als eindproduct van een lang proces van de geleidelijke evolutie ontstaat.”3

In tegenstelling daarmee zegt de Bijbel, dat God (de Schepper van alle menselijke bekwaamheden) zelf sedert eeuwigheden “is, die Hij is”. Zo betekent Jahweh, de Hebreeuwse eigennaam van God in vertaling “Ik ben, die Ik ben”.

Wanneer men zich God als eeuwige Geest en eeuwig oerprincipe voorstelt, dan zal Hij zelf zich niet pas bij het doorlopen van een tijdsas ontwikkeld hebben. Wanneer woordvoerders van de evolutie menen, dat op iedere planeet, die voldoet aan alle vereisten, automatisch leven ontstaat, dan geloven zij ook aan een levens-oerprincipe, het “is, wat het is” en dat er al altijd was. Tenslotte geloven zij aan het zelfde, als waaraan ook een in God gelovend mens gelooft: aan een sedert eeuwigheden bestaande oorzaak van alle dingen.

Oorzaak en uitwerking

Alles wat uit iets voorafgaands ontstaan is, moet in het voorafgaande in een of andere vorm al aanwezig geweest zijn:

Een oorzaak kan vele uitwerkingen hebben, maar geen van deze uitwerkingen kan kwantitatief groter of kwalitatief beter zijn dan de oorzaak. Dat verduidelijkt de wet van behoud van energie (de eerste Hoofdwet van de thermodynamica).

Daar wij mensen een bewustzijn hebben, ligt het voor de hand te concluderen dat de bron van ons bestaan eveneens een bewustzijn heeft. Energie komt slechts van energie / leven komt alleen maar van leven / bewustzijn komt uitsluitend van bewustzijn. Dat is een logische overeenkomst. Of zouden wij, als eindproduct van een lange ontwikkeling, de eersten zijn, die over een eigen existentie nadenken en zichzelf bewust kunnen zijn? Ook sommige evolutionisten geloven niet, dat wij in het heelal de hoogste wezens zijn. De buitenaardsen, waaraan zij geloven, zijn superieur aan ons aardse mensen en in karakter te vergelijken met de bovenaardse wezens van de religie.

Met betrekking tot de verdere ontwikkelingen die we tegenwoordig waarnemen, mag het volgende niet vergeten worden:

a) Waarom kunnen levensvormen zich aan hun omgeving aanpassen? Omdat ze al over mechanismen beschikken, die zulke aanpassing mogelijk maakt.

b) Waarom heeft de menselijke technologie vorderingen gemaakt? Omdat de mens al over creatieve hersenen beschikt.

De menselijke hersenen

Hoe weinig tot op heden bekend is van de werking van de menselijke hersenen en onze cognitieve vaardigheid, wordt duidelijk uit de verandering van zienswijze die het moderne hersenonderzoek de afgelopen jaren beleefd heeft.

Halverwege de 19e eeuw ontdekte de arts Rudolf L.K. Virchow de zogenoemde gliacellen. Hij vermoedde, dat deze cellen en ondersteunende en stabiliserende functie vervulden en gaf ze, afgeleid van het Griekse woord voor “lijm”, de naam gliacellen. Gliacellen zijn kleiner dan de zenuwcellen en beslaan ongeveer 50% van de hersenen. In de menselijke hersenen zijn ongeveer 10 tot 50 keer zoveel gliacellen als neuronen.

Tot voor kort dacht men, dat deze cellen voor de ondersteuning van de zenuwcellen dienen en tegelijk voor de elektrische isolatie van de zenuwcellen zorgen. Nieuw inzichten tonen echter aan dat ze essentieel deelnemen aan het vloeistof- en stoftransport, alsook aan de handhaving van de homeostase4 in de hersenen.

Met de ontdekking van deze functie is enige jaren geleden het onderzoek van de menselijke hersenen opnieuw echt begonnen.

Voetnoten

  1. David, de Bijbel, Psalm 8:6
  2. Mozes, de Bijbel, Genesis 1:27
  3. Richard Dawkins, Der Gotteswahn, Ullstein, 2007
  4. Onder homeostase (“evenwichtssituatie”) verstaat men het voortdurende streven van de verschillende fysiologische functies in het organisme om deze toestand constant te houden. In dit verband wordt speciaal gedacht aan een van de kleinste gebieden in de hersenen, de zogenoemde hypothalamus, die in de basis van de hersenen liggend, als super-schakelcentrale, een belangrijk integratieorgaan is voor de regeling van het interne milieu van het lichaam.
M
"

Artikelen

Artikelen