Menselijke evolutie uit apen: een mythe

by | dec 5, 2023 | Antropologie, Biologie, Evolutie, Evolutie van de mens, Genetica

Menselijke evolutie uit apen: een mythe

Populariteit maakt een idee nog niet wetenschappelijk aannemelijk. Dit geldt ook voor de menselijke evolutie uit apen. 

menselijke evolutie uit aap

Mensen zijn geëvolueerd uit een aapachtige gemeenschappelijke voorouder met een chimpansee, toch? Het algemene publiek wordt vaak wijsgemaakt dat het bewijs voor menselijke evolutie gewoonweg overweldigend is. De bewering wordt regelmatig op een hoogdravende, soms zelfs intimiderende, manier verwoord. Waarbij veel quotes en zogenaamde bevindingen de indruk wekken van zwaarwegend bewijs. Zonder dat men aantoont dat al het bewijsmateriaal inderdaad het argument ondersteunt. Zoals in dit voorbeeld van een invloedrijke evolutionist:

Er liggen momenteel tienduizenden fossielen van mensachtigen in musea over de hele wereld. Deze ondersteunen onze huidige kennis van de menselijke evolutie. Het patroon dat uit deze enorme hoeveelheid hard bewijs naar voren komt, is consequent binnen duizenden onderzoeken. Alle modellen, alle mythen over een eenmalige, ogenblikkelijke schepping van de moderne mens, falen in het licht van dit bewijs.1

De boel valt echter snel uit elkaar wanneer men deze beweringen kritisch analyseert. Er zijn verschillende categorieën geclaimde mensachtigen. Bij onderzoek van de meeste categorieën wijzen evolutionistische experts al zelf op iets dat het idee dat de fossielen in kwestie ‘tussen’ apen en mensen in liggen, ernstig in twijfel trekt, zo niet diskwalificeert.

Tussenvormen van menselijke evolutie

  • Australopithecus (zoals ‘Lucy’): er zijn vooraanstaande evolutionisten die toegeven dat deze uitgestorven mensachtigen anatomisch gezien niet tussen apen en mensen in zaten.
  • Neanderthalers: waarschijnlijk zullen de meeste evolutionistische paleoantropologen inmiddels zeggen dat, hoewel ze een robuuste anatomie hebben, ze volledig menselijk zijn.
  • Homo erectus en Homo heidelbergensis: sommige evolutionisten classificeren hen als ‘vroege’ en/of ‘archaïsche’ Homo sapiens. Ze hadden een robuuste anatomie, zoals de Neandertalers, en net als bij hen is er geen reden om aan te nemen dat ze niet volledig menselijk waren.
  • Homo habilis: evolutionisten beschouwen deze exemplaren doorgaans als hominiden (aapmensen). Maar, uit nader onderzoek blijkt dat deze soort eigenlijk uit andere exemplaren bestaat. Die bij de australopithecines of andere uitgestorven apen ingedeeld zouden moeten worden. En enkele exemplaren waarschijnlijk bij de Homo erectus.2 Zelfs enkele vooraanstaande evolutionisten hebben voorgesteld om de meeste exemplaren van Homo habilis toe te wijzen aan het geslacht. Alhoewel ze nog steeds zeggen dat het mensachtigen zijn. Homo habilis is dus een onterechte categorie. Termen als ‘prullenbak’, ‘grabbelton’ en ‘vuilniszak’ zijn door evolutionisten gebruikt in het beschrijven van deze groep.
Bij onderzoek van de meeste categorieën wijzen evolutionistische experts al zelf op iets dat het idee dat de fossielen in kwestie ‘tussen’ apen en mensen in liggen, ernstig in twijfel trekt, zo niet diskwalificeert.

Het bewijs dat overblijft

Schrap al deze fossielen uit het enorm indrukwekkend klinkende aantal fossielen in het bovenstaande citaat en we houden er slechts een handvol over. Daaronder bevinden zich de meer recent ontdekte exemplaren van de Homo florensiensis (ook wel bekend als ‘De Hobbit’). Ook hier hebben vooraanstaande evolutionisten erop gewezen dat hun kenmerken overeenkomen met mensen die misvormd zijn door cretinisme (of congenitale hypothyreoïdie). Als gevolg van een aangeboren jodiumtekort. Daarnaast heeft dit tijdschrift beschreven dat cretinisme ook een waarschijnlijke oorzaak is voor de (voor evolutionisten) raadselachtige kenmerken van de nog recenter ontdekte Homo naledi-fossielen.

Is menselijke evolutie überhaupt mogelijk?

Wachttijd puntmutaties

In ieder geval zijn er belangrijke biologische gronden waarop we kunnen stellen dat ‘aapmensen’ nooit bestaan kunnen hebben. Een belangrijke reden is het zogenaamde ‘wachttijd probleem’. Niemand betwist dat er miljoenen DNA-mutaties nodig zijn om alle anatomische veranderingen te veroorzaken die nodig zijn om een aapachtig wezen (de veronderstelde gemeenschappelijke voorouder van chimpansees en mensen) in een mens te veranderen. Dit staat zo vast omdat er miljoenen nucleotide (‘DNA-letter’) verschillen zijn tussen chimpansees en mensen. In de evolutionaire tijdlijn wordt verondersteld dat dit in zes tot zeven miljoen jaar is gebeurd. Het probleem in een notendop is dat berekeningen laten zien dat het veel langer zou duren voordat deze specifieke mutaties ontstaan en zich vestigen in een menselijke populatie.3

Zo is de wachttijd voordat één puntmutatie (één letterverandering) is gefixeerd (ingeburgerd) minimaal 1,5 miljoen jaar.4 Het is verondersteld dat het aantal nucleotiden waarbij het proces gelijktijdig kan plaatsvinden klein is, omdat het de selectie van andere nucleotiden verstoort (selectie-interferentie genoemd). Er is geschat dat hooguit 1.000 gunstige mutaties in zes miljoen jaar kunnen worden gefixeerd. Een tijdlijn van zeven miljoen jaar, de bovengrens van het bereik, maakt in de praktijk geen verschil.5

Gekoppelde mutaties

En dit is slechts een minuscuul deel van alle gegevens die nodig zijn om van een aap een mens te maken.

Merk op dat dit alleen geldt voor onafhankelijke, niet-gekoppelde mutaties. Zo schrijft John Sanford, een expert op dit gebied (nadruk op origineel): “Selectie voor 1.000 specifieke en aangrenzende mutaties (om een streng van 1.000 letters te maken) kan niet gebeuren in 6 miljoen jaar omdat die specifieke opeenvolging van aangrenzende mutaties nooit zou ontstaan, zelfs niet na triljoenen jaren.”6

Zelfs als het verschil in het genoom (DNA) van chimpansees en mensen slechts 1% zou zijn, zoals vroeger algemeen werd beweerd, zijn dat nog steeds ongeveer 30 miljoen nucleotide verschillen. En dus zouden er in de evoluerende hominidenlijn ongeveer 15 miljoen nucleotideveranderingen moeten plaatsvinden (zie kader). Terwijl er maar hooguit 1.000 veranderingen in die tijd hadden kunnen plaatsvinden.

De problemen verdubbelen

Meer verschil tussen mens en aap

Zelfs met het onjuiste uitgangspunt van slechts 1% verschil, kan het noodzakelijk aantal mutaties dus onmogelijk bereikt worden in de beschikbare tijd. Inmiddels is dit probleem voor de evolutie minstens verdubbeld. Er is bekend dat het verschil tussen de chimpansee en de mens niet 1% is, maar waarschijnlijk minstens 5% en vermoedelijk nog meer.7

De belemmeringen voor evolutie zijn dus nog onoverkomelijker. Een vervijfvoudiging van het verschil houdt in dat er nu zo’n 75 miljoen nucleotideveranderingen moeten hebben plaatsgevonden sinds de vermeende recentste gemeenschappelijke voorouder!

Devolutie

Het probleem is echter nog groter, aangezien het menselijk genoom achteruit gaat. In een neerwaartse spiraal richting een zogenaamde ‘mutational meltdown’. Dit is te wijten aan de opeenstapeling van genetische mutaties. Met een snelheid van ongeveer 100 puntmutaties per persoon per generatie. En natuurlijke selectie staat hierin machteloos.8

DNA functionaliteit

Om het nog eens erger te maken voor de evolutietheorie, is de hoeveelheid ‘junk’ DNA waarvan wordt aangenomen dat het in het genoom zit, de laatste tijd aanzienlijk afgenomen. Het gedeelte wat volgens evolutionisten functioneel is, is toegenomen van ongeveer 3% tot 80% of meer. Dit is problematisch omdat het hierdoor veel waarschijnlijker is dat een mutatie schadelijk is in plaats van neutraal.9

Toenemende onrust

Dit alles heeft geleid tot onrust onder sommige evolutionisten. Graur beweert bijvoorbeeld dat voor een houdbare geëvolueerde menselijke populatie (waarin de effecten van schadelijke mutaties genegeerd kunnen worden) niet meer dan 25% van het menselijk genoom functioneel kan zijn.10

Maar de schatting van het bekende project ENCODE is dat minstens 80% van ons DNA functioneel is.11 Dat betekent dat mensen uitgestorven zouden moeten zijn, omdat onze vruchtbaarheid te laag is om voor de hoeveelheid schadelijke mutaties te compenseren. Maar dat is niet zo, dus of:

  1. de schatting van het project ENCODE is helemaal fout (hoogst onwaarschijnlijk) of
  2. de vermeende ‘mensachtigen’ (inclusief hedendaagse mensen) hebben niet bestaan gedurende de miljoenen jaren waarin evolutionisten geloven en het hele aap-naar-mens evolutieverhaal is onjuist.

Het probleem van accumulerende schadelijke mutaties is zelfs nog zwaarder dan door evolutionisten wordt voorgesteld. Zelfs als slechts 10% van het genoom functioneel is, zou het “uitsterven van alle mensachtige stammen” nog steeds al lang gebeuren voordat zelfs maar de eerste verwachte gunstige mutatie zich zou kunnen vestigen in een menselijke populatie.12

Conclusie

Niet alleen kan evolutie de opkomst van informatie om apen in mensen te veranderen niet verklaren. Het kan zelfs het behoud van bestaande informatie gedurende miljoenen jaren, niet verklaren.

Menselijke evolutie en evangelie

Het idee van menselijke evolutie heeft als gevolg dat er geen oorspronkelijk paar was. Geen “eerste Adam” die in zonde viel. En dus ook geen logische reden voor de offerdood van “de laatste Adam”, Jezus Christus (1 Kor. 15:45). Veel gelovigen, zelfs hele instellingen binnen het Christelijk hoger onderwijs, zijn geïntimideerd en/of geïndoctrineerd. Ze denken dat zij dit idee moeten accepteren. Het is bijzonder opmerkelijk dat dit juist gebeurt op het moment dat het biologische bewijs zo sterk voor de Bijbelse schepping pleit.

Bronvermelding

Dit artikel is met toestemming overgenomen van Creation Ministries International; https://creation.com/ape-to-human-evolution. Het artikel is geschreven door Peter Line en werd gepubliceerd in 2019.

 

Menselijke evolutie - verklaring van termen en ideeën
stamboom mens en chimpansee

De evolutietheorie gaat ervan uit dat zowel mensen als chimpansees zijn ontstaan uit hetzelfde aapachtige wezen, of ‘recentste gemeenschappelijke voorouder’ (RGV). Ongeveer 6 Ma (miljoen jaar geleden), en dat ze zich daarna in afzonderlijke ‘evoluerende’ lijnen bevonden om uiteindelijk de huidige mensen en chimpansees te worden. Hominiden (of homininen) is de naam die evolutionisten gewoonlijk geven aan alle individuen (of het nu apen, ‘aapmensen’ of mensen zijn) op de denkbeeldige lijn van de RGV naar de moderne mens.

Waarom focust het argument in de hoofdtekst dan op het DNA-verschil tussen chimpansees en mensen vandaag de dag, als het eigenlijk gaat om het verschil tussen de RGV en de moderne mens? Omdat ze in de evolutietheorie direct aan elkaar gerelateerd zijn. Naarmate er in elk geslacht mutaties accumuleren, wordt het onderlinge DNA-verschil groter. Dus, hoe groter het verschil tussen chimpansees (Cs) en de moderne mens (Ms), des te groter het verschil tussen de moderne mens de vermeende RGV.

Bijvoorbeeld, als de menselijke (M) en chimpansee (C) lijnen ongeveer even snel veranderden, wat de meeste evolutionisten aannemen, dan zou een verschil van 1% (= ongeveer 30 miljoen nucleotiden verschil) tussen Ms en Cs vandaag de dag betekenen dat beide ongeveer 15 miljoen nucleotiden verschillen van de RGV. Maar als het M-C verschil 5% is, dan betekent dat een verschil van ongeveer 75 miljoen nucleotiden tussen de mens en de RGV, een nog onmogelijkere opgave voor evolutie (zie hoofdtekst).

Zelfs als er verschillen in mutatiesnelheid tussen de lijnen van Ms en Cs zouden bestaan, maakt dat in de praktijk weinig verschil. Tenzij er gesuggereerd wordt dat de snelheid van de menselijke lijn bijna statisch was (Maar evolutionisten geloven eerder dat de menselijke lijn het meest veranderde en meer verschillen ophoopte ten opzichte van de RGV, dan de chimpansee lijn). Als de menselijke lijn statisch was zou dat betekenen dat chimpansees afstammen van moderne mensen-die dan 6 Ma geleefd moeten hebben, wat ook de menselijke evolutietheorie zou vervalsen. En dan heb je nog het probleem dat je moet verklaren hoe chimpansees in 6 miljoen jaar het dubbele aantal nucleotide verschillen konden accumuleren (als het er eerder 75 miljoen waren, zijn het er nu 150 miljoen)!

Voetnoten

  1. White, T.D., Human evolution: The evidence; in: Brockman, J. (Ed.), Intelligent Thought: Science Versus The Intelligent Design Movement, Vintage Books, New York, pp. 79–80, 2006.
  2. See: Line, P., Explaining robust humans, J. Creation 27(3):64–71, 2013; www.creation.com/explaining-robust-humans. In an upcoming book I have detailed chapters on Homo erectus, Homo heidelbergensis, and Homo habilis.
  3. Sanford, J. et al., The waiting time problem in a model hominin population, Theoretical Biology and Medical Modelling, 12:18, 2015 | doi:10.1186/s12976-015-0016-z.
  4. Sanford, J. et al., The waiting time problem in a model hominin population, Theoretical Biology and Medical Modelling, 12:18, 2015 | doi:10.1186/s12976-015-0016-z.
  5. Sanford, J.C., Genetic Entropy, 4th ed., FMS Publications, pp. 137–138, 2014.
  6. Sanford, ref. 5, p. 137–138.
  7. Buggs, R., How similar are human and chimpanzee genomes? 14 July 2018. richardbuggs.com/index.php/2018/07/14/how-similar-are-human-and-chimpanzee-genomes/#more-265.
  8. Sanford, ref. 5, pp. 44–49, 85, 127, 131.
  9. Sanford, ref. 5, pp. 21–22, 184.
  10. Graur, D., An upper limit on the functional fraction of the human genome, Genome Biol. Evol9(7):1880–1885 | doi:10.1093/gbe/evx121, 2017.
  11. Graur, D., An upper limit on the functional fraction of the human genome, Genome Biol. Evol9(7):1880–1885 | doi:10.1093/gbe/evx121, 2017.
  12. Rupe, C. and Sanford, J., Contested Bones, FMS Publications, pp. 292–295, 2017.

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!