In het artikel in Radix van de hand van G. de Jong getiteld ‘De onafhankelijkheid van geloof en wetenschap’, gaat de auteur in alinea 3, ‘Natuurlijke theologie’ in op het thema design. Het woord ‘design’ wordt in de Engelstalige literatuur veelvuldig gebruikt binnen de biologie. Laat datzelfde woord nu ook gebruikt worden voor de beweging die aangeduid wordt met de woorden ‘intelligent design’. De Jong geeft aan dat met het woord ‘design’ in de Engelstalige vakliteratuur de eenheid van bouw en functie wordt weergegeven, of het bouwplan. Het zou niet correct zijn om het in het Nederlands te vertalen met het woord ‘ontwerp’. Volgens De Jong is het woord ‘ontwerp’ een woord uit de natuurlijke theologie, terwijl het woord ‘bouwplan’ normaliter gebruikt wordt door de ‘standaard’ biologie. Het is echter moeilijk om aan te geven waar het verschil zit tussen een bouwplan en een ontwerp.

Design in de ogen van een bioloog

De bioloog bestudeert verschillende aspecten van de levende natuur, en dat kan op meerdere niveaus. Dat kan gaan van moleculair niveau tot complete ecosystemen omvattend en van meer beschrijvend tot meer experimenteel ingesteld. Op welk niveau en op welke wijze het onderzoek ook plaatsvindt, design, bouwplan, de eenheid tussen bouw en functie is voor een bioloog een belangrijk gegeven. Als een bioloog waarnemingen doet aan een levend wezen, bijvoorbeeld de aanwezigheid van een bepaalde anatomische structuur, een bepaalde gedraging van weefsels in een laboratorium of bepaald diergedrag in de natuur, dan is vrijwel de eerste en boeiendste vraag wat de functie van deze of die structuur is en van dit of dat gedrag. De vragen naar ‘waarvoor?’ ‘waarom?’ ‘wat is de functie?’ behoren in de biologie tot de meest gestelde vragen. Indelingen die in de natuur gemaakt worden, verlopen vaak via de grenzen van functies of het gedrag. Neem de indeling: planteneters, herkauwers, browsers. Digestiestelsel, voortplantingsstelsel, respiratieapparaat. Een groot deel van onderzoek in de biologie gaat over regulatie. In de biologische werkelijkheid is het geen vraag OF er design in de levende natuur aanwezig is. Leven is design. Dat maakt de biologie zo fantastisch interessant. De eigenlijke vraag is vaak ook niet of design als resultaat intelligent is; tenslotte is onze eigen intelligentie een min of meer intelligent resultaat. De vraag is of design intelligent van oorsprong is of niet. De vraag na Darwin is of de Creator de designer is, of het duo mutatie & selectie.

Design als argument voor een intelligent Designer

De Jong behandelt het design-argument zoals dat al vele eeuwen bekend is binnen de natuurlijke theologie, de wetenschap waarbij uit de natuur conclusies over God werden getrokken: als het teleologisch argument (‘teleos’ is ‘doel’). Binnen de natuurlijke theologie werd de metafoor van het horloge beroemd. Als iemand ergens een horloge vindt, twijfelt die persoon er niet aan dat dit voorwerp ontworpen is. De natuur is met een dergelijk horloge vergelijkbaar, en dus waarschijnlijk ook ontworpen. Deze metafoor is vooral door Paley bekend geworden. Paley, een Engelse geestelijke, heeft in 1802 een dik boek geschreven met als titel ‘Natural Theology or Evidences of the Existence and Attributes of the Deity’. In dit boek beschrijft hij uitgebreid het design-argument. Beroemd is de volgende passage:

“In crossing a heath, suppose I pitched my foot against a stone, and were asked how the stone came to be there; I might possibly answer, that, for anything I knew to the contrary, it had lain there forever: nor would it perhaps be very easy to show the absurdity of this answer. But suppose I had found a watch upon the ground, and it should be inquired how the watch happened to be in that place; I should hardly think of the answer I had before given, that for anything I knew, the watch might have always been there. … There must have existed, at some time, and at some place or other, an artificer or artificers, who formed [the watch] for the purpose which we find it actually to answer; who comprehended its construction, and designed its use … Every indication of contrivance, every manifestation of design, which existed in the watch, exists in the works of nature; with the difference, on the side of nature, of being greater or more, and that in a degree which exceeds all computation.”

De watch van Paley als analogie

Het argument van Paley kan op verschillende manieren beschouwd worden. Het is klassiek om de vergelijking als een analogie te zien. Een analogieargument ziet er als volgt uit (van Wikipedia):

W (watch) and N (nature) are similar in respect to properties a, b, and c.

W has been observed to have further property x.

Therefore, N probably has property x also.

Volgens Wikipedia is de kracht van het argument afhankelijk van: 1) de relevantie van de gelijkheid, 2) de mate van gelijkheid en 3) de hoeveelheid en verscheidenheid van de gevallen die de basis vormen van de analogie.

Voorwerpen als horloges laten design, vernuft, doelgerichtheid, en afstemming van delen tot elkaar en tot het geheel zien. De natuur vertoont deze eigenschappen ook. Voorwerpen als horloges zijn ontworpen door een intelligent designer. De natuur dus waarschijnlijk ook. Tegen deze analogie is al ruim voor Paley bezwaar gemaakt door een voorloper van Immanuel Kant, David Hume, die leefde van 1711 tot 1776. Hij heeft een aantal werken geschreven waarin hij de problemen beschrijft die er zijn om vanuit onze observaties in het heden conclusies te kunnen trekken over een intelligente Oorsprong in het verleden. Hij is erg sceptisch ten opzichte van het proces van inductie: het doen van algemeen geldende uitspraken op basis van een beperkt aantal waarnemingen. In de Oxford Compendium of Philosophy staat het als volgt vermeld:

“Most philosophers hold that there is a problem about induction: its classic statement is found in Hume’s Enquiry Concerning Human Understanding. Having observed that all arguments to unobserved matters of fact depend upon the relation of cause and effect, Hume remarks that our knowledge of this relation depends on experience: but, he goes on to argue ‘all inferences from experience suppose, as their foundation, that the future will resemble the past… If there be any suspicion that the course of nature may change, and that the past may be no rule for the future, all experience becomes useless, and can give rise to no inference or conclusion. It is impossible, therefore, that any arguments from experience can prove this resemblance of the past to the future; since all these arguments are founded on the supposition of that resemblance.’ Hume does not try to counter these arguments by presenting a justification of inductive reasoning; but neither does he suggest that we might eschew inductive reasoning. If we have observed that flame and heat ‘have always been conjoined together’ our expectation of heat is, he says, ‘the necessary result’ of seeing the flame. This expectation is ‘a species of natural instincts, which no reasoning of process of the thought and understanding is able either to produce or to prevent’”

In zijn algemeenheid worden de tegenwerpingen van Hume ten opzichte van inductie binnen de natuurlijke theologie door de naturalisten erg serieus genomen. Deze argumenten lijken echter ook naadloos toepasbaar te zijn op de evolutietheorie. Trouwens… het lijkt me op zichzelf al een hele toer om een zinnige formele analogie op te stellen van Darwins vinkjes of duifjes naar de Tree of Life.

De variatie in vinkensnavels passen prima binnen het scheppingsmodel en zijn geen argument voor gemeenschappelijke afstamming van alle levensvormen.

Voor de verdediging van het design-argument zijn ook in ons taalgebied verschillende werken beschikbaar van mensen die deze in lijn van Alvin Plantinga veel beter kunnen verwoorden dan ik, zoals Rik Peels, Stefan Paas, Emanuel Rutten, René van Woudenberg en anderen. Daarnaast is het werk van Paley als pdf eenvoudig te downloaden van internet. Deze bijdrage heeft niet het niveau en de diepgang die in dergelijke publicaties bereikt kunnen worden, maar staand in de schaduw van deze groten, doe ik toch een poging om het een en ander duidelijk op een rijtje te zetten. De afgelopen tijd heb ik een ritsje Engelstalige naturalistische websites gebrowst, om te zien welke tegenargumenten tegen het watch-argument in stelling worden gebracht. De zelfingenomenheid op dergelijke websites was evident, maar de overtuigingskracht is gering. Tegenwerpingen die gedaan worden, zijn:
1) De gelijkheid tussen een horloge en de natuur is te gering en de relevantie van die gelijkheid is te gering. Zo bestaat een horloge uit ander materiaal dan een groot deel van de natuur.
Deze tegenwerping is eenvoudig te ontkrachten. Het materiaal waaruit iets is opgebouwd, bepaalt niet of het als design beschouwd wordt of niet. Een klok van hout wordt ook als ontworpen klok herkend. Verhalen met inkt op papier beschreven, met een beitel in steen of met de vingers in het zand, worden alle als design herkend. Het materiaal is een ander aspect van een voorwerp dan het vertonen van design.
2) Alles wat design vertoont, is ontworpen door een intelligent ontwerper? Wie is dan de ontwerper van God?
Deze tegenwerping is eenvoudig te ontkrachten. We zien namelijk geen design in God zoals we dat zien in de werkelijkheid om ons heen. We kunnen God zelf niet observeren en bestuderen. Hij openbaart Zich in Zijn Woord en werk. In deze argumentatie wordt de sprong gemaakt van ontworpene naar ontwerper. Als we die redenatie de andere kant op zouden volgen, zouden we ons gaan afvragen: wat ontwerpt een horloge? Ten slotte: als deze verdedigingen nog niet overtuigend bevonden worden, kan een wat uitgebreider betoog gehouden worden met een variant op het Kalam-argument. Het is wellicht puur rationeel gesproken namelijk niet zo dat het BEstaan van voorwerpen met design een intelligent Designer nodig heeft, maar het ONTstaan ervan. Aangezien God van eeuwigheid bestaat, heeft Hij, zelfs al zou Hij observeerbaar design vertonen, toch geen intelligent designer nodig gehad. Hij is immers van eeuwigheid.
3) Een horloge heeft meerdere designers nodig. Voor behoud van de analogie zou design in de natuur ook het werk van meerdere goden moeten zijn.
Deze tegenwerping is eenvoudig te ontkrachten. Het punt is niet of er een of meerdere designers nodig zijn. Ook een horloge die door één iemand gemaakt is, vertoont design. Veelal is een horloge door één iemand ontworpen en vindt verdere productie plaats door anderen als tweede oorzaak. Dit is een verschijnsel dat in de natuur ook vaak wordt waargenomen. Het gaat om de redenatie dat de Designer intelligent is of niet.
4) Van een horloge weten we wie de makers zijn, hoe het vervaardigd wordt, afgesteld, opgewonden enzovoort. Van dit type voorwerpen weten we dat ze vervaardigd zijn, omdat we zien dat ze gemaakt worden. Daaruit leiden we af dat ze design vertonen. Hoe leven door design tot stand zou zijn gekomen, weten we echter niet.
Deze tegenwerping is eenvoudig te ontkrachten. Immers is onze omgeving gevuld met voorwerpen die design vertonen en waarvan we niet het minste idee hebben hoe die zijn vervaardigd, in ieder geval in onze kinderjaren. Ook leiden we niet af of iets design vertoont door de hoeveelheid intellectuele energie die erin gestopt is. Ook als we niet weten of er makers zijn, of hoe iets vervaardigd is, kunnen we design toch waarnemen en kunnen we toch zien of iets door mensen vervaardigd is of niet. Een argument uit het tegengestelde is dat als iets mislukt is, we dat herkennen, ongeacht de inspanningen die verricht zijn om design tot stand te brengen. Een ander voorbeeld is dat ook een volkomen onbekend kunstvoorwerp of voorwerp met onbekende functie uit een andere cultuur toch als design onderkend wordt.
5) Paley vergelijkt een horloge met een steen. Het horloge herkennen we als intelligent ontworpen en de steen niet. Als de steen echter onderdeel van de natuur is, en de natuur is resultaat van intelligent design, dan is de steen dus resultaat van intelligent design, maar dan kan deze niet meer het tegenbeeld vormen van het horloge als zijnde niet-drager van design.
Deze tegenwerping is eenvoudig te ontkrachten. In voorwerpen van design zijn altijd facetten aanwezig die niet ontworpen zijn. Als een horloge met een microscoop bekeken wordt, zijn er krassen en oneffenheden aanwezig, die niet beoogd waren maar er toevallig in aanwezig zijn, enerzijds door niet-uitputtend design, anderzijds door slijtage en gebruikssporen. Zo vertonen niet alle voorwerpen in de geschapen werkelijkheid dezelfde mate van design. Een steen vertoont weinig design, een fysisch landschap meer en elk leven barst van design. Een steen is te zien als een minder designed onderdeel binnen een groot designed geheel.
6) De steen lijkt wel geen design te vertonen, de kristalstructuur kan echter verbluffend van schoonheid en gestructureerdheid zijn.
Deze tegenwerping is eenvoudig te weerleggen. Structuur is op zich geen teken van design. Om te kunnen spreken van design, moet er een bepaalde mate van complexiteit aanwezig zijn of zelfs van doelgerichtheid en afstemming van het geheel met de delen.
7) Mensen zijn vanaf hun jeugd geneigd om in voorwerpen doelgerichtheid en structuur te zien. Het design dat we waarnemen is dus geen werkelijkheid, maar iets wat in het mensenhoofd plaatsvindt.
Deze tegenwerping is eenvoudig te weerleggen. Wetenschappers zijn de toppers van de mensheid in het vermoeden, onderzoeken en vastleggen van structuren in de werkelijkheid. Als deze activiteiten op drijfgrond zijn gebaseerd, waar blijven we dan met z’n allen?
8) Als deze wereld door een intelligent Designer tot stand is gebracht, vanwaar dan het kwaad en lijden in de wereld?
Deze tegenwerping is eenvoudig te weerleggen. De eerste reactie zou zijn dat ze off topic is. De tweede reactie zou kunnen zijn dat ook een gevonden horloge sporen vertoont van kwaad, namelijk slijtage of misbruik. Daarnaast: als er geen design is, wat is dan de morele status van ‘kwaad’?
9) Levende wezens brengen levende wezens voort. Dat is bij horloges niet het geval.
Dit argument is eenvoudig te weerleggen. In onze tijd zijn mensen immers goed in staat dingen te maken die zelfreplicerend zijn, denk maar aan computervirussen. Die vertonen ook tekenen van intelligent design. Daarnaast: wordt met dit argument bedoeld dat zelf-replicatie een teken van geen-design zou zijn?

In naturalistische kringen heerst de gedachte dat de natuurlijke theologie van Paley in beginsel al weersproken was door Hume en enkele tientallen jaren daarna uiteindelijk volledig onderuit is gehaald door het werk van Charles Darwin. De argumenten tegen de natuurlijke theologie zijn echter vaak oppervlakkig onderbouwd, en het werk van Darwin strijdt met de grondslagen van de biologie. Hoewel hierboven het watch-argument als een analogie werd behandeld, is het toch niet zo dat Paley gebruik heeft gemaakt van het analogie-argument. In plaats daarvan heeft hij gebruikgemaakt van ‘inference to the best explanation’. Hij was waarschijnlijk bekend met het werk van Hume. Hij heeft een aantal concurrerende verklaringen voor design naast design als het werk van een intelligent Ontwerper gezet en kwam tot de stelling dat het ontwerp in de natuur het beste verklaard kon worden als werk van een intelligent Ontwerper. Ook tegen deze argumentatie zijn vanuit naturalistische hoek tegenargumenten in stelling gebracht, die door dr. De Jong met instemming in haar artikel ‘Geloof en wetenschap’ zijn beschreven. Maar dit is wellicht iets voor een andere keer.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

In het artikel in Radix van de hand van G. de Jong getiteld ‘De onafhankelijkheid van geloof en wetenschap’, gaat de auteur in alinea 3, ‘Natuurlijke theologie’ in op het thema design. Het woord ‘design’ wordt in de Engelstalige literatuur veelvuldig gebruikt binnen de biologie. Laat datzelfde woord nu ook gebruikt worden voor de beweging die aangeduid wordt met de woorden ‘intelligent design’.

...
Read more

7 Comments

peter b

“Daarnaast: als er geen design is, wat is dan de morele status van ‘kwaad’?”

Inderdaad, binnen de Dawkinsreligie is er geen morele status, er is geen goed en geen kwaad, er is slechts meedogenloze onverschilligheid. In Dawkins woorden: “The universe we observe has precisely the properties we should expect if there is, at bottom, no design, no purpose, no evil, no good, nothing but blind, pitiless indifference.” Mevrouw dr G. de Jong, die ik vele malen op haar darwinistische denkfouten heb gewezen, is vervent aanhanger van de Dawkinsreligie en denkt dat Darwins en Christus’ leringen verenigbaar zijn. In werkelijkheid sluiten ze elkaar uit. “Heb je naaste lief als jezelf” is de antithese van “survival of the fittest”. We hebben Darwin niet nodig om biologiosche evolutie te begrijpen. De biologie is namelijk geen product van geselecteerd toeval.

Reply
M.Nieuweboer

“Het is echter moeilijk om aan te geven waar het verschil zit tussen een bouwplan en een ontwerp.”

Nee hoor, dat is heel gemakkelijk. Aanhangers van de intelligente ontwerp bewering maken de salto mortale van een ontwerp dat deel uitmaakt van onze natuurlijke werkelijkheid naar een ontwerper die resideert in een bovennatuurlijke werkelijkheid. Biologen die over bouwplan praten doen dat niet. De laatsten geven aan welke middelen zijn gebruikt en hoe het bouwplan ontwikkeld is. De aanhangers van de intelligente ontwerp bewering geven nooit aan welke middelen de intelligente ontwerper wordt verondersteld te hebben gebruikt en welke procedures die heeft gevolgd. Ze komen nooit verder dan Gen. 1 te citeren: “En God zeide”. (…)

“de natuurlijke theologie, de wetenschap waarbij uit de natuur conclusies over God werden getrokken: als het teleologisch argument”

Dat is het nou net. Ruim 200 jaar geleden, toen de laatste wetenschappelijke revolutie plaatsvond, heeft [men in de] wetenschap [dit] doeldenken afgeschaft. Teleologische conclusies zijn per definitie niet te bevestigen of weerleggen middels experimenten of andere waarnemingen. Het is opmerkelijk dat de auteur eerst incorrect beweert dat evolutie niet toetsbaar is en er nu geheel aan voorbij gaat.
Paley’s Horlogemakers analogie is een valse. Schematisch:
Materieel horloge dus materiele horlogemaker met materiele middelen en materiele procedures.
Materieel leven (bv. menselijke cel) dus immateriele schepper met onkenbare middelen in onkenbare procedures.

Zoals het Wikipediacitaat duidelijk maakt gaat “are similar” niet op – twee essentiele eigenschappen komen volstrekt niet overeen, maar staan lijnrecht tegenover elkaar.

Reply
M.Nieuweboer

“Immers is onze omgeving gevuld met voorwerpen die design vertonen en waarvan we niet het minste idee hebben hoe die zijn vervaardigd.”

Dit tegenargument is ongeldig. Als wij mensen genoeg moeite, geld en tijd besteden kunnen we er betrekkelijk gemakkelijk achter komen hoe ze zijn vervaardigd. Hoe God wordt verondersteld iets te hebben vervaardigd kunnen wij mensen per definitie niet onderzoeken.

“er een bepaalde mate van (…) doelgerichtheid en afstemming van het geheel met de delen”

[Dit is een] cirkelredenering. U verondersteld doelgerichtheid om doelgerichtheid “aan te tonen”.

@Peter B: we zijn het [hier] eens! “binnen de Dawkinsreligie is er geen morele status” klopt helemaal. Er is namelijk niet zo iets als een Dawkinsreligie. Er is geen sprake van aanbidding, van dogma’s die klakkeloos en kritiekloos geaccepteerd moeten worden. Zelf heb ik bijv. van [de werken van] Dawkins en met name The God Delusion beslist geen hoge pet op. Hij schijnt belangrijke dingen in de biologie gedaan te hebben, maar die hebben geen enkele invloed op mijn ongeloof.

“In werkelijkheid sluiten ze elkaar uit.”

Dat laat ik voor uw rekening (ik heb er geen belang bij) maar ik merk wel op dat de vraag gemakkelijk beantwoord kan worden: “Daarnaast: als er geen design is, wat is dan de morele status van ‘kwaad’?” Goed en kwaad zijn begrippen door mensen ontwikkeld om ethische oordelen te kunnen vellen. Dat is natuurlijk voor u onacceptabel, maar dat is voor mij van geen belang. Combineren we dit met Paley’s Valse Horlogemakers Analogie dan merk ik op dat horlogemakers evenmin enige morele status toekennen aan hun scheppingen. Dus deze opmerking is incoherent met de rest van het artikel.

Reply
Eppie

Geachte Nieuwboer. Hartelijk dank voor uw reactie. Het is me nog niet heel duidelijk hoe u het verschil ziet tussen bouwplan en ontwerp. Bouwplan bevat het woord ‘plan’. Plannen maken is over het algemeen een intelligente vaardigheid. U wijst op een vermeende cirkelredenering in mijn opmerking over doelgerichtheid en afstemming van het geheel met de delen. Ik bedoelde ermee te zeggen dan bij levende wezens bepaalde onderdelen een functie bezitten ten bate van het geheel. De lever heeft een functie, het oog ook, een trilhaar ook, een bladgroenkorrel ook. Een steen liggend aan een pad op een heideveld heeft dat niet (waarneembaar). De logica van uw redenatie: Materieel horloge dus materiele horlogemaker, ontgaat me volledig.

Reply
peter b

“Hij [Dawkins] schijnt belangrijke dingen in de biologie gedaan te hebben, maar die hebben geen enkele invloed op mijn ongeloof.”

Hij werd in 1976 bekend door zijn boek “The selfisch gene”, een interessant maar volstrekt onjuist reductionistisch idee. Dat wordt nog steeds gemeemd door zijn aanhangers. Zijn oorsponkelijk wetenschappelijk aandoende boeken ontaarden in [een pleidooi voor] atheïsme.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over