Ook na een intensieve zoektocht van 150 jaar zijn de vereiste overgangen van vissen naar amfibieën, van amfibieën naar reptielen en van reptielen naar vogels niet gevonden in de fossielen.  Vergelijkingen van de “amfibie-achtige vissen” (Coelacanth/ Periophthalmus) en de “visachtige amfibieën” (Ichthyostega) tonen bovendien, dat bij complexe essentiële kenmerken, zoals de bouw van de tetrapodenextremiteit (poten van viervoetige landwezens) of de bouw van de hersenschedel, evolutionaire tussenvormen nauwelijks zijn voor te stellen. Voor de overgang tussen reptielen en vogels houdt men hardnekkig vol, dat de Archaeopteryx een overgangsvorm zou zijn; hoewel het tegenwoordig bewezen is, dat hij voor honderd procent een vogel was, gevederd, warmbloedig en met een speciaal ontworpen vogellong.

latimeria_chalumnae_replica-wikipedia

“Tussen de verschillende ordes, families en soorten van ons bekende en in de fossielen overgeleverde levende wezens, bestaat geen enkele (!) onbetwiste overgangsvorm (missing link). Tussen al deze soorten en hun vele categorieën zouden volgens de evolutietheorie ontelbare tussenvormen te verwachten zijn, die meerdere essentiële kenmerken van beide soorten in zich verenigen. Als mogelijke overgangsvormen werden in het verleden enkele voorbeelden voorgesteld, die echter na grondig onderzoek allen moesten worden verworpen”123

De kwastvinnige (Crossopterygier)

Een overgangsvorm tussen vissen en amfibieën zou de kwastvinnige zijn. Deze vis beschikt over vinnen met een versterkte spierbevestiging en men ging ervan uit, dat hij met zijn vinnen over de zeebodem zou lopen. Dag en nacht heeft men deze dieren geobserveerd en hierbij bleek, dat zij hun versterkte vinnen gebruiken, om zich in het water op te richten en loodrecht met het hoofd naar boven en de borst naar voren te zwemmen. Hiervan is in bijna geen enkel schoolboek iets te lezen. Wanneer men de kwastvinnige observeert (bijvoorbeeld Latimeria, een levend fossiel), wordt duidelijk, dat het onmiskenbaar een vis is. Daarbij komt, dat hij met ca. één meter lengte een verhoudingsgewijs grote vis is. Dat uitgerekend deze grote vis een overgangsvorm tussen vis en amfibie zijn zou, lijkt niet erg geloofwaardig. Bovendien houdt hij zich op grote diepte in de zeeën op en van één of ander begin van vorming van longen is niets te ontdekken.

archeopteryx_artist_impression.wikipedia

De Archaeopteryx

Sinds de ontdekking van de Archaeopteryx in de 1860er jaren werd de stamboom van de vogel hevig ter discussie gesteld.4 Daarbij stond dikwijls de vraag centraal naar zijn vliegvermogen, heel bijzonder met betrekking tot de vermoedelijke afstamming van de tweebenige lopende dinosauriërs (theropoden, bijvoorbeeld Compsognathus; naar latere zienswijze thecodonten).5 Zich baserend op de vroege anatomisch-morphologische studies die de bioloog Thomas Huxley nog in de 19e eeuw maakte, werd deze denkwijze tot in het jongste verleden herhaaldelijk door taxonomen of paleozoölogen voortgezet. Een goed vliegvermogen ten gunste van een theropode afkomst wordt echter betwijfeld.6

Weliswaar sluit ook de paleo-ornitholoog Alan Feduccia een afstamming van de vogels van sauriërs (boombewoners, soorten in staat tot vliegen of zweven) in principe niet uit.7 Elkaar tegensprekende bevindingen, bijvoorbeeld over de identiteit van morphologische structuren (vogelhandgebeente),  bemoeilijken echter een verklaring met betrekking tot de stamboom. Aan de hand van het bekende fossiele materiaal is in de verste verte geen voorloper-dinosauriër te vinden, die als stamvader voor alle vogels zou kunnen gelden.

Het feit, dat men steeds weer deze omstreden vorm als voorbeeld neemt voor tussenvormen in het algemeen, verduidelijkt, hoe slecht het gesteld is met het aantal bekende tussenvormen. Hierbij moet men bedenken, dat de ontwikkeling van vleugels, die in staat zijn om te vliegen, een heel speciaal probleem oplevert voor het denkbeeld van een, over vele generaties voortschrijdende, evolutie: Vleugels met veren, een vogelhart en een vogellong bieden het levende wezen alleen dan een voordeel, indien zij allen volledig gevormd en functionerend zijn.

De slang

De stamboom van slangen is in de fossielen, als ze er al zijn, slechts zeer onvolledig. Onder vaklieden is de evolutie van de huidige slang een fenomeen, dat zich slechts door veel speculaties laat verklaren.8 slijkspringer-wikipedia

De slijkspringer (Periophthalmus)

Op het eerste gezicht zou men de slijkspringer voor een overgangsvorm tussen vis en amfibie houden, er is echter nauwelijks een gerenommeerde evolutieonderzoeker die dit gelooft. Ondanks de amfibische levenswijze tonen de kieuwademhaling en de vinnen aan, dat zij tot de vissen behoren. De kieuwholte is bij de slijkspringer slechts door een nauwe kieuwspleet met de buitenwereld verbonden, waardoor het uitdrogen van het tere ademhalingsorgaan verhinderd wordt. Door lucht te happen kunnen zij het zuurstofgehalte op peil houden van een zeewatervoorraad in de vergrootte kieuwruimte.9

Voetnoten

  1. Helmut Schneider, Natura, Biologie für Gymnasien, Band 2, Lehrerband, Teil B, 7. bis 10. Schuljahr, Ernst Klett Verlag, 2006, p. 257.
  2. Horst Bayrhuber & Ulrich Kull, Linder Biologie, Lehrbuch für die Oberstufe, 21., neu bearbeitete Auflage, Schroedel Verlag GmbH, Hannover, 1998, p. 418, 430, 432.
  3. Ulrich Weber, Biologie Oberstufe, Gesamtband, Cornelsen Verlag, 2001, p. 294-295.
  4. Helmut Schneider, Natura, Biologie für Gymnasien, Band 2, Lehrerband, Teil B, 7. bis 10. Schuljahr, Ernst Klett Verlag, 2006, p. 261.
  5. G. Heilmann, The origin of birds, London, Witherby, 1926.
  6. R.T. Bakker, Dinosaur renaissance, Scientific American, 232, 1975, p. 58-78.
  7. Alan Feduccia, The problem of birds origin and avian evolution, Journal Ornithology, 142, Sonderheft 1139-1147, (Studium Integrale, Mai 2002, p. 37-40).
  8. Colbert et al., Evolution of the vertebrates: A history of the backboned animals through time, 5. Aufl., New York: Wiley-Liss, 2001.
  9. P.K.L. Ng und N. Sivasothi, A Guide to the Mangroves of Singapore1, Singapore Science Centre, 1999, p. 138-139.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.

15 Comments

Peter

De stelling hier is dat “…de vereiste overgangen van vissen naar amfibieën, van amfibieën naar reptielen en van reptielen naar vogels niet gevonden (zijn) in de fossielen.” Ter ondersteuning van deze stelling worden Duitse middelbare-schoolboeken genoemd; dat is het schuingedrukte gedeelte: “Tussen de verschillende ordes … worden verworpen”. Dit citaat geeft de indruk dat de paleontologie zelf zegt dat er geen overgangen zijn.

Ten eerste kan niemand hier controleren of de Duitse schoolboeken juist aangehaald zijn, of specifiek christelijk zijn of een goed beeld van de paleontologie geven. Ten tweede is het nogal vreemd een middelbare-schoolboek en niet de wetenschappelijke literatuur aan te halen. Minimaal zou een verwijzing naar het recentste paleontologieboek voor de universitaire studie paleontologie verplicht zijn, wil men iets als ‘overgangsvormen ontbreken’ beweren. Het boek voor de universitaire studie is: M.J. Benton, 2014, ‘Vertebrate Paleontology’, 4de editie., te vinden op bol.com. Jan van Meerten heeft hier op Logos laten merken dat hij bekend is met dit boek. In ‘Vertebrate Paleontology’ is duidelijk dat de bedoelde overgangen aanwezig zijn en onderdeel van een veel algemenere geleidelijke evolutie van de gewervelde dieren. Waarom publiceert Logos stellingen waarvan (…) de onderbouwing niet klopt?

Reply
Hetty Dolman

“Het feit, dat men steeds weer deze omstreden vorm als voorbeeld neemt voor tussenvormen in het algemeen, verduidelijkt, hoe slecht het gesteld is met het aantal bekende tussenvormen”

Welnee, het zijn juist de creationisten die er steeds wee mee aankomen. Er zijn zat gevederde dinosaurussen gevonden of, zo u wilt reptielen met veren. Met name in China. Er is in Nederland nog een collectie uit China getoond, ik meen in Maastricht. Het heette “draakjes met veren”. Archaeopteryx had trouwens tanden en wordt alleen gevonden in het late Jura. Hadden de basistypen van de vogels tanden? Was Archaeopteryx een basistype? Hebben creationisten ideeën over een basistype vogel?

Gevonden:
http://www.hetnatuurhistorisch.nl/fileadmin/user_upload/documents-nmr/Straatgras/Straatgras_2006/Straatgras_2006_nummer_2/straatgras_2_2006_Draakjes.pdf

het hele bericht heeft een groot helaas gehalte omdat zoveel weggelaten wordt. Van alles is enorm veel gevonden.

Reply
Dirk van Ogten

Blijkbaar heeft de zoektocht van 150 jaar toch wel het nodige opgeleverd. Van iemand die het congres in Opheusden bijwoonde las ik dat Ruben Jorritsma in zijn presentatie liet zien dat er wel degelijk stevig bewijs is voor evolutie. En hij is blijkbaar niet de enige die dat zegt. Denk b.v. aan Todd Wood e.a. Deze mensen hebben er voor gestudeerd. Voor een volslagen leek zoals ik ben wordt het wel een beetje ingewikkeld allemaal.

Reply
Peter B.

Dirk, er is dan ook wel een biologisch evolutieproces, maar het is geen Darwinistisch proces. Survival of the fittest speelt geen rol, en er is ook geen universele afstamming. Het probleem ligt in de definities die er de ronde doen m.b.t. “evolutie”.

Peter

“Voor de overgang tussen reptielen en vogels houdt men hardnekkig vol, dat de Archaeopteryx een overgangsvorm zou zijn; hoewel het tegenwoordig bewezen is, dat hij voor honderd procent een vogel was, gevederd, warmbloedig en met een speciaal ontworpen vogellong”

Wat is 100% vogel? Een beest met een lange staart van in de twintig wervels, buikribben, losse vingersmet klauwen, tanden is een bek (geen snavel), weinig vergroeing bekkenbotten, scheenbeen dat niet vergroeid is met kuitbeen en de enkel raakt, relatief korte vleugels? Een beest dat in 1861 een dino genoemd zou zijn als de veren niet te zien waren geweest? (…) Voor een gedetailleerde beschrijving zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Archaeopteryx_(dier)

“Een goed vliegvermogen ten gunste van een theropode afkomst wordt echter betwijfeld.”

De aanhaling 6 is een boek uit 1975. De inbedding van de vogels in de theropode dino’s wordt niet betwijfeld. Zie ook in de laatste 10 of 15 jaar gevonden beesten als Anchiornis, Aurornis en Xiaotingia, beesten met veren die ouder zijn dan Archaeopteryn en er veel op lijken maar met voorpoten die wat te kort zijn om te vliegen: https://nl.wikipedia.org/wiki/Oorsprong_van_de_vogels#Hoe_vogels_ontstonden (…)

Zou de presentatie van Ruben Jorritsma in Opheusden hier op video kunnen komen?

Reply
Dirk van Ogten

Geachte Peter B,

Ruben had er dan beter bij kunnen zeggen dat hij de nieuwe biologie van dr. Borger bedoelde. Dat zou duidelijker geweest zijn voor mij.

Reply
peter b

Dirk, het is van groot belang hoe je evolutie definieerd. Ik was niet bij de lezing van Ruben Jorritsma, maar ik weet vrijwel zeker dat ze in het model van Dr Borger passen. Het is binnen de wetenschap ook niet echt van belang of waarnemingen binnen een model passen, het gaat erom welke waarnemingen het model falsificeren.

Prothero komt [hier] ook weer langs. Dit boek dat bij mij in de kast staat is één grote tirade tegen creation science en wordt als een soort bijbel gekoesterd door Darwinsten. Ik had er eens een discussie over op mijn weblog in 2010 omdat Prothero’s boek veel fouten bevat.

Peter

Het wordt dringend nodig dat de lezing van Ruben Jorritma op Logos verschijnt.

Peter

De[ze] stelling [geeft een onjuist beeld van] (…) wat evolutiebiologie zegt. De indruk wordt gewekt dat evolutie gaat om overgangen tussen moderne beesten. Terwijl evolutie gaat over gemeenschappelijke afstamming. Ook bij de indeling van beesten [wordt] er geen enkel [goed] idee [weergegeven] van biologie.

“Een overgangsvorm tussen vissen en amfibieën zou de kwastvinnige zijn” “Wanneer men de kwastvinnige observeert (bijvoorbeeld Latimeria, een levend fossiel), … Dat uitgerekend deze grote vis een overgangsvorm tussen vis en amfibie zijn zou”

‘Vissen’ bestaan niet als biologische groep. [Zie:] https://nl.wikipedia.org/wiki/Gewervelden#Indeling_volgens_recente_inzichten Bij de gewervelde dieren zijn de groepen de ‘kaakloze vissen’, de ‘kraakbeenvissen’, de ‘straalvinnige vissen’, en de ‘kwastvinnige vissen’. De soorten van de eerste drie groepen leven in water en hebben de levenswijze ‘vis’. De groep ‘kwastvinnige vissen’ heeft als moderne vertegenwoordigers twee soorten Latimeria, een handjevol soorten longvissen en alle gewervelde viervoeters: amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren. Dat is op grond van hun anatomie en hun DNA. De fossiel overgangsvormen tussen in water levende beesten en op het land levende beesten worden gevonden in het Devoon. Devoon duurde van 419,2 ± 3,2 tot 358,9 ± 0,4 miljoen jaar geleden. Het gaat om beesten als Eusthenopteron Ventastega Gogonasus Panderichthys Tiktaalik Acanthostega Ichthyostega Hynerpeton. Voor een wat vollediger lijst overgansfossielen tussen waterbeest en landbeest zie https://en.wikipedia.org/wiki/Tetrapodomorpha met de indeling uit Swartz, B. (2012). “A marine stem-tetrapod from the Devonian of Western North America”. PLoS ONE. 7 (3): e33683. Dat is de stand van het wetenschappelijk onderzoek. Wie beweert: “… zijn de vereiste overgangen van vissen naar amfibieën…niet gevonden in de fossielen” [heeft niet naar] de feiten te [ge]keken.

Reply
peter b

“De[ze] stelling [geeft een onjuist beeld van] (…) wat evolutiebiologie zegt. De indruk wordt gewekt dat evolutie gaat om overgangen tussen moderne beesten. Terwijl evolutie gaat over gemeenschappelijke afstamming. Ook bij de indeling van beesten [wordt] er geen enkel [goed] idee [weergegeven] van biologie.”

De evolutietheorie zoals die wordt gepropageerd is darwinisme, een volstrekt hypothetisch gradueel en uiterste tijdrovend proces waarbij nieuwe organismen onstaan door random mutatie en selectie. Ikzelf beschouw Darwinisme als weerlegd. Vanwege de 19e eeuwse aannames (Lyellisme en gradualisme) zijn alle organismen altijd onderweg om nieuwe organismen te worden. Darwins evolutie is een altijd doorgaand proces; het houdt nooit op. We verwachten dan ook overal in het fossielenverslag duidelijke schakels te vinden, transities tussen klasen en orden, zeker tussen fyla. We vinden ze niet omdat de uitgangsprinceipes, de aannames van Darwin en de Darwinisten FOUT zijn. Als we ervan uitgaan dat evolutie een gefrontload informatie-gebonden proces is, dan begrijpen we waarom de schakels er vrijwel niet zijn en we ze dus ook niet kunnen niet vinden. Dat mensen nog steeds niet bestaande overgangen zoeken, of vergezochte overgangen presenteren, komt omdat ze het biologische informatieproces achter evolutie niet begrijpen. De FET maakt de biologie begrijpelijk. De FET is in overeenstemming met schepping.

Jan van Meerten

Geachte Peter, u wenst dat een video-opname van de lezing van de gewaardeerde heer Jorritsma op deze website gepubliceerd wordt. Helaas moet ik u daarbij teleurstellen. Deze presentatie is niet opgenomen. Wellicht is het goed om de volgende keer, zaterdag 18 maart 2017, aanwezig te zijn op het congres? Het programma verschijnt in de loop van volgende week online op http://www.oorsprong.info. Daarnaast valt het congres niet onder de verantwoordelijkheid van Logos Instituut. Het congres is mijn eigen initiatief, uiteraard wel ondersteund door Logos Instituut, maar ook door andere creationistische organisaties.

Reply
Peter

Jammer dat er geen video van is. Ruben Jorritsma heeft vast wel een powerpoint. Het is toch interessant om te weten of Ruben Jorritsma de opvattingen van Peter Borger heeft weergegeven. (…) Aangezien u er kennelijk was, kunt u zelf de vraag beantwoorden, in feite de vraag van Dirk van Ogten. “Ruben had er dan beter bij kunnen zeggen dat hij de nieuwe biologie van dr. Borger bedoelde. Dat zou duidelijker geweest zijn voor mij.” Was dat zo? Trouwens, waarom is Ruben Jorritsma zelf afwezig op Logos?

peter b

Peter,

René Fransen negeert, net [als] alle andere evolutionisten, dat er ook stevig bewijs tegen evolutie is. Voor een wetenschappelijke theorie is het van belang dat je de theorie eerst definieert. Meestal wordt evolutie gedefinieerd als Darwinisme (gradualistisch selectionisme), een volkomen achterhaalde visie op de biologie. Het is verder van gering belang of er waarnemingen gevonden kunnen worden die de Theorie ondersteunen; het is van veel groter belang of er waarnemingen zijn die de theorie weerleggen. Weerleggingnen van Darwinisme komen we overal in de Biologie tegen. Ik presenteerde een kleine selectie van zulke weerleggingen in mijn boek. In mijn boek droeg ik tevens betere, alternatieve moleculair biologische verklaringen aan voor de selectieve bewijsvoering van de Darwinsten. Maar blijkbaar mag je Darwinisme niet weerleggend en aldus wetenschappelijk benaderen, want René Fransen las mijn boek en schreef er een [slechte] recensie [met onjuistheden] over. (…) Darwinisme [is een] dogmatisch geloof waar oppositie niet wordt gewaardeerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over