Missing links

by | nov 28, 2016 | Biologie, Onderwijs, Paleontologie

Ook na een intensieve zoektocht van 150 jaar zijn de vereiste overgangen van vissen naar amfibieën, van amfibieën naar reptielen en van reptielen naar vogels niet gevonden in de fossielen.  Vergelijkingen van de “amfibie-achtige vissen” (Coelacanth/ Periophthalmus) en de “visachtige amfibieën” (Ichthyostega) tonen bovendien, dat bij complexe essentiële kenmerken, zoals de bouw van de tetrapodenextremiteit (poten van viervoetige landwezens) of de bouw van de hersenschedel, evolutionaire tussenvormen nauwelijks zijn voor te stellen. Voor de overgang tussen reptielen en vogels houdt men hardnekkig vol, dat de Archaeopteryx een overgangsvorm zou zijn; hoewel het tegenwoordig bewezen is, dat hij voor honderd procent een vogel was, gevederd, warmbloedig en met een speciaal ontworpen vogellong.

latimeria_chalumnae_replica-wikipedia

“Tussen de verschillende ordes, families en soorten van ons bekende en in de fossielen overgeleverde levende wezens, bestaat geen enkele (!) onbetwiste overgangsvorm (missing link). Tussen al deze soorten en hun vele categorieën zouden volgens de evolutietheorie ontelbare tussenvormen te verwachten zijn, die meerdere essentiële kenmerken van beide soorten in zich verenigen. Als mogelijke overgangsvormen werden in het verleden enkele voorbeelden voorgesteld, die echter na grondig onderzoek allen moesten worden verworpen”123

De kwastvinnige (Crossopterygier)

Een overgangsvorm tussen vissen en amfibieën zou de kwastvinnige zijn. Deze vis beschikt over vinnen met een versterkte spierbevestiging en men ging ervan uit, dat hij met zijn vinnen over de zeebodem zou lopen. Dag en nacht heeft men deze dieren geobserveerd en hierbij bleek, dat zij hun versterkte vinnen gebruiken, om zich in het water op te richten en loodrecht met het hoofd naar boven en de borst naar voren te zwemmen. Hiervan is in bijna geen enkel schoolboek iets te lezen. Wanneer men de kwastvinnige observeert (bijvoorbeeld Latimeria, een levend fossiel), wordt duidelijk, dat het onmiskenbaar een vis is. Daarbij komt, dat hij met ca. één meter lengte een verhoudingsgewijs grote vis is. Dat uitgerekend deze grote vis een overgangsvorm tussen vis en amfibie zijn zou, lijkt niet erg geloofwaardig. Bovendien houdt hij zich op grote diepte in de zeeën op en van één of ander begin van vorming van longen is niets te ontdekken.

archeopteryx_artist_impression.wikipedia

De Archaeopteryx

Sinds de ontdekking van de Archaeopteryx in de 1860er jaren werd de stamboom van de vogel hevig ter discussie gesteld.4 Daarbij stond dikwijls de vraag centraal naar zijn vliegvermogen, heel bijzonder met betrekking tot de vermoedelijke afstamming van de tweebenige lopende dinosauriërs (theropoden, bijvoorbeeld Compsognathus; naar latere zienswijze thecodonten).5 Zich baserend op de vroege anatomisch-morphologische studies die de bioloog Thomas Huxley nog in de 19e eeuw maakte, werd deze denkwijze tot in het jongste verleden herhaaldelijk door taxonomen of paleozoölogen voortgezet. Een goed vliegvermogen ten gunste van een theropode afkomst wordt echter betwijfeld.6

Weliswaar sluit ook de paleo-ornitholoog Alan Feduccia een afstamming van de vogels van sauriërs (boombewoners, soorten in staat tot vliegen of zweven) in principe niet uit.7 Elkaar tegensprekende bevindingen, bijvoorbeeld over de identiteit van morphologische structuren (vogelhandgebeente),  bemoeilijken echter een verklaring met betrekking tot de stamboom. Aan de hand van het bekende fossiele materiaal is in de verste verte geen voorloper-dinosauriër te vinden, die als stamvader voor alle vogels zou kunnen gelden.

Het feit, dat men steeds weer deze omstreden vorm als voorbeeld neemt voor tussenvormen in het algemeen, verduidelijkt, hoe slecht het gesteld is met het aantal bekende tussenvormen. Hierbij moet men bedenken, dat de ontwikkeling van vleugels, die in staat zijn om te vliegen, een heel speciaal probleem oplevert voor het denkbeeld van een, over vele generaties voortschrijdende, evolutie: Vleugels met veren, een vogelhart en een vogellong bieden het levende wezen alleen dan een voordeel, indien zij allen volledig gevormd en functionerend zijn.

De slang

De stamboom van slangen is in de fossielen, als ze er al zijn, slechts zeer onvolledig. Onder vaklieden is de evolutie van de huidige slang een fenomeen, dat zich slechts door veel speculaties laat verklaren.8

slijkspringer-wikipedia

De slijkspringer (Periophthalmus)

Op het eerste gezicht zou men de slijkspringer voor een overgangsvorm tussen vis en amfibie houden, er is echter nauwelijks een gerenommeerde evolutieonderzoeker die dit gelooft. Ondanks de amfibische levenswijze tonen de kieuwademhaling en de vinnen aan, dat zij tot de vissen behoren. De kieuwholte is bij de slijkspringer slechts door een nauwe kieuwspleet met de buitenwereld verbonden, waardoor het uitdrogen van het tere ademhalingsorgaan verhinderd wordt. Door lucht te happen kunnen zij het zuurstofgehalte op peil houden van een zeewatervoorraad in de vergrootte kieuwruimte.9

Voetnoten

  1. Helmut Schneider, Natura, Biologie für Gymnasien, Band 2, Lehrerband, Teil B, 7. bis 10. Schuljahr, Ernst Klett Verlag, 2006, p. 257.
  2. Horst Bayrhuber & Ulrich Kull, Linder Biologie, Lehrbuch für die Oberstufe, 21., neu bearbeitete Auflage, Schroedel Verlag GmbH, Hannover, 1998, p. 418, 430, 432.
  3. Ulrich Weber, Biologie Oberstufe, Gesamtband, Cornelsen Verlag, 2001, p. 294-295.
  4. Helmut Schneider, Natura, Biologie für Gymnasien, Band 2, Lehrerband, Teil B, 7. bis 10. Schuljahr, Ernst Klett Verlag, 2006, p. 261.
  5. G. Heilmann, The origin of birds, London, Witherby, 1926.
  6. R.T. Bakker, Dinosaur renaissance, Scientific American, 232, 1975, p. 58-78.
  7. Alan Feduccia, The problem of birds origin and avian evolution, Journal Ornithology, 142, Sonderheft 1139-1147, (Studium Integrale, Mai 2002, p. 37-40).
  8. Colbert et al., Evolution of the vertebrates: A history of the backboned animals through time, 5. Aufl., New York: Wiley-Liss, 2001.
  9. P.K.L. Ng und N. Sivasothi, A Guide to the Mangroves of Singapore1, Singapore Science Centre, 1999, p. 138-139.
M
"

Artikelen

Artikelen