De beschrijvingen van de Behemoth en de Leviathan in Job 40-41 zijn verrassend gedetailleerd en realistisch. Wie met verstand van biologie (en fossielen) leest, herkent in de Behemoth bijvoorbeeld een Brachiosaurus (geen nijlpaard). Het spannen van de staart als een ceder (recht naar achteren) was handig voor het evenwicht en het uitdelen van rake tikken. De Leviathan is veel meer dan een krokodil. Bij het vuur spuwen van de Leviathan fronsen we mogelijk de wenkbrauwen, maar biologisch onmogelijk is dat niet.

De Statenvertaling spreekt van draken, om ”tan, tannîyn of tannîym” te vertalen. Modernere vertalingen doen dat niet: daarin staat vaak jakhals. De creationist Darek Isaacs legt dit in zijn boek ”Dragons or dinosaurs” uit: de Statenvertalers zagen draken mogelijk als beesten die je nog kon tegenkomen. De Behemoth en de Leviathan kenden ze waarschijnlijk niet. Ze lieten de Hebreeuwse naam daarom staan, uit eerbied voor de tekst.
De Griekse historicus Herodotus (5e eeuw voor Chr.) zag in Arabië vliegende draken met vleugels als vleermuizen. De letterkundige Plinius de Oudere schrijft in circa 77 na Chr. over draken die in India olifanten aanvallen. Een koperen plaat op de graftombe van bisschop Richard Bell (1410-1496) in Carlisle toont dinosaurussen. Afbeeldingen van draken over de hele wereld lijken op wat we nu dinosaurussen noemen. Verhalen over draken zijn vrij algemeen in de middeleeuwen. Ze waren voor middeleeuwers niet mythisch.

In 1841 wordt voor het eerst het woord Dinosaurus (verschrikkelijke hagedis) gebruikt, om fossielen van onbekende dieren te beschrijven. Dinosaurussen zijn draken: veel mensen hebben ze gezien. De evolutie-tijdrekening klopt dus niet! Helaas hebben (veel) Bijbelvertalers het woord ”draken” door ”jakhalzen” vervangen.

Mogelijk werden in volksverhalen grote landreptielen gecombineerd met vliegende reptielen en natuurlijk werd er overdreven. Maar de details en (wereldwijde) overeenkomsten in de beschrijvingen wijzen op ooggetuige-verslagen. Zo moeten we ook de Bijbel lezen! Als iets symbolisch is bedoeld, maakt de tekst zelf dat wel duidelijk.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Fieggen, K., 2018, Mythische dieren? (II)Reformatorisch Dagblad Puntkomma 47 (264): 7.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Ir. K. Fieggen studeerde in Wageningen en geeft alweer zo’n veertig les in biologie, science en algemene natuurwetenschappen. Voor die vakken heeft hij lesmateriaal geschreven, o.a. de methodes Antwoord en Kepler voor algemene natuurwetenschappen. Recent schreef hij een boek over wetenschap, oorsprong en de Bijbel met als titel: "In de voetsporen van Kepler" en vorig jaar is van zijn hand een commentaar op het Bijbelboek Hebreeën verschenen. Hij geeft lezingen over Bijbelse onderwerpen en over de relatie wetenschap en de Bijbel.