Na de zondvloed: dieren veranderen (10+)

door | 25 april 2026 | 06. Biologie, Kids, Zondvloed

In dit artikel leer je hoe de dieren die uit de ark van Noach kwamen overleefden en zich verspreidden. Je leert ook wat carnivoren eten, hoe er variatie binnen de diersoorten kwam (zoals alle katten) en de rol van natuurlijke selectie daarin.

God gaf aan Noach de opdracht om de ark pas te verlaten nadat de bomen weer waren begonnen te groeien. Dieren die planten eten hebben veel voedsel nodig. Maar hoe zit het met vleesetende dieren? Waarom hebben zij niet alle planteneters opgejaagd en opgegeten?

Eén reden daarvoor is dat jagen heel vermoeiend is. En het is zo dat een prooi misschien wel zal terugvechten en de jager verwonden. De zondvloed had enorme aantallen dieren begraven, sommigen vlak onder het aardoppervlak. Vleeseters konden ze hebben opgegraven en opgegeten. Zelfs als het vlees niet veilig zou zijn voor mensen om te eten, dan zouden dieren het minder riskant vinden dan jagen. Ook kan het terugtrekkende vloedwater waterplassen vol met vis hebben achtergelaten; een makkelijke prooi voor vleeseters.

Misschien was er genoeg gedroogd vlees over in de enorme opslagplaatsen van de ark. Vleeseters kunnen stiekem terug zijn gegaan naar de voorraadkasten in de ark terwijl iedereen allang van boord was gegaan.

Na de zondvloed

@ Wolfhound911 | Dreamstime.com

Dieren verspreiden zich over de aarde

Uiteindelijk hebben de dieren die op de ark waren jonkies gekregen van dezelfde soort. Die jonkies werden groot en ook zij krijgen weer nieuwe jonkies. En zo ging het maar door. De dieren namen toe in aantal en verspreidden zich over het land.

kat veranderen leeuw

@ Valeriya Ignatenko | Dreamstime.com

Tijdens de ijstijd was er veel oceaanwater op het land in de vorm van dikke ijslagen. Dat betekent dat het zee-niveau lager was, waardoor landbruggen zichtbaar waren. Dankzij deze bruggen konden dieren zich verspreiden naar de meeste plaatsen, zelfs gebieden die nu zijn afgesneden door de zee. Ook konden dieren naar eilanden reizen op natuurlijke vlotten, gevormd door ontwortelde bomen en in de knoop geraakte planten. Gedurende vele generaties hebben de dieren zich uiteindelijk over de hele wereld verplaatst.

hondensoorten variatie

@ Cyncoclub | Dreamstime.com

De diersoorten van de ark hebben allerlei variaties voortgebracht

In een ander artikel over de ark hebben we geleerd dat God een paar duizend soorten landdieren met een ruggengraat (gewervelden) had gekozen om aan boord te gaan van de ark (zie Genesis 6:20). Van elke soort één paar en zeven paartjes van een aantal soorten reine dieren (Genesis 7:2-3). Alle andere dieren werden vernietigd door de zondvloed (Genesis 7:21–23).

Zelfs vóór de beroemde evolutionist Charles Darwin (1809–1882) waren creationistische wetenschappers al dieren aan het bestuderen, waaronder gewervelde dieren. Er is een enorm aantal variaties, veel meer dan het aantal diersoorten die aan boord van de ark waren.

Geschapen diersoorten

Deze wetenschappers begrepen dat alle gewervelde dieren die er nu zijn moeten afstammen van de gewervelde dieren in de ark. Elke soort heeft dus gezorgd voor een heleboel variatie binnen de nakomelingen. Wat de Bijbel bedoelt met ‘soort’ moet dus een bredere categorie zijn dan variaties. Het moet zelfs breder zijn dan ‘soorten’. [In het oorspronkelijk Engelstalige artikel worden twee verschillende woorden gebruikt: kind en species. In het Nederlands vertalen we die woorden vaak allebei met ‘soort’, waardoor we het verschil niet zien. Dat kan verwarrend zijn. Met kind (spreek uit: keind) bedoelen creationisten meestal het oorspronkelijke dier zoals God die in het begin heeft geschapen. Met species (spreek uit: spie-sies) bedoelen ze dan vaak elke variatie binnen de nakomelingen van dat dier. Hierna vind je een voorbeeld om het duidelijk te maken. Opmerking vertaler.]

Geschapen katsoorten mee in de ark

Het was bijvoorbeeld niet nodig om tijgers, leeuwen, luipaarden, ocelotten en huiskatten [allemaal voorbeelden van species., oppmerking vertaler.] aan boord van de ark te nemen. Er hoefde alleen maar een paartje van de kat-basisoort [kind] te zijn. Hoe weten we dat katten allemaal dezelfde geschapen soort [kind] zijn? Omdat velen van hen met elkaar kunnen voortplanten en hybrides [nakomelingen met kenmerken van beide soorten] kunnen hebben. Als twee schepselen samen een hybride kunnen voortbrengen, of zelfs met zo’n hybride, dan zijn ze leden van dezelfde geschapen basissoort. De enorme tijger kan niet samengaan met de katten die wij als huisdieren hebben, maar wel met leeuwen. Die krijgen dan kinderen die we lijgers (mannelijke leeuw) of teeuwen (mannelijke tijger) noemen.

Leeuwen kunnen samengaan met de nog kleinere luipaarden. Het luipaard met de poema, tot aan de ocelot, boomkat en huiskat. Deze ketting van steeds kleinere katten verbindt de tijger met de katten die we als huisdier hebben. Daarom vallen ze onder dezelfde geschapen basissoort [kind]. Het paartje katachtigen aan boord van de ark was misschien middelgroot en gevlekt.

Honden in de ark

Hetzelfde geldt voor de hondachtigen. Er waren geen poedels, teckels, corgi’s, labradors, jakhalzen of wolven aan boord. In plaats daarvan was er slechts een paartje van de hond basissoort [kind]. Die twee zullen veel meer hebben geleken op wolven dan op poedels. We kennen de geschiedenis van de oorsprong van vele hondenrassen. Het is ook zo dat veel van die rassen kunnen samengaan met wolven en jakhalzen, wat aantoont dat ze dezelfde geschapen basissoort zijn.

Creationistische wetenschappers van vóór de tijd van Darwin wisten al dat schepselen zeer gevarieerde nakomelingen kunnen hebben. Wat ze niet wisten is hoe die variatie ontstaat. Het antwoord op die vraag kwam pas toen creationist en wetenschapper Gregor Mendel (1822-1884) de genetica ontdekte. Genetica is de studie naar hoe nakomelingen eigenschappen van hun ouders erven. Moderne wetenschappers hebben zelfs nog meer ontdekt over hoe het proces werkt.

Genen

In Genesis 1 lezen we dat God verschillende soorten van schepselen maakte. We lezen ook in Genesis dat er eerst maar één man en één vrouw was (Adam en Eva), maar het kan zijn dat God meer dan twee maakte van elke soort plant en dier.

God maakte elke basissoort met een heleboel verschillende genen. Genen zijn een soort hele kleine ‘bouw instructies’ die zorgen voor  verschillende eigenschappen. Die genen worden over gekopieerd van ouders naar kinderen. Dat is de reden waarom je misschien op je ouders lijkt. Toen die oorspronkelijk geschapen soorten nakomelingen kregen, zorgden de diverse genen voor veel variaties. Maar het is niet zo dat de ene basissoort [kind] in een andere kon veranderen [katten worden geen honden bijvoorbeeld].

De zondvloed kwam ongeveer 1500 jaar na de scheppingsweek. Tegen die tijd hadden de vele geschapen basissoorten al verschillende varianten voortgebracht. Wetenschappers hebben hun fossielen gevonden. Maar God koos maar één paar van elke soort (en zeven paar van sommige basissoorten) om in de ark te gaan. Hij heeft ongetwijfeld gekozen voor gezonde dieren met veel genetische variatie.

Hoe variatie is ontstaan

Hondensoort variatie veranderen

@ Creation.com

Voor elke van de vele eigenschappen die een dier heeft, bijvoorbeeld zijn vacht, is er een variatie in dingen als lengte, kleur en meer. Laten we eens kijken naar haarlengte. Het principe geldt ook voor vele andere kenmerken.

Het plaatje rechts laat een hond/wolf basissoort zien die in de ark is geweest. De rode balken op hun buik staan voor genen die voor kort en lang haar zorgen. Het paar in de ark had allebei, waardoor ze middellang haar hadden.

Net als jij en ik hebben wolven paren van genen. Wanneer deze wolven puppy’s krijgen dan komt de helft van hun genen bij de moeder en de andere helft bij de vader weg. Elke ouder geeft óf het gen voor korte, óf het gen voor lange vacht door aan de kinderen.

De pup links heeft van beide ouders het gen voor kort haar geërfd. De rechter pup het gen voor lang haar. De twee pups in het midden hebben middellang haar, omdat ze een gen voor lang én voor kort haar hebben geërfd van de ouders. Doordat de ouders de genen hadden voor meer dan één lengte konden hun puppy’s verschillende vachtlengten krijgen.

Geen evolutie maar Gods plan

Het is belangrijk om te weten dat God deze variatie van te voren al in de genen had geprogrammeerd. Dit is dus geen evolutie in de zin van eenvoudige wezens die veranderen in meer complexe wezens. Voor evolutie zijn nieuwe genen nodig, niet het omschudden van bestaande genen.

Stel nu dat deze pups allemaal  veel nakomelingen kregen die allemaal op dezelfde plek bleven. De meesten zouden dan waarschijnlijk middellang haar hebben. Andere eigenschappen zouden waarschijnlijk ook gemiddeld zijn. Maar de situatie van de ark was uniek. Die kwam uiteindelijk terecht in de bergen van Ararat. Nadat de kleine groepen uiteen zijn gegaan zouden de bergen hun verhinderen om allemaal terug naar elkaar te gaan. Het kan ook zijn dat een zo’n kleine groep voornamelijk genen voor kort haar bij zich droeg, terwijl een andere groep vooral genen voor lang haar had. Er zouden dus verschillende variaties in verschillende gebieden zijn. En dat geldt ook voor andere eigenschappen. Berglandschappen staan bekend om de snelle variatie die er ontstaat bij dieren die daar leven.

Natuurlijke selectie

Hondensoort vacht natuurlijke selectie

@ Creation.com

Bedenk nu eens dat sommige groepen dieren de koude gebieden tijdens de ijstijd binnengaan. Welke dieren zouden dan overleven? Die met lang haar natuurlijk! Hun vacht zou hun beschermen tegen de kou. De enige overlevenden die hun genen konden doorgeven zijn dus die met genen voor lang haar. Al hun pups zouden dan ook lang haar hebben.

Dit noemen we natuurlijke selectie (NS). Darwin is niet degene die NS heeft ontdekt. Creationistische wetenschappers hadden het tientallen jaren eerder al ontdekt en ze wisten er dingen over die Darwin niet wist:

  • NS wordt ook wel ‘overleving van de best aangepaste’ genoemd, maar het verklaart niet hoe de best aangepaste is ontstaan.
  • NS selecteert alleen van wat er beschikbaar is, door genen te verwijderen. Het is geen creatieve kracht die iets nieuws maakt door genen toe te voegen. Evolutie is dus het tegenovergestelde van NS. Het heeft méér genen nodig, niet minder.

Conclusie

Alle gewervelde landdieren die er nu zijn stammen af van de paartjes die in de ark waren. God heeft die paartjes geselecteerd op het hebben van veel genetische diversiteit. Kleine groepen dieren die zich weg van de bergen verspreidden hebben heel snel voor veel variatie gezorgd. Natuurlijke selectie zou varianten die niet goed in de omgeving pasten weg selecteren.

ACTIVITEIT: DE ROLLENDE TONG DETECTIVE
Meisje rolt tong

@ Nataliabiruk | Shutterstock.com

Heb jij het speciale gen waardoor jij je tong kunt oprollen? Laten we dat gaan uitzoeken! Genen zijn kleine handleidingen met instructies die bepalen hoe je eruit ziet en wat je allemaal kunt.

Stap 1: Kun jij rollen?

Steek je tong uit en probeer de zijkanten op te rollen zodat er een “U” vorm ontstaat, net als een broodje hotdog.

  • JA: jij hebt het speciale tong-rol-gen!
  • NEE: je hebt het speciale gen niet.

Stap 2: Kunnen je ouders het?

Vraag nu eens aan je ouders of ze het trucje kunnen. Schrijf het resultaat op.

Stap 3: Het geheim van het gen

Dit speciale tong-rol-gen is een zogenaamde dominante eigenschap (een sterke instructie).

  • Als je deze sterke instructie van ten minste één van je ouders krijgt, dan kun jij je tong rollen.
  • Als beide ouders de zwakke instructie doorgeven (wat betekent dat ze allebei niet hun tong kunnen rollen), dan kan jij het ook niet!
Ouder 1Ouder 2Kind
JaNeeKan meestal rollen!
NeeNeeKan niet rollen!

De instructie handleiding van jouw gezin bepaalt of je de truc wel of niet kunt doen!

Bronvermelding

Dit artikel ‘Na de zondvloed: dieren veranderen’ is met toestemming overgenomen van Creation Ministries International en vertaald door Logos Instituut. Lees het oorspronkelijke artikel hier.

Maandelijkse nieuwsbrief


Steun Logos Instituut