Maak een opsomming van rustig tot heftig, en je krijgt dit: gesprek, dialoog, meningsverschil, discussie, evolutiedebat. Hoe komt het dat het debat over schepping en evolutie zo intens en existentieel wordt gevoerd?

Onlangs verscheen het boek En God zag dat het goed was. Vijfentwintig christenwetenschappers doordenken de gevolgen voor de theologie als de evolutietheorie waar is. De bedoeling van het boek als geheel is overduidelijk de lezer geruststellen: belangrijke concepten zoals voorzienigheid, erfzonde, uniciteit van de mens, beeld van God en de ziel kunnen behouden blijven als ze meer of minder worden aangepast aan huidige natuurwetenschappelijke inzichten.

Maar even overduidelijk is dat dit boek de strijdende partijen niet dichter bij elkaar brengt. Dat heeft niet te maken met biologie, kosmologie, zelfs niet met theologie, maar met filosofie. Filosofen onderscheiden twee manieren om te kiezen tussen botsende overtuigingen. De ene gebruikt het beeld van een piramide, de andere dat van een spinnenweb.

Funderingsdenken

Bij de piramide moet je je kennisclaims ordenen: de zekerste kennis hoort onder in de piramide. Hoe hoger, hoe minder zekerheid. Onderin zitten kennisbronnen als wiskunde en zintuigelijke waarneming. In een laag daarboven zit de natuurwetenschap, nog weer hoger komt de theologische kennis. Wezenlijk is dat hogere lagen gefundeerd moeten zijn in de lagere (‘funderingsdenken’) en niet andersom. Een wetenschappelijke theorie die strijdt met de wiskunde, moet worden aangepast. Als theologische kennisclaims botsen met de wetenschap, moet de theologie wijken. Eenvoudig toch?

Veel auteurs in genoemd boek gaan bewust of onbewust uit van dit funderingsdenken. De wetenschap heeft aangetoond dat de evolutietheorie erg sterk staat, dus moet de theologie zich aanpassen. Jeroen de Ridder schrijft bijvoorbeeld: ‘de werkelijkheid – en de wetenschap … – [trekken] zich niet zo veel aan van wat wij mensen wel of niet verteerbaar vinden. De vraag is of het waar is dat mensen en apen een gemeenschappelijke voorouder hebben, of wij dat nu leuk vinden of niet.’ Ook tegenstanders van de evolutietheorie maken vaak gebruik van funderingsdenken. Volgens hen is theologische kennis basaler dan de wetenschap, dus moet de wetenschap wijken voor de Bijbel. Eenvoudig toch? Zo zit het debat muurvast.

In het plaatje van het spinnenweb geldt dat alle overtuigingen van een individu samenhangen en elkaar beïnvloeden: wetenschappelijke, filosofische, ethische, theologische en alledaagse overtuigingen. Als je aan één overtuiging trekt, beweegt alles. Er bestaat geen voorgeschreven rangorde, zoals in de piramide. Wel zijn sommige overtuigingen perifeer, andere centraal. Overtuigingen die centraal in iemands ‘web of beliefs’ zitten, zullen zelden of nooit worden losgelaten.

De vraag wordt dan waarom bijvoorbeeld de bewering ‘De evolutietheorie is waar’ voor de ene christen een centrale overtuiging is, en voor de andere niet. Dat hangt af van kennis, ervaring, opleiding, intelligentie, wereldbeeld en levensbeschouwing. En het heeft te maken met de rest van je overtuigingen. Er is dus sprake van veelrichtingsverkeer. Ik zou graag zien dat we in het evolutiedebat de piramide inruilen voor het spinnenweb. Hopelijk trekt dat het debat los. Bovendien komt er dan ruimte voor morele, filosofische en religieuze bezwaren tegen de evolutietheorie. Dan krijgt ook de vraag ‘Wat als de traditionele erfzondeleer waar is?’ een kans.

Laten we accepteren dat voor veel gelovigen de evolutietheorie geen (centrale) overtuiging is. Niet vanwege starheid of domheid, maar omdat andere overtuigingen centraal staan. Zij reageren zo heftig op het debat, omdat ze de druk ervaren centrale overtuigingen te moeten opgeven.

Maar de studenten dan, die aan de universiteit met de evolutietheorie worden geconfronteerd? Lopen zij niet het gevaar van het geloof te vallen als de evolutietheorie niet wordt aanvaard? Misschien wel in de piramide, maar niet in het spinnenweb. Daarin gaat het niet allereerst om de vraag of ik de evolutietheorie aanvaard, maar welke overtuigingen voor mij centraal zijn. En het siert een christen als hij het geloof in de betrouwbaarheid van Gods Woord centraal stelt. Geloofsafval ontstaat niet door kritiek op de evolutietheorie, maar als Gods openbaring uit het centrum verdwijnt.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Nederlands Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Brink, G.A. van den, 2019, Spinnenweb helpt evolutiedebat, Nederlands Dagblad 76 (20.304): 12-13 (artikel).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Gert van den Brink

Written by

Drs. G.A. van den Brink is godsdienstfilosoof en predikant van de Hersteld Hervormde Gemeente te Rotterdam-Kralingse Veer. In 2010 schreef hij het boek: Er is geen God en Philipse is zijn profeet. De onredelijkheid van een atheïst.

1 Comment

Comments are closed.