Niet één steen zal op de andere gelaten worden

door | 8 januari 2026 | Bijbelse archeologie, Bijbelvast

Archeologische opgravingen in Jeruzalem geven ons een beeld van wat er door de eeuwen heen zoal heeft plaatsgevonden. Veel van deze vondsten bevestigen de betrouwbaarheid van de Bijbel.

De verwoesting van Jeruzalem

Verwoesting en belegering van Jeruzalem en de tempel zijn sinds de grondlegging van de stad van de vrede met grote regelmaat over de stad gekomen. Ze hebben ervoor gezorgd dat de stad steeds hoger  kwam te liggen. Soms loop je wel 3 tot 7 meter (of meer) boven de fundamenten van de oorspronkelijke stad!

In MATTHEÜS 24:1 en verder is te lezen dat de discipelen – na hun vertrek uit de tempel – Jezus wijzen op de gebouwen van de tempel. “Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ziet u dit alles? Voorwaar, Ik zeg u: hier zal niet één steen op de andere steen gelaten worden die niet afgebroken zal worden.”

De Joodse geschiedschrijver Josephus beschrijft de verwoesting van de stad in 70 n.Chr. In het jaar 135 n.Chr. heeft keizer Hadrianus de stad en de restanten van de tempel met de grond gelijkgemaakt. Inderdaad liet hij niet één steen op de andere.

Hervormingen onder Hizkia

In 2 KONINGEN 18:3 en verder staat dat Hizkia deed wat recht was in de ogen van de HEERE, in tegenstelling tot vele andere koningen van Israël en Juda. Hij verwijderde offerhoogten, verbrijzelde gewijde stenen en hakte gewijde palen om. Maar Hizkia deed nog meer. Hij beschermde Jeruzalem tegen belegering van de stad en schermde de waterbronnen buiten de muur volledig af, bouwde een muur van 7 meter breed en liet een geheime watertunnel hakken van de Gihonbron tot midden in de stad, nabij de Davidsburcht (2 KRONIEKEN 32:30 en 2 KONINGEN 20:20). Deze tunnel werd in de 19e eeuw ontdekt.

Tunnel van Hizkia. Eigen foto.

Nieuwe vondsten

In 2010 begonnen nieuwe archeologische opgravingen in het noorden van de Davidsstad, onder leiding van Eli Shukron. Eind 2024 troffen ze daar een bijzondere structuur aan. Het gebied is 220 m2 groot en  bleek te bestaan uit acht, in de rotsen uitgehouwen ruimten voor rituele doeleinden. Zo trof men er onder meer een altaar, een rechtop geplaatste steen, een oliepers en een wijnpers aan. Volgens Shukron  heeft deze plek tot de 8e eeuw v.C. dienst gedaan voor cultische of religieuze praktijken in de tijd dat de eerste tempel nog werd gebruikt. Mogelijk is het ‘heiligdom’ daarna vanwege Hizkia’s hervormingen níet meer gebruikt.

Een illustratie van deze opgegraven rituele plaats. Credit: Shalom Kveller/ City of David.

Afgodendienst

Een van de grootste problemen voor Israël was het meegaan met vreemde volken in hun afgodendienst. Door middel van de handel en de vele huwelijken kwam het volk van God steeds weer in aanraking met die goden van de volkeren rondom en daarvoor moest ook steeds vaker de dienst in de tempel het ontgelden. In EZECHIËL 8 tot 11 is te lezen over het visioen dat de profeet over Jeruzalem en de tempel kreeg. Er wordt een afgodsbeeld in de tempel geplaatst, dat is zichtbaar, maar er is ook een onzichtbare afgodendienst. Door een gat in de muur en door een deur krijgt de profeet geheime kamers te zien waar allerlei kruipend gedierte is afgebeeld op de wanden. Zeventig oudsten van Israël staan daar met een wierookvat in de hand, anderen buigen zich neer voor de zon.

Een van de grootste problemen voor Israël was het meegaan met vreemde volken in hun afgodendienst.

De heerlijkheid van de HEERE

Daarom kan de heerlijkheid van de HEERE niet bij het volk in Jeruzalem blijven en in de tempel Zijn woonplaats kiezen. Ezechiël beschrijft dan hoe de heerlijkheid van de HEERE uit het midden van de stad – uit de tempel – verdwijnt. Toch zal die heerlijkheid van de HEERE terugkeren, zo profeteert EZECHIËL (43:1>) “De heerlijkheid van de God van Israël kwam uit oostelijke richting….” God wil wonen te midden van Zijn volk. God spreekt daarover tot EZECHIËL (43:7a): “Mensenkind, [dit] is de plaats van Mijn troon en de plaats van Mijn voetzolen, waar Ik voor eeuwig wonen zal onder de Israëlieten….”

Conclusie

Zo blijken de vele archeologische vondsten de Bijbel te ondersteunen. Hoewel er door de eeuwen heen veel is vernietigd, vinden archeologen nog steeds voorwerpen en zelfs onderaardse ruimten gericht op het dienen van afgoden. Maar de heerlijkheid van de HEERE zal terugkeren naar de stad van de vrede.

Overgenomen uit Bijbelvast magazine

Dit artikel ‘Niet één steen zal op de andere gelaten worden’ is eerder verschenen in nr. 15 van ons magazine Bijbelvast (zie hier de PDF).

Wil je hier meer over weten of je aanmelden voor een gratis abonnement? Bezoek www.logos.nl/bijbelvast.

Maandelijkse nieuwsbrief


Steun Logos Instituut