Er zijn veel fundamentele problemen met de evolutietheorie. Studies over de oorsprong van het leven schieten dramatisch tekort. Ongelooflijk complexe biologische ontwerpen, zowel morfologisch als moleculair, ontstonden abrupt, binnen veel te korte tijd om geëvolueerd te zijn. Het concept van ‘punctuated equilibrium’ (onderbroken evenwicht) is beschrijvend, maar verklaart niet. De Cambrische explosie wordt niet verklaard door evolutie en, in het algemeen, zijn evolutionaire mechanismen ontoereikend om de opkomst van nieuwe eigenschappen, bouwplannen en nieuwe levensprocessen te verklaren. Zelfs het vormen van een enkel gen ligt buiten het bereik van evolutionaire mechanismen. In feite kan de complexiteit en verfijning van het leven onder geen enkel scenario vanzelf ontstaan uit niet-biologische materie, hoever men ruimte en tijd ook oprekt. Aan de andere kant is de grote tegenhanger van de evolutietheorie, Lamarckiaanse overerving, in zijn verscheidenheid aan vormen, goed ingeburgerd in de wetenschap.

Komt deze inleiding weer uit een ‘Darwin’s God’-artikel? Nee, deze wetenschappelijke waarnemingen worden uiteengezet in een nieuw, door andere wetenschappers getoetst artikel.1

Oorsprong van het leven

Met betrekking tot studies over de oorsprong van leven, die proberen uit te leggen hoe levende cellen op de een of andere manier ontstaan kunnen zijn op een oude, anorganische aarde, legt het artikel uit dat dit idee allang had moeten worden afgewezen, maar in plaats daarvan heeft het geleid tot “verfijnde vermoedens met weinig of geen bewijskrachtige ondersteuning.”

“Het dominante biologische paradigma is abiogenese in een oersoep. Dit idee werd ontwikkeld in een tijd waarin de eerste levende cellen beschouwd werden als buitengewoon eenvoudige structuren die vervolgens op een Darwinistische manier konden evolueren. Deze ideeën hadden natuurlijk kritisch moeten worden onderzocht en verworpen na de ontdekking van de buitengewoon complexe moleculaire structuren in eiwitten en DNA. Maar dit gebeurde niet. Moderne ideeën over abiogenese in hydrothermale bronnen of elders op de primitieve aarde hebben zich ontwikkeld tot verfijnde vermoedens met weinig of geen bewijs.”

Abiogenesis heeft in feite “geen empirische ondersteuning.”

“Zelfstandige abiogenese op de kosmologisch verkleinde schaal van oceanen, meren of hydrothermale bronnen blijft een hypothese zonder empirische ondersteuning.”

Eén van de vele problemen is, dat de vroege aarde niet zo’n monumentale evolutie zou hebben ondersteund:

“De omstandigheden die er waarschijnlijk waren nabij de het door inslagen doorzeefde aardoppervlak zo’n 4 miljard jaar geleden, waren te heet, zelfs voor eenvoudige organische moleculen, om te overleven laat staan te evolueren naar levende complexiteit.”

Het idee rekt de geloofwaardigheid op tot “buiten elke grens”.

“Op basis van het orthodoxe abiogene denken, is het nu een vereiste dat er in wezen een onmiddellijke transformatie van niet-levend organisch materiaal naar bacterieel leven plaatsvindt; deze veronderstelling van aarde-gebonden abiogenese ligt buiten de waarschijnlijkheidsgrens.”

Alle laboratoriumexperimenten zijn geëindigd als “hopeloze mislukkingen.” De informatiebarrière heeft “superastronomische proporties” en kan simpelweg alleen overwonnen worden door een wonder.

“De transformatie van een verzameling op meest geschikte biologische monomeren (bijv. aminozuren, nucleotiden) tot een primitieve levende cel die in staat is verder te evolueren, lijkt een informatiebarrière van superastronomische proporties te moeten overwinnen, een gebeurtenis die niet kan plaatsvinden binnen het tijdsbestek van de aarde, tenzij we geloven we in een wonder. Alle laboratoriumexperimenten die een dergelijke gebeurtenis probeerden te simuleren, hebben tot nu toe geleid tot hopeloze mislukkingen.”

Diversiteit van het leven

Maar de oorsprong van het leven is slechts het begin van de problemen van de evolutie. Want de wetenschap lijkt er nu op te wijzen dat evolutie niet in staat is de diversiteit van het leven en al zijn ontwerpen te creëren.

“Voordat de uitgebreide sequentiebepalingen van DNA beschikbaar kwamen, zou het redelijk geweest kunnen zijn om te speculeren dat willekeurige kopieerfouten in een gensequentie na verloop van tijd zouden kunnen leiden tot het ontstaan van nieuwe eigenschappen, bouwplannen en nieuwe levensprocessen die de hele evolutie zouden kunnen verklaren. Maar de gegevens die we hebben besproken, dagen deze visie uit. Dit suggereert dat de Cambrische explosie van meercellig leven, die 0,54 miljard jaar geleden plaatsvond, heeft geleid tot een plotselinge opkomst van in principe alle genen die vervolgens herschikt werden in een buitengewoon breed scala van meercellige levensvormen – beerdiertjes, inktvissen, octopussen, fruitvliegjes, mensen – om er maar een paar te noemen.”

Zoals een van de auteurs schrijft: “de complexiteit en verfijning van het leven kan niet uit (niet-biologische) materie ontstaan, in geen enkel scenario, in geen grootte van ruimte en tijd, hoe onmetelijk ook.” Zie bijvoorbeeld de octopus.

Octopus

Ten eerste is de octopus een voorbeeld van nieuwe, complexe kenmerken die plots verschijnen en een breed scala aan genen zonder duidelijke voorouders:

“Zijn grote hersenen en verfijnde zenuwstelsel, camera-achtige ogen, flexibele lichamen, ogenblikkelijke camouflage via het vermogen om van kleur en vorm te veranderen, zijn slechts enkele van de opvallende kenmerken die plotseling op het evolutionaire toneel verschijnen. De transformatiegenen die leiden van de veronderstelde voorouderlijke Nautilus (verwante van Nautilus pompilius) tot de algemene Zeekat (Sepia officinalis) tot de pijlinktvis (Loligo vulgaris) tot de gewone octopus (Octopus vulgaris) zijn niet gemakkelijk te vinden in een voorafgaande levensvorm.”

Maar het wordt erger. Zoals in Darwin’s God is uitgelegd2, hebben de cephalopoden een zeer uniek niveau van adenosine-inosine-mRNA sturing. Dit is ook weer een treffend voorbeeld van afstammingsspecifiek ontwerp, dat volkomen in tegenspraak is met macroevolutie:

“Deze gegevens tonen uitgebreide evolutionair geconserveerde adenosine-naar-inosine (A-naar-I) mRNA volgorde, in bijna elk voor eiwit coderend gen in de gedragscomplexe coleoid cephalopoden (in het bijzonder octopus), maar niet in nautilus. Dit enorme kwalitatieve verschil in Cephalopod-eiwit dat A-naar-I mRNA hercodeert, in vergelijking met nautilus en andere ongewervelde en gewervelde dieren, is verbazingwekkend. Bij transcriptoom-brede overzichten heeft slechts 1-3% van van Drosophila en menselijk eiwit coderende mRNA’s een A-naar-I hercoderingsvolgorde; en er zijn slechts ongeveer 25 menselijke mRNA’s die een geconserveerde bij zoogdieren voorkomende A-naar-I-hercoderingsplaats bevatten. In Drosophila-lijnen zijn er ongeveer 65 geconserveerde A-plaatsen in eiwitcoderende genen geïdentificeerd en in C. elegans slechts enkele, die de hypothese ondersteunen dat A-naar-I RNA-sturende hercodering meestal neutraal, nadelig of zelden adaptief is. Toch is het in pijlinktvis en in het bijzonder octopus de norm, met bijna elk eiwit coderend gen met een evolutionair geconserveerde A-naar-I mRNA sturende isovorme plaats, resulterend in een niet-synonieme aminozuur verandering. Dit is een virtuele kwalitatieve sprong in moleculair genetische strategie in een veronderstelde soepele en groeiende evolutionaire lijn – een soort plotselinge “grote sprong voorwaarts.”

Tenzij alle nieuwe genen die in de pijlinktvis/octopus-lijnen tot uitdrukking komen, voortkomen uit eenvoudige mutaties van bestaande genen in de inktvis of in andere organismen die dezelfde habitat delen, is er beslist geen manier waarmee deze grote kwalitatieve overgang in A-naar-I mRNA kan worden verklaard door conventionele neo-darwinistische processen, zelfs als horizontale genoverdracht is toegestaan.

Lamarck

Voor evolutionisten in de twintigste eeuw was de Lamarckiaanse overerving een anathema. Elke evolutionist wist dat de overerving van verworven eigenschappen in hetzelfde vakje zat als de platte aarde en het geocentrisme in de historie van de ideeën. De veroordeling van Lamarck was echter meer gedreven door dogma dan door gegevens, en vandaag heeft de evidentie eindelijk de evolutietheorie overwonnen.

“Er is inderdaad veel hedendaagse discussie, observatie en kritische analyse in overeenstemming met deze positie onder leiding van Corrado Spadafora, Yongsheng Liu, Denis Noble, John Mattick en anderen, dat ontwikkelingen zoals Lamarckiaanse overervings pocessen (zowel directe DNA-modificaties als indirecte, namelijk epigenetische, transmissies) in evolutionaire biologie en aangrenzende velden nu een volledige herziening vereisen van de standaard neo-Darwinistische evolutietheorie of ‘Nieuwe synthese’ die ontstond in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw.”

Inderdaad, kennen we nu een “overvloed aan adaptieve Lamarckiaanse overervingsmechanismen.”

Er is natuurlijk niets nieuws in dit artikel. We hebben deze, en vele, vele andere weerleggingen van de evolutietheorie al eens besproken. Maar toch is dit artikel belangrijk omdat het in een peer-reviewed tijdschrift verschijnt. Wetenschap is, als er iets is, conservatief. Het is niet eenvoudig “volg de gegevens,” tenminste niet voordat het OK wordt om dit te doen. Er staan carrières en reputaties op het spel. En natuurlijk is er ook nog de religie. Geloof stuurt de wetenschap, en daar draait het om.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website Darwin’s God. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. Steele, Edward J., et al. (2018) Cause of Cambrian Explosion – Terrestrial or Cosmic?, (https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0079610718300798).
  2. http://darwins-god.blogspot.com/2017/04/massive-rna-editing-and-octopus.html

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. C.G. Hunter heeft een Ph.D. in Biophysics and Computational Biology van de University of Illinois. Hij is momenteel adjunct professor science and religion aan Biola University.