Enige jaren geleden heeft men de vormingsduur van de Nusplinger platenkalk berekend door vergelijking met de vormingsduur van kalk in de huidige wateren. Nu blijkt dat de Nusplinger platenkalk voornamelijk gevormd werd door kalkskelet dragende goudalgen, die tegenwoordig nog bestaan. Wanneer de tegenwoordig levende Emiliania Huxleyi van voldoende voedingsstoffen voorzien wordt, dan kan zij in slechts tien dagen 0,5 – 1 cm kalksediment produceren. Nieuwe inzichten over micro-evolutionaire soortvorming tonen bovendien, dat de soortenrijkdom van de fossiele zeedieren in de Nusplinger platenkalk zou kunnen ontstaan in enkele tientallen jaren.

Cycnorhamphus_suevicus_nusplingen.wikipedia

Snelle kalkvorming

De Nusplinger platenkalk bestaat voornamelijk uit de kalkschaaltjes  van goudalgen (Coccolithophorida). Deze in de zee zwevende piepkleine algen (nanoplankton) scheiden een “pantser” van ringvormige kalkschaaltjes (Coccolieten) uit. De goudalgen vormden de voedingsbodem van de in het water zwevende kleine zeeleliën (Saccocoma). Min of meer vergane kleine zeeleliën zitten fijn verdeeld in de Nusplinger platenkalk, terwijl hun restanten een hoofdbestanddeel vormen in de dikke lagen. De kleine zeeleliën konden zich bij voldoende voedingsaanbod massaal vermeerderen en dienden verscheidene ammonietensoorten tot voeding. Deze drie levensvormen (goudalgen, kleine zeeleliën en ammonieten) vormden een belangrijke voedselketen. Goudalgen en kleine zeeleliën waren massaal aanwezig en werden gesteentevormers, terwijl de ammonieten de veruit talrijkste ongewervelde fossielen zijn in de Nusplinger platenkalk.1 De sedimentatie snelheid in de Nusplinger platenkalk was zo groot, dat belemnieten scheef of zelfs loodrecht ingebed konden worden. In verschillende leisteenlagen zijn dode vissen ingebed, die eveneens zeer snel begraven werden Zo snel, dat ze niet konden ontbinden.

Gigantische algenbloei

Huidige goudalgen ontwikkelen in de zomer in koelere zeeregionen zogenoemde algenbloei en kunnen hierbij een zeeoppervlak van 100.000 km2 bedekken. Van algenbloei spreekt men bij meer dan 1.000 cellen per milliliter water. Onder deze omstandigheden verdubbelen zich de algen ongeveer elke 8,5 uur. In extreme omstandigheden kan zulke algenbloei een oppervlak ter grootte van Engeland bedekken en hierbij ruim 100 ton kalk produceren.

Algenbloei_Atlantische_Oceaan.95stellingen

Snelle soortenvorming

De enige organismen die zich in het Nusplinger platenkalk over verschillende lagen gestaag veranderen, zijn de ammonieten. Naar men zegt zou de micro-evolutionaire ontwikkeling van de ammonieten van laag tot laag in het verleden veel langzamer zijn verlopen dan dat bij de tegenwoordig levende soorten bekend is.

De studies, die de bioloog David Reznick en zijn team aan kleine vissen (guppy’s – Poecilia reticulata)  uit roofdierrijke en roofdierarme wateren heeft uitgevoerd, tonen reeds na 18 generaties selectief bewerkte uiterlijke veranderingen.2 Daarmee hebben zij zich tot 10 miljoen maal sneller ontwikkeld, dan beweerd werd vanuit de fossielenreeks. Snelle vorming van soorten werd ook bij (enorme) milieuvervuiling vastgesteld. Bijvoorbeeld bij planten die zich bevinden op mijnstortplaatsen, die met zware metalen verontreinigd zijn3, of bij muizen die blootgesteld waren aan milieugevaarlijke stoffen.4

Een ander voorbeeld voor micro-evolutionaire ontwikkeling zijn de soortenrijke cichliden (bonte baarzen) fauna in het Malawi meer, die in de afgelopen tijd van slechts 200 jaar zijn ontstaan. Daaraan hebben verstoorde milieu omstandigheden zoals de aantoonbare periode van uitdroging van het meer bijgedragen, waarbij de veelsoortige selectiedruk op basissoorten met zeer veelzijdig erfmateriaal (genetische veelzijdigheid) tot steeds meer nieuwe soorten leidde.5

Voetnoten

  1. Manfred Stephan, Zur Bildungsdauer des Nusplinger Plattenkalks, Studium Integrale, April 2003, p. 12-20, http://www.wort-und-wissen.de/index2.php?artikel=sij/sij101/sij101-2.html
  2. David N. Reznick, Frank H. Shaw, F. Helen Rodd und Ruth G. Shaw, Evaluation of the rate of evolution in natural populations of guppies (Poecilia reticulata), Science 275, 28 maart 1997, p. 1934-1937.
  3. Reinhard Junker, Prozesse der Artbildung, in S. Scherer (HG)´s “Typen des Lebens”, Berlin, 1993, p. 31-45.
  4. Silvia Garagna, Maurizio Zuccotti, Carlo Alberto Redi und Ernesto Capanna, Trapping speciation, Nature 390, 20. November 1997, p. 241-242.
  5. J. Fehrer, Explosive Artbildung bei Buntbarschen der ostafrikanischen Seen, Studium Integrale 1997/4, p. 51-55.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.

3 Comments

Peter

De relevante publicatie is: Bantel et al (1999) Mikrofazies, Mikro- und Nannofossilien aus dem Nusplinger Plattenkalk (Ober-Kimmeridgium, Schwäbische Alb). Stuttgarter Beitr. Naturk. Ser. B Nr.279 55 S.,12Taf., 5 Abb.,2 Tab. Stuttgart, 30. 12. 1999, en zegt: “Eine Zeitdauer für die Ablagerung des Nusplinger Plattenkalks läßt sich nicht exakt angeben. Abgesehen vom untersten Profilabschnitt unterlag die Ammonitenfauna keinen erkennbaren evolutiven Veränderungen und kann einem einzigen Faunen horizont (hoelderi-Horizont) zugerechnet werden. Die Dauer eines solchen Faunenhorizonts beträgt im Durchschnitt etwa 80000–100000 Jahre (CALLOMON 1995). Dabei muß aber im konkreten Fall berücksichtigt werden, daß der nächstjüngere Faunenhorizont keine zeitliche Eingrenzung zuläßt, da Schichten dieses Abschnitts bei Nusplingen bereits abgetragen sind. Die Sedimentationsdynamik spricht für eine sehr rasche Sedimentation einzelner Abschnitte, und zwar sowohl für den Plattenkalk als auch erst recht für die Eventlagen (Turbidite). Es muß allerdings auch immer wieder zu längeren Sedimentationsunterbrechungen gekommen sein, die in Gestalt von Trennflächen (Diagenese-Erscheinung) überliefert sind. Viele dieser Trenn- flächen dürften allerdings nur verhältnismäßig kurze Zeit den Meeresboden gebildet haben. In solchen Fällen sind beispielsweise oberflächliche Spuren wie Serpentichnoides, Telsonichnus, Kouphichnium (SCHWEIGERT 1997) und eine noch unbeschriebene Schwimmspur eines Fisches (Undichna n. ichnosp.) erhalten geblieben. Da es in der relativ abgeschlossenen, von Bodenströmungen praktisch freien Plattenkalkwanne (abgesehen von den steilen Rändern) zu keinen nennenswerten Erosionen gekommen sein kann, erscheint eine erheblich kürzere Sedimentationsdauer in der Größenordnung von nur wenigen tausend Jahren realistischer.” Het blijkt dat het om kortdurende afzetting is gegaan, zonder dat er soortvorming is opgetreden

Reply
Hetty Dolman

“De enige organismen die zich in het Nusplinger platenkalk over verschillende lagen gestaag veranderen, zijn de ammonieten. Naar men zegt zou de micro-evolutionaire ontwikkeling van de ammonieten van laag tot laag in het verleden veel langzamer zijn verlopen dan dat bij de tegenwoordig levende soorten bekend is.”

Volgens mij bestaan er al vrij lang geen levende soorten ammonieten meer.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Ammonieten_(dieren)

Verder heb ik eerlijk gezegd geen idee wat hier het punt is tegen evolutie.

Reply
Peter

Merk op: de publicatie zegt: “die Ammonitenfauna keinen erkennbaren evolutiven Veränderungen” dus het verdere verhaal over soortvorming is niet relevant voor de Nusplinger platenkalk. Deze Nusplinger platenkalk is afgezet in zee in een tropische lagune. Het beest op het plaatje is Cycnorhamphus suevicus, Weißer Jura, ca. 150 Mill. Jahre, Nusplingen, als op https://de.wikipedia.org/wiki/Nusplingen#Nusplinger_Plattenkalk, van de uitgestorven groep pterodactylen. De stelling wordt gebracht als iets tegen evolutie. Dat zou ik verwachten dat er een alternatieve uitleg volgt, hoe fijngelaagde afzettingen uit een tropische lagune met languitgestorven beesten als ammonieten en pterodactylen in Zuid-Duitsland terecht komen in een zondvloedscenario. Het moet duidelijk na de zondvloed zijn, want anders krijg je geen fijngelaagde afzettingen, maar eerst was er toen toch een ijstijd? Wanneer was Zuid-Duitsland volgens het zondvloedscenario tropisch?

[Noot van de redactie: Beste Peter, jouw reactie op het artikel ‘snelle erosie’ hebben wij verwijderd. Reclame maken voor een boek zonder een verband aan te tonen met het artikel mag je van ons doen op een eigen blog of website. Via bijv. blogspot of wordpress is het eenvoudig om een eigen blog te starten. Het is natuurlijk toegestaan om met het boek in de hand een inhoudelijke reactie te geven en dan het boek te gebruiken als verwijzing.]

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over