Nusplinger platenkalk

by | feb 20, 2017 | Biologie, Geologie, Onderwijs

Enige jaren geleden heeft men de vormingsduur van de Nusplinger platenkalk berekend door vergelijking met de vormingsduur van kalk in de huidige wateren. Nu blijkt dat de Nusplinger platenkalk voornamelijk gevormd werd door kalkskelet dragende goudalgen, die tegenwoordig nog bestaan. Wanneer de tegenwoordig levende Emiliania Huxleyi van voldoende voedingsstoffen voorzien wordt, dan kan zij in slechts tien dagen 0,5 – 1 cm kalksediment produceren. Nieuwe inzichten over micro-evolutionaire soortvorming tonen bovendien, dat de soortenrijkdom van de fossiele zeedieren in de Nusplinger platenkalk zou kunnen ontstaan in enkele tientallen jaren.

Cycnorhamphus_suevicus_nusplingen.wikipedia

Snelle kalkvorming

De Nusplinger platenkalk bestaat voornamelijk uit de kalkschaaltjes  van goudalgen (Coccolithophorida). Deze in de zee zwevende piepkleine algen (nanoplankton) scheiden een “pantser” van ringvormige kalkschaaltjes (Coccolieten) uit. De goudalgen vormden de voedingsbodem van de in het water zwevende kleine zeeleliën (Saccocoma). Min of meer vergane kleine zeeleliën zitten fijn verdeeld in de Nusplinger platenkalk, terwijl hun restanten een hoofdbestanddeel vormen in de dikke lagen. De kleine zeeleliën konden zich bij voldoende voedingsaanbod massaal vermeerderen en dienden verscheidene ammonietensoorten tot voeding. Deze drie levensvormen (goudalgen, kleine zeeleliën en ammonieten) vormden een belangrijke voedselketen. Goudalgen en kleine zeeleliën waren massaal aanwezig en werden gesteentevormers, terwijl de ammonieten de veruit talrijkste ongewervelde fossielen zijn in de Nusplinger platenkalk.1 De sedimentatie snelheid in de Nusplinger platenkalk was zo groot, dat belemnieten scheef of zelfs loodrecht ingebed konden worden. In verschillende leisteenlagen zijn dode vissen ingebed, die eveneens zeer snel begraven werden Zo snel, dat ze niet konden ontbinden.

Gigantische algenbloei

Huidige goudalgen ontwikkelen in de zomer in koelere zeeregionen zogenoemde algenbloei en kunnen hierbij een zeeoppervlak van 100.000 km2 bedekken. Van algenbloei spreekt men bij meer dan 1.000 cellen per milliliter water. Onder deze omstandigheden verdubbelen zich de algen ongeveer elke 8,5 uur. In extreme omstandigheden kan zulke algenbloei een oppervlak ter grootte van Engeland bedekken en hierbij ruim 100 ton kalk produceren.

Algenbloei_Atlantische_Oceaan.95stellingen

Snelle soortenvorming

De enige organismen die zich in het Nusplinger platenkalk over verschillende lagen gestaag veranderen, zijn de ammonieten. Naar men zegt zou de micro-evolutionaire ontwikkeling van de ammonieten van laag tot laag in het verleden veel langzamer zijn verlopen dan dat bij de tegenwoordig levende soorten bekend is.

De studies, die de bioloog David Reznick en zijn team aan kleine vissen (guppy’s – Poecilia reticulata)  uit roofdierrijke en roofdierarme wateren heeft uitgevoerd, tonen reeds na 18 generaties selectief bewerkte uiterlijke veranderingen.2 Daarmee hebben zij zich tot 10 miljoen maal sneller ontwikkeld, dan beweerd werd vanuit de fossielenreeks. Snelle vorming van soorten werd ook bij (enorme) milieuvervuiling vastgesteld. Bijvoorbeeld bij planten die zich bevinden op mijnstortplaatsen, die met zware metalen verontreinigd zijn3, of bij muizen die blootgesteld waren aan milieugevaarlijke stoffen.4

Een ander voorbeeld voor micro-evolutionaire ontwikkeling zijn de soortenrijke cichliden (bonte baarzen) fauna in het Malawi meer, die in de afgelopen tijd van slechts 200 jaar zijn ontstaan. Daaraan hebben verstoorde milieu omstandigheden zoals de aantoonbare periode van uitdroging van het meer bijgedragen, waarbij de veelsoortige selectiedruk op basissoorten met zeer veelzijdig erfmateriaal (genetische veelzijdigheid) tot steeds meer nieuwe soorten leidde.5

Voetnoten

  1. Manfred Stephan, Zur Bildungsdauer des Nusplinger Plattenkalks, Studium Integrale, April 2003, p. 12-20, http://www.wort-und-wissen.de/index2.php?artikel=sij/sij101/sij101-2.html
  2. David N. Reznick, Frank H. Shaw, F. Helen Rodd und Ruth G. Shaw, Evaluation of the rate of evolution in natural populations of guppies (Poecilia reticulata), Science 275, 28 maart 1997, p. 1934-1937.
  3. Reinhard Junker, Prozesse der Artbildung, in S. Scherer (HG)´s “Typen des Lebens”, Berlin, 1993, p. 31-45.
  4. Silvia Garagna, Maurizio Zuccotti, Carlo Alberto Redi und Ernesto Capanna, Trapping speciation, Nature 390, 20. November 1997, p. 241-242.
  5. J. Fehrer, Explosive Artbildung bei Buntbarschen der ostafrikanischen Seen, Studium Integrale 1997/4, p. 51-55.
M
"

Artikelen

Artikelen