Zijn er nutteloze organen?

by | mrt 5, 2024 | 06. Biologie, Evolutie, Logos Basics

Zijn er ‘nutteloze organen’ en bewijzen die een evolutionaire geschiedenis?

In hoofdstuk 7 van het boek Hoe bestaat het! gaan de auteurs in op vragen die te maken hebben met overeenkomsten tussen organismen. Pleiten zulke overeenkomsten voor het bestaan van een gemeenschappelijke voorouder? In het eerste deel stonden we stil bij overeenkomsten tussen het DNA van de mens en dat van de chimpansee. Het tweede deel keek naar de ontwikkeling van het menselijk embryo en de vraag of die door allerlei dierlijke stadia heengaat? Je gaat nu ontdekken of ons lichaam nutteloze dierlijke overblijfselen (organen) bevat en in het laatste deel brengen we een bezoek aan vermeende familieleden: de ‘aapmens’.

Zijn er nutteloze organen? Evolutionisten beweren dikwijls dat zaken als de kleine vleugels van loopvogels, de tenen van een varken, tepels bij mannen, het spijsverteringssysteem van konijnen, hagedissen zonder poten, de blindedarm bij de mens en het heupbeen bij walvissen nutteloos zijn en geen functie hebben. Ze beweren dat deze eigenschappen ‘overblijfselen van de evolutie’ zijn, en bewijsmateriaal voor evolutie. Dit argument is gebaseerd op de zogenaamde ‘rudimentaire organen’, maar is een oud en ongeldig argument voor evolutie:

  • Ten eerste is het onmogelijk te bewijzen dat een orgaan nutteloos is, omdat altijd de mogelijkheid bestaat dat het nut ervan in de toekomst wordt ontdekt. Dat is ook zo gegaan met meer dan honderd vermeende rudimentaire organen in de mens, waarvan in het verleden werd beweerd dat ze nutteloos waren, maar waarvan nu bekend is dat ze essentieel zijn.
  • Ten tweede, zelfs als het vermeende rudimentaire orgaan niet langer nodig zou zijn, zou dat een bewijs zijn van ‘devolutie’ (‘degeneratie’), niet van evolutie. Op basis van het scheppingsmodel zouden we na de zondeval ook een verslechtering kunnen verwachten van de oorspronkelijk volmaakte schepping. Maar de evolutie van molecuul tot mens behoort voorbeelden te kunnen tonen van ontluikende organen; dat wil zeggen, organen die nog toenemen in complexiteit, die zich als het ware nog moeten ontplooien.

Vleugels van loopvogels een voorbeeld van ‘nutteloze organen’?

Er zijn minstens twee mogelijkheden te noemen waarom loopvogels, zoals de struisvogel en de emoe, vleugels hebben:

  1. De vleugels zijn inderdaad ‘overbodig’ geworden en een overblijfsel van vogels die oorspronkelijk wel konden vliegen. Dit zou in overeenstemming kunnen zijn met het scheppingsmodel. Verlies van eigenschappen door natuurlijke processen is relatief eenvoudig. Aan de andere kant is het verwerven van nieuwe eigenschappen onmogelijk, omdat hiervoor specifieke nieuwe DNA-informatie nodig zou zijn. Een voorbeeld is het vermoedelijke verlies van vleugels bij een bepaalde keversoort die een winderig eiland koloniseerde. Maar nogmaals: dit is een verlies van genetische informatie, en dus geen bewijs voor evolutie van ‘microbe tot mens’, waarvoor massa’s nieuwe genetische informatie nodig zijn.1
  2. De vleugels hebben wel een functie. Enkele mogelijke functies van de vleugels zijn, afhankelijk van de soort: balanceren tijdens het rennen, koelen bij warm weer, verwarmen bij koud weer, beschermen van de ribbenkast bij vallen, paringsrituelen, afschrikken van roofdieren, beschermen van kuikens (een emoe zal om zijn jongen te beschermen, op een mogelijke aanvaller afrennen met open bek en fladderende vleugels) enzovoort. Daarbij komt nog de vraag waarom de spieren dan wel functioneel zijn, terwijl de vleugels nutteloos zouden zijn. Want het zijn toch de spieren die het mogelijk maken dat de vleugels bewegen?
Emoe

De vleugels van de emoe zijn niet nutteloos.

Varkens met twee tenen die de grond niet raken?

Betekent dit dat de kortere tenen van een varken geen functie hebben? Helemaal niet. Varkens vertoeven een groot deel van hun tijd in waterige en modderige omstandigheden, bijvoorbeeld om af te koelen. De extra tenen maken het hoogstwaarschijnlijk gemakkelijker om in de modder te lopen (vergelijk het maar met de extra wielen op vrachtwagens die pas gebruikt worden bij zware lasten). Misschien bieden de spieren die verbonden zijn met de extra tenen stevigheid aan de enkel van het varken.

Waarom hebben mannen tepels?

Mannen beschikken over tepels als gevolg van het gemeenschappelijke ‘bouwplan’ aan het begin van de embryonale ontwikkeling. De vorming van het embryo begint met eigenschappen die gemeenschappelijk zijn voor zowel man als vrouw, een duidelijk voorbeeld van ‘efficiënt ontwerp’. De tepels zijn een onderdeel van dit efficiënte ontwerp. Bovendien is, zoals Bergman en Howe2 laten zien, de bewering dat tepels bij een man nutteloos zijn zeer discutabel. Wat is overigens de evolutionistische verklaring voor de tepel? Zijn mannen geëvolueerde (gedevolueerde?) vrouwen? Of zoogde de voorouderlijke man de baby? Er zal geen evolutionist zijn die dit verkondigt. De tepels zijn geen bewijsmateriaal voor evolutie en geen bewijsmateriaal tegen schepping.

Waarom functioneert het spijsverteringskanaal van konijnen zo slecht dat ze hun eigen ontlasting moeten opeten?

Dit is een belachelijke vraag. Als we diersoorten zouden moeten aanwijzen die op aarde het meest succesvol zijn, dan hoort het konijn zeker in dat rijtje thuis! De leefwijze van het konijn is overduidelijk zeer efficiënt, gezien het nageslacht dat één ouderpaartje kan voortbrengen. Het feit dat wij mensen het eten van de ontlasting weerzinwekkend vinden, betekent nog niet dat het inefficiënt is voor het konijn3!

Konijn

Sceptici hebben beweerd dat het konijn slecht is ontworpen. Toch is het een van de meest succesvolle dieren met betrekking tot de voortplanting.

Konijnen beschikken over een speciaal deel van de darm dat we de ‘caecum’ noemen.4 De caecum bevindt zich aan het begin van de dikke darm en bevat bacteriën die helpen bij de spijsvertering, met een vergelijkbare rol als de bacteriën in de pens van runderen en schapen. Konijnen herkauwen inderdaad hun uitwerpselen. Het is te vergelijken met de wijze waarop runderen en schapen herkauwen. Het konijn produceert twee soorten keuteltjes: een harde en een speciale zachte die uit de caecum komt. Enkel de laatste soort wordt gegeten speciaal om het dieet te verrijken met voedingsstoffen die worden geproduceerd in de caecum.

Ontworpen eigenschap

Met andere woorden, deze mogelijkheid moet worden gezien als een ontworpen eigenschap; het is niet iets dat het konijn heeft geleerd om te doen omdat het spijsverteringsstelsel slecht functioneerde. Het maakt deel uit van de verscheidenheid in ontwerp. Dit pleit voor schepping in plaats van voor evolutie. Sceptici hebben betoogd dat de Bijbel het bij het verkeerde eind heeft door te zeggen dat hazen ‘herkauwen’ (Lev. 11:6). In de oorspronkelijke tekst in het Hebreeuws staat: ‘naar boven werken wat was doorgeslikt’. Het konijn eet inderdaad opnieuw wat al eens was doorgeslikt, namelijk de deels verteerde keutels. De kritiek van sceptici is dus onterecht.

Hagedissen zonder poten

Het is heel goed mogelijk dat er hagedissen zonder poten zijn ontstaan door verlies van genetische informatie van een oorspronkelijk geschapen soort. De bouw van het lichaam is in overeenstemming met die gedachte. Het ‘verlies’ van structuren is niet iets waar evolutionisten heel blij van worden. Zij moeten immers een mechanisme vinden dat nieuwe structuren kan maken, niet een mechanisme dat bouwstructuren verliest. Verlies van informatie kan niet verklaren hoe een amoebe zich tot een mens ontwikkelde. Genesis 3:14 suggereert dat slangen ooit poten hadden.5

Aanpassing en natuurlijke selectie zijn feiten uit de biologie, maar evolutie ‘van amoebe naar mens’ is dat niet. Natuurlijke selectie kan alleen plaatsvinden op de reeds aanwezige genetische informatie die in een populatie organismen voorkomt. Natuurlijke selectie kan geen nieuwe informatie opleveren. Er zijn geen reptielen bekend die genetische informatie bevatten voor veren. Geen enkele mate van natuurlijke selectie kan dus een gevederd reptiel opleveren. Mutaties in de genen kunnen slechts de bestaande structuren aanpassen of verwijderen. Ze kunnen geen nieuwe structuren aanmaken. Als een hagedis met korte poten of zonder poten in een bepaalde leefomgeving beter in staat is om te overleven, zullen de exemplaren met deze eigenschap eruitspringen en worden geselecteerd.

Devolutie

Welbeschouwd zou dit devolutie, geen evolutie genoemd moeten worden. Snelle, kleine veranderingen in de lengte van de ledematen zijn mogelijk, zoals is aangetoond door Losos e.a.6 in onderzoek op de Bahamaeilanden. De veranderingen vonden veel sneller plaats dan evolutionisten ooit voor mogelijk hadden gehouden. Aan dergelijke veranderingen komt geen nieuwe genetische informatie te pas en zij bieden ook geen ondersteuning voor de gedachte van evolutie van microbe tot mens. Wat dit wel laat zien, is hoe snel dieren zich hebben kunnen aanpassen aan andere leefmilieus na de zondvloed.

De appendix van de mens

Blinde darm

De blindedarm beschermt de dunne darm tegen de bacteriën in de dikke darm. dikke darm dunne darm appendix

Het is bekend dat de appendix (blindedarm) van de mens lymfatisch weefsel bevat en een functie heeft bij de controle van bacteriën die de darmen binnenkomen. Die rol is vergelijkbaar met de werking van de amandelen, aan het begin van het spijsverteringskanaal. Daarvan is inmiddels bekend dat ze helpen bij de strijd tegen keelinfecties. Ook van amandelen werd ooit gedacht dat het nutteloze organen waren.7, 8, 9

Een rudimentaire staart?

In het eerdergenoemde citaat uit het nog steeds gebruikte Nederlandse biologieboek staat ook dat het menselijk embryo in een vroeg stadium een staart zou hebben. Evolutionisten beweren soms dat het staartbeen een rudimentair overblijfsel is van de staart die onze aapachtige voorouder zou hebben gehad. Het staartbeen is echter helemaal geen rudimentair orgaan, maar speelt een belangrijke rol bij de bescherming van de organen, bij de stoelgang en bij het persen tijdens een bevalling. Het is helemaal geen staart en zeker niet nutteloos (zie voetnoot 2).

Heupbeen bij walvissen

Sommige evolutionisten beweren dat de heupbeenderen laten zien dat walvissen afstammen van landdieren. Bergman en Howe (zie voetnoot 2) hebben er echter op gewezen dat de beenderen van mannelijke en vrouwelijke walvissen van elkaar verschillen. Ze zijn absoluut niet nutteloos, maar spelen een belangrijke rol bij de voortplanting (het paren).10

Tanden bij embryo’s van baleinwalvissen

Evolutionisten beweren dat de embryo’s van baleinwalvissen laten zien dat ze geëvolueerd zijn uit walvissen met tanden. Maar ze geven geen enkele verklaring waarom die ontwikkeling heeft plaatsgevonden, waarbij een uitermate goed werkend systeem van tanden vervangen is door een heel ander systeem met baleinen. Bovendien hebben de tanden bij het embryo een duidelijke functie: ze geleiden als het ware de juiste vorming van de gigantische kaken. Zoals de evolutionist Scadding al zei: ‘Rudimentaire organen zijn geen bewijsmateriaal voor de evolutietheorie.11

Lees verder in het laatste deel

Voetnoten

  1. C. Wieland, ‘Beetle blooper, even a defect can be an advantage sometimes’, in: Creation 19/3 (1997), p. 30; www.scheppingofevolutie.nl/art_kever.htm.
  2. J. Bergman en G. Howe, ‘Vestigial organs’ are Fully Functional, Creation Research Society Books, Terre Haute, Indiana, 1990, Creation Research Society Monograph No. 4.
  3. Dit geldt ook voor de andere haasachtigen.
  4. De caecum of blindedarm is bij haasachtigen zeer groot.
  5. C. Brown, ‘The origin of the snake (letter)’ in: Creation Research Society Quarterly 26, p. 54. Brown suggereert dat de varaan mogelijk de voorloper van de slang is geweest.
  6. J.B. Losos, K.I. Warheit en T.W. Schoener, ‘Adaptive differentiation following experimental island colonization in anolis lizards’ in: Nature 387 (1997), p. 70-73. Zie opmerkingen door T.J. Case, Nature 387, p. 15-16, en Creation 19/4, p. 9.
  7. K. Ham en C. Wieland, ’Your appendix… it’s there for a reason’, Creation 20/1 (1997), p. 41-43.
  8. J.W. Glover, ’The human vermiform appendix – a general surgeon’s reflections’, Journal of Creation 3 (1988), p. 31-38.
  9. Ook in Nederlandse biologieboeken worden bijvoorbeeld het stuitbeentje en de appendix nog steeds als rudimentaire organen genoemd. Bijvoorbeeld Biologie voor jou, vmbo 3, deel 1, 5e druk, Malmberg.
  10. Zie C. Wieland, ’The strange tale of the leg on a whale’, in: Creation 20/3 (1998), p. 10- 13.
  11. S.R. Scadding, ’Do vestigial organs provide evidence for evolution?’ in: Evolutionary Theory 5 (1981), p. 173-176.

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!