Vraag

Aan prof. dr. M.J. Paul. Ik heb uw boek “Oorspronkelijk, overwegingen bij schepping en evolutie”1 (nog) niet gelezen. Wel las ik een aantal recensies over het boek, waardoor de belangstelling er voor is ontstaan. In één van de recensies las ik dat u de twee ogenschijnlijk verschillende scheppingsverhalen uit Genesis niet behandeld heeft in uw boek. Ik weet niet of dit klopt, maar zou u via deze vragenrubriek kunnen schrijven waarom deze twee verhalen niet tegenstrijdig zijn aan elkaar?

Antwoord

Beste vraagsteller,

De opmerking van de recensent klopt niet, aangezien ik in een boek over de schepping uiteraard vrij uitvoerig inga op Genesis 1-3 en op allerlei opvattingen hierover. Dit gebeurt vooral in hoofdstuk 6. Op pagina 133 noem ik de benadering dat Genesis 1 en Genesis 2-3 met elkaar vergeleken worden en de verschillen benadrukt worden. Daar tegenover stel ik de compositie van het boek Genesis aan de orde en ook het punt hoe beide scheppingsverhalen zich tot elkaar verhouden.

Het is van belang dat in het boek Genesis elf keer een formule met het woord “toledoot” voorkomt. In hoofdstuk 1 lezen we over de schepping van hemel en aarde. Daarmee heeft God een begin gesteld. Nu vraagt de schrijver zich af: hoe ontwikkelde zich dat? Wat kwam er uit voort in de historie? Daarom schrijft hij: “Dit is de toledoot van de hemel en de aarde” (2:4). Het gaat niet om de wordingsgeschiedenis van hemel en aarde, want die is al besproken, maar om de kwestie: wat kwam er van de hemel en de aarde terecht? Hoe ging het verder? In de beantwoording wordt de blik naar de mens gericht (Gen. 2-3). De plaats van de mens in het paradijs en zijn opstand tegen God komen aan de orde. In hoofdstuk 4 staat de strijd tussen Kaïn en Abel. Kaïn wordt vervangen door Lamech met zijn lied van de wraak; Abel wordt vervangen door Seth. Dit is er terecht gekomen van de schepping (pag. 138).

De relatie tussen de beide weergaven komt verder naar voren in de paragraaf over “Integraal lezen”. Een citaat daaruit: “Genesis 1 is opgebouwd in een verslag van zeven dagen. Daar presenteert God zich eerst als Elohim (God), vanaf 2:4 als JHWH (HEERE) of in de combinatie JHWH Elohim (HEERE God). De tweede beschrijving van de schepping (Gen. 2:4-3:24) vult de eerste aan. Genesis 1 beoogt een chronologische weergave van de gehele schepping, in de beschrijving van Genesis 2 staan meer details over de schepping van de mens en zijn omgeving, maar is geen scheppingsverhaal in de eigenlijke zin, want de aarde is er al. Een integrale lezing betekent letten op de onderlinge samenhang van deze hoofdstukken. Het is mogelijk te letten op verschillen tussen beide berichten, maar blijkbaar heeft de auteur ze in de compositie van het boek Genesis als aanvullend beschouwd” (p. 139).

In paragraaf 6.5.1 werk ik de verhouding tussen de twee vertellingen verder uit: “De twee vertellingen verhouden zich als twee verschillende perspectieven in een tekening. In Genesis 1:1-2:4a zien we als het ware van opzij de trapsgewijze opbouw van een piramide, terwijl in Genesis 2 het gebouw van boven bezien wordt. Genesis 1 beschrijft de scheppingsdaden van God in de volgorde van hun ontstaan, in een chronologische weergave, van aarde tot mens. Genesis 2 concentreert zich op de schepping van de mens, en geeft een antropocentrische weergave. De schrijver beziet de aarde en tekent in het tweede hoofdstuk hoe de mens in de tuin van Eden geplaatst wordt en hoe het hem daarin vergaat. Het blijkt dat man en vrouw een cruciale rol vervullen in de toekomst van de hemel en de aarde” (p. 157).

Daar geef ik ook een verklaring van het gebruik van de namen van God. Tegenover de klassieke ‘Bronnentheorie’ vormen deze namen juist een argument voor de samenhang van de eerste hoofdstukken.

Op de volgende pagina wordt de uitleg van 2:5 behandeld, omdat vaak gedacht wordt dat dit vers in tegenspraak is met 1:11-12; daar zou het gewas er al wel zijn en in dit vers nog niet. Strikt genomen staat er dat God de mens schiep toen enige speciale planten er nog niet waren. Er waren wel andere bomen en struiken, maar nog niet de gewassen die afhankelijk zijn van regen en van bewerking door de mens. Het gewas om te eten wordt genoemd in 3:18 en is dan aanwezig. De terminologie in 2:5 is anders dan in 1:11-12 en er hoeft dus geen tegenspraak te zijn. Vanuit de veronderstelling dat toch dezelfde planten bedoeld zijn, geef ik ook nog een andere verklaring van deze verzen.

Verder is de vertaling van vers 7 van belang. Daarbij geef ik aan dat beide vertalingen “God schiep” en “God had geschapen” op grond van het Hebreeuws mogelijk zijn. Vanuit de samenhang met Genesis 1 en vanuit de opbouw van de zinnen is duidelijk dat de dieren er eerder waren dan de mens, en dat hier vertaald moet worden “had gemaakt” (zoals de Statenvertaling heeft). Het is onjuist en ook onlogisch hieruit een chronologische volgorde te halen: eerst Adam, dan de dieren en daarna Eva. Zie de toelichting op de pagina’s 161-162.

Mijn conclusie is dat de recensent het boek helaas niet goed gelezen heeft. Bovendien verwijs ik meermalen naar het Bijbelcommentaar Genesis-Exodus, verschenen als deel 1 van de Studiebijbel. In de digitale versie daarvan (sterk uitgebreid in 2016) staat meer te lezen over dit probleem (www.studiebijbel.nl). Daar wordt ook de achtergrond van ‘Bronnentheorie’ behandeld, die er de oorzaak van is dat de eerste hoofdstukken van Genesis beschouwd worden als afkomstig uit verschillende milieus en daardoor ook tegenstrijdigheden kunnen bevatten. Tegenover die fragmentaire benadering is het opmerkelijk dat in joodse en christelijke kring de weergave altijd als aanvullend beschouwd is.

Dit artikel verscheen eerder op de website Refoweb. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. Dit boek wordt ook in onze webshop te koop aangeboden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Mart-Jan Paul

Written by

Dr. M.J. Paul is docent aan de Academie Theologie van de CHE te Ede en hoogleraar Oude Testament aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven. Verder is hij auteur van een groot aantal publicaties op theologisch gebied en redactielid van de twaalfdelige Studiebijbel Oude Testament, die wordt uitgegeven door het Centrum voor Bijbelonderzoek.