De laaggrenzen (de overgang van de ene sedimentlaag naar de volgende) van geologische formaties, die vaak een ouderdomsverschil van duizenden en meer jaren wordt toegeschreven, vertonen in de regel geen of slechts geringe oppervlakte-erosie, bioturbatie of humusvorming. Het is niet voor te stellen, dat het oppervlak van een aardlaag gedurende duizenden jaren onaangetast zou zijn gebleven door weersinvloeden, voor zij door een volgende laag werd overdekt. Daarom moet het grootste deel van de wereldwijde sedimentlagen in dagen, jaren en decennia ontstaan zijn.

Dinosaur footprint Dinosaur footprint

De meeste sedimentlagen zijn schuingelaagd, gesorteerd en/of fossielen bevattend. Voor het ontstaan van deze sedimentlagen zelf kunnen nooit miljoenen jaren  geïnterpreteerd worden. Nu komt de vraag op, hoe groot de tijdsruimten tussen het ontstaan van de ene en de daaropvolgende laag zouden kunnen zijn.

De volgende kentekenen, die alle op een snelle afzetting wijzen, zijn kenmerkend voor de meeste geologische grenslagen:

a)  Onvoldoende geërodeerde oppervlakken Wanneer een oppervlak over langere tijdsperioden aan verwering is blootgesteld, zal zij eroderen. Water en wind vormen door inwerking ongelijkmatige en ingesneden oppervlakken. Hoe langer de inwerking van het weer, des te duidelijker worden de oneffenheden en kloven. Reeds na enkele tientallen jaren vindt men in de regel markante veranderingen aan de oppervlaktes. Hoe kunnen de laaggrenzen in geologische formaties, die zogenaamd een leeftijdsverschil van vele 10.000en jaren aangeven, grotendeels totaal onaangetast zijn gebleven?1

b)  Weinig of geen bioturbatie Op de bodem van de zee of het meer huisvesten zich na enige tijd planten en dieren, die daar hun sporen achterlaten. Wortelvorming van planten, graafsporen van boormossels en andere gravende dieren, wormgaten enzovoorts. Wanneer zo’n oppervlak door sedimenten bedekt wordt, kunnen deze sporen gefixeerd worden. Ontbreken deze sporen, of zijn zij maar spaarzaam voorhanden, dan kan men ervan uitgaan, dat deze lagen snel zijn afgezet.2

c)  Grondvorming Gecompliceerde chemische processen leiden in de loop van honderden jaren tot grondvorming. De sporen van zulke bodemvorming zijn aan het directe aardoppervlak goed vast te stellen, terwijl zich in de diepere geologische lagen nauwelijks de karakteristieke kentekenen van gevormde grond tonen. Omdat er zich in elke vruchtbare grond ijzeroxide bevindt, zou op zijn minst een zwarte of bruine verkleuring zichtbaar moeten zijn. De meeste dieper gelegen lagen moeten blijkbaar zo snel zijn neergeslagen, dat er te weinig tijd voor humusvorming bestond.

d)  Voetsporen van dieren Voetsporen in geologische laaggrenzen vindt men hoofdzakelijk in neerslagen van vulkaanas. Vulkaanas hardt zeer snel uit. Wanneer zij vochtig wordt en door de zon weer gedroogd wordt, verhardt zich het oppervlak en daarmee de voetsporen. Ook in leem, zand en andere weke oppervlakken blijven voetsporen behouden, indien zij met nieuw materiaal overdekt worden. Zelfs wanneer slechts zeer weinig grenslagen voetsporen bevatten, dan mag men ervan uitgaan, dat tenminste die lagen, die voetsporen bevatten, zeer snel ontstaan zijn.

Voetnoten

  1. Joachim Scheven, Karbonstudien, Hänssler Verlag, 1986, p. 71.
  2. Eugen Seibold und Wolfgang H. Berger, The sea floor, Springer Berlin, 1996.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.

3 Comments

Peter

Er wordt geen enkele onderbouwing gegeven van enige bewering hier. E[en] geologieboek [kan] de lezer helpen (…).

Reply
Hannes

Misschien is het een goed idee om de in de voetnoten aangegeven titels dan eerst te lezen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over