Slechts drie levensopvattingen

Er zijn veel levensopvattingen. Eigenlijk is er maar een beperkt aantal. Wanneer je kijkt, waarop iemand zich uiteindelijk baseert, is het aantal levensopvattingen niet zo groot. Sommigen baseren zich op hun geloof. Anderen baseren zich enkel op hun verstand. Tegenwoordig zijn er ook steeds meer mensen die zich baseren op hun gevoel. Let wel. Iedereen gebruikt zijn verstand en zijn gevoel en ook de Bijbel vindt dit belangrijke zaken. Waarover we hier spreken, is de uiteindelijke basis voor de levensopvatting.

  • Baseer je je op je verstand, dan ga je door voor wetenschappelijk en neutraal. Toch kan het verstand niet van het verstand bewijzen, dat het je tot de waarheid brengt.
  • Baseer je je op je gevoel, dan ga je door voor modern en “verstandig”. Maar ook het gevoel kan niet bewijzen, dat het je de waarheid brengt. Het gevoel is namelijk een uiterst ongrijpbare en variërende zaak.
  • Baseer je je op je geloof, dan ga je door voor ouderwets. “Hij gelooft nog”, zegt men dan. Daarmee wordt gesuggereerd, dat het geloof op zeker moment zal ophouden te bestaan. Ook het geloof kan uiteraard niet van zichzelf bewijzen, dat het de waarheid brengt.
  • Inmiddels blijkt uit de vorige alinea wel, dat én het verstand én het gevoel én het geloof van hun eigen uitgangspunt niet kunnen bewijzen, dat het de waarheid brengt. Een gevolg is, dat voor de wetenschap en in de maatschappij drie soorten wetenschap en levensvisie in principe gelijkwaardig moeten zijn: die op basis van het verstand, die op basis van het gevoel en die op basis van het geloof. Een christelijke universiteit, een christelijke school en een christelijke mens zijn dus niet minderwaardig tegenover een zogezegd neutrale universiteit, school of persoon. Beide richtingen zijn vanuit de gangbare wetenschap gezien op vooroordelen gebaseerd.

    Uitgangspunt het verstand

    De keuze voor het verstand is dus niet-wetenschappelijk en subjectief. Je zou kunnen spreken over een vorm van geloof. De “wetenschappelijke en neutrale” persoon die alles buitensluit wat niet met het verstand beredeneerd kan worden of waargenomen kan worden, is dus net zo gelovig als wie zich baseert op de Bijbel.

    Dat betekent, dat ook een zogenaamd wetenschappelijke levensvisie geen neutraal standpunt is. De filosoof Hans-Georg Gadamer is terecht tot een gelijkaardige conclusie gekomen. Hij zegt, dat je bij het filosoferen standpunten inneemt over wat je in de wereld waarneemt. Je interpreteert de werkelijkheid. En hij erkent, dat men bij het interpreteren van de werkelijkheid keuzes maakt die op vooroordelen berusten.

    Wanneer je kiest voor wat je kunt waarnemen en beredeneren, sluit je uit, dat er zaken bestaan die voor ons (of onze instrumenten uiteraard) niet waarneembaar zijn. Je moet dus het ontstaan van wat er bestaat en gebeurt, verklaren zonder rekening te houden met invloeden of rechten vanuit een onzichtbare wereld van God, goden, geesten, demonen en wat verder dan ook daar zou kunnen bestaan.

    God of goden filosofisch gezien

    Als we God of goden zeggen, waarover hebben we het dan filosofisch gezien? Want in de geschiedenis van de filosofie was het ook voor de Grieken normaal om rekening te houden met een god of goden. Ik noem hier slechts Xenophanes, Plato, Aristoteles, Cleanthes, Philippus van Opus, Cicero. Wij zijn in onze tijd doordrenkt van democratisch denken. Spreken we over God (of goden), dan hebben we het over een instantie die het recht heeft om te bepalen wat juist is, die mensen op het matje mag roepen en berecht. Hij (ik houd het verder maar op enkelvoud) maakt plannen om redenen die ons onbekend zijn, heeft belangen die ons onbekend zijn. Hij heeft ongelofelijk veel energie en veel verstand.
    Hij staat buiten de tijd. Wat wil dat laatste zeggen?

    Ik maak een vergelijking met iets wiskundigs. Op het middelbaar had ik in 1961-1963 een wiskundelerares van tussen de 65 en 70 jaar, mevrouw Appels. Zij vertelde op zeker moment van de roman Flatland van Edwin Abbott Abbott uit 1884. Daarin wordt beschreven, wat wezens waarnemen die alleen zouden bestaan in een vlak van twee dimensies. Normaal nemen zij alleen punten, lijnen, driehoeken, rechthoeken en dergelijke waar. Kubussen, bollen piramides en verdere driedimensionele dingen zien zij niet – of maar zeer gedeeltelijk. Stel dat een bol door het vlak heengaat waarin ze leven, wat zien ze dan? Eerst een punt, dan een uiterst kleine cirkel. Die cirkel wordt steeds groter, maar wordt op zeker moment weer steeds kleiner totdat hij een punt wordt en weer verdwijnt. Dat die punten en cirkels één bol vormen, gaat er bij hen niet in.
    Als de tijd de vierde dimensie is, zo legde mevrouw Appels uit, dan kunnen wij ons totaal niet voorstellen, hoe het is om alle tijden van het verleden en de toekomst tegelijk waar te nemen. God doet dat wel. Het is ook daarom, dat Hij geen begin of einde heeft.

    Verder over het uitsluiten van het onwaarneembare

    Lieslaarzen zijn nuttige dingen. Je kunt ermee in sloten of vijvers werken of er ratten vangen. Zet je echter iemand met lieslaarzen op het strand van Oostende en geef je hem de opdracht naar Engeland te wandelen, dan krijgt hij na enkele tientallen meters al zware problemen. Lieslaarzen dienen namelijk niet voor het gebruik in diep water. Het verstand is een nuttige zaak, maar ook dit heeft zijn grenzen. Het dient niet om waarheid te vinden betreffende God en de onzichtbare wereld. De geijkte wijze van wetenschap bedrijven mag dus niet zomaar uitsluiten, dat God bestaat. Integendeel zij heeft God nodig. De natuur steekt zo ingewikkeld en doeltreffend in elkaar, dat er een groot verstand, een grote kracht, een subliem plan en een grote persoonlijkheid achter moet steken. Ik geef drie voorbeelden van geleerden die problemen hebben met het aanvaarden van een evolutie die volledig toevallig verliep.

    Sir Frederick Hoyle, een bekende Engelse astronoom, vond de tijd die verlopen is sinds de Big Bang te kort om alle evoluties te kunnen verklaren. Toevallig kan alles niet op zo “korte” tijd in de plooi gevallen zijn. Zijn oplossing: er is een programma van vooruitgang geweest dat zich ontwikkeld heeft. Zoals in een kastanje een programma ligt die de vrucht laat uitgroeien tot een kastanjeboom, zo moet er een programma in de kosmos aangebracht zijn. Een superintelligent volk buiten de kosmos heeft dat programma in de ontploffende materie van de Big Bang gestoken. Probleem is natuurlijk waar dat superintelligente volk vandaan komt. Had hij echter “God” gezegd, dan was de oorsprong geen probleem. Hij staat buiten de tijd en heeft daardoor geen begin en geen eind.

    Gerard Bodifée, een Vlaamse kosmoloog, schreef een boek Aandacht en aanwezigheid (Kapellen 1991). Daarin schrijft hij, dat in de natuur mensen en dieren (en planten, zegt hij ook) aandacht hebben voor hun omgeving. Hij vindt, dat aandacht niet kan ontstaan zonder een grote Aandacht. Hij aarzelt niet om die grote Aandacht de levende God te noemen. Dat die levende God met die grote aandacht logischerwijs nog steeds aandacht en zorg zal hebben voor zijn schepselen, ontgaat hem kennelijk.

    Alan Guth, een Amerikaanse astronoom, ziet een ander probleem. We meten de afstand van verschijnselen in de kosmos met lichtjaren. Dat is de afstand die het licht in een jaar aflegt. Het licht beweegt zich volgens Einstein altijd met dezelfde snelheid. Het heelal zou 13,8 miljard jaren bestaan. Er zijn, om het eenvoudig samen te vatten, verschijnselen in het heelal die een veel langere tijd nodig hebben om tot bestaan te komen, maar na die langere tijd konden ze om andere redenen weer niet bestaan. Oplossing van Guth: het heelal heeft zich oorspronkelijk in letterlijk een fractie van een seconde opgeblazen met een ongelofelijke snelheid – een snelheid veel groter dan die van het licht. Het ontstaan van het heelal in een oogwenk ….. De vraag is, evenals bij Hoyle, of hij het woord God niet wil vermijden.

    Gevolg van de bezwaren van deze geleerden

    Elk van de drie onderzoekers noemt een verschillend aspect van wat in de evolutietheorie gemist wordt:

  • Een instantie die een programma van ontwikkeling legde in het geschapene.
  • Een grote persoonlijkheid met aandacht.
  • Een instantie die het heelal in een fractie van een seconde organiseerde.
  • We zoeken ook iemand die geen begin heeft en dus buiten de tijd staat. God moet er dus zijn. Tot dezelfde conclusie kwam Paulus:

    Want wat onzichtbaar is van hem (namelijk zijn eeuwige kracht en goddelijkheid), wordt sinds de schepping met het verstand doorzien uit wat Hij gemaakt heeft. Romeinen 1: 20

    Er is dus iets aan God wat je niet kunt zien: zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Als je naar de schepping kijkt en je verstand gebruikt, moet je tot de conclusie komen, dat er Iemand is met eeuwige kracht en goddelijkheid. Je kunt dus tot de conclusie komen, dat er een god is. Welke, dat is de volgende vraag. Paulus gaat verder:

    Het gevolg is, dat ze niet te excuseren zijn. Immers, ze kenden God, maar hebben Hem niet als God verheerlijkt of gedankt. Maar in hun denken zijn ze in het zinloze terecht gekomen. En hun hart, dat niet begrijpt, is duister geworden. Ze zéggen, dat ze wijs zijn, maar ze zijn dwaas geworden. En ze hebben de eer van de onvergankelijke God ingeruild voor iets wat lijkt op de afbeelding van een vergankelijk mens en van vogels, viervoetige en kruipende dieren. Romeinen 1: 21-23

    Wat voor een god? In ieder geval niet een Iets. Veel tijdgenoten zeggen: “Er zal wel Iets zijn”. Iets is vaag, Iets doet niets. Iets laat zich niet kennen. Iets moet je niet danken of verheerlijken. Het ligt toch voor de hand, dat de god die de kosmos en het leven gemaakt heeft voor die kosmos en voor die levende wezens aandacht heeft. En dan komen we automatisch bij Bodifée.

    Je ontkomt met Bodifée niet aan een levende God die aandacht heeft. En als Hij aandacht heeft, wil hij zijn schepselen ook niet in het ongewisse laten over wat Hij gedaan heeft en wat het beste is. Dat de Bijbel van God komt, moet ik hier niet meer bewijzen. De boeken van Josh MacDowell zijn duidelijk genoeg. Zijn sterkste punt zijn ongetwijfeld de vele zeer specifieke voorspellingen uit het Oude Testament die uitgekomen zijn.
    En omdat God bestaan moet, omdat wij door Hem geschapen zijn en de Bijbel van God moet komen, zijn wij onderworpen aan wat in die Bijbel staat. Het is dit laatste wat veel mensen niet zint.

    Hoe qualificeren wij de keuze van het verstand als uitgangspunt?

    Filosofie gebaseerd op het verstand is omstreeks 550 voor Christus uitgevonden in Griekenland door Thales van Milete. Dat men zich toen oncomfortabel voelde bij de traditionele Griekse goden, is zeer wel voor te stellen. Xenophanes zei niet voor niets, dat men de goden alles toeschreef wat bij de mensen oneervol en schandelijk was: stelen, echtbreken en elkaar bedriegen. Heel veel Griekse filosofen kwamen echter tot de aanname van één god die meestal ook geschapen had, maar merkwaardigerwijs nooit uit het niets. Een aantal filosofen wilde die god ook wel eren en zo komen ze heel dicht bij wat Paulus schreef. De Bijbel (of wat daarvan toen al bestond) kenden zij niet. De Bijbelse God eren konden ze dus niet.

    Wel kunnen we over heel de filosofie van 550 voor Christus tot nu vaststellen, dat geen twee filosofen het met elkaar eens waren. Is het verstand dan wel een betrouwbaar uitgangspunt? Uit het vorige onderdeel van dit artikel blijkt, dat de keuze van het verstand (zonder rekening te houden met het bestaan van God) als uitgangspunt niet zo verstandig is. Integendeel. Als je eerlijk onderzoekt, moet je tot de conclusie komen, dat het ontstaan van de wereld en van het leven zonder God onmogelijk is en dat de Bijbel zo in elkaar steekt, dat de conclusie zich opdringt, dat die op bovennatuurlijke wijze tot stand is gekomen. Weiger je die mogelijkheden eerlijk te onderzoeken, dan is de keuze voor het verstand als uitgangspunt een subjectieve niet-logische keuze van het gevoel, dat zich oncomfortabel voelt bij het bestaan van God.

    Het gevoel als uitgangspunt

    In onze tijd wordt het steeds meer mode om het gevoel als uitgangspunt van de levensbeschouwing te kiezen. Men zegt eerlijk zich onbehaaglijk te voelen bij de “grote verhalen” van vroeger. Daaronder vallen dan de geijkte filosofische richtingen en de godsdiensten. Men kiest dan voor een levensvisie waarbij men zich wel comfortabel voelt. Die levensvisie moet ook niet beslist waar zijn. Men zoekt de waarheid niet, maar iets waarmee men kan leven. Eigenlijk zou je niet te lang moeten vasthouden aan hetzelfde, want dan word het weer een “groot verhaal”. Twee elkaar tegengestelde visies kunnen ook tegelijk wenselijk zijn. Ze sluiten elkaar niet uit. Houd het vaag, is de leuze. God is Iets. En dat Iets grijpt niet in. Na de dood is er niets. Of misschien toch reïncarnatie. Ook dit is natuurlijk een comfortabele oplossing. Je komt terug. Je krijgt nog een kans. Je toekomstige status hangt dan wel af van je gedrag in je afgelopen leven. Maar wie of wat die reïncarnatie regelt, mag je niet vragen.

    Hier is inmiddels wel iets nieuws gaande. Tot voor kort zocht men de waarheid. Ieder had zijn theorie, maar dacht wel de waarheid te bezitten of te benaderen. De Grieken en de Romeinen kenden wel de sceptici. Dat waren filosofen die tot de conclusie gekomen waren, dat de waarheid niet te vinden was. Maar zij hadden wel eerst geprobeerd te waarheid te bereiken. Nu vindt men de poging de waarheid te zoeken al ongewenst.

    Het is duidelijk, dat we opnieuw te doen hebben met subjectiviteit en vooroordelen:

  • je uiteindelijk willen baseren op het gevoel van comfortabel te zijn
  • het ongewenst vinden iets als waarheid te zoeken of te beschouwen.
  • Slechts twee levensopvattingen

    Ik begon te schrijven, dat er slechts drie levensopvattingen zijn. Je baseert je op je verstand, op je gevoel of op je geloof.
    Inmiddels is gebleken, dat wie zich op zijn verstand baseert, dat doet uit gevoelsoverwegingen: de weigering om na te gaan, of er aanwijzingen zijn, dat God nodig is om het bestaan van de wereld te verklaren en de weigering om na te gaan, of de Bijbel bovennatuurlijk tot stand is gekomen.
    Daarmee stelt men zich op één lijn met degenen die zich in onze tijd baseren op het gevoel. Ook zij weigeren bepaalde visies eerlijk en volledig te overwegen, omdat mende waarheid niet wil zoeken.

    Daartegenover staat het Bijbels geloof. Alleen dat heeft eerlijk alle mogelijkheden van bovennatuurlijke aard overwogen en gezien, dat deze alleen de kosmos en het leven kunnen verklaren. Dus: gebruik je verstand en je wordt vanzelf christen.

    LEUK ARTIKEL?
    Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

    Written by

    Dr. A. Dirkzwager studeerde klassieke filologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het hoofdvak was Grieks, de bijvakken Oude Geschiedenis en Latijn. Van de Griekse en Latijnse teksten die hij te bestuderen had, stamde 40% van christelijke auteurs. Zijn doctoraatsthesis was een inhoudelijke commentaar op de beschrijving van de Romeinse provincie Gallia Narbonensis door de Griekse aardrijkskundige Strabo. De titel was 'Strabo über Gallia Narbonensis', uitgegeven door Brill, Leiden 1975. Hij was werkzaam als leraar in Nederland en Vlaanderen, later als onderwijsinspecteur. Ook gaf hij colleges exegese Nieuwe Testament en hermeneutiek aan de Evangelische Theologische Faculteit van Heverlee. De exegetische kolom van 1 Timotheus, 2 Timotheus, Filemon en Judas in de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek is van zijn hand, na retouches door de redactie.

    7 Comments

    Peter van Leeuwen

    “Daartegenover staat het Bijbels geloof. Alleen dat heeft eerlijk alle mogelijkheden van bovennatuurlijke aard overwogen en gezien, dat deze alleen de kosmos en het leven kunnen verklaren.”

    Daartegenover staat elk geloof dat beschrijft dat er een bovennatuurlijk wezen zou bestaan, niet alleen het Bijbels geloof.

    “Dat men zich toen oncomfortabel voelde bij de traditionele Griekse goden, is zeer wel voor te stellen. Xenophanes zei niet voor niets, dat men de goden alles toeschreef wat bij de mensen oneervol en schandelijk was: stelen, echtbreken en elkaar bedriegen.”

    Is het Bijbels geloof moreel? Hierin wordt slavernij besproken. Een ander mens als eigendom bezitten. Toestaan dat deze geslagen mogen worden, zolang ze er maar niet aan doodgaan.

    Reply
    Richard

    “Daartegenover staat elk geloof dat beschrijft dat er een bovennatuurlijk wezen zou bestaan, niet alleen het Bijbels geloof.”
    Lees goed wat er staat. Niet elk geloof kan logisch en consistent “de kosmos en het leven verklaren.”

    “Is het Bijbels geloof moreel?”
    Morele wetten komen van de God van de Bijbel. Goed is wat overeenkomt met God’s goedkeuring en kwaad is Zijn afkeuring. We zijn allen gemaakt naar Zijn beeld dus moeten we elkaar behandelen met waardigheid en respect. Maar waarom, afgezien van de Bijbel, verwacht je dat er absolute, invariante niet-materialistische morele wetten bestaan in een materialistisch universum? Wat er gebeurt, in een universum die is ontstaan door een kosmisch ongeluk, gebeurt gewoon. Er is niks goed of slecht aan. Chemische reacties hebben immers geen keuze maar volgen de wetten van de fysica. Er is geen probleem met kwaad in het atheisme omdat er geen kwaad is in het atheisme. Op grond waarvan is iets goed of kwaad als mensen ontstaan zijn door toevalligheden als gevolg van blinde chemische reacties gedurende miljarden jaren? Je kan niet stellen dat wat anderen doen verkeerd is omdat dit maar een persoonlijke keuze is op hetzelfde niveau als “blauw is mijn favoriete kleur”. Moreel zijn is alleen zinvol als er iemand is die gezag heeft over iedereen. Als een atheist zegt moreel te zijn dan gebruikt hij Bijbelse concepten die tegenstrijdig zijn met zijn wereldbeeld. Amsterdamse criminelen die elkaar omleggen beginnen aardig consistent te worden aan hun atheistisch wereldbeeld.

    “Hierin wordt slavernij besproken. Een ander mens als eigendom bezitten.”
    Dit was vrijwillig om een schuld af te lossen. Je kon er zelfs vrijwillig voor kiezen om slaaf te blijven (Deut 15:16). Het is onterecht dat je de slavernij van zo’n 3000 jaar geleden vergelijkt met de hedendaagse slavernij waarin mensen misbruikt worden.

    “Toestaan dat deze geslagen mogen worden, zolang ze er maar niet aan doodgaan.”
    Wat is daar mis mee als atheisme waar zou zijn?

    Koen

    @Richard:
    Dat is natuurlijk flauwekul, dat gold alleen voor israelieten onder elkaar.
    Niet-Israelieten konden gewoon volstrekt onvrijwillig tot slaaf worden gemaakt. Kopen, oorlogsbuit, allemaal prima.
    En wat betreft het doodslaan: het slaan mocht niet instant tot de dood leiden, als de slaaf pas na een paar dagen overleed aan de verwondingen was het okee.

    Leviticus 25:
    44 Als je slaven of slavinnen wil hebben, moet je die kopen uit de volken rondom je.
    45 Jullie mogen ook de kinderen kopen van de vreemdelingen die bij jullie wonen, als die kinderen in jullie land geboren zijn. Dan zullen zij jullie slaven zijn, jullie eigendom.
    46 Jullie mogen hen als erfenis aan jullie kinderen geven, zodat ze dan het eigendom van jullie kinderen worden. Jullie mogen hen voor altijd in dienst houden. Maar voor mensen van je eigen volk mogen jullie niet hard zijn.

    En je eigen kind als slaaf verkopen?! Het staat er toch echt:
    Exodus 21:7 Wanneer iemand zijn dochter als slavin verkoopt, kan zij niet vrijkomen zoals de mannelijke slaven.

    En dat moet dan de leidraad vormen voor hoe wij ons heden ten dage dienen te gedragen?
    Geef mij dan maar de morele atheistische normen van vandaag.

    Heimdall

    De auteur gaat mijns inziens op een aantal plaatsen wat kort door de bocht. Wat ik vooral mis zijn een heldere structuur en duidelijke definities. Als de auteur namelijk de driedeling maakt, zie ik vooral beschrijvingen die zijn gebaseerd op het gevoel. Geen scherp afgebakende heldere definities die een discussie makkelijker maken.

    Tevens denk ik dat een driedeling van verstand, gevoel en geloof niet zo scherp te trekken is, in de praktijk lopen deze zaken bij iedereen door elkaar. Het is daarom ook een misvatting om wetenschap aan het verstand te verbinden. individuen zijn nooit 100% ‘verstandig’ en/of objectief. Er is echter wel een methode om dit te benaderen, namelijk de wetenschappelijke methode. Indien wij namelijk deze regels op een strikte wijze volgen zijn we in staat een hoge mate van objectieve inzichten te bereiken. Maar zoals alles in het leven is dit uiteraard niet onfeilbaar.

    Intuïtie en/of gevoel zijn een beetje lastig, voor mij persoonlijk is intuïtie een versnelde besluitvorming op basis van eerdere ervaringen. Dat is dus wel wat meer dan gevoel. Geloof is iets dat je wel prettig vind en waar op zich weinig onderbouwing voor is wel een beetje als gevoel, maar dan zonder ervaring.

    Het quoten van de bijbel werkt alleen op gelovigen, voor mij heeft de bijbel geen enkele autoratieve waarde. Interessant dus voor discussies tussen Christenen, maar niet voor ongelovigen, maar misschien richt [de auteur] zich vooral op Christenen, dat is in elk geval wel de indruk die ik krijg.

    ‘Spreken we over God (of goden), dan hebben we het over een instantie die het recht heeft om te bepalen wat juist is, die mensen op het matje mag roepen en berecht.’

    God (en goden) hebben macht (ervan uitgaande dat ze bestaan). Met deze macht kunnen zij hun mening afdwingen (zoals de bijbelse God dreigt met hel). Met juist of onjuist heeft dat niets van doen. Tenslotte lijkt het me dat een God die onbekende redenen en belangen voor zijn plannen heeft niet echt de moeite van het kennen waard is. Juist bij een God verwacht ik dat dit glashelder is. Anders is het een beetje als een verkiezing waarbij de kandidaat achteraf zijn programma bekend maakt.

    Reply
    BK

    Beste Heimdall,

    Ik denk dat ik het met je eens ben over buitenstaanders en het begrijpen van de bijbel. Het dreigen met de hel waar jij het over hebt, is een verkeerde interpretatie. In basis is iedereen zondig. En personen die zondig zijn, verdienen straf. En de straf die op de zonde staat is de hel. Alleen degenen die toegeven dat ze fout zijn en erkennen dat ze deze straf niet zelf kunnen betalen op wat voor manier dan ook, komen bij God uit. Het is dus niet dreigen met de hel, maar iemand een vooruitzicht geven als je je vertrouwen stelt op God.

    Hetty Dolman

    Beste Richard,
    “Dit was vrijwillig om een schuld af te lossen. Je kon er zelfs vrijwillig voor kiezen om slaaf te blijven (Deut 15:16).”
    Dat gold m.i. alleen voor Hebreeuwse slaven. Het was Israëlieten toegestaan slaven uit omringende landen te kopen. (lev 25:44) Als Nederland het uitverkoren volk zou zijn konden wij dus onze slaven uit België en Duitsland halen.
    Tegenwoordig noemen we dat mensenhandel en is verboden over de hele wereld.

    ” Het is onterecht dat je de slavernij van zo’n 3000 jaar geleden vergelijkt met de hedendaagse slavernij waarin mensen misbruikt worden.”
    Dat is juist volkomen terecht. Slavernij is altijd misbruik. Nergens in de bijbel lees je dat kinderen geen slaaf mogen zijn of niet geslagen mogen worden. Integendeel. De mate van toegestaan slaan wordt in de bijbel besproken.

    Peter van Leeuwen:
    “Toestaan dat deze geslagen mogen worden, zolang ze er maar niet aan doodgaan.”

    Richard:
    “Wat is daar mis mee als atheisme waar zou zijn?”

    Alles. Met name atheïsten erkennen de wetenschap en de intelligentie van de mens. Inherent aan intelligentie is het empathisch vermogen, dat betekent dat mensen zich in elkaar kunnen verplaatsen en kunnen invoelen wat een ander denkt aan de hand van gezichtsuitdrukking, lichaamstaal en verbale communicatie. Dit geeft de mens het vermogen tot meevoelen en intelligente mensen verwachten dat dan ook van hun medemens.
    Als er niets mis zou zijn met elkaar mishandelen zou de mensheid al uitgestorven zijn. wat evengoed nog kan gebeuren nu een onbeschaafde zogenaamde christen in Amerika aan de knoppen mag zitten.

    Exodus 21:
    “Wanneer iemand zijn slaaf of slavin met een stok slaat en hij of zij sterft ter plekke dan moet er vergelding plaatsvinden. Als de slaaf of slavin nog enkele dagen in leven blijft , gaat de eigenaar vrijuit; door het verlies van zijn eigendom is hij genoeg gestraft. ”

    Vertaal dat in je hoofd even naar de huidige tijd. Vrijuit gaan als iemand nog even blijft leven.

    Reply

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

     tekens over