Nieuw wetenschappelijk onderzoek wijst op een recente oorsprong van mens en dier. De schepping en de zondvloed kunnen goed als verklaring van de wetenschappelijke bevindingen dienen, betogen dr. Peter Borger en drs. Tom Zoutewelle.

In de maand juni zijn er twee opvallende berichten in de wetenschappelijke literatuur verschenen die informatie bevatten over de ouderdom van mens en dier op aarde. Volgens het eerste onderzoek beschikken alle mannen op aarde over vrijwel hetzelfde Y-chromosoom in hun DNA. Uit een ander onderzoek naar het DNA van levende dieren bleek –kort door de bocht gezegd– dat negen van de tien diersoorten op aarde op hetzelfde moment zijn ontstaan als de mens. Volgens de betrokken wetenschappers is dat maximaal 100.000 tot 200.000 jaar geleden. Beide berichten hebben de aandacht getrokken van de populaire media, omdat de uitkomst van het onderzoek sterk afwijkt van de gangbare evolutionaire visie op de oorsprong van de dieren die vandaag de dag leven.

In 2005 is het complete genoom (DNA) van de mens ontrafeld. De aminozuurvolgorde van alle 23 chromosomen was van begin tot eind bepaald. Daarvoor moesten alle DNA-letters waarmee die genen worden geschreven nauwkeurig worden bepaald. Het ging daarbij om meer dan 3 miljard DNA-letters! Toen bleek al dat het Y-chromosoom bijzonder was, omdat daarin vrijwel geen variatie voorkomt. Het Y-chromosoom komt alleen bij mannen voor en alle mannen bleken een vrijwel identiek Y-chromosoom te bezitten. Dat was opmerkelijk, want normaal gesproken treft men op chromosomen wél variatie aan. De afwezigheid van variatie in het Y-chromosoom werd verklaard door een genetische flessenhals, die 5000 tot 7000 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Een genetische flessenhals is een gebeurtenis waarbij de grootte van een populatie afneemt tot enkele individuen. Het resultaat is dat de genetische variatie binnen zo’n populatie sterk afneemt. Algauw deed dan ook de naam de term ”Y-chromosomale Adam” de ronde.

Stamverband

Onderzoekers van de Stanford Universiteit geloven nu dat ze een verklaring hebben gevonden. De onderzoekers nemen aan dat 5000 tot 7000 jaar geleden de sociale structuur van de menselijke samenleving veranderd is. Door de omslag van jager naar boer (landbouw en veeteelt) zouden mensen meer en meer in stamverband geleefd hebben. Dit zou biologisch gezien grote gevolgen hebben gehad. Als de leden van een stam alleen nakomelingen binnen de stam hebben verwekt, zouden de leden van een stam allen hetzelfde Y-chromosoom bezitten. Om het huidige gebrek aan variatie op het Y-chromosoom te verklaren, zou uiteindelijk één stam alle andere stammen moeten hebben uitgeroeid. De onderzoekers kunnen hun verhaal aan de hand van computermodellen aannemelijk maken.

Die modellen zijn vergelijkbaar met dat van de Amerikaanse geneticus Robert Carter, die in 2011 een computermodel opstelde gebaseerd op Genesis. Dat voorspelde wat we zouden moeten waarnemen indien er een schepping en een zondvloed zouden zijn geweest, waarbij de wereldbevolking werd teruggebracht tot acht mensen, met slechts drie voortplantende paren, waarvan de drie mannen broers zijn. Hij toonde aan dat dit model de moderne populatiegenetische bevindingen met betrekking tot het Y-chromosoom zeer waarheidsgetrouw weerspiegelde.

Overerving

Een tweede buitengewoon genetisch feit werd onlangs gemeld door een team van wetenschappers, dat het mitochondriale DNA van nu levende dieren bestudeerden. Mitochondriën zijn minuscule orgaantjes, die we in alle cellen van dieren en planten aantreffen. Ze spelen daar een belangrijke rol in de energiehuishouding; ze leveren de brandstof aan de cel. Bijzonder is dat deze mitochondriën een klein stukje DNA-code bezitten, dat de informatie voor een twintigtal genen bevat.

De overerving van dit mitochondriale DNA staat los van het DNA in de chromosomen. De mitochondriën worden van generatie op generatie via de celinhoud (het protoplasma) van de eicel doorgegeven.

In het erfelijke materiaal van de chromosomen ontstaat na verloop van tijd door diverse genetische processen (kruising, recombinatie) variatie. Door het ontbreken van deze processen in het mitochondriale DNA zijn wetenschappers in staat om aan de hand van genetische verschrijvingen (mutaties) te berekenen wanneer de eerste dieren moeten hebben geleefd.

Voor de mens had men al aangetoond dat het mitochondriale DNA niet verder in de tijd teruggaat dan ongeveer 100.000 tot 200.000 jaar. Populair uitgedrukt leefde er dus ooit een ”mitochondriale Eva”, van wie alle huidige vrouwen afstammen. Natuurlijk wordt dat niet door de materialistische filosofen geaccepteerd, en op verschillende apologetische websites worden deze gegevens evolutionistisch geïnterpreteerd: er leefde nooit maar één enkele oervrouw, maar er waren er velen. Van slechts één vrouw werden de mitochondriën doorgegeven, terwijl alle andere lijnen uitstierven.

Natuurramp

Het blijkt nu dat wanneer je dezelfde soort berekeningen doorvoert met het mitochondriale DNA van de nu levende dieren, je ook niet verder terug in de tijd kunt gaan dan maximaal 100.000 tot 200.000 jaar. In een uitgebreide genetische studie ontdekten genetici dat negen van de tien diersoorten op de planeet op hetzelfde moment zijn ontstaan als de mens.

Dat is een bizarre conclusie met twee mogelijke verklaringen. De eerste verklaring is dat er zich voor vrijwel alle diersoorten gelijktijdig een genetische flessenhals heeft voorgedaan. Men denkt dan aan een grootschalige wereldwijde natuurramp, waardoor de meeste soorten op aarde gedecimeerd werden. Wat voor natuurramp dat precies moet zijn geweest, is nog onduidelijk. Een andere verklaring is dat vrijwel alle diersoorten tegelijkertijd verschenen zijn op het aardoppervlak. Als je je probeert voor te stellen wat voor natuurlijke gebeurtenis daarvoor verantwoordelijk kan zijn geweest, dan moeten wetenschappers het antwoord schuldig blijven.

In een interview zegt een van de onderzoekers dat hij zich steeds fel verzet heeft tegen deze conclusie. Een opmerkelijke en openhartige bekentenis. Je kunt je afvragen waarom een wetenschapper zich zou willen verzetten tegen een dergelijke conclusie. Mogelijk omdat het antwoord niet bevalt. Het synchroon verschijnen van soorten is namelijk niet iets wat je verwacht in een evolutionair ontstaansproces. Het is niet in overeenstemming met de heersende theorieën.

wetenschep.nl

Schepping en zondvloed

Als je als christen de Bijbel leest dan kun je twee momenten aanwijzen die een genetische flessenhals zijn geweest voor mens en dier: de schepping en de zondvloed. Na beide gebeurtenissen is er een beperkt aantal exemplaren geweest van de basistypen (oorspronkelijk geschapen groepen).
Welke van deze twee gebeurtenissen de meeste invloed heeft gehad, is moeilijk vast te stellen. Mogelijk zijn beide van belang geweest. De datering van de flessenhals op basis van het menselijk Y-chromosoom (5000 tot 7000 jaar) kan binnen de chronologie van de Bijbel vallen. Het mitochondriale DNA dateert de flessenhals weliswaar verder terug in de tijd (minimaal 100.000 jaar) maar dat is voor de tijdsrekening van de gangbare natuurwetenschap nog altijd recent te noemen. Creationisten zullen de behoefte hebben om de methoden achter deze verschillende dateringen nader te bestuderen. Zou hier sprake kunnen zijn van een en dezelfde flessenhals of zijn er meerdere flessenhalzen geweest? Ook creationisten zien de noodzaak in van een onafhankelijke bevestiging van deze nieuwe genetische data. De conclusie dat vrijwel alle soorten synchroon ontstaan zijn heeft verstrekkende consequenties.

Dat de oorsprong van mens en dier zeer recent is, is natuurlijk wel wat creationisten altijd beweerd hebben. Deze genetische bevindingen van onze tijd zijn dan ook in overeenstemming met wat het eerste Bijbelboek ons in eenvoudige bewoordingen overlevert. We kunnen Genesis dus gewoon serieus nemen en als geschiedenis lezen.

Dit artikel is met toestemming van de auteurs overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Borger, P., Zoutewelle, A., 2018, Uitkomst nieuw onderzoek niet te rijmen met evolutionaire visie op oorsprong mens en dier, Reformatorisch Dagblad Puntkomma 48 (63): 6-7 (Artikel).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Peter Borger

Written by en

Peter Borger is moleculair bioloog, specialist in signaaltransductienetwerken en genregulatie-systemen, tevens auteur van Terug naar de Oorsprong. Hij is één van de grensverleggende wetenschappers binnen de nieuwe biologie. Daarin staat onder meer centraal dat soortenvorming daadwerkelijk plaatsvindt, omdat het genoom daarvoor is geprogrammeerd, maar dat alle verschillende soorten niet allemaal dezelfde voorouder hebben. Ook wordt vanuit deze tak van de biologie duidelijk dat er geen genetische informatie-toename nodig is om nieuwe soorten voort te brengen. Alle informatie om nieuwe soorten te vormen was reeds aanwezig in het genoom vanaf de tijd dat de oervormen werden geschapen.