Behe schreef in zijn boek Darwin’s Black Box, dat structuren in de natuur die voor Darwin nog een black box waren, nu door de wetenschap voor een groot deel opgehelderd zijn. Deze structuren zijn zo adembenemend complex, dat ze niet door toeval tot stand kunnen zijn gekomen en al helemaal niet in die paar miljoen jaar die volgens de evolutietheorie het leven op aarde heeft bestaan. Behe noemt een aantal structuren waarbij de werking afhangt van de aanwezigheid en functie van meerdere verschillende onderdelen. Als een onderdeel wegvalt, kan die structuur niet meer werken. Als tevens een wat gemodificeerde, versimpelde versie van de structuur niet werkzaam is, dan noemt hij die structuur onherleidbaar complex, of in het Engels irreducible complex. De Engelse term is beter dan de Nederlandse.

Zoals we in eerdere artikelen gezien hebben, menen Backeljau en Jordaen, dat het principe van onherleidbare complexiteit onhoudbaar is. Ze gebruiken een aantal drogredeneringen om hun stelling te onderbouwen. In het artikel wordt uitgebreid aandacht besteed aan de bacteriële flagel (zweephaar die een bacterie gebruikt om zich voort te bewegen). Dit is omdat Behe de flagel ook gebruikte als voorbeeld van onherleidbare complexiteit. Backeljau denkt aan te tonen dat de flagel wel degelijk door geleidelijke evolutie kan zijn ontstaan. Zijn redenatie is ietwat glibberig. Hij geeft heel veel informatie over de samenstelling van de flagel en hoe onderdelen van de flagel ook in andere structuren worden gevonden, maar trekt steeds uit die informatie conclusies die niet gerechtvaardigd zijn. Het lijkt erop dat zijn argumentatie niet meer is dan: evolutie is waar omdat het waar is. De structuur van de flagel wordt mooi uitgelegd op Wikipedia, dus dat doe ik hier niet: https://en.wikipedia.org/wiki/Flagellum.

Het eerste argument van Backeljau is dat verschillende bacteriën flagellen hebben die meer of minder verschillende eiwitten bevatten en dat dit al een aanwijzing is dat flagellen niet onherleidbaar complex zijn. “Dan zou er geen reductie in het aantal verschillende eiwitten mogelijk mogen zijn om een functionele flagel te behouden.” Dit eerste argument nemen ze gelukkig zelf weer terug: “Natuurlijk zou men nog altijd kunnen opwerpen dat dan de flagel met het kleinste aantal verschillende eiwitten misschien een OC-structuur is, m.a.w. een structuur die niet verder kan worden gereduceerd zonder functieverlies.” Precies. Verderop zeggen ze dat er 23-24 verschillende basiseiwitten zijn.

Het tweede argument is dat een onderdeel van de flagel, het PES-systeem, homoloog is aan het TTSS-systeem dat een aantal bacteriën bevatten. Dit heeft enige uitleg nodig. De flagel is een lange zweephaar die verankerd is in de celwand en die hard rond kan draaien door een piepklein motortje. De flagel bevindt zich aan de buitenkant en bestaat uit eiwitten. Die eiwitten (flagelline) worden in de cel gemaakt en moeten naar buiten toe om daar de flagel te vormen. Dat kan natuurlijk niet door de eiwitten zomaar ergens naar buiten te gooien. De flagel is eigenlijk een buis. Aan de basis van de flagel bevindt zich een PES: Protein Export System, dat de bouwstenen midden door de zweephaar naar buiten pompt, zodat die gebruikt kunnen worden om de zweephaar op te bouwen. Dan het TTSS. Dat is een structuur die voorkomt bij een groep ziekteverwekkende bacteriën, zoals Salmonella’s. TTSS bestaat uit een naald van eiwit waarmee de bacteriën door de dunne celmembraan van eukaryoten zoals planten of dieren kunnen prikken en vervolgens eiwitten injecteren die de gastheercel aantasten. Dit systeem heet ‘type drie secretie systeem’ (TTSS). Het TTSS lijkt op een onderdeel van de flagel, zowel qua structuur als qua aminozuurvolgorde. Dit is voor Backeljau het bewijs dat het één kon evolueren uit het ander. Een onderdeel van de flagel had oorspronkelijk op zichzelf een functie… al is het dan een andere functie. Dus de flagel kon uit zoiets als een TTSS zijn ontstaan. De logica is, dat omdat een microscoop een lamp bevat, de microscoop kon evolueren uit een lamp. Backeljau ‘weet’ natuurlijk ook niet of de veronderstelde evolutie zou zijn gegaan van flagel naar TTSS of andersom of dat ze samen een voorouder zouden hebben gehad. Ook hierin kan men alle kanten op fantaseren. Momenteel denkt men niet dat de flagel uit een TTSS is ontstaan. Deze veronderstelling is ook niet logisch, want de flagel is evolutionair gerekend ouder dan TTSS. TTSS komt namelijk maar bij een beperkte groep ziekteverwekkende bacteriën voor. Backeljau heeft dus geen punt.
Backeljau fantaseert dat aanhangers van onherleidbare complexiteit denken dat een partiële flagel geen enkele functie kan hebben. Die visie heeft hij vakkundig weerlegd.

Het derde argument van Backeljau is de stropop dat OC-aanhangers zouden zeggen dat OC-structuren niet meerdere functies kunnen hebben. Backeljau geeft aan dat de flagel niet alleen gebruikt kan worden voor voortbeweging, maar ook voor het uitscheiden van verschillende stoffen, en voor aanhechting. De flagel heeft dus overtuigend meerdere functies. Backeljau heeft zijn stropop vakkundig neergeslagen.

Het vierde argument van Backeljau is dat als je de genen voor de flageleiwitten over verschillende bacteriesoorten bekijkt, er 23-24 basiseiwitten zijn die in alle flagellen voorkomen (hoe wonderlijk toch!). Deze eiwitten zijn alle homoloog (hoe wonderlijk toch!). Maar, deze eiwitten bleken ook in meer of mindere mate onderling homoloog te zijn en ook met andere eiwitten die geen onderdeel zijn van de flagel. De zinsnede “in meer of mindere mate homoloog” is vreemd. Iets is homoloog of niet. De term homoloog wordt door Backeljau gedefinieerd als “op elkaar gelijkend door gemeenschappelijke afkomst”. Dit is evolutionistisch jargon. Als deze term gebruikt wordt als bewijs voor gemeenschappelijke afkomst, dan is dat een eenvoudige cirkelredenering. Volgens Backeljau hebben bepaalde genen een beetje meer of een beetje minder dezelfde afkomst.

Het vijfde argument van Backeljau is de drogreden van ‘storytelling’, ofwel narrative fallacy. Fantaseren dat genduplicatie ertoe leidt dat er overtollige genen zijn die uit verveling andere dingen gaan doen en zo allerlei functies krijgen. “Op die manier kunnen door puur toeval binnen eenzelfde genoom homologe genen ontstaan met nieuwe, voordelige functies.” Inderdaad kunnen genen dupliceren. Inderdaad kunnen die duplicaten zich iets anders gedragen dan het oorspronkelijke gen, maar dat daardoor nieuwe voordelige functies ontstaan en dat dit grootschalig gebeurt, is luchtfietserij, zoals ik in een ander artikel op deze website heb beschreven. Backeljau vervolgt zijn verhaal met: “Dit proces kan zich vele keren herhalen waardoor zeer complexe groepen van homologe genen met verschillende functies kunnen ontstaan binnen een genoom en dit op een stapsgewijze manier.” Dat is een mooi verhaal. En een mooi verhaal wordt graag geloofd. Maar hoe zou door genduplicatie een OC-structuur kunnen ontstaan? Of heeft Backeljau de complexiteit gefrommeld in het woord “zeer complexe groepen” en zo gevat gebruik gemaakt van de dubbelzinnigheid van het woord ‘complex’?

Een belangrijk begrip in het arsenaal van Backeljau is het begrip exaptatie. Dit begrip geeft het verschijnsel weer dat een structuur die een bepaalde functie heeft, na verloop van tijd van functie verandert. Dit verschijnsel is voor Backeljau de oplossing voor het probleem van complexiteit. Allerlei onderdelen van een systeem werden in verschillende ‘fabrieken’ voor verschillende functies vervaardigd en kwamen na verloop van tijd samen om een prachtig werkend nieuw systeem tot stand te brengen. Exaptatie is een onbekend woord. Als het als zoekterm (exaptation) wordt ingevoerd in een zoekmachine voor wetenschappelijke literatuur zoals Pubmed, dan is het aantal hits slechts 309. Als bijvoorbeeld het zoekwoord ‘design’ wordt gebruikt, dan heeft men 1.3 miljoen hits. Als exaptatie zo’n belangrijke rol zou spelen in de evolutie, waar zijn al die bewijzen dan toch?

Backeljau stelt op basis van zijn betoog: “Kortom, alle gegevens tonen ondubbelzinnig aan dat het ontstaan van de bacteriële flagel zonder probleem kan worden verklaard door een stapsgewijze evolutie via genduplicatie, horizontale gen transfer en exaptatie. De claim dat de bacteriële flagel een OC-structuur zou zijn, is dus volledig ongegrond en misleidend.” Deze opmerking is niet correct. Het enige wat Backeljau aantoont, is dat hij op basis van de gegevens voor zichzelf een mooi verhaal heeft geconstrueerd. Hij heeft zelfs geen idee voor een concept geleverd van hoe een flagel geleidelijk uit eenvoudiger structuren door bovengenoemde processen zou kunnen zijn ontstaan.

Backeljau komt tot een conclusie. Hij meent dat hij overtuigend het verschijnsel onherleidbare complexiteit heeft weerlegd. In het kort noemt hij nog vier manieren waarop onherleidbare complexiteit op natuurlijke wijze zonder intelligent design tot stand zou kunnen worden gebracht: 1) eliminatie van overtollige onderdelen (de boog van losse stenen). Dit voorbeeld voldeed niet, zie eerste artikel. 2) exaptatie. Een verschijnsel dat zelf nog bewezen moet worden, wil het als bewijs voor iets anders dienen en ook een verschijnsel dat, al zou het bestaan, nog OC niet kan verklaren. 3) genduplicatie. Een losse flodder als het gaat over OC-structuren en 4) horizontale gen transfer: overdracht van genen. Een verschijnsel dat heel vaak optreedt bij bacteriën, maar waarbij Backeljau geen relatie heeft kunnen leggen met OC-structuren.

Backeljau eindigt zijn artikel met de volgende zinnen:

“Kortom, onherleidbare complexiteit lijkt op het eerste gezicht misschien een nekschot voor de evolutietheorie, maar is in feite juist een mooi voorbeeld van hoe schijn kan bedriegen. In die zin is onherleidbare complexiteit zoals de titel van dit artikel stelt, niets meer dan een schaap in een wolvenvacht… en zelfs dat is nog veel te sterk uitgedrukt.”

Helaas, ik ben bang dat deze erudiete geleerden zich er niet van bewust zijn dat ze niets anders hebben gedaan dan stropoppen opzetten en mooie verhalen vertellen rondom de vele gegevens over de complexe systemen in de biologie. Die mooie verhalen volgen niet uit de gegevens zelf, maar zijn een gevolg van het evolutionistische denken dat zich diep in de haarvaten van de biologie heeft genesteld en dat werkelijk inzicht in samenhang tussen structuur en functie belemmert.

Uiteindelijk is de titel nog misschien wel het mooiste deel van het artikel. Welke christen zou niet een schaap van de Herder willen zijn? Al is het in wolvenvacht.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Behe schreef in zijn boek Darwin’s Black Box, dat structuren in de natuur die voor Darwin nog een black box waren, nu door de wetenschap voor een groot deel opgehelderd zijn. Deze structuren zijn zo adembenemend complex, dat ze niet door toeval tot stand kunnen zijn gekomen en al helemaal niet in die paar miljoen jaar die volgens de evolutietheorie het leven op aarde heeft bestaan.

...
Read more