De afgelopen weken verscheen er van de hand van ing. S.J. Heerema een artikel in het tijdschrift Grondboor & Hamer. Een tijdschrift van de Nederlandse Geologische Vereniging. Naar aanleiding van dit artikel werd Ing. Heerema geïnterviewd door het Reformatorisch Dagblad. Hij laat in het tijdschrift zien dat de dichtheid zoals die aangenomen wordt door geologen, bijvoorbeeld in het boek Geology of the Netherlands, niet klopt.

Welke mogelijkheden zijn er om het ontstaan van de steenzoutformaties te verklaren?

Zout formaties in Europa | Bron: Gillhaus, A., Horvath, P.-L.: Compilation of geological and geotechnical data of worldwide domal salt deposits and domal salt cavern fields, 2006, Solution Mining Research Institute

Zout formaties in Europa | Bron: Gillhaus, A., Horvath, P.-L.: Compilation of geological and geotechnical data of worldwide domal salt deposits and domal salt cavern fields, 2006, Solution Mining Research Institute

Op aarde zijn er uitgebreide steenzoutformaties. Ook in de Nederlandse ondergrond bevindt zich zo’n formatie: de Zechsteinformatie. Binnen de reguliere geologie wordt dit steenzout gezien als resultaat van een indampingsproces, de gesteenten die hieruit ontstaan worden daarom ook wel evaporieten genoemd. Iedere geologiestudent krijgt er vroeg of laat mee te maken. Een handboek geologie schrijft bijvoorbeeld:

‘Under the heat of the Sun , the water turned to vapor and drifted up into the atmosphere, but the salt that had been dissolved in the water stayed behind. Such salt precipitation occurs wherever satured saltwater develops – along desert lake with no outlet and along margins of restricted seas. For thick deposits of salt to form, large volumes of water must evaporate. This may happen when plate tectonic movements temporarily cut off arms of the sea or during continental rifting, when seawater first begins to spill into the rift valley. Because salt deposits form as a consequence of evaporation, geologists refer tot hem as evaporites. The specific type of salt minerals comprising an evaporite depends on the amount of evaporation. When 80% of the water evaporates, gypsum form; and when 90% of the water evaporates, halite precipitates. If seawater were to evaporate entirely, the resulting evaporite would consist of 80% halite, 13% gypsum, and the remainer of other salts and carbonates.’1

Er zijn echter verschillende wetenschappelijke bezwaren aan te dragen tegen het indampingsmodel. Sommige geologen zijn daarom met alternatieven bezig die deze verschijnselen wel kunnen verklaren.

Het behoeft geen uitleg dat een miljoenen-jaren-durend indampingsproces niet past binnen een scheppingsmodel met een korte chronologie. Toch vind ik dat creationisten met een verklaring moeten komen rondom deze zoutformaties. Er zijn binnen het scheppingsmodel twee creationistische modellen. Het eerste model is het hydrothermische model. Dit model is niet per definitie creationistisch, daar er ook niet- creationisten met deze modellen zijn gekomen zoals Sozansky, Hovland en anderen.2 Creationist Dave Nutting heeft in het verleden een MasterScriptie over dit onderwerp geschreven.3 Ook daarna zijn er creationistische wetenschappers met dit model verder aan de slag gegaan en dat werk gaat ook nu nog door.4 Het hydrothermische model wordt door geoloog dr. Andrew A. Snelling als volgt omschreven:

Een rokende hydrothermale bron bij de Mid-Atlantische Rug

Een rokende hydrothermale bron bij de Mid-Atlantische Rug (Bron: Wikipedia)

‘Its geolgic setting requires a period of intens undersea volcanic or igneous intrusive activity in the depositional basin of no specific water depth, in which there are also widespread hydrothermal vent systems through which much water is circulating. Derivation of the salts for deposition is due to enrichment of the salts in seawater by the circulation of normal seawater through the hydrothermal vent system, and by direct addition of salts in hydrothermal fluids given off by intrusive magmas and during the intens volcanic activity. The resulting super- saline, hot supercritical waters consequently stratify in layers at the bottom of the depositional basin, as has been currently observed at the bottom of the Red Sea. These salt deposits then are precipitated by several mechanisms acting together.’5

In zijn boek gaat dr. Snelling daar nog dieper op in.

Het tweede model is ontworpen door een Nederlander: Ing. S.J. Heerema. Eerder dit jaar werd de theorie nog gepresenteerd in Amerika op een creationistisch symposium. De afgelopen weken verscheen er van zijn hand een artikel in het tijdschrift Grondboor & Hamer.6 Een tijdschrift van de Nederlandse Geologische Vereniging. Naar aanleiding van dit artikel werd Ing. Heerema geïnterviewd door het Reformatorisch Dagblad.7 Heerema laat in zijn artikel zien dat de dichtheid zoals die aangenomen wordt door geologen, bijvoorbeeld in het boek Geology of the Netherlands,8 niet klopt. De overburden blijkt fors lichter dan die zoals die door huidige geologen wordt geaccepteerd. De auteur windt er in het bovengenoemde tijdschrift geen doekjes om:

‘Uiteraard vereist een dergelijk scenario een totale ommekeer in het huidige geologisch denken. In plaats van steenzout te duiden als een indampingsgesteente, onderworpen aan langzame processen, wordt nu een vulkanisch ontstaan verondersteld. Aangezien een catastrofaal ontstaan meer verklarend is voor zoutdiapirisme is dit zeker het overwegen waard.’9

De vloeistof in een lavalamp stijgt op, als gevolg van dichtheids-verschil. Op deze manier wordt ook het ontstaan van de zoutpijlers verklaard in het model van Heerema

De vloeistof in een lavalamp stijgt op, als gevolg van dichtheids-verschil. Op deze manier wordt ook het ontstaan van de zoutpijlers verklaard in het model van Heerema

In het interview met de krant stelt Heerema dat er geen deugdelijk wetenschappelijk bewijs is voor het indampingsverhaal. Hij noemt allerlei problemen voor het indampingsmodel. De formatie bevat bijvoorbeeld het mineraal anhydriet. Heerema: ‘Volgens de reguliere visie is dat eveneens een indampingsgesteente, maar dat kan helemaal niet: als je calciumsulfaat indampt, krijg je gips – calciumsulfaat gebonden aan water- en geen anhydriet.’ Heerema heeft wel aanwijzingen voor een vulkanisch ontstaan voor de steenzouten. ‘In de bodem van de bassins bevinden zich verschillende breuklijnen en magmakamers van vulkanische oorsprong.’ Ook wordt er in de boorkernen pegmatiet gevonden wat een stollingsgesteente is, dit zou een aanwijzing kunnen zijn dat het steenzout een vulkanische oorsprong heeft.

Zelf heb ik nog te weinig gelezen over deze steenzoutformaties om er een oordeel over te kunnen vellen, al heb ik wel een persoonlijke voorkeur. Ik ben blij met de verschillende elkaar beconcurrerende modellen. Meerdere modellen naast elkaar bevorderen de vruchtbaarheid van de wetenschapsbeoefening en bewaart ons voor wetenschappelijk dogmatisme. We moeten ook inzien dat de werkelijkheid vele malen complexer is dan dat wij in onze modellen kunnen vormgeven, een model is altijd een beperkte weergave van de werkelijkheid. Verder onderzoek naar de steenzoutformaties juich ik van harte toe.

 

Voetnoten

  1. Marshak, S., (2012) Earth Portrait of a Planet. Fourth Edition (London: W.W. Norton & Company),  blz. 193-194.
  2. Hovland, M., Rueslatten, H.G., Johnsen, H.K., Kvanne, B., Kuznetsova, T., (2006) Salt formation associated with sub-surface boiling and supercritical water, Marine and Petroleum Geology 23 (8): 855-869.

    Lowell, R.P., Germanovich, L.N., (1997) Evolution of a brine-satured layer at the base of a ridge-crest hydrothermal system, Journal of Geophysical Research 102 (10): 245-255.

    Porfir’ev, V.B., (1974) Geology and genesis of salt formations, American Association of Petroleum Geologists Bulletin

    Raup, O.B., (1970) Brine mixing: An additional mechanism for formation of basin evaporites, American Association of Petroleum Geologists Bulletin 54 (12): 2246-2259.

    Sozansky, V.I., (1973) Origin of salt deposits in deep-water basins of the Atlantic Ocean, American Association of Petroleum Gelogists Bulletin 57 (3): 589-590.

  3. Nutting, D.I., (1984) Origin of Bedded Salt Deposits: A Critique of Evaporative Models and a Defense of a Hydrothermal Model (El Cajon: Institute for Creation Research).
  4. Zo is chemicus Hutchison van Cedarville University begonnen met een onderzoek. Hij schrijft: ‘I have been working on understanding hydrothermal mechanisms by which supersaturated brines could develop at the seafloor and form these deposits very quickly.’ (Bron)
  5. Snelling, A.A., (2009) Earth’s Catastrophic Past. Geology, creation & The Flood. Volume 2 (Dallas: Institute for Creation Research), blz. 942.
  6. Heerema, S.J., (2015) De dichtheid van gesteenten op het Zechstein in relatie tot zouttektoniek. Zoute magma drong opwaarts vanwege dichtheidsverschil, Gondboor & Hamer 69 (4): 134-139.
  7. Dikkenberg, B. van den, (2015) Zoutlaag ontstaan door vulkaanuitbarsting, Reformatorisch Dagblad Puntkomma 45 (170): 4-5.
  8. Wong, T.E., Batjes, D.A.J., Jager, J. de, (2007) Geology of the Netherlands (Amsterdam: Royal Netherlands Academy of Arts and Science).
  9. Heerema, S.J., (2015) De dichtheid van gesteenten op het Zechstein in relatie tot zouttektoniek. Zoute magma drong opwaarts vanwege dichtheidsverschil, Gondboor & Hamer 69 (4): 134-139.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over