Ontstaan van sterren

by | aug 7, 2017 | Astronomie & Kosmologie, Onderwijs

Het ontstaan van sterren is het hart van de kosmologie. Sterren zijn de energieleveranciers van de zonnestelsels en volgens de oerknaltheorie de enige bronnen, waarin de zware elementen in het universum (metalen) kunnen ontstaan. Echter ondanks een niet aflatende stroom van beweringen van veel kosmologen is het ontstaan van sterren nog steeds onopgelost.

Sterren zijn gloeiende gasballen, die hoofdzakelijk uit waterstof bestaan en door de eigen zwaartekracht bijeen gehouden worden. Naar men zegt zouden zij, na de oerknal, door kleine ongelijkmatigheden in het zich uitdijende waterstof ontstaan zijn. Het probleem daarbij is, dat elke samenballing van gassen een opwarming bewerkt. Deze opwarming bewerkt een verhoogde druk – en deze brengt de samenballing tot stilstand.

Nadat de samenballing aldus tot stilstand gekomen zou zijn, zouden zich zwaartekracht en druk vervolgens in evenwicht houden. Pas nadat de waterstofwolk zou zijn afgekoeld, zou de samenballing weer verder kunnen gaan. Een enkele afkoelingsfase zou echter tot wel 40 miljard jaar duren – terwijl het gehele universum naar men zegt “slechts” 15 tot 20 miljard jaar oud zou zijn.

Uitzonderingen

Voor gaswolken, die tot ongeveer 10 maal zwaarder zijn dan de zon, zou de ontwikkeling veel sneller kunnen verlopen. Omdat hun zwaartekracht veel groter is, zouden de hoge temperaturen veel sneller ontstaan. Reeds na een miljoen jaar zouden zij de waterstof opgebruikt hebben en zouden zij tot “rode reuzen” worden. Nadat alle verder mogelijke kernreacties zouden zijn afgelopen, zou een gigantische explosie, een supernova, plaatsvinden. Het buitenste deel van de ster zou in de ruimte geblazen worden, het inwendige deel zou tot een neutronenster worden.1

Indien de gaswolk zwaarder is dan het tienvoudige van de zon, dan zou reeds na ongeveer een miljoen jaar de rode-reus-fase bereikt worden en een nog grotere catastrofe zou worden veroorzaakt: Wanneer de kern instort, wordt de zwaartekracht zo groot, dat zelfs de neutronen van de afzonderlijke atomen ineenvallen. Men neemt aan, dat de ster dan een zogenaamd “zwart gat” wordt.2

Voetnoten

  1. Alex Williams, John Hartnett, Dismantling the Big Bang, Master Books, 2006, p. 140-142.
  2. A.K. Kembhavi und J.V. Narlikar, Quasars and active Galactic Nuclei, Cambridge NY: Cambridge University Press, 1999, p. 101-103.
M
"

Artikelen

Artikelen