Simpel gezegd vindt een wetenschapper altijd iets waar hij zoekt en vindt hij niets waar hij niet zoekt. De vraag is dan ook: wanneer zoekt een wetenschapper eigenlijk op de goede manier? Vele wetenschapsfilosofen hebben geprobeerd de wetenschappelijke vooruitgang (achteraf) te verklaren met behulp van een wetenschapstheoretisch model. De meeste voorbeelden worden uit de natuurkunde gehaald omdat deze natuurwetenschap het verst ontwikkeld is, maar de wetenschapstheorie strekt zich ook uit naar andere wetenschapsterreinen.

De wetenschapsfilosofen schrijven heel moeilijke boeken over de wetenschappelijke zoektocht. De meeste studenten beperken zich op dit terrein het liefst tot samenvattingen uit tweede hand. In dit artikel heb ik geprobeerd op simpele wijze de wetenschapsontwikkeling samen te vatten. Voor de echte liefhebbers is een literatuurverwijzing opgenomen.

1. Klassiek Empirisme
Volgens deze oudste stroming is wetenschappelijke kennis is gelijk aan bewezen kennis.
Volgens critici zit het empirisme met twee onoplosbare problemen:
a. Er bestaan geen onfeilbare waarnemingsuitspraken
b. Er is geen inductieve logica (sluitende redenering) construeerbaar.
Met name David Hume schetst dit probleem en daardoor zijn volgens de criteria van het empirisme alle wetenschapstheorieën gelijkelijk onbewijsbaar.

2. Neo-Empirisme
Dat kan wel zo zijn, maar van elke theorie is op basis van de beschikbare evidentie (“bewijs”) wel een mate van waarschijnlijkheid te bepalen. De meest waarschijnlijke theorie verdient dan de voorkeur. De latere filosoof Lakatos (over hem later meer) beargumenteert op overtuigende wijze dat, onder zeer algemene voorwaarden, elke theorie een waarschijnlijkheid van 0 heeft, ongeacht de beschikbare evidentie.

3. Dogmatisch falsificationisme
Deze stroming erkent de feilbaarheid van elke theorie, maar houdt (net als de empiristen en neo-empiristen) vast aan een onfeilbare basis van waarnemingsuitspraken. Een theorie mag dan weliswaar nooit definitief “bewezen” kunnen worden, maar een theorie kan wel onvoorwaardelijk worden weerlegd. Wetenschappelijke vooruitgang bestaat uit eliminatie van onware theorieën. Eliminatie vindt plaats als van te voren benoemde potentiële falsificatoren in onderzoek bevestigd worden. Waarnemingsuitspraken zijn in deze visie altijd feilbaar. Probleem: de gelijkelijke onbewijsbaarheid en de gelijkelijke onwaarschijnlijkheid van theorieën geldt helaas ook voor het gelijkelijk onweerlegbaar zijn.

4. Naïef methodologisch falsificationisme
Deze stroming erkent het feilbare karakter van elke wetenschappelijke uitspraak, maar probeert toch op rationele gronden theorieën of opvattingen te elimineren. Centraal staat de opvatting dat de wetenschapper actief en vormend aan het ken-proces deelneemt vanuit een conceptueel framework. Het waarnemen “an sich” verandert soms al het waargenomene. In dit verband kan de uitspraak van Einstein aangehaald worden die zich afvroeg of de maan wel bestaat als we er niet naar kijken. Volgens de filosoof I. Kant ligt dit framework voor eens en altijd vast. Voor de naïef methodologisch falsificationist is het conceptuele framework veranderbaar. De onderzoeker dient zijn methodologische keuzes (aannames) te expliciteren. Dit vormt de basis voor zijn empirische waarnemingen en zijn interpretatief kader. Deze stroming onderscheidt dus scherp tussen onwaarheidsbewijs en eliminatie. De wetenschapper dient van tevoren zijn potentiele falsificatoren te specificeren, aan te geven wat hij als niet-problematische achtergrond beschouwt en welke ceteris-paribus-clausules hij hanteert. Deze stroming kan met name worden toegeschreven aan Karl R. Popper.

5. Thomas S. Kuhn bederft het rationele feestje
De ontwikkeling van theorieën verloopt volgens Kuhn helemaal niet volgens rationaliteitscriteria, maar wordt door sociaal-psychologische en politieke factoren bepaald (idem P.K. Feyerabend):
a. De interne sociale controle van een omringende groep wetenschappers
b. De gezagsverhoudingen
c. Het op “passende wijze” propaganda maken.
Kuhn werkt de begrippen “immuniteit” (geen enkele empirische waarneming is immuun voor kritiek) en incommensurabiliteit (er is geen gemeenschappelijke maatstaf om theorieën met elkaar te vergelijken). Beide begrippen verklaren de ontwikkeling van de wetenschapsgeschiedenis in hoge mate. Kuhn ziet “normale” wetenschappelijke periodes waarin gepuzzeld wordt zonder de uitgangspunten ter discussie te stellen. In “revolutionaire” periodes ontstaat o.g.v. sociaal-psychologische factoren een “paradigma-change”. Daarna verschillen nieuwe observaties en ervaringen radicaal van de oude observaties en ervaringen. De nieuwe paradigma zijn een verzameling van normen en standaarden die niet ter discussie gesteld worden. Bekende voorbeelden: de wetten van Newton, het evolutieprincipe van Darwin, de relativiteitstheorie van Einstein.

6. Verfijnd methodologisch falsificationisme
De stroming van de kritisch-rationalisten verwerkt de wetenschapshistorische resultaten van Kuhn in een rationalteitstheorie. Belangrijkste vertegenwoordiger is I. Lakatos. Hij werkt op basis van Popper en Kuhn de zg. “research-programma’s” uit. Een reeks theorieën kan men progressief noemen als elke volgende theorie een grotere verklarende kracht heeft en bovendien anomalieën (=onregelmatigheden) uit de voorgaande theorie verklaart. Lakatos koppelt de theorieverwerping aan aanvaarding van een alternatieve theorie. Essentieel is niet het vergelijken van een theorie met waarnemingsuitspraken (“feiten”), maar essentieel is het zoeken naar een alternatieve theorie die de problemen van de oude theorie opheft. Falsificatie is dus pas mogelijk in het licht van een alternatieve theorie. Elkaar aldus opvolgende resp. aanvullende theorieën vertonen samenhang en progressie. Lakatos noemt dat research-programma’s.

Met Lakatos zijn we zo ongeveer aan het eind van de wetenschapstheoretische ontwikkeling gekomen. Beoordeel Darwin en Scheele dus op basis van deze maatstaf. Eerlijk is eerlijk, de evolutietheorie verdient volgens deze maatstaven niet meer de naam van theorie….

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Simpel gezegd vindt een wetenschapper altijd iets waar hij zoekt en vindt hij niets waar hij niet zoekt. De vraag is dan ook: wanneer zoekt een wetenschapper eigenlijk op de goede manier? Vele wetenschapsfilosofen hebben geprobeerd de wetenschappelijke vooruitgang (achteraf) te verklaren met behulp van een wetenschapstheoretisch model. De meeste voorbeelden worden uit de natuurkunde gehaald omdat deze natuurwetenschap het verst ontwikkeld is,

...
Read more