Van tijd tot tijd lezen we over onderzoek naar het voorkomen van leven op andere hemellichamen. Met name heeft men dan aandacht voor een eventuele aanwezigheid van water of zuurstof en voor een temperatuur die leven zou toelaten.

Eén vraag blijft daarbij niet behandeld: Is leven zoals wij dat kennen, de enige vorm van leven die kan voorkomen? Zou er geen vorm van leven kunnen bestaan die totaal anders is dan wat wij kennen, zonder behoefte aan zuurstof en/of water en/of een bepaalde temperatuur? Dit is geen wetenschappelijk onmogelijke vraag. Toch wordt zij niet gesteld. De aandacht is dus maar beperkt, zonder bewijs dat dat nuttig is. Je zou nog verder kunnen gaan: Zou er geen leven kunnen bestaan dat wij niet kunnen waarnemen?

Dit is een logische vraag die voor velen geen wetenschappelijk antwoord kan krijgen. Immers, zegt men, wetenschap houdt zich alleen bezig met wat met de zintuigen of met hulpmiddelen waargenomen kan worden. Toch dringt zich een antwoord op. De vraag is namelijk niet onzinnig.

Er is (buiten het geloof om) een antwoord mogelijk: we hebben met de zintuigen of met hulpmiddelen geen mogelijkheid om zulk leven te vinden, maar de mogelijkheid, dat zulk leven bestaat, is ook niet uit te sluiten.

En is de mogelijkheid niet uit te sluiten, dat zulk leven bestaat, dan dringen zich opnieuw logische vragen op:
° Kan dat onwaarneembare leven misschien ons wel waarnemen?
° Kan dat onwaarneembare leven misschien met ons contact opnemen?
° Kunnen wij waarnemen, dat het onwaarneembare leven iets gedaan heeft?

Conclusie
Het onderzoek naar buitenaards leven gebeurt – althans naar wat wij erover horen – eenzijdig. De vraag is: Waarom?

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Dr. A. Dirkzwager studeerde klassieke filologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Het hoofdvak was Grieks, de bijvakken Oude Geschiedenis en Latijn. Van de Griekse en Latijnse teksten die hij te bestuderen had, stamde 40% van christelijke auteurs. Zijn doctoraatsthesis was een inhoudelijke commentaar op de beschrijving van de Romeinse provincie Gallia Narbonensis door de Griekse aardrijkskundige Strabo. De titel was 'Strabo über Gallia Narbonensis', uitgegeven door Brill, Leiden 1975. Hij was werkzaam als leraar in Nederland en Vlaanderen, later als onderwijsinspecteur. Ook gaf hij colleges exegese Nieuwe Testament en hermeneutiek aan de Evangelische Theologische Faculteit van Heverlee. De exegetische kolom van 1 Timotheus, 2 Timotheus, Filemon en Judas in de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek is van zijn hand, na retouches door de redactie.