In 2017 verscheen een boek op de markt met de naam: Theistic Evolution. A scientific, Philosophical and Theological Critique. Van dit boek werd beweerd, dat degene die dat boek las, daarmee volledig op de hoogte zou zijn van de laatste ontwikkelingen rond de discussie over theïstische evolutie. Vanuit een creationistisch perspectief, dan wel te verstaan. Dat boek heb ik grotendeels gelezen. Het heeft zijn belofte waar gemaakt. Met grote deskundigheid hebben de auteurs een veelheid aan feitenmateriaal en argumenten aangedragen die aantonen dat theïstische evolutie geen begaanbare weg is. Er zijn oude bekende argumenten, die van evolutionistische zijde toch niet ontkracht zijn, maar ook nieuwe argumenten en wetenschappelijke gegevens. Dit komt duidelijk in het notenapparaat tot uitdrukking; de literatuur waar naar verwezen wordt, is vaak zeer recent. Ook wordt vaak naar seculiere literatuur verwezen. Dit heeft meerwaarde, niet omdat seculiere literatuur voor een christen meerwaarde heeft, maar omdat dergelijke literatuur voor een niet-christen meerwaarde heeft. Ik heb het boek met veel plezier gelezen.

Eén hoofdstuk uit het boek voldeed echter niet aan de verwachtingen. Het betrof hoofdstuk 23. Getiteld Theistic Evolution and the problem of natural evil. Geschreven door Garrett J. Deweese. De auteur van dit stuk bestrijdt de synthese tussen christelijk geloof en evolutie. Dat is op zich correct. Hij doet dat echter vanuit een oude-aarde creationistisch standpunt. En dat is, hetgeen zal blijken, een hachelijke onderneming. De argumentatie die Deweese hanteert om onderscheid te maken tussen oude aarde creationisme en theïstische evolutie met betrekking tot het probleem van natuurlijk kwaad in het licht van Gods goedheid, is in mijn ogen gekunsteld en ongeldig. Laat ik eerst echter met instemming de samenvatting van het hoofdstuk hieronder weergeven en de argumentatie van Deweese volgen, want die is op zich alle aandacht waard.

“Natural evil” refers to the pain and suffering caused by natural processes, in contrast to “moral evil”, the wicked acts of morally responsible persons. The amount of suffering due to natural causes seems to show that the existence of an omnipotent, omniscient, omnibenevolent God is impossible, or at least highly improbable. Thus, until recently, Christian theologians, philosophers, and apologets had thought it was important to show that God was not directly responsible for the suffering and death caused by natural evil. However, conservative Christians who have embraced theistic evolution have not thought it necessary to “insulate” God from direct responsibility for natural evil. If natural evil is of necessity a part of evolutionary history, and if evolution is the process instituted by God, then it follows that God is the direct cause of natural evil- it is part of his plan. We will see, however, that opponents of theistic evolution have much better explanations of natural evil-explanations that do not make God the direct cause of the resultant pain and death.

Kort gezegd. Als theïstisch evolutionisten gelijk hebben, dan heeft God geschapen over een tijdspad van honderden miljoenen jaren middels een proces dat miljarden en miljarden slachtoffers heeft gemaakt. De massaslachtingen onder dieren en geocide (in plaats van genocide) zijn dan een directe daad van God geweest, zonder dat dit door de zonde van de mens teweeg werd gebracht. Lijden was noodzakelijk. Dit is een probleem, gezien de belijdenis dat God volmaakt goed is. Christenen belijden van oudsher dat lijden en dood gevolg van de zonde van de mens zijn. Deze belijdenis wordt door theïstisch evolutionisten losgelaten. In zijn bestrijding van het toedichten van kwaad aan God is Deweese correct. Deweese stelt dat het standpunt van een creationist niet problematisch is. Met de verdediging van het standpunt van het jonge-aarde-creationisme is Deweese snel klaar.

“Young earth creationists have a ready response. Since the universe and so the earth, are much younger than the scientific consensus, somewhere around ten thousand years old, clearly evolution is impossible. …So there necessarily was a first human pair… hold tightly to literal reading of Genesis 1-3, including a space-time fall which introduced evil to God’s “very good” creation”. Human sin, rather than processes of planetary of biological evolution, is responsible for the suffering and death in the natural world”

DeWeese draagt zelf echter het standpunt uit van het oude-aarde-creationisme. Een standpunt dat moeilijker is te verenigen met de leer van een goede schepping uit de handen van een goede God. Zelf denkt hij wel argumenten te hebben waardoor het oude-aarde-creationisme in tegenstelling tot theïstische evolutie wel samen kan gaan met de goedheid van God. Laten we zijn argumentatie eens op een rijtje zetten en daarna bezien of de argumentatie hout snijdt.

Free process defence

De basis voor de argumentatie vormt het zgn “Free process defence”. Een argumentatie die ook wordt gevolgd door J. Polkinghorne en A. Plantinga. De argumentatie is opgebouwd uit drie stappen.
Ten eerste wordt gesteld dat chaotische systemen in deze wereld het bestaan van natuurlijk kwaad mogelijk maken.
Ten tweede wordt geargumenteerd dat God wellicht goede redenen had om een wereld met chaotische systemen te maken zelfs al maakte dat het bestaan van natuurlijk kwaad mogelijk. Daarnaast wordt gesteld dat zelfs God geen wereld met chaotische systemen kan maken zonder natuurlijk kwaad.
Tenslotte worden de implicaties van de argumentatie overzien.
Bekijken we de argumentatie in meer detail.

Deweese beschrijft het eerste argument puntsgewijs als volgt:
1) The natural world is a dynamic world composed of a vast number of interacting nonlinear dissipative dynamical systems that are sensitively dependent on initial conditions.
2) Nonlinear dissipative dynamical systems may, given a very slight disturbance in initial conditions, lose equilibrium and behave in wildly erratic ways.
3) Wildly erratic systems in the natural world cause natural evil.

In de natuur om ons heen en ook bij ons zelf is sprake van een groot aantal open systemen die elkaar beïnvloeden. Deze invloed kan sterk afhankelijk zijn van de uitgangssituatie. De reactie op een bepaalde kleine prikkel kan leiden tot een opstapeling van versterkende effecten waardoor er extreme en onvoorspelbare situaties kunnen ontstaan. Systemen die zeer gevoelig zijn voor kleine verschillen in uitgangscondities noemt men chaotische systemen. Doordat in zulke systemen minieme modificaties in het begin uiteindelijk reusachtige gevolgen kunnen hebben, leidt dit er toe dat bepaalde verschijnselen niet goed te voorspellen zijn, zelfs al zou men de uitgangssituaties bijna perfect kennen. Dit is bekend van het weer. Een vlindervleugelslag in Brazilië kan leiden tot een tornado in Texas. Vaak lijkt de situatie een tijdje onder controle, en loopt de situatie door samenloop van omstandigheden opeens uit de hand, en zijn de gevolgen bijna niet te overzien. Er zijn dus chaotische systemen op deze wereld, niet alleen in de levenloze natuur maar ook in de biologie. We zien om ons heen, dat dit leiden tot natuurlijk kwaad. Denk bijvoorbeeld aan tornado’s, droogtes of overstromingen. Het uitgesponnen argument van Deweese is in mijn ogen dus correct, met uitzondering van punt 3) We nemen , om ons heen waar, dat wilde grillige systemen leiden tot natuurlijk kwaad, maar dat is nog geen bewijs dat dit natuurlijk kwaad onontkoombaar is. Punt 3 is dus in mijn ogen te massief gesteld.

Hierna gaat Deweese verder met het tweede argument.
4) A dynamic world in which free creatures can exercise genuine creativity, thereby bringing about truly novel effects, is better than a static world.
5) God would want to create a dynamic world.

Deweese gebruikt twee verschillende argumentatielijnen om te verdedigen dat een dynamische wereld beter is dan een statische wereld. Deweese gebruikt twee voorbeelden uit de fysiologie om te illustreren dat een dynamisch systeem te prefereren is boven een statisch systeem. Het ene voorbeeld is de geleiding van elektrische signalen in het hart. Een proces dat van vitaal belang is omdat het samentrekking van het hart veroorzaakt, waardoor het bloed wordt rondgepompt. Het is een chaotisch systeem. Een ander voorbeeld is de opbouw van neurale netwerken in de hersenen die kenmerken van een chaotisch systeem vertoont.

Een andere argumentatielijn is, dat een dynamische wereld in staat is om nieuwigheden te creëren, terwijl het bij een statische wereld bij het oude blijft. Groter veranderingen kunnen leiden tot nieuwe mogelijkheden en verbeteringen op langere termijn. ‘Surely our world is much more interesting and beautiful as a result’. “Human creativity depends on the possibility of a nonlinear dynamical world”.
Hierna volgt Deweese met enkele theologische overwegingen.

Uit de opdracht aan de mens in het begin van het bijbelboek Genesis blijkt dat Adam de taak kreeg om de aarde te bouwen en te bewaren. De mens is dus in staat om zijn omgeving te beïnvloeden. De omgeving moet dus dynamisch zijn om op het handelen van de mens te kunnen reageren. De gedachte is nu dat het goede van de mogelijkheid van complex leven door nonlineaire dynamische systemen voor God opweegt tegen de mogelijkheid tot natuurlijk kwaad, die met deze systemen samenhangt. Dergelijke systemen zouden voor God mogelijk een hogere intrinsieke waarde hebben.

Deweese gaat verder in zijn argumentatie. Bij de volgende gedachtenlijn begint Deweese bij moreel kwaad. Het is voorstelbaar dat God een fysieke wereld schiep, die werkt zoals die nu werkt waarbij bepaalde fysieke voorwerpen schade aan personen kunnen aanrichten en er zijn personen die soms verkeerde morele keuzes maken. Stel, iemand slaat een ander dood met een knuppel. Had God een zodanig mechanisme in de schepping kunnen leggen, dat de knuppel zou dematerialiseren, zodra die het lichaam van het slachtoffer zou raken, en dus geen kwaad zou aanrichten? Enige reflectie leert ons dat zo’n schepping voor ons mensen erg onvoorspelbaar zou zijn en dat wetenschap en techniek onmogelijk zouden zijn. Bewoners van zo’n schepping zouden zelfs geen reden meer hebben om verantwoordelijk en werkelijk moreel juist te handelen, omdat niet-moreel handelen niet tot consequenties zou leiden. ‘That world might contain freedom of thought, but not of action; it would not, then contain genuine moral good’

Nu gaat Deweese terug naar natuurlijk kwaad en stelt dat als natuurlijk kwaad niet mogelijk is, wetenschap en onderwijs zinloos zijn. Heldhaftigheid en opwinding zouden afwezig zijn, creativiteit ter verbetering van de leefomstandigheden zou overbodig zijn. En dan eindigt Deweese met: ‘It would not be a world worthy of rational, creative agents, even if it was a world that was livable’ Nu gaat Deweese naar de derde fase van de argumentatie. ‘What God cannot do’. De vraag die nu als vanzelf opdoemt is, of God niet in staat was om een dynamische wereld te scheppen dat nooit uit het lood zou raken. De stelling van Deweese is dat God daartoe niet in staat is.

6) Even God cannot make a dynamic world in which natural evil could not occur.
Deweese zegt dat bij oppervlakkige beschouwing de gedachte, dat God iets niet zou kunnen, fout is maar dat bij wat langduriger beschouwing tegenovergestelde het geval blijkt te zijn. Er zijn inderdaad dingen die God niet kan. ‘God cannot do something contrary to his perfect nature’. God kan geen zelfmoord plegen. Principieel gezien kan God inderdaad niet alles. Deweese gaat daarna verder met te stellen dat God geen logisch onmogelijke dingen kan zoals een vierkante cirkel maken of een getrouwde vrijgezel. De vraag is nu of God een dynamische wereld kon maken zonder dat dit het optreden van natuurlijk kwaad mogelijk maakte. Volgens Deweese kan God dat niet. Hij geeft daarvoor een aantal argumenten:
a) Eerst maakt Deweese nogmaals onderscheid tussen de mogelijkheid van kwaad en de daadwerkelijke aanwezigheid of noodzakelijkheid van kwaad. In parallel aan de ‘free will defense’ die stelt dat God de mogelijkheid van moreel kwaad gaf om werkelijk vrije schepselen te kunnen scheppen stelt Deweese dat God de mogelijkheid van natuurlijk kwaad schiep om een dynamische wereld te kunnen scheppen.
b) Deweese gaat verder, dat het logisch gezien mogelijk is om zich de onmogelijkheid voor te stellen van een dynamische wereld waarin zeer veel niet-lineaire dynamische systemen in voortdurende interactie verkeren, en dat niet af en toe uit het lood slaat waardoor natuurlijk kwaad optreedt op het moment dat het bevolkt wordt door vrije schepselen.
c) Als de bovenstaande gedachtengang correct is, zou God toch een wereld met natuurlijk kwaad geschapen kunnen hebben, zelfs al zou Hij weten (gezien zijn voorzienigheid) dat natuurlijk kwaad zou gaan optreden.
d) Deweese zegt het uiteindelijk nog iets anders: ‘God created the world as an open system of cause and effect, granting a qualified self-sufficiency to nature to operate according to the laws that he designed. In this world, then, the wind could blow a tree down, causing injury or death, and God would not be the direct cause’

Hiermee sluit Deweese deze argumentatie af en gaat verder met het exploreren van het verband tussen moreel kwaad en natuurlijk kwaad. Suggererend dat moreel kwaad van mensen of van duivelen er toe kan leiden dat natuurlijke vrije processen zich chaotisch gaan gedragen waardoor natuurlijk kwaad teweeggebracht wordt. Zo zou het kunnen zijn geweest dat dynamische processen in eerste instantie in evenwicht geschapen waren, maar door de duivel uit evenwicht zijn gebracht. Ook de mens is in staat door moreel fout handelen natuurlijk kwaad teweeg te brengen. Deweese draagt hiervoor enkele voorbeelden aan die gedeeltelijk ook correct zijn.

Deweese eindigt met:
“Consequently, old earth creationists have at hand an explanation according to which the natural processes in the world today that result in natural evil are perturbations of systems originally created by God in a “very good” state of equilibrium. God is not directly responsible for natural evil, as he must be in a theistic evolution model. This conclusion is in concert with the consistent views of theologians and philosophers throughout the history of the church.”

Weging van de argumentatie

Deweese heeft veel waardevolle dingen gezegd en een interessant betoog gehouden. Het punt dat hij aanhaalt is van groot belang. Is God de auteur van het kwaad of niet. Deweese denkt dat dit bij theïstische evolutie wel het geval is en bij oude-aarde creationisme niet. Hieronder geef ik een aantal aandachtspunten waarom ik denk dat zijn argumentatie geen stand houdt en dat ook oude aarde creationisme een probleem heeft. Ik ga hierbij niet in op het al of niet eenvoudig historisch verstaan van Genesis 1-3. Dat punt laat Deweese ook liggen. Daarin verschil ik met hem van mening, maar daarover is voldoende geschreven.

Hoewel Deweese gelijk heeft dat de wereld een groot aantal op elkaar ingrijpende open systemen bevat, overdrijft hij hierin wel enigszins. De voorbeelden van chaotische systemen in de biologie zijn gelimiteerd. De voorbeelden die Deweese daarbij aanhaalt zijn bekend en duiden meer op het gunstige karakter van open dynamische systemen dan op hun in potentie destructieve karakter. Veel fenomenen in de natuur laten zich niet beschrijven als chaotische systemen.

Er is veel natuurlijk kwaad op de wereld dat niet is toe te schrijven aan uit de hand gelopen chaotische systemen. Veel leed wordt veroorzaakt door langzame aftakelingsprocessen, uitputtingsverschijnselen of het afgesneden zijn van hulpbronnen. Deweese noemt zelf het vallen van een boom. Dat is moeilijk als een chaotisch systeem te definiëren. Anderzijds zijn er veel open dynamische systemen denkbaar waarbij de chaotische fase van het systeem geen natuurlijk kwaad teweeg brengt.

Hoewel we zien dat nonlineaire dynamische systemen natuurlijk kwaad veroorzaken, zien we ook dat mensen in de loop van de geschiedenis steeds beter in staat zijn om zich hier tegen te wapenen. Mensen zijn steeds beter in staat om maatregelen te nemen om er voor te zorgen dat de situatie niet uit de hand loopt of dat ondanks het optreden van extreme omstandigheden de schade toch beperkt blijft. We zijn in staat om bronnen te slaan in de woestijn, te irrigeren, dijken om onze polders te bouwen, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen te voorspellen en dan maatregelen te nemen om slachtoffers te voorkomen. Als er rampen plaats vinden, is de mens steeds beter in staat om leed te verzachten en letsel te herstellen. Dat de mens dit kan, komt doordat God hem die gaven gegeven heeft. Als sterfelijke, moreel gecorrumpeerde mensen in staat zijn om natuurlijk kwaad te verhinderen of te verminderen, dan is het moeilijk vol te houden dat een almachtige en goede God dit niet volmaakt zou kunnen doen.

Nonlineaire dynamische systemen kunnen soms grillige en extreme condities veroorzaken. Deze condities zijn wel extreem maar altijd begrensd. Het is in de geschiedenis van de aarde nog nooit voorgekomen dat condities zo extreem waren, dat de aarde vernietigd was. Tot nu toe komen de condities altijd weer in een bepaald evenwicht terug, al kan dat een ander evenwicht zijn dan voorheen. Een oorzaak dat een extreme situatie na verloop van tijd niet verder escaleert kan zijn, dat het proces veel energie verbruikt en dat gedurende het proces de toevoer van energie afgesloten wordt. Het is bekend dat tornado’s gevoed worden door energie van het warme water van de oceaan. Als de orkanen vanuit de oceaan op het Amerikaanse vaste land terecht komen, worden ze niet meer gevoed en doven ze uit. Het is heel goed voorstelbaar, dat God dergelijk mechanismen had kunnen scheppen waarbij al onder veel minder extreme omstandigheden de ‘veiligheidsklep’ open gaat en verdere escalatie wordt voorkomen.

Deweese stelt dat een dynamische wereld mogelijk beter is dan een statische wereld. Ik moet bekennen dat ik intuïtief geneigd ben het daarmee eens te zijn. Maar intuïtie is niet altijd een betrouwbare raadgever. Als scholieren bij biologie leren over regulatiesystemen, bijvoorbeeld van het hormonale systeem, dan gaat het vaak over negatieve feedback systemen. Dit zijn bij uitstek systemen die gericht zijn op behoud van een stabiele situatie. Veel interessanter zijn echter positieve feedback systemen. Hierbij versterken prikkels elkaar wederzijds positief waardoor een kleine modificatie in beginsel leidt tot groot effect. Dergelijke regulatiemechanismen zijn voor in stand houding van het leven ook belangrijk en veel interessanter dan negatieve feed back systemen. Beide systemen werken binnen de biologie samen bij het in stand houden van leven. Het is een balans tussen stasis en dynamiek. Hierbij is echter nog niet sprake van een chaotisch systeem.

Deweese stelt dat de aanwezigheid van een open dynamische wereld ertoe leidt dat creativiteit, innovatie en verandering mogelijk is. Mijns inziens gaat hij er hierbij aan voorbij, dat creativiteit volgens zijn lezing juist mogelijk is dankzij het ver uit evenwicht raken van chaotische systemen. Omdat Deweese natuurlijk kwaad en uit-evenwicht-zijn dicht bij elkaar plaatst, plaatst hij ook natuurlijk kwaad dicht bij creativiteit en innovatie. Schepping, en daarmee het handelen van God wordt op deze wijze nauw aan natuurlijk kwaad verbonden. Het oude aarde creationisme zit hiermee in hetzelfde schuitje als het theïstisch evolutionisme. In het theïstisch evolutionisme creëerde God natuurlijk kwaad om evolutie teweeg te brengen. In het oude aarde creationisme creëert God natuurlijk kwaad om creativiteit, verandering en innovatie teweeg te brengen. Het gaat nog verder, als Deweese het uit balans brengen van nonlineaire dynamische systemen op conto van de duivel plaatst. Als dit uit-balans-brengen het is dat creativiteit en noviteit brengt, dan gaat het die kant op dat de duivel medeschepper van God wordt. Dat kan de bedoeling van Deweese niet zijn.
Deweese beargumenteert dat Adam de opdracht had om de aarde te bouwen en te bewaren en dat daarvoor nonlineaire dynamische systemen nodig zijn. Andere systemen zouden altijd naar hun uitgangssituatie terugkeren en daarom niet te beïnvloeden zijn. Dat is niet waar. Ook zonder nonlineaire dynamische systemen, is het mogelijk om de omgeving te beïnvloeden. In het merendeel van wetenschappelijke experimenten wordt de omgeving sterk beïnvloed en gecontroleerd. Hierbij worden enkele modificaties aangebracht en wordt gemeten wat het effect ervan is, om daarmee te trachten kennis over onze omgeving op te doen. Bij zulke experimenten in de biologie is zelden sprake van chaotische systemen. Dat is maar goed ook, gezien de slechte controleerbaarheid. Het zijn dus niet de nonlineaire dynamische systemen die maken dat de natuurlijke werkelijkheid voor de mens beïnvloedbaar is.

Deweese argumenteert dat het goede van het bestaan nonlineaire dynamische systemen zo groot kan zijn dat het voor God opweegt tegenover de mogelijkheid die het geeft tot het optreden van natuurlijk kwaad. Hoewel ik met Deweese meevoel dat dynamische systemen een groot goed kunnen zijn kan ik niet indenken dat dit opweegt tegen de mogelijkheid van natuurlijk kwaad. Woog de grandeur van de piramides op tegen het leed dat aangericht werd in het leven van de slaven die deze piramides gebouwd hadden? Woog de grootheid en de pracht van het oudtestamentische Babel op tegen de vele volken die geplunderd en uitgemoord werden, zodat een grote rijkdom kon worden vergaderd? Woog het compleet bedelven van Pompeï door de vulkaan de Vesuvius op tegen de vruchtbaarheid van de lava waardoor de hellingen weer begroeid werden in de eeuwen erna?

Als Deweese stelt: ‘It would not be a world worthy of rational, creative agents, even if it was a world that was livable’. Dan kan ik hem daarin niet volgen. Het zou interessant zijn om te weten hoe Deweese zich de toekomstige eeuwige heerlijkheid voorstelt. Daar zullen Gods kinderen immers ook lichamelijk verkeren. Het is de algemene gedachte dat zowel moreel kwaad als natuurlijk kwaad daar afwezig zal zijn. Gezien de ‘tijdsperiode’ waar het over gaat is natuurlijk kwaad in de eeuwige heerlijkheid onvermijdelijk als ze mogelijk is. Als natuurlijk kwaad in de eeuwige heerlijkheid afwezig is, dan is ze ook onmogelijk. Zal de eeuwige heerlijkheid in de ogen van Deweese ook zo’n statische wereld zijn, die wel leefbaar is maar daar is dan ook alles mee gezegd? Is dat de beloofde heerlijkheid? Of is God toch wel in staat om een dynamische creatieve omgeving te creëren, zonder de mogelijkheid van natuurlijk kwaad?

Deweese gebruikt het voorbeeld van een knuppel die dematerialiseert zodra iemand er mee geslagen wordt om daarmee aan te tonen dat een wereld waarin natuurlijk kwaad onmogelijk is, ook de voorspelbaarheid van de natuur in het geding is en daarmee ook wetenschap en onderzoek onmogelijk worden. Naar mijn mening is dit voorbeeld extreem. Naar mijn mening is het logisch denkbaar dat er een dynamische wereld bestaat waarbij systemen uit balans raken en dat daar dan toch geen natuurlijk kwaad uit voortvloeit, eenvoudig omdat andere omstandigheden zodanig zijn dat dit uit balans raken geen kwaad doet. Dat kan op veel natuurlijker wijze dan het dematerialiseren en weer materialiseren van een knuppel. Degene die geslagen wordt hoeft maar de huid van een olifant te hebben; een slag van een knuppel zou hooguit kriebelen.

In zijn voorbeeld van doodslag met een knuppel, komt Deweese er op uit dat als moreel kwaad handelen niet leidt tot natuurlijk kwaad, er geen sprake kan zijn van werkelijk moreel goed handelen. Naar mijn mening slaat Deweese hier de plank volledig mis. Dit zou namelijk impliceren dat iemand die niet in staat is om zijn of haar omgeving te beïnvloeden niet in staat is om werkelijk morele keuzes te maken. Een gevangene in een isoleercel, iemand die verlamd is, een aan het bed gekluisterde oudere. Ze zouden niet meer werkelijk verantwoordelijk zijn voor morele keuzes die ze maken. Die keuze kan niet meer echt goed en, denk ik dan, ook niet meer echt fout zijn. Mijns inziens gaat dit volledig voorbij aan het feit dat iets in eerste instantie goed of fout is omdat het voor of tegen de wil van God is, en niet of het al of niet schade aanricht.

Deweese stelt duidelijk en met recht dat God niet iets kan doen dat tegen Zijn natuur in gaat. Hij stelt echter ook dat God geen logisch onmogelijke dingen kan zoals een vierkante cirkel maken. Over of God vierkante cirkels kan maken, valt veel te zeggen. In zijn boek “Wonderen” stelt C.S. Lewis dat God geen onzinnigheden kan doen die wij bedenken. Dat is mijns inziens juist. Als een vierkante cirkel een onzinnigheid is die wij bedenken, dan kan God dat niet. Als een vierkante cirkel, hoewel voor ons niet voorstelbaar, echter een noodzakelijke ingrediënt van de schepping is of als het bestaan van een vierkante cirkel in de Bijbel beschreven zou zijn als iets dat God gemaakt had, dan is dat geen onzinnigheid die wij bedenken. Dan heb ik geen enkele neiging om te denken dat God dat niet zou kunnen maken. God is veel hoger dan onze logica. Vrijwel elk wonder in de Bijbel gaat lijnrecht tegen onze logica in. Ik ben daarom van mening dat God wel degelijk een vierkante cirkel kan maken, hoewel ik me daarbij niets kan voorstellen hoe, maar dat is de norm niet. Daarnaast kunnen we ons veel makkelijker voor stellen dat er nonlineaire dynamische systemen zijn zonder de mogelijkheid van natuurlijk kwaad dan dat we ons een vierkante cirkel kunnen voorstellen. Het voorbeeld is dus extremer dan de beargumenteerde zaak. De argumenten overdenkend, is het voor mij niet twijfelachtig dat God inderdaad in staat is een creatieve wereld te scheppen zonder de mogelijkheid van natuurlijk kwaad.

Deweese probeert gebruik te maken van ‘the free will defense’. The free will defense wordt oorspronkelijk gebruikt om te stellen dat God de mogelijkheid van moreel kwaad, zonde, gaf omdat God wilde dat Adam Hem vrijwillig zou gehoorzamen. Om dat vrijwillig te kunnen doen, was het nodig dat Adam kon zondigen. Het moest mogelijk zijn. Deze argumentatie is kort en rechtlijnig. Deweese probeert deze argumentatie in zijn ‘free process defense’ toe te passen op het natuurlijke kwaad. Zijn argumentatie is echter veel minder doorzichtig en eenduidig. Er zijn een aantal opmerkingen te plaatsen:
– Moreel kwaad veroorzaakt vaak wel natuurlijk kwaad, maar heeft toch een ander karakter dan natuurlijk kwaad.
– Een vrije keuze van Adam voor God, is moeilijk voor te stellen zonder dat de mogelijkheid tot zondigen er was. Een creatieve dynamische omgeving is echter prima voor te stellen zonder de mogelijkheid van natuurlijk kwaad.
– De mogelijkheid tot een morele goede keuze bij Adam, wachtte een beloning, het eeuwige leven. In natuurlijk kwaad is geen keuze mogelijkheid voor de mens, en als die er wel is, dan is het tegelijk een morele keuze.
– Als open dynamische systemen natuurlijk kwaad mogelijk maken en door de veelheid aan dynamische systemen is het optreden van natuurlijk kwaad in praktische zin onontkoombaar. Is het verschil tussen ‘mogelijk maken’ en ‘veroorzaken’ van natuurlijk kwaad dan nog wel meer dan een semantische discussie?

Conclusie

Concluderend denk ik dat Deweese er niet in slaagt om het probleem van natuurlijk kwaad in de goede schepping van God zonder de zonde van de mens op te lossen. Ik denk dat het oude aarde creationisme voor een groot deel problematisch is voor orthodoxe christenen. Niet alleen omdat het strijdt met de klassieke lezing van een aantal Schriftplaatsen uit zowel het oude en nieuwe testament maar ook omdat het het handelen van God verbindt aan natuurlijk kwaad. Dit strijdt met de ultieme kernpunt van het christendom waarop alles samen komt, namelijk de goedheid van God, Die te prijzen in tot in alle heerlijkheid want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

In 2017 verscheen een boek op de markt met de naam: Theistic Evolution. A scientific, Philosophical and Theological Critique. Van dit boek werd beweerd, dat degene die dat boek las, daarmee volledig op de hoogte zou zijn van de laatste ontwikkelingen rond de discussie over theïstische evolutie. Vanuit een creationistisch perspectief,

...
Read more