Ginkgo’s kun je tegenwoordig in veel parken aantreffen. Hier en daar staan ze in een rijtje langs de rijweg alsof ze net zo Nederlands zijn als wilgen en essen. Toch is dat allemaal pas van recente datum. Het gaat hier om de Japanse notenboom, ook wel Japanse of Chinese tempelboom1 genoemd met de wetenschappelijke naam Ginkgo biloba. Een echte exoot dus. En wat voor eentje! Je zou helemaal naar een berggebied in Oost-China moeten gaan om hem misschien nog in het wild te kunnen zien. Plantkundigen beschouwen hem als de enige vertegenwoordiger van een aparte orde binnen de naaktzadigen (Gymnospermae). Even een opfrisser: coniferen zijn ook naaktzadigen, i.t.t. de eerder genoemde wilg en es, die tot de bedektzadigen (Angiospermae) worden gerekend. Tweehuizig zijn ze, er zijn dus meneren en mevrouwen ginkgo. Karakteristiek zijn de vaak tweelobbige bladeren die in de herfst afvallen.

Bij oude ginkgo’s denk ik niet aan het exemplaar dat rond 1730 in Geetbets in Vlaams-Brabant als stekje is neergezet, noch aan het exemplaar dat door de beroemde botanicus Linnaeus in 1735 in Harderwijk zou zijn geplant. Ook niet aan de oudere exemplaren die rond Japanse tempels staan, vanwaar ze in achttiende eeuw naar Europa werden gebracht en die aanleiding was voor een van de Nederlandse namen. En zelfs niet aan die nog veel eerder van China naar Japan gebracht werden.

Nee, bij oude ginkgo’s gaat het om fossiele exemplaren. En dan blijken er in het verleden ook andere soorten te zijn geweest, die nu zijn uitgestorven. “Onze” ginkgo is dus een echte overlever, een levend fossiel. Net als de beroemde coelacanth, die kwastvinnige vis in de Indische Oceaan. Maar deze kun je zo maar gaan bekijken in het park om de hoek. In z.g.n. Permlagen (evolutionisch gedateerd op 270 miljoen jaar geleden) duiken de eerste fossielen van deze groep op. Maar misschien worden er nog wel een keer fossielen gevonden in gesteentelagen met een oudere datering. Dat gebeurt immers regelmatig bij allerlei soorten. Veel fossielen van ginkgo’s zijn gevonden in Mesozoïsche lagen: Trias en Jura, het tijdperk van de dinosauriërs.

De laatste jaren horen we veel over origineel biologisch materiaal (original biomaterial) in fossielen van dieren, zoals DNA van mammoeten en zelfs bloedcellen en ander zacht weefsel bij dino’s. Maar ook de botanici zijn bij fossielen gaan kijken naar zulk origineel materiaal van planten. Onlangs werden resultaten van zo’n onderzoek door Zweedse en Litouwse wetenschappers gepubliceerd.2 Ze noemen het voorlopige resultaten omdat ze nog zoveel meer verwachten te vinden. Het doel was om de verwantschap tussen verschillende fossiele en recente plantenfamilies te kwantificeren. Men onderzocht fossielen van over de hele wereld. Bij het onderzoek werd gebruik gemaakt van de modernste technieken om biologische verbindingen te detecteren. De meeste daarvan, zoals cellulose, zijn in de fossielen al uiteen gevallen. Maar succes had men met de wasachtige stoffen die planten in een laagje op de bladeren afzetten, de z.g.n. cuticula.

Op grond van de overeenkomsten tussen de stoffen bij de verschillende soorten stelden de onderzoekers “verwantschapsboompjes” op, wat hier en daar tot een ander inzicht leidde dan eerdere opgestelde boompjes met morfologische kenmerken. Zulke boompjes worden gewoonlijk in evolutionistische zin geïnterpreteerd.

Maar nu weer terug naar de ginkgo Ook die was een van soorten die onderzocht werd. De cuticula was van fossielen uit het Trias (in evo-jaren 205 miljoen jaar oud) bleek gelijk te zijn aan die van de huidige soort. Een mooi staaltje van stasis (geen ontwikkeling), zoals dat in het evolutiekringen heet. Het DNA dat verantwoordelijk is voor de aanmaak en samenstelling van die cuticula waslaag heeft geen verandering ondergaan. En hoewel binnen jonge aarde modellen de ouderdom van de lagen waarin de Trias-fossielen gevonden zijn veel lager is (rond de zondvloed), ook vanaf die tijd is de ginkgo niet veranderd.

Dus hij/zij is nog steeds de oude, die ginkgo!

Voetnoten

  1. https://nl.wikipedia.org/wiki/Japanse_notenboom.
  2. https://www.nature.com/articles/s41559-017-0224-5.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Ginkgo’s kun je tegenwoordig in veel parken aantreffen. Hier en daar staan ze in een rijtje langs de rijweg alsof ze net zo Nederlands zijn als wilgen en essen. Toch is dat allemaal pas van recente datum. Het gaat hier om de Japanse notenboom, ook wel Japanse of Chinese tempelboom genoemd met de wetenschappelijke naam Ginkgo biloba.

...
Read more

4 Comments

Peter

“De cuticula was van fossielen uit het Trias (in evo-jaren 205 miljoen jaar oud) bleek gelijk te zijn aan die van de huidige soort” (voor Ginkgo) Figuur 2c van het artikel van noot 2 waarop dit gebaseerd is geeft anders aan. Waar komt deze interpretatie vandaan?

Het artikel Vajda evanet al Nature Ecology & Evolution 1 (2017) 1092-1099. “Molecular signatures of fossil leaves provide unexpected new evidence for extinct plant relationships”, zegt: “Our results reveal that similarities between the cuticular biochemical signatures of major plant groups (extant and fossil) are mostly consistent with recent phylogenetic hypotheses based on molecular and morphological data. Our novel chemotaxonomic data also support the hypothesis that the extinct Nilssoniales and Bennettitales are closely allied, but only distantly related to Cycadales. The chemical signature of the cuticle of Czekanowskia (Leptostrobales) is strongly similar to that of Ginkgo leaves and supports a close evolutionary relationship between these groups. Finally, our results also reveal that the extinct putative araucariacean, Allocladus, when analysed through HCA, is grouped closer to Ginkgoales than to conifers. Thus, in the absence of modern relatives yielding molecular information, FTIR spectroscopy provides valuable proxy biochemical data complementing morphological characters to distinguish fossil taxa and to help elucidate extinct plant relationships.”

Zoals Hetty Dolman aangeeft, de fossielen van planten en hun groepen laten een heel precieze verdeling in de tijd zien, gesorteerd over de geologische lagen. Een verdeling in de tij die volkomen overeen stemt met de indeling op DNA. De jongste hoofdgroep in de fossielen is de laatst aftakkende bij de DNA-boom.

Reply
Hetty Dolman

Goede boom, die Ginkgo biloba. “Het geheim van deze boom zit hem waarschijnlijk in de weerbaarheid tegen bijvoorbeeld vuur, kou, insectenplagen, schimmels, vervuilde lucht (daarom doet de boom het in de stad zo goed) en zelfs tegen de atoombom die op Hiroshima werd geworpen in 1945. Gingko, de superman onder de bomen!” Zie bijvoorbeeld” https://www.nemokennislink.nl/publicaties/levende-fossielen/

De evolutie van bomen en planten wordt onder andere bewezen door het Carboon waar geen enkele loofboom in te vinden is. Ook de Ginkgo biloba is geen loofboom, die verschijnen pas later in het fossielenbestand. Zie bijvoorbeeld ook deze link: http://archeologieonline.nl/nieuws/%E2%80%98pompeii-van-de-natuur%E2%80%99-gevonden-in-china Tijdens het Carboon bestond de Ginkgo biloba ook nog niet, voor zover ik weet.

Reply
M.Nieuweboer

“Een mooi staaltje van stasis (geen ontwikkeling)”

[Dit is] fout. [Zie:] “In modern biology, stasis refers primarily to a relative lack of evolutionary change over a long period during the history of a species. It is one of the key facets of macroevolution, or evolution that takes place at or above the level of the species.”

Van gingko’s weet ik niets af, maar de coelacanth heeft zich echt wel ontwikkeld. Dat wil zeggen, de leden van de orde van de coelacanth, want er zijn in de loop der geschiedenis nogal wat verschillende soorten verschenen. De Macropomoides orientalis, de Rhabdoderma elegans en de Allenypterus montanus verschillen dan ook aanzienlijk van de twee huidige Latimeria’s. Aanzienlijke verschillen plus langzame ontwikkeling over lange tijd is gelijk aan bevestiging van de Evolutietheorie. Dat zal voor de gingko’s ook wel opgaan. Ze leveren dan ook vooral een probleem op voor Jonge Aarde Creationisme; Answers in Genesis beantwoordt dat met hyperversnelde evolutie. Zo bezien is statis een probleem voor [de auteur], niet voor evolutie.

Reply
peter b

“Van gingko’s weet ik niets af, maar de coelacanth heeft zich echt wel ontwikkeld. Dat wil zeggen, de leden van de orde van de coelacanth, want er zijn in de loop der geschiedenis nogal wat verschillende soorten verschenen.”

De coelecanth als grondtype heeft zich niet ontwikkeld. Hij is er gewoon. Er is wel variatie binnen het grondtype van de coelcanth. Variatie als evolutie neerzetten is equivocatie. Zo kun je elke proces dat aan verandering onderhevig is evolutie noemen (veroudering, groei, verval, verplaatsing, etc) en dan net doen alsof het Evolutie betreft, het proces waarbij microben in microbiologen veranderden). Wetenschappers definiëren duidelijk en demarkerend.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over