Als er één ding was waar natuurkundigen niet aan twijfelden, dan was het wel dat de snelheid van radioactief verval strikt constant is. Dit is bovendien de belangrijkste aanname achter radiometrische dateringsmethoden aan de hand waarvan de ouderdom van voorwerpen wordt bepaald. Nieuw onderzoek ondermijnt deze rotsvaste overtuiging.

planets-1497200_1280

Druk, temperatuur, chemische invloeden, zwaartekracht, magnetische of elektrische velden… het maakt allemaal helemaal niets uit, de snelheid waarmee radioactieve stoffen vervallen blijft onder alle omstandigheden hetzelfde. Die vaste overtuiging van veel natuurkundigen lijkt nu aan het wankelen te zijn gebracht door het onderzoek van teams van de universiteiten Stanford en Purdue. Het onderzoek richtte zich oorspronkelijk op het ontwikkelen van een methode om willekeurige cijfers te genereren. Dat wordt meestal gedaan door software met complexe algoritmes. Maar hoe ingewikkeld je een algoritme ook maakt, de gegenereerde cijfers zijn nooit écht ‘random’ (willekeurig). Professor Ephraim Fischbach en zijn team in Purdue wilden dit probleem aanpakken door gebruik te maken van radioactieve stoffen. Atomen die radioactief zijn kunnen spontaan veranderen (vervallen) in een ander soort atoom. De snelheid waarmee een hoeveelheid radioactief materiaal vervalt is netjes gelijkmatig, maar voor elk individueel atoom is het volledig onvoorspelbaar wanneer het vervalt. Voor zover bekend is dat puur willekeurig.

Spectaculair

Het onderzoek bestond uit de analyse van een grote hoeveelheid meetgegevens van twee laboratoria. Tot hun verrassing ontdekten de onderzoekers dat de vervalsnelheden van silicium-32 en radium-226 licht varieerden met de seizoenen. In de winter vond er iets meer verval plaats dan in de zomer. De verklaring? Als het op het noordelijk halfrond winter is, staat de aarde iets dichter bij de zon, waardoor ze meer straling vanuit de zon opvangt. Ook bleek het dat er een kleine schommeling in de vervalsnelheid zat van 33 dagen. Dat zou te maken kunnen hebben met de rotatiesnelheid van de kern van de zon. Bovendien vonden ze dat de vervalsnelheid van mangaan-54 tijdens een zonnevlek in 2006 net iets lager lag dan normaal. Deze resultaten waren zó spectaculair, dat velen het niet wilden geloven. „Iedereen dacht dat het kwam door experimentele fouten, omdat we allemaal zijn grootgebracht met het idee dat vervalsnelheden constant zijn,” zei Peter Sturrock, emeritus professor toegepaste natuurkunde aan Stanford. Maar de resultaten die met verschillende apparatuur waren verkregen, bevestigden elkaar, dus daar zal het hoogstwaarschijnlijk niet aan gelegen hebben. De onderzoekers speculeren dat de schommelingen in vervalsnelheden worden veroorzaakt door neutrino’s. Dat zijn deeltjes die in de zon worden aangemaakt en met de snelheid van het licht praktisch overal dwars doorheen vliegen. Iedere seconde vliegen er 50.000.000.000.000 neutrino’s ongemerkt door je lichaam! Het is dan ook des te verbazingwekkender dat neutrino’s, die dus bijna niet reageren met materie, van invloed zouden zijn op zoiets onveranderlijks als vervalsnelheden. Er is dan ook gesuggereerd dat het misschien niet ligt aan neutrino’s, maar aan een ander, nog onbekend deeltje.

still-life-836776_1280

Hoe oud is de aarde?

Uit de Bijbel kan afgeleid worden dat de aarde niet ouder is dan 10.000 jaar, en dit wordt bevestigd door vele wetenschappelijke argumenten, zoals bijvoorbeeld de snelle afname van de energie van het aardmagnetisch veld. Maar radiometrische dateringsmethoden lijken te wijzen op een veel hogere ouderdom. Radiometrische dateringen worden uitgevoerd door de hoeveelheid van het moederelement in het te dateren monster te vergelijken met de hoeveelheid dochterelement. Vervolgens wordt uitgerekend hoe lang het moet hebben geduurd om door verval van het moederelement tot de gemeten hoeveelheid dochterelement te komen. Veel gesteenten die met bijvoorbeeld het verval van uranium naar lood worden gedateerd, lijken een ouderdom van honderden miljoenen jaren te hebben. Dat soort uitkomsten zijn natuurlijk alleen correct als de vervalsnelheid altijd constant is geweest.

Waarschuwing

Het gaat veel te ver om op grond van deze nieuwe ontdekkingen alle radiometrische dateringsmethoden in de prullenbak te gooien. Daarvoor zijn de waargenomen variaties veel te klein. Die schommelingen van minder dan een procent zijn niet genoeg om te verklaren waarom radiometrische dateringen op miljoenen jaren wijzen terwijl uit de bijbel een aarde van niet meer dan 10.000 kan worden afgeleid. Die oplossing zal ergens anders vandaan moeten komen. Maar deze vondst zou wetenschappers wel moeten waarschuwen niet te dogmatisch te zijn over de constantheid van radioactief verval. Want het toont op zijn minst aan dat vervalsnelheden kunnen veranderen. Wie weet op welke andere manieren vervalsnelheden nog zouden kunnen variëren?

DRIE GROTE AANNAMES
Bij alle radiometrische dateringsmethoden moeten drie centrale aannames worden gedaan:

• Een bekende beginsituatie: het moet bekend zijn in welke verhoudingen het moederelement en het dochterelement in het begin aanwezig waren.
• Geen contaminatie: er mag tussentijds niets van het moeder- of dochterelement ontsnapt of toegevoegd zijn aan het te dateren materiaal.
• Een constant proces: de vervalsnelheid is strikt constant gebleven.

Onderzoekers weten dat de eerste twee aannames moeizaam zijn; er zijn allerlei complicaties waarvoor ze proberen te corrigeren. Als verschillende dateringen elkaar tegenspreken (en dat gebeurt heel vaak), wordt dat meestal wegverklaard door één van deze twee aannames in twijfel te trekken. Uit het nieuwe onderzoek blijkt nu dat ook de derde aanname niet zo solide is als men altijd heeft gedacht.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Jorritsma, R.N., 2010, Ouderdomsdatering minder rotsvast dan gedacht. Zon lijkt radioactief verval te beïnvloeden, Weet 5: 31-33.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Weet Magazine

Written by en

Dit artikel is met toestemming overgenomen van Weet-Magazine. Regelmatig wisselen we artikelen uit met het tijdschrift Weet Magazine. Abonnee worden? Klik dan hier.

24 Comments

Ed Vaessen

“Uit de Bijbel kan afgeleid worden dat de aarde niet ouder is dan 10.000 jaar, en dit wordt bevestigd door vele wetenschappelijke argumenten, zoals bijvoorbeeld de snelle afname van de energie van het aardmagnetisch veld.”

Het interessante aan deze uitspraak is dat er dus uit waarnemingen van het heden uitspraken kunnen worden afgeleid over het verre verleden. Het is dus de erkenning dat men hypothesen over wat er voorheen gebeurde kan toetsen.

Dit is echter lijnrecht in tegenspraak met bijvoorbeeld de mening va Douwe Tiemersma die schreef dat je historische wetenschap niet toetsbaar is. en van Peter Borger dat historische wetenschap inferieur is t.o.v. experimentele.

Reply
Ed Vaessen

“Uit de Bijbel kan afgeleid worden dat de aarde niet ouder is dan 10.000 jaar, en dit wordt bevestigd door vele wetenschappelijke argumenten, zoals bijvoorbeeld de snelle afname van de energie van het aardmagnetisch veld.”

Het interessante aan deze uitspraak is dat er dus uit waarnemingen van het heden uitspraken kunnen worden afgeleid over het verre verleden. Het is dus de erkenning dat men hypothesen over wat er voorheen gebeurde kan toetsen. Dit is echter lijnrecht in tegenspraak met bijvoorbeeld de mening va Douwe Tiemersma die schreef dat je historische wetenschap niet toetsbaar is. En van Peter Borger dat historische wetenschap inferieur is t.o.v. experimentele.

Wetenschap staat niet stil. De bevindingen zijn alweer onderuit gehaald:
Evidence against correlations between nuclear decay rates and Earth–Sun distance Eric B. Norman, Edgardo Browne, Howard A. Shugart, Tenzing H. Joshi, Richard B. Firestone

have reexamined our previously published data to search for evidence of correlations between the rates for the alpha, beta-minus, beta-plus, and electron capture decays of 22Na, 44Ti, 108Ag, 121Sn, 133Ba and 241Am and the Earth–Sun distance. We find no evidence for such correlations and set limits on the possible amplitudes of such correlations substantially smaller than those observed in previous experiments.

Ze verwijzen naar het artikel van:
H. Jenkins, E. Fischbach, J.B. Buncher, J.T. Gruenwald, D.E. Krause, J.J. Mattes van 25 Augustus 2008.
http://donuts.berkeley.edu/papers/EarthSun.pdf

Reply
peter b

Ik heb dit stuk nog snel even doorgenomen, maar het blijkt niet te baseren op nieuw onderzoek. Ze hebben zo te zien wat extra correcties aangebracht, zodat de theorie weer klopt. Is dit wetenschap? Of is dit een theorie-reddingsoperatie?

Peter

Ruben Jorritsma zegt: “Uit de Bijbel kan (…) het aardmagnetisch veld.”

Een snelle afname van de energie van het aardmagnetisch veld mag niet zonder meer geëxtrapoleerd worden alsof er een beginmaximum was. Zie: “The rate of decrease and the current strength are within the normal range of variation, as shown by the record of past magnetic fields recorded in rocks.” https://en.wikipedia.org/wiki/Earth%27s_magnetic_field#Future “Paleomagnetic studies of Paleoarchean lava in Australia and conglomerate in South Africa have concluded that the magnetic field has been present since at least about 3,450 million years ago” https://en.wikipedia.org/wiki/Earth%27s_magnetic_field#Earliest_appearance Dit experiment van Jenkins en Fischbach is herhaald en er is geen enkele aanwijzing voor gevonden dat radiactive decay niet constant zou zijn: https://arxiv.org/pdf/1302.0970.pdf Search for correlations between solar flares and decay rate of radioactive nuclei Bellottia et al, 2013. PHYSICS LETTERS B 720: 116-119

[Zie de quote:] “The decay rate of three different radioactive sources (40K, 137Cs and natTh) (…) during solar flares in December 2006.”
Het artikel van Bellotti et al is er een uit een serie door deze auteurs. In alle bestudeerde gevallen blijkt dat er sprake is van constantie van radioactief verval binnen nauwe meetgrenzen. Het zou beter zijn als WEET en de website Logos opgaven over welk wetenschappelijk artikel een item gaat. Een YEC geeft toe dat er niet aangetoond is dat radioactive decay variabel is: http://blog.drwile.com/?p=13303

In 2016 neem de website Logos een artikel uit WEET van 2010 over. Het artikel dat Ed Vaessen aanhaalt: “Evidence against correlations between nuclear decay rates and Earth–Sun distance” Eric B. Norman, Edgardo Browne, Howard A. Shugart, Tenzing H. Joshi, Richard B. Firestone” is gepubliceerd in 2009, in Astroparticle Physics, Volume 32, Issue 1, August 2009, Pages 42–46, online in 2008 https://arxiv.org/ftp/arxiv/papers/0810/0810.3265.pdf Dat wil zeggen dat de beweringen in WEET tegengesproken waren in de wetenschappelijke literatuur. (…) Na 2010 zijn er een aantal artikelen verschenen die allemaal aangeven dat Jenkins & Fischbach niet klopt. (…)

Reply
peter b

Dat de data van Jenkins en Fischbach meteen moeten worden aangevochten lijkt me duidelijk, want het strookt niet met de theorie (die zegt dat vervalsnelheid een constante is). Anyway we hebben nu twee onderzoeksartiklen die diametraal op elkaar staan. De ene zegt dat de vervalsnelheid niet constant is, de andere weerlegt dat. Wat is nu waar? Ed, Peter?

Zelf denk ik dat er veel meer onderzoek naar dient te worden gedaan, alvorens men een gedegen wetenschappelijk antwoord kan geven. Let wel, we zijn pas heel recent met wetenschap bezig. Beweren dat we alles weten op basis van theorie is niet alleen arrogant, maar ook [onverstandig], want het brengt je geen stap verder als wetenschapper. Wetenschappelijke progressie kan alleen gemaakt door het experiment. Terug naar het lab dus.

Peter

Zoeken op Web of Science geeft een stuk of 10 artikelen sinds 2008 die laten zien wat de meetgrenzen van de vervalsnelheden zijn, voor verschillende radioactieve elementen. Allemaal dermate nauwe grenzen dat het ‘vervalsnelheid is constant’ betekent. (…) NB: als de natuurkundige theorie zegt dat radioactieve vervalsnelheden constant zijn, moet je van heel goed theoretische huize komen om dat onderuit te halen.

peter b

Interessant, Peter, beweren zonder refereren. [Zou je de] referenties hier willen plaatsen[?]

Leon van den Berg

Ruben,

Je schrijft : “Bij alle radiometrische dateringsmethoden moeten drie centrale aannames worden gedaan: Een bekende beginsituatie: het moet bekend zijn in welke verhoudingen het moederelement en het dochterelement in het begin aanwezig waren (1). Geen contaminatie: er mag tussentijds niets van het moeder- of dochterelement ontsnapt of toegevoegd zijn aan het te dateren materiaal (2). Een constant proces: de vervalsnelheid is strikt constant gebleven (3)”. De nummering tussen haakjes zijn van mij.

Wat betreft (1): hoe kom jij daar bij?
Wat betreft (2): waarom vermeld jij niet dat er (uitstekende) methodes zijn om te achterhalen of er contaminatie heeft plaatsgevonden ?
Wat beteft (3): inderdaad ja, zoals jij zegt “Die schommelingen van minder dan een procent zijn niet genoeg om te verklaren waarom radiometrische dateringen op miljoenen jaren wijzen”

Reply
Ed Vaessen

Peter B.: “Ik heb dit stuk nog snel even doorgenomen, maar het blijkt niet te baseren op nieuw onderzoek. Ze hebben zo te zien wat extra correcties aangebracht, zodat de theorie weer klopt. Is dit wetenschap? Of is dit een theorie-reddingsoperatie?”

Correctie houdt ook in dat je fouten herstelt. Dat is het corrigerende mechanisme van wetenschap. Het heeft geen zin om anderen motieven toe te dichten.

“Beweren dat we alles weten op basis van theorie is niet alleen arrogant, maar ook [onverstandig], want het brengt je geen stap verder als wetenschapper.”

Geen wetenschapper zal beweren dat hij of zij alles weet.

Reply
peter b

Het RATE project toonde o.a. dat er hoge concentraties helium in gesteenten aanwezig is, die met radiometrische technieken ontzettend oud werden gedateerd. Helium, het op een na kleinste atoom, diffundeert extreem snel en kan niet in oeroude gesteenten voorkomen, althans dat is de idee. Deze discrepantie is m.i. nergens behandeld in de seculiere geologische literatuur. Maar misschien ook wel, Leon van den Berg, weet jij [daar meer] van?

[@Peter],

“NB: als de natuurkundige theorie zegt dat radioactieve vervalsnelheden constant zijn, moet je van heel goed theoretische huize komen om dat onderuit te halen.”

(…) Het maakt niet uit wat een theorie zegt, als de waarneming er niet inpast, dan dient een wetenschapper die waarnemingen serieus te onderzoeken i.p.v. de waarneming aan te passen of weg te redeneren (zodat die in de theorie past, en zoals dat vaak gebeurt). Alleen door falsificatie en door het nagaan van anomalieen is de wetenschap vooruitgekomen. Niet door het in stand houden van foute ideeen.

[@Ed Vaessen],

“Correctie houdt ook in dat je fouten herstelt. Dat is het corrigerende mechanisme van wetenschap. Het heeft geen zin om anderen motieven toe te dichten.”

Jenkins en Fischbach presenteerden een reeks meetgegevens, Ed, wat was daar dan fout aan? Voor zover ik weet hebben Jenkins en Fischbach hun gegevens nooit herroepen. Je kunt ze natuurlijke filteren en corrigeren, om de theorie te redden. Zoals ook de evolutiebiologen doen om hun Darwin-theorie te redden. We bevinden on in het post-science tijdperk, waar een groepje (atheïstische) “wetenschappers” denkt te weten hoe het universum in elkaar zit en dat middels [een onjuiste manier van] wetenschap probeert te bewijzen.

Ed Vaessen

Die onderzoeken worden wetenschappelijk niet serieus genomen. Onder meer komt dat omdat ICR al vanaf het begin uitgaat van de conclusie in plaats van er op basis van de feiten naar toe te werken. (…)

peter b

Waarnemingen niet serieus nemen is geen onderdeel van wetenschap. We hebben dan ook niet te maken met wetenschap maar met twee verschillenden geloofsystemen. Het ene geloof gaat uit van miljarden jaren en van door toeval gedreven selectionistische evolutie (het Lyell-Darwin geloof), terwijl het andere geloof uitgaat van duizenden jaren en van schepping (het Jezus-geloof). Het Lyell-Darwin-geloof heeft zichzelf tot wetenschap weten te verheffen. Dat is het verschil tussen de twee geloven.

Peter

Het verschil tussen wetenschap en geloof is de mate waarin van te voren iets vaststaat. in de wetenschap staat niets van te voren vast. In het creationisme staat alles van te voren vast, namelijk een eigen bijbelinterpretaties. Creationisme is [daarom] geen Jezus-geloof, maar geloof in de eigen bijbelinterpretatie.

Peter

@Dirk Gerrit Oort,

Het RATE project heeft geen onderzoek gedaan. De conclusie – een jonge aarde – stond bij voorbaat vast. RATE heeft alle radioactiviteit in een jaar gepropt, zodat de aarde had moeten smelten. Voor een objectieve weergave van RATE door de American Scientific Association, een vereniging van christenwetenschappers, zie http://www.asa3.org/ASA/education/origins/rate-ri.htm en daarmee te bereiken artikelen.

Een citaat uit deze ASA publicatie:

“The key points of the book (RATE) can be summarized as follows:
1. There is overwhelming evidence of more than 500 million years worth of radioactive decay.
2. Biblical interpretation and some scientific studies indicate a young earth.
3. Therefore, radioactive decay must have been accelerated by approximately a factor of one billion during the first three days of creation and during the Flood.
4. The concept of accelerated decay leads to two unresolved scientific problems, the heat problem and the radiation problem, though there is confidence that these will be solved in the future.
5. Therefore, the RATE project provides encouragement regarding the reliability of the Bible.”

De[ze] samenvatting geeft aan wat voor drogredenen RATE gebruikt.

Reply
Hetty Dolman

@Dirk Gerrit Oort,
“Wat ik mis is dat er ook onderzoeken zijn gedaan die wijzen in de richting van een verval snelheid niet constant is. Ik wil nog even het RATE project noemen (zie http://www.icr.org/rate) en de analyse die Bary Setterfield gemaakt heeft t.a.v. het niet constant zijn van de licht snelheid en de consequenties daarvan (http://www.setterfield.org/behaviorzpeapp4.html).”

Dat heeft misschien te maken met het feit dat de vervalsnelheid vroeger nooit ineens veel sneller heeft kunnen zijn, (zoals de uitkomst van het RATE project verondersteld) omdat het veel te heet zou zijn geworden. radioactief verval genereert nu eenmaal hitte. [Zie:]
http://www.oldearth.org/rate_nonsense.htm

En Barry Setterfield baseert zijn verhaal op verouderde meetmethoden en negeert andere resultaten. [Zie:]
http://dealingwithcreationisminastronomy.blogspot.nl/2008/10/barry-setterfield-joins-electric-cosmos.html

Reply
Ed Vaessen

Peter B.:
“Jenkins en Fischbach presenteerden een reeks meetgegevens, Ed, wat was daar dan fout aan? Voor zover ik weet hebben Jenkins en Fischbach hun gegevens nooit herroepen. Je kunt ze natuurlijke filteren en corrigeren, om de theorie te redden.”

Ik werkte zelf ook vaak met meetgegeven en ja, die gegevens zijn er. Aan hun bestaan is niets fout. Je hoeft ze niet te herroepen. Maar of je die gegevens goed interpreteert, dat is een heel andere kwestie. Vergelijk het met Barry Setterfield, die op basis van metingen de snelheid van het licht naar het verleden extrapoleerde, maar ging hij wel goed met die gegevens om? (…)

Reply
Ed Vaessen

Peter: “Het RATE project heeft geen onderzoek gedaan. De conclusie – een jonge aarde – stond bij voorbaat vast.”

Er zitten wel wat parallellen met de echte wetenschap. Ook daar kan men soms met aanvullende hypothesen komen die afwijkende aanwijzingen toch nog een plaats geven in het model dat men aanhangt. Voorbeelden zijn er genoeg. De epicykels van Ptolemaeus in het geocentrische model. De donkere massa in de ruimte om de banen van melkwegstelsel te verklaren. De Helmholtz-contractie als aanjager van de zon. Deze aanvullende hypothesen worden soms verworpen als blijkt dat er een radicaal andere verklaring bestaat. Ze blijken dan niet meer nodig te zijn. Het verschil met het RATE project is de mate waarin de aanvullende hypothesen strijdig zijn met andere, reeds bestaande inzichten. Bij het RATE project kloppen ze gewoon totaal niet. (…)

Reply
Ed Vaessen

“Uit de Bijbel kan afgeleid worden dat de aarde niet ouder is dan 10.000 jaar, en dit wordt bevestigd door vele wetenschappelijke argumenten, zoals bijvoorbeeld de snelle afname van de energie van het aardmagnetisch veld.”

Wil Ruben Jorritsma hierover een compleet verslag geven? Bij mijn weten is dit argument weerlegd, onder meer omdat het berust op extrapolatie.

Reply
Rinus Kiel

Over Barry Setterfield doen vele mythes de ronde, die vaak gebaseerd zijn op (deels achterhaalde) publicaties uit 1981-1987, die dan ook nog onjuist geciteerd worden. Setterfield baseert zijn opvatting over de ouderdom van aarde en heelal niet op lichtsnelheidsgegevens, maar op gegevens van de (gekwantiseerde) roodverschuiving. Je kunt daarover op zijn website vrijwel alles lezen. In zijn monograaf van 2013 (>800 pagina’s) gaat hij op alle relevante onderwerpen gedetailleerd in en zet een model op waarin veel (niet alle!) kosmologische ‘constanten’ afhankelijk blijken van één gegeven, nl. de sterkte van het wereldwijde zero point field. Het loont de moeite om je erin te verdiepen voordat er weer negatieve en onjuiste commentaren ten beste worden gegeven.

Reply
Rinus Kiel

Peter,

Als commentaar op 26 september 2016:
Het RATE onderzoek: doorgaans heel serieus onderzoek, wat o.a. uitliep in de conclusies:
3. dat er twee perioden zijn geweest, waarin het radioactieve verval veel sneller ging dan nu.
4. dat dit versnelde verval tot problemen aanleiding gaf, nl. (a) hitteontwikkeling, die de aarde had doen smelten, en (b) stralingsgevaar voor levende wezens.
5. hoopt de schrijver dat deze problemen in de toekomst zullen worden opgelost.

Eerst mijn positieve commentaar: dat versnelde verval moet er zeker geweest zijn.
Dan mijn negatieve commentaren:
(p) de twee genoemde perioden worden aan een ingrijpen van God toegeschreven. Echter, dit is in geen wetenschappelijk argument en moet dus worden verworpen. Maar ik begrijp het wel. In dag 1-3 kon dat verval nog niet veel kwaad stichten omdat er nog geen levende wezens waren, en in de zondvloed zou de diepte van het zondvloedwater een effectieve afscherming vormen. Zo wordt verondersteld.
(p) de ontwikkelde warmte zou inderdaad voor de aarde catastrofaal geweest zijn. Maar er zijn vanuit Setterfields werk enkele punten aan te voeren:
(x) Vóór de zondvloed waren radioactieve elementen in hoofdzaak in kern en mantel te vinden. Dat volgt uit de plasmatheorie voor de vorming van sterren en planeten. Deze ‘move’ van zware elementen naar de kern heet ‘Marklund convectie’.
(y) Tijdens de eerste fase van de vloed is het materiaal van de mantel op vele plaatsen door elkaar geraakt en is er een aanzienlijke hoeveelheid radioactieve materialen in bovenmantel en korst terecht gekomen. Dat verklaart deels de afnemende leeftijden van de generaties na de vloed.
(z) De hoge vervalsnelheid in het begin hing samen met het nog zwakke zero point field. Dat betekent ook dat de warmte ontwikkeling evenredig kleiner was.

Goede aanzet tot oplossing, mits je Setterfields model volgt. Zie verder zijn website http://www.setterfield.org. Zie ook mijn webpagina http://mpkiel.org/nieuw_model_kosmos.htm .

Reply
Rinus Kiel

Peter,

Mijn bron is de samenvatting van het RATE onderzoek in het boekje “Thousands … not billions” van Don DeYoung, Master Books, 2005. Hoofdstuk 11 luidt: Conclusions (p. 173-183), en bevat o.m. 8 RATE Findings en 6 Challenges for the Future. Wat ik noemde onder (p) zijn inderdaad niet de wetenschappelijke conclusies, die getrokken zijn door het RATE team, maar suggesties voor de mogelijke perioden van versneld radioactief verval. Dat waren de eerste twee scheppingsdagen (niet drie zoals ik schreef) en het jaar van de zondvloed. Mijn bron is het genoemde boekje, en wel in de paragraaf “The Episodes of Accelerated Decay” op p. 150-151. Beide suggesties hebben “…a clear theological connection”.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over