Overeenkomst tussen organismen – bewijs voor gemeenschappelijke afstamming?

by | mrt 9, 2024 | Evolutie, Evolutie van de mens, Logos Basics

Overeenkomst tussen organismen – bewijs voor gemeenschappelijke afstamming?

In hoofdstuk 7 van het boek Hoe bestaat het! gaan de auteurs in op vragen die te maken hebben met overeenkomsten tussen organismen. Pleiten zulke overeenkomsten voor het bestaan van een gemeenschappelijke voorouder? Bewijst de overeenkomst tussen DNA van mens en aap dat wij van dieren afstammen? En wat moeten we denken van zogenaamde ‘dierlijke overblijfselen’ in ons lichaam? In dit artikel kijken we naar de kwestie overeenkomsten in DNA van mens en chimpansee. In deel twee behandelen we de ontwikkeling van het menselijk embryo. Deel drie gaat over de vraag of ons lichaam nutteloze dierlijke overblijfselen bevat en in het laatste deel brengen we een bezoek aan vermeende familieleden: de ‘aapmens’.

Overeenkomsten

In veel opzichten vertonen mensen overeenkomsten met dieren, in het bijzonder met apen.1, 2 Evolutionisten betogen dan ook dat wij daarom aan hen verwant zijn en dus een gemeenschappelijke voorouder moeten hebben. Maar wat zegt de Bijbel? In Genesis 1 staat dat God de mensheid, een man en een vrouw, op bijzondere wijze schiep: ‘En God zei: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt’ (Gen. 1:26). God schiep de mens naar Zijn evenbeeld, niet naar het beeld van dieren. Dit betekent dat de mens net als God in staat was tot onbaatzuchtige liefde, moreel oordeel en geestelijk onderscheidingsvermogen. Verder moest de mens het beheer voeren over de dieren. In Genesis 2 krijgen we meer details over het scheppingsproces en lezen we dat Adam geformeerd werd uit ‘het stof der aarde’ (Gen. 2:7), dus niet uit een aap. Toen God het oordeel over Adam uitsprak, bevestigde Hij dat Adam uit de aarde voortkwam: ‘In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde weerkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren’ (Gen. 3:19).

Sommigen zouden het verslag van de schepping van de mens in Genesis graag willen zien als een symbolische weergave van zaken, om het overeen te laten stemmen met de heersende zienswijze dat de mens uit de apen is geëvolueerd. Deze idee wordt hier in Genesis direct weerlegd: want als het stof waaruit Adam gemaakt werd, gezien moet worden als de aap waaruit hij evolueerde, moet Adam weer in een aap zijn veranderd vanwege zijn zonde! Dat is natuurlijk niet zo. De Bijbel is er duidelijk over dat de mens nog steeds een bijzondere schepping is. Niet alleen de mens is individueel geschapen, ook de dieren en planten werden als afzonderlijke typen geschapen. Zij moesten nageslacht voortbrengen ‘naar hun aard’ (Gen. 1:11,12 e.v., 21,24,25). Dit betekent dat bonen bonen moesten voortbrengen, runderen runderen enzovoort. Er is geen enkele aanwijzing in de Schrift te vinden voor enige vorm van een evolutieproces waarbij de ene soort organisme zou veranderen in een fundamenteel andere soort.

Evolutionisten geloven niet alleen dat de mens evolueerde vanuit een aapachtig wezen, ze geloven ook dat uiteindelijk alles evolueerde vanuit een eencellig organisme, dat op zijn beurt weer zou zijn voortgekomen uit niet-levende materie. De overeenkomsten tussen levende dingen zouden het bewijs zijn dat ze afstammen van gemeenschappelijke voorouders. Evolutionisten halen vervolgens zaken aan als de overeenkomst tussen het DNA van mensen en van chimpansees, veronderstelde overeenkomsten tussen embryo’s, rudimentaire organen en fossielen, waarvan wordt beweerd dat ze overgangsvormen zijn tussen verschillende soorten – zoals de zogenaamde ‘aapmensen’.

Overeenkomst in het DNA van de mens en van chimpansees; bewijs voor een evolutionistische relatie?

Er wordt vaak beweerd dat het DNA van mensen en van chimpansees voor bijna honderd procent overeenkomt. Oudere studies – waarbij gebruik is gemaakt van minder verfijnde methodes, gebaseerd op kleine delen van het DNA – leidden tot cijfers variërend van 97 procent tot zelfs 99 procent overeenkomst, afhankelijk van wie de cijfers afkomstig zijn. Maar in 2005 werd bekendgemaakt dat het volledige genoom (al het DNA) van de chimpansee in kaart was gebracht, waardoor een betere vergelijking mogelijk werd. Volgens de nieuwe gegevens is de overeenkomst nu 96 procent of minder.3, 4

Betekent dit dat er inderdaad weinig verschil is tussen chimpansees en mensen? Zijn wij slechts apen die iets verder geëvolueerd zijn? Allereerst is het belangrijk te beseffen dat overeenkomstige kenmerken geen bewijsmateriaal zijn voor gemeenschappelijke afstamming (evolutie), maar eerder voor een gemeenschappelijke ontwerper (schepping). Denk aan de eerste Porsche en Volkswagen Kever. Zij hebben allebei een luchtgekoelde boxermotor met vier cilinders die achter in de auto is geplaatst, en onafhankelijke achtervering. Beide hebben twee deuren, een bagageruimte voorin, en vertonen vele andere overeenkomsten (homologieën). Waarom vertonen deze twee onderling zo verschillende auto’s toch zo veel overeenkomsten? Omdat zij dezelfde ontwerper hadden! Of de overeenkomst nu morfologisch (in gedaante of vorm) of biochemisch is, het is geen argument om evolutie boven schepping te verkiezen.

Overeenkomst tussen organismen openbaart ons de Schepper

Als mensen totaal anders zouden zijn dan alle andere levende wezens, of als alle organismen onderling volledig zouden verschillen, zou dat dan de Schepper aan ons openbaren? Nee! We zouden in dat geval kunnen denken dat er vele scheppers moeten zijn geweest in plaats van één. Oftewel, de eenheid van de schepping is juist een getuigenis voor de ene ware God, Die alles maakte (Rom. 1:20). Als mensen totaal anders zouden zijn dan alle andere levende wezens, hoe zouden wij dan kunnen leven? Om te kunnen leven moeten wij andere organismen eten om aan de nodige voedingsstoffen en energie te komen. Hoe zouden we deze organismen kunnen verteren en hoe zouden we de aminozuren, suikers, enzovoort kunnen gebruiken, als ze volledig verschillend zouden zijn van wat wij in ons lichaam hebben? Biochemische overeenkomst is vereist om ons te kunnen voeden!

Overeenkomsten tussen soorten ligt in de lijn der verwachting

Het DNA in cellen bevat veel van de informatie die nodig is voor de ontwikkeling van een organisme. Dus als twee organismen er hetzelfde uitzien, is te verwachten dat er overeenkomsten zijn in hun DNA. Het DNA van een koe en van een walvis, twee zoogdieren, zou meer overeenkomsten moeten hebben dan het DNA van een koe en van een worm. Als dat niet zo zou zijn, zou de idee van DNA als informatiedrager in levende organismen ter discussie moeten worden gesteld. Je zou verwachten dat organismen die afstammen van dezelfde oorspronkelijk geschapen soorten grote biochemische overeenkomsten vertonen en dat ze alleen wijziging in informatie vertonen in een neerwaartse beweging. Creationistische biologen kunnen daarom goed gebruikmaken van de gegevens uit vergelijkend DNA-onderzoek om de grenzen van de oorspronkelijk geschapen basistypen vast te stellen.5

Mens en aap: toch heel verschillend

Mensen en apen vertonen veel uiterlijke overeenkomsten, dus is het logisch te verwachten dat er ook veel overeenkomsten zijn in hun DNA. Van alle dieren lijken chimpansees het meeste op de mens, dus is het te verwachten dat hun DNA het meeste lijkt op dat van ons. Bepaalde biochemische eigenschappen komen voor bij alle levende organismes. Zo zijn er zelfs overeenkomsten tussen het DNA van gist en dat van de mens. Omdat menselijke cellen veel van de dingen kunnen die gistcellen ook kunnen, zien we dan dat in beide typen sterke overeenkomsten bestaan in de DNA-sequenties die eiwitten en enzymen coderen. Sommige van die DNA-sequenties zijn vrijwel identiek, bijvoorbeeld de sequenties die de eiwitten coderen die betrokken zijn bij de chromosomenstructuur.

Wat zou het kunnen betekenen als het DNA van de mens en van chimpansees voor 96 procent overeenkomt (homoloog is)? Wijst dat erop dat mensen en chimpansees geëvolueerd zijn vanuit een gemeenschappelijke voorouder? Nee, beslist niet.

De informatie in het DNA is vastgelegd in een reeks van vier chemische verbindingen die nucleotiden worden genoemd: cytosine, guanine, adenine en thymine. Ze worden afgekort met C, G, A en T. Per keer worden groepjes van drie letters ‘gelezen’ door een complexe vertaalmachine in de cel en zo worden de letters gecodeerd voor één van de twintig aminozuren. Vervolgens worden de opeenvolgende aminozuren aan elkaar geplakt. Deze reeksen aminozuren worden eiwitten genoemd.

Het menselijk DNA kent 3 miljard nucleotiden. De hoeveelheid informatie in deze 3 miljard basenparen in het DNA van elke menselijke cel kan worden vergeleken met de informatie die is opgeslagen in duizend boeken van elk vijfhonderd pagina’s.6 Als er dus ‘slechts’ 4 procent verschil is, betekent dat nog steeds een verschil van 120 miljoen basenparen, wat gelijkstaat aan veertig dikke boeken vol informatie. Dit is een barrière die onoverbrugbaar is voor mutaties (feitelijk niets anders dan toevallige veranderingen), zelfs al zouden er miljoenen jaren beschikbaar zijn, zoals wordt beweerd.

Overeenkomst staat niet gelijk aan zelfde betekenis of functie

Betekent een grote mate van overeenkomst tussen twee DNAsequenties dat deze dezelfde betekenis en functie hebben? Dat is niet per se het geval. Vergelijk de volgende zinnen maar eens:

  1. Er zijn tegenwoordig veel wetenschappers die het evolutiemodel en de atheïstische filosofische implicaties daarvan in twijfel trekken.
  2. Er zijn tegenwoordig niet veel wetenschappers die het evolutiemodel en de atheïstische filosofische implicaties daarvan in twijfel trekken.

Deze zinnen vertonen een overeenkomst van 97 procent, en toch hebben ze een bijna tegenover-gestelde betekenis! Dit komt sterk overeen met hoe het er in cellen aan toe gaat: lange DNA-sequenties kunnen worden aan- of uitgezet door relatief kleine regulerende sequenties. Het is belangrijk om te weten dat er inderdaad grote verschillen worden gevonden tussen de regulerende elementen in de genen van mensen en chimpansees.7

Er zijn nagenoeg geen overeenkomsten te vinden op de kritieke plaatsen waar chromosomen onderdelen van het DNA opnieuw rangschikken tijdens de seksuele voortplanting. De Y-chromosomen verschillen ook zeer sterk van elkaar; het menselijk chromosoom is onder meer veel groter. Het is voor mutaties onmogelijk om de kloof tussen chimpansee en mens te overbruggen. Chimpansees zijn gewoon dieren. Wij zijn gemaakt naar het beeld van God (en … er zullen geen chimpansees zijn die dit lezen of er met elkaar over discussiëren).

Lees verder in deel 2

Voetnoten

  1. Voor argumenten die pleiten voor schepping, zie hoofdstuk 1
  2. De technische term hiervoor is homologie.
  3. The Chimpanzee Sequencing and Analysis Consortium 2005. “Initial sequence of the chimpanzee genome and comparison with the human genome”, Nature 437 p. 69-87. Zie ook het commentaar in ‘DNA mens en chimpansee zeer verschillend’ door dr. D. DeWitt, www.scheppingofevolutie.nl/art_dna_chimpansee_mens.htm en www.creation. com/dnachimp.
  4. D. Batten, Chimp/Human DNA – count the differences! www.creation.com/DNAdiff.
  5. Moleculair homologieonderzoek zou erg nuttig kunnen zijn voor creationisten om te bepalen wat de oorspronkelijk geschapen grondtypen geweest zouden kunnen zijn en wat er sindsdien is gebeurd in de ontwikkeling van nieuwe soorten binnen het grondtype. Zo zijn bijvoorbeeld de soorten van de vink op de Galapagoseilanden overduidelijk afkomstig van een klein aantal, dat naar die eilanden is overgestoken. Hercombinatie van de genen in de oorspronkelijke migranten en natuurlijke selectie zouden de verschillende variëteiten van de vink zoals we die vandaag de dag op de eilanden vinden, kunnen verklaren. Dit is vergelijkbaar met alle hedendaagse hondenrassen in de wereld die zijn gekruist vanuit de oorspronkelijke wilde hondensoort, een relatief beperkte tijd geleden. De onderzoeken in moleculaire homologie zijn zeer consistent gebleken toen ze werden toegepast binnen wat waarschijnlijk bijbelse grondtypes (‘aard’) zijn. De resultaten spreken echter de belangrijkste voorspellingen van evolutie tegen wat betreft de verwantschap tussen de belangrijke groepen, zoals fylum (stam) en klasse (zie noot 6 voor dit laatste).
  6. M. Denton, Evolution: Theory in Crisis, Burnett Books, 1985.
  7. P.D. Keightley e.a., ‘Evidence for widespread degradation of gene control regions in hominid genomes’ in: PLoS Biol. 3, e42, 2005. Commentaar van Nature Reviews Genetics 6/3 (2005), p. 163.

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!