Overgangsvormen: De leemtes zijn echt!

by | nov 5, 2021 | Evolutie

Hoewel we de miljoenen jaren ouderdom van de aarde en het leven op aarde van paleontoloog en Intelligent Design propagandist Günter Bechly niet onderschrijven, wijst hij er terecht op dat er bij gevonden fossielen geen geleidelijke overgang tussen soortengroepen kan worden vastgesteld.
Er zijn niet of nauwelijks overgangsvormen bekend. Terwijl geleidelijke overgang toch een centraal dogma in de evolutietheorie van Darwin is. Creationisten zien in het ontbreken van overgangsvormen een aanwijzing dat verschillende basissoorten afzonderlijk zijn geschapen.

Regelmatig wordt dan opgeworpen dat we nog volop in het paleontologisch onderzoek zitten, met dagelijks nieuwe ontdekkingen, en dat dus verwacht kan worden dat de leemtes door nieuwe vondsten opgevuld zullen worden, anderhalve eeuw lang Charles Darwin nasprekende.

In een artikel1 wijst bovengenoemde Bechly erop dat de kans daarop enorm klein is.

“Dergelijke beroepen op de onvolledigheid van het fossielenbestand zijn echter niet langer houdbaar. Intelligent design theoreticus en wetenschapsfilosoof Paul Nelson legde overtuigend uit waarom: Stel je voor dat je een nieuwe hobby hebt, strandjutten.

 

Dagelijks loop je langs de kust en verzamelt wat het getij heeft laten aanspoelen. In het begin word je elke dag verrast door nieuwe ontdekkingen – schelpen van nieuwe soorten slakken en mosselen, zeesterren, zanddollars, en drijfhout, enz.

 

Maar na een tijdje vind je steeds weer dezelfde dingen en moet je geluk hebben om iets nieuws te vinden dat je nog niet eerder hebt gezien (zoals een aangespoelde walvis of een boodschap in een fles). Wanneer je dit punt van voornamelijk herhaling hebt bereikt, dan weet je dat je genoeg hebt bemonsterd om er zeker van te zijn dat je niet veel hebt gemist van wat er te vinden valt.

 

Dezelfde aanpak wordt door paleontologen gebruikt voor een statistische test van de volledigheid van het fossielenbestand. Dit wordt de verzamelaarscurve genoemd. Voor de meeste groepen fossielen hebben wij dit punt van aantoonbare verzadiging bereikt, waarbij wij er vrij zeker van kunnen zijn dat de duidelijke discontinuïteiten die wij vinden, te verklaren gegevens zijn en niet alleen maar bemonsteringsartefacten.

 

Er is nog een reden waarom we dit weten: Als de gaten en discontinuïteiten in het fossielenbestand slechts artefacten waren, zouden zij meer en meer moeten oplossen naarmate onze kennis van het fossielenbestand toeneemt. Maar het tegendeel is het geval.

 

Hoe meer we weten, hoe nijpender deze problemen zijn geworden. ‘Darwins doubt’ [Darwin twijfelde al enigszins aan het ontbreken van leemtes –opm BV] is mettertijd niet kleiner geworden, maar juist groter, en als hij nog zou leven, zou hij het er waarschijnlijk mee eens zijn dat het bewijs gewoon niet klopt, aangezien hij veel voorzichtiger was dan veel van zijn moderne volgelingen.”

Evolutionisten zullen dus moeten leren leven met het bestaan van gaten tussen soortengroepen en daar een plausibele verklaring voor moeten geven, uitgaande van hun eigen model. Creationisten hebben daar al in voorzien.

Voetnoten

  1. https://evolutionnews.org/2021/11/the-discontinuous-fossil-record-refutes-darwinian-gradualism/
M
"

Artikelen

Artikelen