Op de serie congressen van ‘Geloof jij het’ sprak prof. dr. L.R. Brand over ‘Paleontologie vanuit een Bijbels Wereldbeeld’. Deze video is nu beschikbaar met Nederlandstalige ondertiteling.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Prof. dr. L.R. Brand is hoogleraar biologie en paleontologie aan de Loma Linda University in Californië.

11 Comments

Peter

Brand laat zich voorstaan op wetenschappelijke publicaties. Een voorbeeld uit een wetenschappelijke publicatie met Leonard Brand als coauteur:

“The Pisco Formation in Peru contains abundant fossil cetaceans in middle Miocene to lower Pliocene sandstone, siltstone, and tuffaceous and diatomaceous mudstone”

“The last of these transgressions occurred during the middle Miocene resulting in the deposition of the sandstones, siltstones and diatomaceous mudstones of the Pisco Formation (Fig. 2). Sedimentologic evidence collected during our study suggests that this last transgression occurred in several pulses, most notably at upper Miocene and lower Pliocene, indicated by the deposition of several phosphate-rich horizons, flat-pebble and gravel conglomerates, and boulder-rich, bioturbated or bored layers. An upper thick diatomaceous succession represents the culminating phase of the marine transgression. Ar–Ar dates from biotite in tuffs within the diatomaceous succession range from 6.07 to 7.73 Ma (Kevin Nick, written communication, 2014).”

“Whale fossils occur throughout the sequence, but are more abundant in the upper siltstone and tuffaceous and diatomaceous layers” “Marine mammals are abundant and widely distributed in all the study areas and throughout most of the sedimentary succession of the Pisco Formation (Esperante et al., 2002, 2008).”

Brand en zijn medewerkers van Zevende-dags-adventisten universiteiten houden zich niet bezig met creationisme in hun wetenschappelijke werk.

Reply
Radagast

“Brand en zijn medewerkers van Zevende-dags-adventisten universiteiten houden zich niet bezig met creationisme in hun wetenschappelijke werk.”

‘Zich niet bezighouden met creationisme’ is een tamelijk vage uitdrukking die je nog eens mag uitleggen. Op Wikipedia is veel informatie over Brand te vinden. Zo schreef hij:

“In my approach, I retain the scientific method of observation and experimentation, but I also allow study of Scripture to open my eyes to things that I might otherwise overlook and to suggest new hypotheses to test. This approach is not just a theory; some of us have been using it for years with success.”

Bovendien heeft Brand de wetenschappelijke publicatie ‘Field and laboratory studies on the Coconino Sandstone (Permian) fossil vertebrate footprints and their paleoecological implications’, waarin hij een vloed als ontstaan van het Coconino betoogt, in tegenstelling tot de gangbare windtheorie.

Peter

Radagast, Brand c.s. laten hun creationisme thuis achter zo gauw ze in het veld zijn. Er is geen enkele aanwijzing voor creationisme of Flood geology in zijn werk over de walvissen van de Pisco formation. Dus, in tegenstelling tot wat Brand beweert op minuut 25:00 van de video, er is geen Flood geology. Brand bedrijft normale wetenschap, en dat zal hij zelf ook wel weten. Want Brand zegt:
“I retain the scientific method of observation and experimentation” en dat klopt. Wat niet klopt is: “but I also allow study of Scripture to open my eyes to things that I might otherwise overlook and to suggest new hypotheses to test.” Er is hier geen enkele aanwijzing voor in zijn huidige werk, en geen enkele test van een nieuwe hypothese..

In 1991 wou Brand nog fossiele tracks aan onderwaterafzetting toeschrijven, ja, maar dat is door DE autoriteit voor fossiele tracks, M. Lockley, onmiddellijk weersproken. Ook Loope schreef een kritisch commentaar op dit artikel. Verdere aanhalingen van Brands artikel laten zien dat om dit soort tracks afkomstig is van zandhellingkjes in een woestijn. (En laten we even niet vergeten dat gefossiliseerde loopsporen [m.i.] nogal bizar zijn als je aan de tsunamis etc van de zondvloed denkt, al als je aan Catastrophic Plate Tectonics denkt. De stap van: deze voetstapjes zijn onderwater gemaakt, naar een Global Flood die alles verdelgde is nogal groot).

Reply
Radagast

Geachte Peter,
U hebt mij de validiteit van Brands onderzoek naar loopsporen niet horen verdedigen, maar het laat zien dat uw stelling dat Brand niet-creationistisch denkt tijdens zijn onderzoek, niet klopt.

Jan van Meerten

Geachte Peter, U schrijft:”laten hun creationisme thuis achter zo gauw ze in het veld zijn.” Enkel op basis van papers gepubliceerd in naturalistische wetenschappelijke tijdschriften, waar binnen een, al dan niet methodologisch, naturalistisch kader gedacht wordt, is dergelijke conclusie onmogelijk te trekken. Overigens: Wat zou er gebeurd zijn met de publicatie in Geology en andere vaktijdschriften als prof. Brand et al. daarin een uitgebreide post-zondvloed-verklaring zouden geven als oorzaak? Het verhaal van de Coconino Sandstone is complexer dan u hier in enkele zinnen omschrijft, uitgebreider creationistisch onderzoek (ver na 1996) laat zien dat het onwaarschijnlijk is dat deze Coconino Sandstone een eolische afzetting betreft. Zie ook Weet Magazine (februari 2016) voor een eenvoudige weergave van dit onderzoek.

Reply
Peter

Jan: “Enkel op basis van papers gepubliceerd in naturalistische wetenschappelijke tijdschriften, waar binnen een, al dan niet methodologisch, naturalistisch kader gedacht wordt, is dergelijke conclusie onmogelijk te trekken”

Natuurlijk is de conclusie dat Brand cs hun creationisme thuis achterlaten zo gauw ze in het veld zijn te trekken. Niemand dwingt ze toch in een wetenschappelijk tijdschrift te publiceren? Als ze werkelijk in hun werk creationisten waren, zouden ze zich wel beperken tot de outlets van Tomkins, Batten, Werner etc. Zo te zien (Wikipedia entry Leonard Brand) heeft Brand zich nooit bezondigd aan publicaties in creationistische journals. Wat je werkelijk in hun papers ziet – en lees de citaten boven nog eens na – is net geologisch werk dat onmogelijk in verband gebracht kan worden met creationisme.

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, prof. Brand beweert zelf dat juist zijn visie op ‘snelle geologie’ zijn ogen deed openen voor de walvissen en de snelle afzetting van diatomeeën. Rondom de afzettingssnelheid van deze diatomeeën kwam hij in Geology met een nieuwe hypothese. Of kunt u bij prof. Brand in het hoofd kijken tijdens zijn veldwerk? Dat prof. Brand nooit gepubliceerd heeft in creationistische journals is ook onjuist. Prof. Brand heeft delen van zijn werk in Origins van Geoscience Research Institute gepubliceerd.

Reply
Peter

Jan zegt: “Wat zou er gebeurd zijn met de publicatie in Geology en andere vaktijdschriften als prof. Brand et al. daarin een uitgebreide post-zondvloed-verklaring zouden geven als oorzaak?”
Beste Jan, wat zou er gebeurd zijn als Brand werkelijk evidentie had voor een zondvloed? Dan wordt dat gepubliceerd in Geology. Zo gaat dat als er werkelijk iets gevonden wordt.

Jan zegt: “Rondom de afzettingssnelheid van deze diatomeeën kwam hij in Geology met een nieuwe hypothese.”
Brand schrijft in Geology: “Several natural factors may have facilitated such rapid diatom accumulation in the Pisco Formation..”
“Deposition of the Pisco Formation was coincident in time with the abundant accumulation of diatomaceous sediment in the latest Miocene– early Pliocene (referred to as the biogenic bloom) in the Indian and Pacific Oceans related to significantly increased productivity from ‘‘a fundamental change in global nutrient cycling’’ … An abundant nutrient supply potentially produced frequent blooms, increasing sedimentary accumulation of diatom frustules in the Pisco Formation one or two orders of magnitude compared to most modern diatomite-accumulating environments.”
“A three-day storm along the Oregon coast formed a modern deposit of diatoms that was 10–15 cm thick and 32 km long … Similar current action may have concentrated diatomaceous sediments in the shallow, protected bays of the Pisco Basin, assisting the rapid burial of whales. The excellent preservation of the whales implies the additive effect of such natural factors that resulted in very high diatom accumulation rates of centimeters to meters per year.”

Een diatomeeën bloom mocht een nieuwe hypothese zijn, het heeft niets met zondvloed of post-zondvloed te maken. Brand heeft het over doodgewone natuurlijke oorzaken, niets alles verdelgende vloed, Catastrophic Plate tectonics, of overigens onduidelijke omstandigehen post-flood. Standaard natuurlijke verklaringen, niets creationisme.

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, u schrijft dan wordt dat gepubliceerd in Geology. Zo gaat dat als er werkelijk iets gevonden wordt. Ik denk dat de publicatie dan niet geplaatst werd. Zondvloed vereist namelijk een bovennatuurlijke ingreep en dat is per definitie niet naturalistisch. En daarnaast is de zondvloed in 1831 al afgeschreven door de naturalistische wetenschap als mogelijke verklaring. Ik denk dat als Geology het woordje ‘zondvloed’ zou opnemen in een paper, dat er dan hetzelfde zou gebeuren als er recent bij PLoS gebeurde rondom het woordje ‘Creator’.

U schrijft: Een diatomeeën bloom mocht een nieuwe hypothese zijn, (…), eerder schreef u: en geen enkele test van een nieuwe hypothese. Mijn opmerking was louter bedoeld ter ontkrachting van de door u eerstgenoemde claim. We liggen nu op een lijn: Brand publiceerde een nieuwe hypothese.

Prof. Brand ziet in de afzetting van de Pisco Formatie een post-zondvloed-afzetting, en hij ziet dit als best mogelijke verklaring binnen het scheppingsparadigma Uiteraard begrijp ik ook wel dat dit niet de best mogelijke verklaring is binnen een naturalistisch paradigma om eerder in deze reactie genoemde redenen.

Reply
Peter

Dat Brand met de diatomeeën hypothese kwam had niets te maken met zijn opvattingen als creationist, maar kwam omdat hij de eerste was die in zoveel detail keek.

En ja, Jan, als er bewijs voor een zondvloed was werd dat gepubliceerd. Zulk bewijs bestaat niet, en naar niet bestaande zaken kun je in wetenschappelijk publicaties net verwijzen. Brand weet dat er geen enkel bewijs voor een zondvloed in zijn werk te vinden is. Hij zegt dat ook in deze video. “You just stick exactly to what you can say with your data, and you get it published.” – en dat wil zeggen dat hij geen zondvloed heeft gevonden in zijn gegevens. Dat een zondvloed niet terug te vinden is in de Pisco formatie is trouwens heel goed te zien in de figuren van de publicatie waaruit ik de eerste citaten haalde. Die citaten zijn trouwens overduidelijk: geen zondvloed. Zodra Brand gewoon zijn werk doet laat zijn creationisme thuis.

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, door alleen naar de naturalistische publicaties te kijken kom je inderdaad tot een naturalistische conclusie. Alleen het woordje ‘zondvloed’ noemen in een naturalistische publicatie zal dermate ophef veroorzaken dat de publicatie er niet door zou komen. Zie de ophef rondom het woordje ‘Creator’ in PLoS. In de naturalistische publicaties wordt alles naturalistisch overdacht en beschreven, daarom kan Brand en c.s. geen post-zondvloed-catastrofe opdragen want alleen het woordje ‘zondvloed’ zorg voor ophef. Zoals ik ook in de reactie van ‘april 1st, 2016’ heb genoemd wordt daar sinds 1831 niet meer gerekend met een zondvloed. Maar door alle publicaties (ook de creationistische) van Brand en c.s. rondom de Pisco Formatie te bekijken kom je tot een geheel andere conclusie. In de creationistische publicaties bekijkt hij het vanuit ‘een Bijbels wereldbeeld’. Hij vertelt in die publicaties dat hij doordat hij anders naar de gegevens keek tot een andere conclusie kwam. Uiteraard mag u beter weten dan de onderzoeker wat er in zijn hoofd omgaat tijdens het veldwerk en het doen van het onderzoek. Het lijkt mij echter een te stevige en niet te rechtvaardigen stellingname. Zeker als er slechts naar één van Brands en c.s. naturalistische publicaties gekeken wordt, zoals u hierboven doet.

Brand en c.s. hebben het overigens niet over een ‘bewijs’ voor de zondvloed, maar over een post-zondvloed-catastrofe en zien daarom de snelle afzetting van de Pisco Formatie ook niet als argument (alleen in de wiskunde spreekt men van ‘bewijs’ of ‘proof’) voor de zondvloed. Omdat we in deze discussie in herhaling vallen en er geen nieuwe inzichten bijkomen, laat ik het hierbij.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over