Sir Walter Raleigh uit Engeland, die voor het eerst tabak en aardappelen introduceerde in Europa, is het meest bekend omdat hij zijn dure mantel zou hebben gebruikt om een modderplas te bedekken om zo de voeten van koningin Elisabeth I te beschermen. Hij werd onthoofd in 1618 door haar opvolger James I, maar niet voordat hij als eerste Europeaan de Roraima-berg in Zuid-Amerika ontdekte. Deze berg met een hoogte van 2810 m is gelegen in Venezuela.1 Dit gebied gaf ook Conan Doyle inspiratie voor zijn bekende novelle De verloren wereld.

Roraima3.wikipedia

De berg Roraima is één van de groep tafelgebergten (of mesas) die bestaan uit quarz-areniet zandsteen. Men vermoedt dat ze overblijfselen zijn van een uitgestrekt zandsteenplateau. Dit gesteente werd met alle klassieke geologische methoden, maar ook radiometrisch, gedateerd op een ouderdom van zo’n 1,7 miljard jaar (sommigen beweren 1,8 miljard jaar). Volgens de standaard geologische tijdschaal (gebaseerd op de evolutietheorie) was dit het tijdperk van het Precambrium. In dit tijdperk bestond er volgens de evolutietheorie nog geen meercellig leven op aarde – enkel bacteriën en algen. Dat was dus lang voordat de planten op aarde hun intrede deden. Het zijn de planten die in staat zijn sporen of pollen te produceren. Volgens evolutionisten zouden zaaddragende planten niet eerder dan in het Boven-Devoon hun intrede doen, dus zo’n 380 miljoen jaar geleden.

Fossielen in de ‘foute’ era

Toch werden er fossielen van sporen en pollen gevonden in de Roraima-formatie. Daarover werd in 1966 gerapporteerd in een artikel in het prestigieus tijdschrift Nature.2 Dit betekent dat de pollen tenminste 1.300 miljoen jaar of 1,3 miljard jaar ‘fout’ zitten. De ontdekking werd gedaan in 1963 toen een palynoloog3 van een oliemaatschappij de monsters onderzocht die daar door een plantkundige waren genomen. Het hierboven vermelde artikel in Nature was geschreven door Dr. R.M. Stainforth4, een geoloog, een autoriteit op het gebied van de stratigrafie van deze streek en van micropalaeontologie. Het was zo’n onthutsende ontdekking (voor het geloof in de grote ouderdommen) dat een speciale expeditie van gekwalificeerde geologen in 1964 eropuit gestuurd werd om de feiten te controleren. Ze namen meer monsters en ze trachtten de gebieden te vermijden waar pollen mogelijk van buitenaf de gesteenten zouden kunnen binnendringen (zoals splijtingsoppervlakken). Daarna werden de monsters door drie palynologen, onafhankelijk van elkaar onderzocht, en ze vonden meer fossiele pollen en sporen.

Zouden de gesteenten verkeerd gedateerd zijn?

Misc_pollen_colorized.wikipedia

“Dit betekent dat de pollen tenminste 1.300 miljoen jaar of 1,3 miljard jaar ‘fout’ zitten. De ontdekking werd gedaan in 1963 toen een palynoloog van een oliemaatschappij de monsters onderzocht die daardoor een plantkundige waren genomen.”

Een brief die in 1964 naar Nature werd gestuurd, citeerde studies die een jaar ervoor in hetzelfde tijdschrift waren gepubliceerd en die bevestigden dat de Roraima gesteenten zeker deze ontzettend hoge ouderdom in het evolutie-systeem hadden.5 In de aantekeningen bij zijn artikelen stelde Stainforth, die zelf de hoge ouderdommen van de evolutie aanneemt, het volgende over zijn vondst: “De gesteenten waarover het gaat zijn onbetwistbaar van hoge ouderdom (Precambrisch) en ze zijn zo verweerd dat er geen organisch materiaal in herkenbaar zou mogen zijn. Ze zijn fysisch gezien ook van zeer hoge densiteit zonder duidelijke routes (zoals natuurlijke permeabiliteit/porositeit of breuksystemen) waarlangs vaste deeltjes binnengedrongen zouden kunnen zijn. Toch werden met standaard palynologische technieken goed bewaarde fossiele pollen in de monsters ontdekt!!!”6 (drie uitroeptekens ook in de originele tekst). De soorten die verantwoordelijk zijn voor de fossiele pollen en de sporen zijn moeilijk met zekerheid toe te wijzen, maar komen duidelijk niet overeen met de soorten die vandaag in deze streek voorkomen. Zoals tevoren reeds vermeld zouden ze niet ouder mogen zijn dan vanuit het ‘Devoon’. De meeste rapporten veronderstellen dat het om plantentypen gaat die volgens de evolutieredenering pas in het Tertiair ten tonele verschenen, zo’n 60 miljoen jaar geleden. Dit maakt de evolutie-discordantie nog 300 miljoen jaar groter dan de 1,3 miljard jaar die hierboven vermeld werd.

Hoe om te gaan met dit probleem?

In zijn originele artikel in Nature rapporteert Stainforth hoe de meningen over deze evolutie-paradox grotendeels in twee kampen verdeeld zijn (die beide in grote ouderdommen geloven, natuurlijk). Het eerste kamp stelt dat de radiometrische dateringen inderdaad hebben aangetoond dat deze gesteenten zeer oud moeten zijn. Maar in hun evolutiedenken is het onmogelijk dat er reeds planten leefden meer dan een miljard jaar voordat ze door evolutie te voorschijn kwamen. Daarom moeten de pollen een vorm van secundaire besmetting zijn die later in het gesteente terecht is gekomen. Ter ondersteuning van hun bewering, stellen ze dat het gesteente duidelijk is gemetamorfoseerd7, waardoor het onmogelijk is dat fossiele pollen dit zouden overleefd hebben. Het tweede kamp antwoordt hierop dat niemand ooit het idee getest heeft dat fossiele pollen metamorfisme niet zouden kunnen overleven. (Sindsdien werd er in 2007 een paper gepubliceerd die “opmerkelijk goed bewaarde” fossiele sporen beschreef in de Franse Alpen die eveneens een hoge graad van metamorfisme ondergingen.8 De auteur van dit artikel, Emil Silvestru, kent ook fossiele sporen uit metamorfe gesteenten in Roemenië.) Het tweede kamp wijst er ook op dat het veranderde (verharde) gesteente een argument geeft voor hun mening dat: “de pollen (en de sporen) door geen enkel fysisch middel van buitenaf het metamorfe gesteente kunnen zijn binnengedrongen. Het zijn ondoordringbare gesteenten met een hoge densiteit (dichtheid) die werden samengedrukt door bovenliggende gesteentelagen met een dikte van honderden meters…(en) het vlak waar de monsters genomen werden, lag tot zeer recent diep in de gesteenteformatie.”9 In zijn laatste paragraaf stelt Stainforth het volgende: “we kunnen geen oplossing aanbieden voor deze paradox”. Hij eindigt met dit “een zeer intrigerend geologisch probleem” te noemen.

De regels van het spel

uitdaging_schaken.pixabay

“Het is net als in een spel waarin de winnaar op voorhand bekend is.”

Het is reeds lang duidelijk dat het grote-ouderdom-interpretatiekader een krachtig filosofisch paradigma geworden is dat elke vorm van falsificatie weerstaat. Evolutionisten protesteren soms en stellen dat het ‘gemakkelijk’ is om de evolutie en het eraan geassocieerd grote-ouderdom-interpretatiekader te falsifiëren, namelijk door een duidelijk fossiel te vinden ‘op de verkeerde plaats’, zoals bijvoorbeeld konijnen in het Cambrium. En inderdaad, er zijn reeds veel gevallen gerapporteerd van fossielen die werden teruggevonden op plaatsen waar men ze niet had verwacht. Deze fossielen demonstreerden echter enkel de strategieën die evolutionisten uit hun hoed toverden om zulke onverwachte ontdekkingen ‘weg te redeneren’. Zo kunnen ze bijvoorbeeld de bekende verticale verspreiding van een soort uitbreiden om de nieuwe vondsten te doen kloppen. Of ze kunnen veronderstellen dat het fossiel een voorbeeld is van herwerking. D.w.z. dat fossielen van ‘tijdperk’ A op één of andere manier in een laag terechtgekomen zijn van ‘tijdperk’ B. Soms is er bewijsmateriaal te vinden dat zo’n tweede begraving inderdaad heeft plaats gevonden. Maar zoals we hier zien bij het standpunt van het eerste kamp bij de fossielen in het Roraima gesteente, kan het ook gebruikt worden zonder dat er fysisch bewijs voor is. Eenvoudig gezegd, de Roraima pollen ‘kunnen onmogelijk’ van dezelfde ouderdom zijn als het gesteente – omdat anders het hele grote-ouderdom-geologische-systeem, met zijn evolutietijdperken ineenstort. Het enige redelijke alternatief dat dan nog overblijft zou de Bijbelse (bovennatuurlijke, recente) schepping zijn. Daarom ‘moeten’ deze fossielen eenvoudigweg toebehoren aan een veel later tijdperk en werden ze op één of andere manier mysterieus in het gesteente gebracht, talloze honderden miljoenen jaren nadat het gesteente zich had gevormd en versteend was (volgens het evolutieverhaal natuurlijk). Wat dan als al deze pogingen tot verklaring falen en het fysisch bewijsmateriaal duidelijk is – zoals het tweede kamp het stelt? Dan worden deze vondsten gewoon geklasseerd als een onopgelost mysterie. Zo is het reeds vijftig jaar lang gebeurd met het bewijsmateriaal dat men vond in het Roraima-gesteente. Het is net als in een spel waarin de winnaar op voorhand bekend is.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Leviathan. De volledige bronvermelding luidt: Silvestru, E., Wieland, C., 2011, Pollen paradox. Een zeer intrigerend geologisch probleem…, Leviathan 61: 2-3. Het oorspronkelijke artikel komt uit het magazine Creation.

Voetnoten

  1. De bergketen (31 km2) omvat ook het drielandenpunt tussen Venezuela, Brazilië en Guyana (voormalig Brits Guyana).
  2. Stainforth, R.M. Occurrence of pollen and spores in the Roraima Formation of Venezuela and British Guiana, Nature 210(5033): 292–294.
  3. Palynologie = de studie van de hedendaagse en de fossiele pollen, sporen, enz.
  4. Hij was de drijvende kracht achter het tijdschrift van de Venezuelaanse vereniging voor Geologie, mineralen en petroleum.
  5. Bailey, P.B.H., Possible Microfossils found in the Roraima Formation in British Guiana, Nature 202(4930): 384. Bailey behoorde tot de Geologische Dienst van Brits Guyana, Georgetown.
  6. http://rpasmd.org/rms/Annotated_list_pubns.htm.
  7. Dit treedt op als een gesteente verandert in een ander gesteente door rekristallisatie door bijvoorbeeld hoge temperatuur en druk. De omvorming van kalksteen tot marmer is hier een voorbeeld van.
  8. Bernard, S. et al., Exceptional preservation of fossil plant spores in high-pressure metamorphic rocks, Earth and Planetary Science Letters 262(1–2): 257–272.
  9. Ref. 2, De pollen van Roraima werd ook in hoornblende aangetroffen, een zeer hard gesteente dat door contactmetamorfisme werd gevormd.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by en

Sir Walter Raleigh uit Engeland, die voor het eerst tabak en aardappelen introduceerde in Europa, is het meest bekend omdat hij zijn dure mantel zou hebben gebruikt om een modderplas te bedekken om zo de voeten van koningin Elisabeth I te beschermen. Hij werd onthoofd in 1618 door haar opvolger James I,

...
Read more

10 Comments

Peter

Voor uitgebreide bespreking van dit verhaal van Silvestru en Wieland zie:

K.R. Henke, 2015. Unsupported Young-Earth Creationist (YEC) Claims of Pollen and Spores in the Precambrian Roraima Supergroup of Guyana.
https://sites.google.com/site/respondingtocreationism/responding-to-flood-geology/roraima

Uit het artikel van Henke:
“As discussed in Stainforth (1966), researchers argued that the pollen was Tertiary, and perhaps as old as the Mesozoic in some cases. Stainforth (1966) proposed two explanations for the pollen and spores, neither of which involved young-Earth creationism.” “However, contamination is the most likely explanation for the Tertiary and perhaps Mesozoic pollen in the Stainforth (1966) Roraima Supergroup hornfels. Extensive studies of the Roraima Supergroup by Beyer et al. (2015) and others have not changed that conclusion.”

Jammer genoeg is er geen uitgebreide weerlegging in het Nederlands, dus zoals zo vaak blijft het alleen voor wie genoeg Engels kent [leesbaar].

Reply
Radagast

Ik [ben] benieuwd hoe de aanwezigheid van pollen wel te verklaren is vanuit jongeaardeperspectief. De gesteenten komen uit het Precambrium en zijn van zodanige leeftijd dat de meeste creationisten veronderstellen dat ze van de scheppingsweek afkomstig zijn. Hoe zijn die pollen er dan in gekomen? Als ze van de tijd voor de zondvloed zijn, hoe zijn die gesteenten dan ontstaan? Als ze van tijdens de zondvloed zijn, hoe zijn die pollen dan in het gesteente terecht gekomen? Ook vind ik het vreemd dat het dan bij één uitzondering moet blijven en dat alle andere rotsen met dergelijke pollen waarbij er geen sprake kan zijn van contaminatie wel goed gedateerd worden.

Reply
peter b

Het probleem is dus de datering. Deze is niet objectief, maar wordt meteen aangepast als er een of ander fossiel in wordt aangetroffen dat er volgens het Darwin-Lyell (L-D) paradigma niet in mag zitten. Het andere probleem is dat zulke Cambrische of Precambrische gesteenten niet op pollen worden geanalyseerd, want ze kunnen er immers volgens het L-D paradigma niet in voorkomen. Het is waarschijnlijk net als bij zacht weefsel in dinobotten. Omdat het L-D paradigma zegt dat het niet kan, werd ze nooit onderzocht op aanwezigheid van cellen, eiwit en nucleinezuren. Toch zitten de botten er vol mee. Het kan best zijn dat er overal ter wereld pollen in zulke gesteenten worden aangetroffen, als je er gericht naar zoekt.

Reply
Leon van den Berg

(…) [Het] artikel [staat m.i.] vol met fouten [en] suggestieve opmerkingen.

Fouten:
– De geologische tijdschaal is niet gebaseerd op de evolutietheorie, het omgekeerde is het geval (lees bijvoorbeeld : http://www.sterrenstof.info/william-smith-aardlagen-en-evolutie/)
– Meercellig leven kwam voor vanaf 2 miljard jaar. [Zie:] http://www2.cnrs.fr/en/1753.htm

Suggestief:
– De term “evolutionist” suggereert [m.i.] ten onrecht dat de overtuiging dat evolutie het onstaan van leven (ten dele) verklaart een “levensvisie” is.
– Het feit dat Stainforth in zijn eigen artikel over zijn eigen vondst met uitroepingtekens schrijft en het een zeer intrigerend geologisch probleem noemt wil niets zeggen.
“De strategieën die evolutionisten uit hun hoed toverden om zulke onverwachte ontdekkingen weg te redeneren”. Het gaat hier over [een] logische denkwijze: hoe verklaren wij jonge kinderen in een bejaardentehuis? Welnu, die zijn komen spelen bij oma.
“Herwerking” (vervuiling of her-sedimentatie) is niet alleen mogelijk maar zelf in vele gevallen vanzelfsprekend.

En de oplossing:
“Een onopgelost mysterie”. Stainforth gaf zelf eigenlijk al de oplossing aan, hij beschrijft “Limonite” op de splijtvlakken, een duidelijke aanwijzing voor inspoeling. Niet drie maar vier palynologen gingen er op uit en Van der Hammen “recognizes a mixture of Mesozoic and Cenozoic elements, but suspects that they represent foreign material concentrated along cleavage planes as, after cleaning fragments ultrasonically, he found the matrix practically barren”: vervuiling dus.
– Verder vermeldt dit artikel nergens dat in de Roraima-formatie geen andere plant-fossielen zoals blaadjes, takjes of kool gevonden zijn terwijl je die wel zou verwachten als er toen al planten waren. (…)

Reply
peter b

(…) Feit blijft dat er pollen aanwezig [zijn] in dit gesteente. Maar omdat dat volgens de biologische Darwin theorie onmogelijk is, moeten de data [m.i.] worden weggeredeneerd. Maar dat is natuurlijk geen wetenschap. Planten en takjes zou je er moeten vinden, zegt Leon. {Zou hier niet gelden:], (…) absence of evidence is not evidence of absence[?] [Dat vind ik] vreemd want dat principe wordt de hele tijd toegepast binnen het Lyell-Darwin paradigma. Zonder fossielen zouden deze gesteenten sowieso niet te dateren zijn.

Leon van den Berg

Beste Peter B,

[Mogelijk weet je] niet hoe “gesteente” in elkaar zit. Een gesteente kan bestaan uit “dicht” materiaal met daartussen openingen, in dit geval “cleavage”, splijtvlakken. Nogmaals: Uit de aanwezigheid van Limonite op de splijtvlakken blijkt dat er inspoeling van water heeft plaatsgevonden. Uit het feit dat met schoonmaken vrijwel alle pollen verdwenen waren blijkt dat er inspoeling van pollen in de splijtvlakken heeft plaatsgevonden. Dat heeft niets met wegredeneren te maken. Gesteenten zijn prima te dateren zonder fossielen.

Reply
peter b

(…) Leon, ik woon zelf in het Zwarte Woud en weet goed hoe een berg en gesteenten eruit zien omdat ik ze vaak observeer tijdens mijn wandelingen. [Je zou gelijk hebben] als de pollen in de spleten en splijtvlakken zouden worden aangetroffen (buiten de gesteenten zelf dus), maar ze zitten in de gesteenten geïncludeerd. Dat was het verhaal destijds in Nature en dat is sindsdien weggegeredeerd. Gesteenten zijn niet te dateren zonder fossielen, want ze kunnen niet gecalibreerd worden ([Daar] hebben we het al eens uitgebreid over gehad).

Radagast

Geachte heer Van den Berg,
Ik ben geen geoloog, dus kan het al snel fout hebben. Toch heb ik een paar vragen bij uw opmerkingen.

“Stainforth gaf zelf eigenlijk al de oplossing aan, hij beschrijft “Limonite” op de splijtvlakken, een duidelijke aanwijzing voor inspoeling.”

Er staat echter in Stainforth 1966:
“The rock cleaves along finely laminated bedding planes which are coated with limonite. Every effort was made to avoid these planes and some of the pieces processed were the central nubs left after chipping away the external parts of large blocks of the rock, which was dense enough to sound when struck with a hammer. Nevertheless, microfossils of the same type as before were recovered.”

“Verder … waren.”

Ik meende dat u tegen Stef Heerema ook het argument van pollen maakte. Worden er soms ook takjes en bladeren in steenzout gevonden? (Zoals je zou verwachten als er planten waren.)

“Uit het feit dat met schoonmaken vrijwel alle pollen verdwenen waren blijkt dat er inspoeling van pollen in de splijtvlakken heeft plaatsgevonden.”

Kunt u uitleggen hoe u uit het feit dat de pollen bij het ultrasoon schoonmaken waren verdwenen, u kunt opmaken dat het om inspoeling gaat?

Reply
Leon van den Berg

Beste Radegast,

Stainforth heeft kennelijk wel zijn best, maar niet voldoende zijn best gedaan, anders had Van der Hammen niet al die pollen ultrasonisch kunnen wegspoelen. Ultrasonisch spoelen is een degelijkere methode dan fysiek verwijderen (zoals Stanforth deed) om oppervlaktes schoon te maken.

Pollen zijn héél licht en kunnen honderden kilometers door de lucht in een steriele pekelzee terecht komen, takjes en blaadjes zijn daar te zwaar voor.

Als je je auto wast en hij daarna schoner is kun je daaruit opmaken dat hij vuil was.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over