De chemici zijn tegenwoordig in staat om met grote kosten aminozuren te produceren. De vorming van lange ketens, zoals voor de bouw van levende wezens nodig zijn, is echter slechts onder uiterst precieze omstandigheden mogelijk. Zelfs kleine verontreinigingen kunnen tot afbraak van een keten leiden. Bovendien ontleden aminozuurketens, als zij reageren met water. Aangezien in een hypothetische oersoep met zekerheid ook water aanwezig was, is het onmogelijk, dat zich daarin aminozuurketens of zelfs complete eiwitten (proteïnen) gevormd zouden hebben.

Antelope_canyon.pixabay

Een groot probleem voor het ontstaan van leven is het feit, dat eiwitten op grond van de chemische eigenschap uiteenvallen, wanneer zij met water reageren.12 Bovendien ontstaat ook bij de productie van proteïnen onvermijdelijk water, dat de polycondensatie verhindert en de ontstane polymeren weer vernietigt. In de levende cellen wordt dit bij de proteïneproductie vrijgekomen water in een nauwkeurig afgesteld proces door speciale enzymen afgevoerd.

Ketenvorming met bifunctionele moleculen

Opdat moleculen zich kunnen samenvoegen, moeten zij tenminste bifunctioneel zijn, dat betekent dat zij twee bindingsplaatsen bezitten. Verbindt zich een monofunctioneel molecuul (dus een molecuul met slechts één bindingsplaats) aan het einde van de keten, dan kan er zich geen volgend molecuul meer aanhechten en is de ketenvorming stopgezet.3 Nu stelt men zich de oersoep bepaald niet voor als het laboratorium van een polymeerchemicus, die over de verschillende processen waakt en door toevoeging van een monofunctioneel molecuul de ketenvorming op het juiste moment doelbewust stopzet, wanneer de gewenste ketenlengte bereikt is.4 De enige omgeving waarvan bekend is dat zich daar DNA ketens vormen, zijn de verschillende levende cellen. Noodzakelijk voor het aanmaken van proteïnen zijn levende cellen, die op hun beurt weer uit proteïnen bestaan. Zonder proteïnen geen cellen en zonder cellen geen proteïnen. Vivum ex vivo – Leven komt slechts van leven – deze basisregel schijnt ook in dit opzicht bevestigd te worden.

Voetnoten

  1. J. Sarfati, Origin of life: the polymerization problem, Journal of Creation 12(3), 1998, p. 281-284.
  2. G.B. Johnson und P.H. Raven, Biology, Principles & Explorations, Holt, Reinhart and Winston, Florida, 1998, p. 235.
  3. Bruno Vollmert, Das Molekül und das Leben, Rowohlt, 1985, p. 54-58.
  4. P.H. Raven, Biology, A current bubble hypothesis, WCB/McGraw-Hill, 1999, p. 69.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.

2 Comments

Peter

“Bovendien ontleden aminozuurketens, als zij reageren met water.”

Als zij reageren met water: [als we] het eiwit van een kippenei in koud water [proberen] is er geen reactie. Je krijgt zo heus geen kippenbouillon.
De stelling is dat eiwitketens alleen in levende wezens kunnen ontstaan. Mijn toch al oude leerboek zegt anders. Het geeft aan dat een streng peptiden wel kan ontstaan. Er is al onderzoek daarover sinds 1996: Ferris, H ill, Liu en Orgel. 1996. Synthesis of long prebiotic oligomer on mineral surfaces. Nature 381: 59-61, en Hill, Böhler en Orgel, 1998. Polymerization on the rocks: negatively charged -aminoacids. Origins of Life and Evolution of the Biosphere 28: 235-243. Er is een katalysator nodig voor het maken van polypeptiden uit aminozuren (of rnucleinezuren), maar die katalysator hoeft geen eiwit gemaakt door een levend wezen te zijn.

Reply
M.Nieuweboer

Het grootste probleem van dit stukje is dat het niet over de Evolutietheorie gaat maar over het ontstaan van het leven. Dus is het geen stelling tegen evolutie. Het is een beetje als argumenteren tegen het christendom door bezwaar te maken tegen hindoeistische reincarnatie.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over