In het vorige deel heb ik uitgelegd wat onbedoelde aanvullingen zijn en wat ze aantonen.1 In dit en het volgende deel zal ik voorbeelden geven van onbedoelde aanvullingen in het Nieuwe Testament. In dit deel zal ik laten zien hoe de vier evangeliën en Handelingen met elkaar verbonden worden, in het volgende deel hoe Handelingen verbonden wordt met de brieven van Paulus. Deze opsomming is niet bedoeld als een volledige lijst, verdere voorbeelden kunnen gevonden worden bij McGrew2 en Miller3.

Eenvoudige onbedoelde aanvullingen

Genezingen op de sabbat

Mattheüs 8:14-16:

En Jezus kwam in het huis van Petrus en zag zijn schoonmoeder met koorts op bed liggen. En Hij raakte haar hand aan en de koorts verliet haar; en zij stond op en diende hen. Toen het nu avond geworden was, brachten ze velen die door demonen bezeten waren, bij Hem, en Hij dreef de boze geesten uit met een enkel woord, en Hij genas allen die er slecht aan toe waren[.]

Het merkwaardige detail in dit gedeelte is de tijdsaanduiding: ‘toen het nu avond geworden was’. Waarom wachtten de mensen op de avond? In het evangelie van Mattheüs is het antwoord niet te lezen. Het parallelle gedeelte in Markus geeft echter een verklaring:

En zij kwamen in Kapernaüm; en op de sabbat ging Hij meteen naar de synagoge en gaf Hij onderwijs. (…) Toen het nu avond geworden was en de zon onderging, brachten ze bij Hem allen die er slecht aan toe waren, en hen die door demonen bezeten waren. (Markus 1:21,32)

Markus legt uit dat de genezing van de schoonmoeder van Petrus op de sabbat plaatsvond. De sabbat duurde tot aan zonsondergang. De mensen wachtten dus tot de sabbat voorbij was.

Wonderen in Bethsaïda

Mattheüs 11:21:

Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaïda! Want als in Tyrus en Sidon de krachten gebeurd waren die in u plaatsgevonden hebben, dan zouden zij zich allang in zak en as bekeerd hebben.

Mattheüs geeft geen verdere context waarin Jezus deze uitspraak deed. Toch is het een bijzondere uitspraak, omdat nergens in het evangelie van Mattheüs een wonder vermeld staat dat plaatsvond in de buurt van Chorazin en Bethsaïda. In Lukas 9 lezen we echter dat de wonderbare spijziging plaatsvond in de buurt van Bethsaïda en in Markus 8 geneest Jezus een blinde in Bethsaïda.

Waarom Herodes bedroefd was

Mattheüs 14:3-5:

Herodes had Johannes immers gevangengenomen, hem geboeid en in de gevangenis gezet, vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, want Johannes had tegen hem gezegd: Het is u niet geoorloofd haar te hebben. En hij wilde hem doden, maar hij was bevreesd voor de menigte, omdat zij hem voor een profeet hielden. (…) En daartoe opgestookt door haar moeder, zei ze: Geef mij hier op een schotel het hoofd van Johannes de Doper. En de koning werd bedroefd, maar omwille van de eden en om hen die met hem aanlagen, gaf hij bevel dat het haar gegeven zou worden; en hij stuurde iemand en liet Johannes in de gevangenis onthoofden.

De twee geciteerde gedeeltes liggen dicht bij elkaar, maar toch lijken ze tegenstrijdig. Herodes wilde Johannes de Doper doden, maar hij was bang voor het volk. Als de dochter van Heriodes echter vraagt om het hoofd van Johannes de Doper wordt hij niet bang, maar bedroefd. Waarom wordt Herodes bedroefd als er een paar verzen eerder staat dat hij Johannes wilde doden? Het antwoord lezen we weer in Markus:

[W]ant Herodes was bevreesd voor Johannes, omdat hij wist dat deze een rechtvaardig en heilig man was, en hij beschermde hem; en als hij hem aangehoord had, ondernam hij vele dingen, en hij luisterde graag naar hem. (Markus 6:20)

Herodes werd bedroefd, omdat hij toch graag naar Johannes luisterde en hem rechtvaardig en heilig vond. Dit verklaart zijn houding zoals beschreven in Mattheüs.

Vijfduizend mannen

Mattheüs 14:21:

Zij die gegeten hadden, waren ongeveer vijfduizend mannen, de vrouwen en de kinderen niet meegeteld.

Johannes 6:10:

En Jezus zei: Laat de mensen gaan zitten. En er was veel gras op die plaats. Dus gingen de mannen zitten, ongeveer vijfduizend in getal.

Hoe weten Mattheüs en Johannes dat er ongeveer vijfduizend mannen aanwezig waren bij de wonderbare spijziging? Het inschatten van een grote menigte is al lastig genoeg, maar om alleen het aantal mannen te schatten is nog moeilijker. Markus en Lukas geven echter het antwoord:

Er waren namelijk ongeveer vijfduizend mannen. Maar Hij zei tegen Zijn discipelen: Laat hen gaan zitten in groepen, elk van vijftig. (Lukas 9:14, zie ook Markus 6:40)

De mannen zaten netjes in even grote groepen en konden daarom gemakkelijk geteld worden. Dit verklaart hoe Mattheüs en Johannes het aantal mensen konden schatten.

Geblinddoekt profeteren

Mattheüs 26:68:

En anderen sloegen Hem in het gezicht en zeiden: Profeteer ons, Christus: wie is het die U geslagen heeft?

Waarom is het moeilijk voor Jezus om te vertellen wie Hem geslagen heeft? We lezen het niet in Mattheüs, maar wel in Markus en Lukas:

Toen begonnen sommigen Hem te bespuwen en Zijn gezicht te bedekken en Hem met vuisten te slaan en tegen Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars gaven Hem slagen in het gezicht. (Markus 14:65)

De dienaars hadden eerst Jezus geblinddoekt voordat zij Hem sloegen, zodat Jezus niet kon zien wie Hem geslagen heeft.

Een moedige Jozef van Arimathea
Markus 15:42-43:

En toen het al avond geworden was, en omdat het de voorbereiding op het Pascha was, dat is de voorsabbat, kwam Jozef van Arimathea, een aanzienlijk raadsheer, die zelf ook het Koninkrijk van God verwachtte, en waagde het om bij Pilatus naar binnen te gaan en om het lichaam van Jezus te vragen.

Het woord dat hier vertaald is met ‘waagde’, is τολμάω, wat ook vaak met ‘durven’ wordt vertaald. Markus legt echter niet uit wat er zo moedig was aan de daad van Jozef van Arimathea. De Joden hechtten grote waarde aan het begraven van hun doden en aangezien Jozef een aanzienlijk raadsheer was, kon hij wel het een en ander regelen. Bovendien zag Pilatus Jezus niet als een misdadiger, ook al had hij Hem laten kruisigen. Een verklaring vinden we bij Johannes:

En daarna vroeg Jozef van Arimathea, die een discipel van Jezus was (maar in het geheim, uit vrees voor de Joden) aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen; en Pilatus stond het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg. (Johannes 19:38)

Johannes legt uit dat Jozef van Arimathea een geheime discipel was en bang was voor de Joden. Daarom was het een moedige daad van hem dat hij naar voren durfde te treden om Jezus te begraven.

Complexe onbedoelde aanvullingen

Het Pascha was nabij

Markus 6:31,39:

En Hij zei tegen hen: Komt u zelf mee naar een eenzame plaats, alleen, en rust wat uit; want er waren er velen die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegenheid om te eten. (…) En Hij droeg hun op om allen in groepen te laten gaan zitten in het groene gras.

In zijn beschrijving van de wonderbare spijziging schrijft Markus dat er ‘velen [waren] die kwamen en die gingen’. Het gaat dus niet om de toeloop van mensen naar Jezus, maar Markus schrijft met andere woorden dat het druk was op de weg. Ook voegt hij een interessant detail toe over het gras waarop de mensen zaten: het was groen. Johannes noemt deze twee dingen niet, maar hij legt wel de oorzaak ervan uit:

En het Pascha, het feest van de Joden, was nabij. (Johannes 6:4)

Vlak voor het Pascha waren er grote groepen pelgrims op weg naar Jeruzalem. In Israël valt de regen ook in de winter en het voorjaar, zodat het gras in de lente groen is. In de zomer en het najaar is het bruin. Johannes geeft dus uitleg over details in het verslag van Markus.

Een dienende Jezus

Lukas 22:24-27:

Er ontstond ook onenigheid onder hen over wie van hen geacht werd de belangrijkste te zijn. En Hij zei tegen hen: De koningen van de volken heersen over hen, en wie macht over hen hebben, worden weldoeners genoemd. Bij u echter moet dat zo niet zijn, maar de belangrijkste onder u moet als de jongste worden en wie leiding geeft als iemand die dient. Want wie is belangrijker: hij die aanligt of hij die bedient? Is het niet hij die aanligt? Ik echter ben in uw midden als Iemand Die dient.

Dit gesprek vindt plaats gedurende het Laatste Avondmaal, op de avond voordat Jezus verraden wordt. Jezus zegt: ‘Ik ben in uw midden als Iemand Die dient.’ In het evangelie van Lukas is er echter weinig te vinden over Jezus Die de discipelen of de mensen in het algemeen dient. Daarvoor moeten we naar Johannes. Deze beschrijft een gebeurtenis die plaatsvond vlak voor datzelfde Laatste Avondmaal, waardoor de woorden van Jezus opeens heel erg duidelijk worden:

Toen dan de maaltijd plaatsvond en de duivel Judas Iskariot, de zoon van Simon, al in het hart gegeven had Hem te verraden, stond Jezus, Die wist dat de Vader Hem alle dingen in handen gegeven had en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heen ging, op van de maaltijd, legde Zijn kleren af, nam een linnen doek en deed die om Zijn middel. Daarna goot Hij water in de waskom en begon de voeten van de discipelen te wassen en af te drogen met de linnen doek die Hij om Zijn middel had. (Johannes 13:2-5)

Als twee puzzelstukjes passen deze beschrijvingen in elkaar. Lukas vermeldt de gebeurtenis niet, maar wel de verwijzing ernaar. Johannes vermeldt de gebeurtenis, maar niet de verwijzing.

Het verhoor van Pilatus

Lukas is de enige die de beschuldigingen van de Joden aan het adres van Jezus beschrijft:

En zij begonnen Hem te beschuldigen en zeiden: Wij hebben ontdekt dat Deze het volk afvallig maakt, en dat Hij verbiedt belasting te betalen aan de keizer en dat Hij van Zichzelf zegt dat Hij Christus, de Koning, is. Toen vroeg Pilatus Hem: U bent de Koning van de Joden? Hij nu antwoordde hem en zei: U zegt het. Pilatus zei tegen de overpriesters en de menigten: Ik vind geen schuld in deze Mens. (Lukas 23:2-4)

Dat zijn harde beschuldigingen! Jezus wordt afgeschilderd als een grote misdadiger. Vervolgens vraagt Pilatus aan Hem of Hij de Koning van de Joden is. Jezus antwoordt: ‘U zegt het’ (Σὺ λέγεις). Wat dit betekent, is niet helemaal duidelijk, maar Jezus woorden die er het meest op lijken (‘U hebt het gezegd’, Mattheüs 26:25) zijn een bevestiging. Zelfs als het een ontkenning is, is het in ieder geval geen sterke ontkenning. Toch is Pilatus’ reactie dat hij geen schuld in Jezus vindt. Hoe kan dit? Het antwoord daarop vinden we niet bij Lukas, maar bij Johannes. Johannes beschrijft het gesprek tussen Pilatus en Jezus ook in 18:33-38. Het blijkt dat Lukas het gesprek heeft ingekort. Jezus bevestigt de woorden van Pilatus, dat Hij een Koning is. Hij legt echter uit dat Zijn Koninkrijk niet van deze wereld is. Pilatus lijkt het te begrijpen: Jezus is onschuldig, omdat Zijn Koninkrijk van een heel andere orde is. Daarom zegt hij tegen de Joden dat hij geen schuld in Jezus vindt. Johannes verklaart op deze manier Lukas’ beschrijving.

Het schip

Johannes 6:17:

En toen zij in het schip gegaan waren, staken zij de zee over naar Kapernaüm. En het was al donker geworden en Jezus was nog niet naar hen toe gekomen.

Alle vier de evangelisten beschrijven de eerste wonderbare spijziging en de daaropvolgende storm op het meer. Deze beschrijvingen zitten vol met onbedoelde aanvullingen.4 Ook hier roept Johannes een vraag op: welk schip wordt er bedoeld? Johannes spreekt simpelweg over ‘het schip’ (τὸ πλοῖον). Het antwoord vinden we in de andere drie evangeliën, waaruit blijkt dat verschillende discipelen (Petrus, Andres, Johannes en Jakobus) vissers waren op het Meer van Galilea. Zij bezaten dus schepen. Daarom kan Johannes schrijven over ‘het schip’, namelijk het schip dat in bezit was van een van de discipelen en gebruikt werd door Jezus en Zijn discipelen. Pas veel later, in hoofdstuk 21, geeft Johannes ook aanwijzingen dat sommige discipelen vissers waren.

Tegenwind

Kaart met de twee vaarroutes. Bewerkt overgenomen van Wikipedia.

Johannes 6:23:

Maar er kwamen andere scheepjes van Tiberias, dicht bij de plaats waar zij het brood gegeten hadden nadat de Heere gedankt had.

Jezus en Zijn discipelen zijn in de nacht over het Meer van Galilea gevaren, vanuit de omgeving van Bethsaïda naar Kapernaüm. De plaats van de wonderbare spijziging lag waarschijnlijk ten noordoosten van het Meer van Galilea. Kapernaüm lag in het noordwesten. De richting waarin het schip was gevaren, was dus naar het westen of westzuidwesten. Johannes beschrijft ook scheepjes vanuit Tiberias. Tiberias ligt ook aan de westkant van het Meer, ten zuiden en iets ten westen van Kapernaüm. Deze scheepjes voeren van Tiberias naar de omgeving van Bethsaïda, dus richting het noordoosten. De scheepjes uit Tiberias en het schip van de discipelen gingen dus in tegengestelde richting. Dit detail wordt verklaard door Markus en Mattheüs:

Het schip was al midden op de zee en verkeerde in nood door de golven, want ze hadden de wind tegen. (Mattheüs 14:24)

Het schip van de discipelen had tegenwind, dus hadden de scheepjes uit Tiberias meewind. Dit verklaart waarom er de ochtend nadat de discipelen waren overgestoken scheepjes uit Tiberias kwamen varen.

Meer liefhebben dan de anderen

Johannes 21:15:

Toen zij dan de maaltijd gebruikt hadden, zei Jezus tegen Simon Petrus: Simon, zoon van Jona, hebt u Mij meer lief dan dezen? Hij zei tegen Hem: Ja, Heere, U weet dat ik van U houd. Hij zei tegen hem: Weid Mijn lammeren.

Na de opstanding vindt er aan het Meer van Galilea een gesprek plaats tussen Jezus en Petrus. Petrus had Jezus drie keer verloochend en daarom vraagt Jezus drie keer of Petrus Hem liefheeft. Maar waarom vraagt Jezus of Petrus Hem meer liefheeft dan de andere discipelen? Het lijkt haast een gemene vraag. In het evangelie van Johannes vinden we niet de aanleiding van deze vraag, maar wel in bijvoorbeeld Markus:

En Petrus zei tegen Hem: Ook al zullen allen aanstoot aan U nemen, ik echter niet. (Markus 14:29)

Hieruit blijkt dat het Petrus zelf was die beweerde Jezus meer lief te hebben dan de andere discipelen. Hij beweert immers dat hij de laatste zou zijn die Jezus zou verlaten. Jezus vraagt aan het Meer van Galilea dus alleen maar of Petrus nog steeds achter zijn woorden staat, en Petrus moet bekennen dat hij zijn woorden niet heeft waargemaakt en zegt alleen: ‘Ja, Heere, U weet dat ik van U houd.’

De belofte van de Vader

Handelingen 1:4-5:

En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem weg zouden gaan, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die u, zei Hij, van Mij gehoord hebt; want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.

Deze woorden, die we ook terugvinden in Lukas 24:49, verwijzen naar een belofte die Jezus heeft gedaan. Het bijzondere is echter dat deze belofte nergens in het evangelie van Lukas te vinden is. Hiervoor moeten we naar het evangelie van Johannes:

Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb. (Johannes 14:26)

Dopen

In het boek Handelingen worden veel momenten beschreven waarin wordt gedoopt nadat personen tot geloof zijn gekomen. We vinden dit terug in Handelingen 2:38, 8:12, 8:38, 9:18, 10:48, enzovoorts. Waarom dopen de apostelen hun bekeerlingen? Nergens in het evangelie van Lukas of Handelingen heeft Jezus daartoe de opdracht gegeven. Deze opdracht staat alleen in Mattheüs:

Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. (Mattheüs 28:19)

Een zeer complexe onbedoelde aanvulling

Filippus uit Bethsaïda

Zeer complexe onbedoelde aanvullingen zijn niet alleen lastig te creëren, maar ook lastig te vinden. Bij mijn weten is er tot nu toe één gevonden in de evangeliën en twee in Handelingen en de brieven van Paulus. De vraag wordt opgeroepen in het evangelie van Johannes:

Toen Jezus dan de ogen opsloeg en zag dat een grote menigte naar Hem toe kwam, zei Hij tegen Filippus: Waar zullen wij broden kopen, opdat deze mensen kunnen eten? (Johannes 6:5)

Waarom stelt Jezus deze vraag aan Filippus? Het antwoord wordt niet gegeven door Johannes, maar kan worden verkregen door gegevens van Lukas en Johannes te combineren:

En toen de apostelen teruggekeerd waren, vertelden zij Hem alles wat zij gedaan hadden. Hij nam hen mee en vertrok, alleen met hen, naar een eenzame plaats bij een stad die Bethsaïda heette. (Lukas 9:10)
Filippus nu kwam uit Bethsaïda, uit de stad van Andreas en Petrus. (Johannes 1:45)

De wonderbare spijziging vond plaats bij Bethsaïda en Filippus was uit die stad afkomstig. Dit verklaart waarom Jezus aan Filippus vraagt waar er broden gekocht kunnen worden.

Conclusie

In dit deel heb ik vijftien onbedoelde aanvullingen gepresenteerd: zes eenvoudige, acht complexe en één zeer complexe. Dit zijn ze echter niet allemaal en waarschijnlijk zullen er in de toekomst nog meer gevonden worden. Twee van de hierboven beschreven onbedoelde aanvullingen zijn nog maar een paar maanden geleden ontdekt. Zoals ik in het eerste deel heb beargumenteerd, wijst een groot aantal onbedoelde aanvullingen in een tekst erop dat deze tekst is gebaseerd op ooggetuigenverslagen. Vooral (zeer) complexe onbedoelde aanvullingen zijn lastig op een andere manier te verklaren. In dit deel is dus aannemelijk gemaakt dat de evangeliën (en Handelingen) zijn gebaseerd op ooggetuigenverslagen. In het volgende deel zal dit ook worden bevestigd voor Handelingen en de brieven van Paulus.

Voetnoten

  1. https://logos.nl/puzzelstukjes-in-de-evangelien/.
  2. Lydia McGrew, Hidden in Plain View, 2017.
  3. https://calumsblog.com/undesigned-coincidences/.
  4. In dit deel zijn beschreven: ‘Wonderen in Bethsaïda’, ‘Vijfduizend mannen’, ‘Het Pascha was nabij’, ‘Het schip’, ‘Tegenwind’ en ‘Filippus uit Bethsaïda’.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

In het vorige deel heb ik uitgelegd wat onbedoelde aanvullingen zijn en wat ze aantonen. In dit en het volgende deel zal ik voorbeelden geven van onbedoelde aanvullingen in het Nieuwe Testament. In dit deel zal ik laten zien hoe de vier evangeliën en Handelingen met elkaar verbonden worden,

...
Read more