In het eerste deel1 heb ik uiteengezet wat onbedoelde aanvullingen precies zijn en wat zij aantonen. In het tweede deel2 heb ik verschillende onbedoelde aanvullingen in de evangeliën en Handelingen besproken. In dit deel komen Handelingen en de brieven van Paulus aan bod.

Door vrijwel alle nieuwtestamentici wordt – op goede gronden – aangenomen dat zeven brieven in het Nieuwe Testament door Paulus zijn geschreven. Het gaat om de brieven aan de Romeinen, Korinthiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Deze brieven zijn dus in de jaren vijftig (eventueel late jaren veertig of vroege jaren zestig) van de eerste eeuw geschreven. De andere zes brieven op Paulus’ naam (Efeze, Kolossenzen, 2 Thessalonicenzen, 1&2 Timotheüs en Titus) zijn volgens de meeste (niet-christelijke) nieuwtestamentici niet door Paulus geschreven, maar zijn vervalsingen uit de tweede helft van de eerste eeuw of de eerste helft van de tweede eeuw.

Over het boek Handelingen lopen de meningen verder uiteen dan over welk ander boek uit het Nieuwe Testament ook. Veel – ook niet-conservatieve – geleerden zien het boek als een betrouwbare geschiedkundige bron die geschreven is door een volgeling van Paulus. Helemaal aan de andere kant van het spectrum zijn er geleerden die Handelingen zien als een fictief werk, een roman uit de tweede eeuw. Onbedoelde aanvullingen zijn een manier om de betrouwbaarheid van Handelingen te verdedigen. Deze zijn al in de achttiende eeuw verzameld door William Paley.

Eerst zal ik de onbedoelde aanvullingen bespreken die Handelingen verbinden met de algemeen geaccepteerde authentieke brieven van Paulus. Hierna zal ik onbedoelde aanvullingen in de betwijfelde brieven van Paulus bespreken.

De algemeen geaccepteerde authentieke brieven

De eerste reis van Paulus naar Jeruzalem

Volgens sceptici die de betrouwbaarheid van Handelingen in twijfel willen trekken, zijn de beschrijvingen van de gebeurtenissen rond Paulus’ bekering in Handelingen en de brieven van Paulus tegenstrijdig. Deze tegenstrijdigheden blijken echter slechts schijnbaar te zijn. Integendeel, Handelingen vormt een onbedoelde aanvulling op wat Paulus schrijft in Galaten 1:

Daarna, drie jaar later, ging ik naar Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef vijftien dagen bij hem. En ik heb niemand anders van de apostelen gezien; alleen Jakobus, de broer van de Heere. (Galaten 1:18-19)

Er zijn twee merkwaardige dingen aan het verslag van Paulus: waarom heeft hij zo weinig apostelen gesproken en waarom bleef hij slechts twee weken in Jeruzalem? Lukas geeft hier antwoord op:

Toen Saulus nu in Jeruzalem gekomen was, probeerde hij zich bij de discipelen aan te sluiten, maar zij waren allen bevreesd voor hem, want zij geloofden niet dat hij een discipel was. Maar Barnabas nam hem onder zijn hoede, bracht hem naar de apostelen en vertelde hun hoe hij onderweg de Heere gezien had, dat Hij tot hem gesproken had en hoe hij in Damascus vrijmoedig gesproken had in de Naam van Jezus. En hij ging in Jeruzalem met hen in en uit. En hij sprak vrijmoedig in de Naam van de Heere Jezus; ook sprak en redetwistte hij met de Griekssprekenden, maar die probeerden hem te doden. Maar toen de broeders dit te weten kwamen, brachten zij hem naar Caesarea en stuurden hem vandaar weg naar Tarsus. (Handelingen 9:26-30)

Paulus sprak zo weinig apostelen, omdat de meesten van hen bevreesd voor hem waren. Kennelijk wist Barnabas alleen Petrus en Jakobus te overtuigen, hoewel Lukas niet schrijft hoeveel apostelen Paulus sprak. Daarna schrijft Lukas dat sommigen Paulus probeerden te doden, zodat hij naar Caesarea werd gestuurd. Dat verklaart waarom Paulus slechts twee weken in Jeruzalem was.

Timotheüs in Athene
1 Thessalonicenzen 3:1-3:

Daarom, toen wij dit verlangen niet langer konden verdragen, leek het ons beter om alleen in Athene achtergelaten te worden, en hebben we Timotheüs gestuurd, onze broeder en Gods dienaar en onze medearbeider in het Evangelie van Christus, om u in uw geloof te versterken en te bemoedigen, opdat niemand in verwarring gebracht zou worden in deze verdrukkingen. Want u weet zelf dat wij hiertoe bestemd zijn.

Paulus stuurde Timotheüs vanuit Athene naar de Thessalonicenzen. Dit lijkt in tegenspraak met Handelingen 17, waar wordt beschreven hoe Paulus alleen in Athene verbleef. Sommigen hebben dit gebruikt om de onbetrouwbaarheid van Handelingen aan te tonen:

Whenever Acts relates an incident from Paul’s life that Paul himself discusses, there are striking and irreconcilable differences. Sometimes these involve small details. For example, Acts 17 is clear and unambiguous: when Paul traveled to bring the gospel to Athens, he came by himself, without Timothy or any of the other apostles But Paul himself is also clear and unambiguous; in 1 Thessalonians 3 we learn that he came to Athens precisely in the company of Timothy, not by himself. It couldn’t be both.3

Merk op dat Bart Ehrman – een vooraanstaand nieuwtestamenticus – spreekt over irreconcilable differences als hij het verschil tussen Handelingen 17 en 1 Thessalonicenzen 3 naar voren brengt; een ‘helder en ondubbelzinnig’ verschil. Maar zijn de beide verslagen echt onverenigbaar? Integendeel, 1 Thessalonicenzen 3 is juist een aanvulling op Handelingen 17:

En zij die Paulus begeleidden, brachten hem tot aan Athene. En nadat zij opdracht gekregen hadden om Silas en Timotheüs te zeggen dat zij zo spoedig mogelijk naar hem toe moesten komen, vertrokken zij. (Handelingen 17:15)

Paulus had de opdracht gegeven om Silas en Timotheüs te zeggen dat zij zo snel mogelijk naar hem toe moesten komen. Paulus was toen in Athene, dus Silas en Timotheüs kregen de opdracht om naar Athene te komen. Hoewel Lukas niet vermeldt of zij daar daadwerkelijk aan zijn gekomen, wordt hij aangevuld door 1 Thessalonicenzen 3: Timotheüs was inderdaad naar Athene gekomen, maar daarna weer naar Thessalonica gestuurd.

Priscilla en Aquila

In meerdere brieven vermeldt Paulus Priscilla en Aquila. Bijvoorbeeld in de brieven aan de Romeinen en aan de Korinthiërs:

Groet Priscilla en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus. (…) Groet ook de gemeente bij hen aan huis. Groet mijn geliefde Epenetus, die de eersteling is voor Christus van Achaje. (Romeinen 16:3,5)
U groeten de gemeenten van Asia. In de Heere groeten u hartelijk Aquila en Priscilla met de gemeente in hun huis. (1 Korinthe 16:19)

De eerste brief aan de Korinthiërs is geschreven in Efeze, waarschijnlijk in het voorjaar van 55 n. Chr. De brief aan de Romeinen is geschreven in ongeveer 56 n. Chr. In 55 n. Chr. was de gemeente in Efeze gevestigd in het huis van Priscilla en Aquila, maar nog geen twee jaar later komt de gemeente in Rome ook in hun huis bijeen. Hoe kan het dat Priscilla en Aquila binnen twee jaar vertrokken zijn naar een gemeente 1300 kilometer verderop? Het antwoord wordt gegeven door Lukas:

En hierna ging Paulus uit Athene weg en kwam in Korinthe. En hij trof er een Jood aan van wie de naam Aquila was, afkomstig uit Pontus, die onlangs uit Italië gekomen was, en Priscilla, zijn vrouw (omdat Claudius bevolen had dat al de Joden uit Rome weg moesten gaan) en hij ging naar hen toe. En omdat hij hetzelfde beroep uitoefende, bleef hij bij hen en werkte er; want zij waren tentenmakers van beroep. En hij sprak iedere sabbat in de synagoge en probeerde Joden en Grieken te overtuigen. En nadat Silas en Timotheüs uit Macedonië gekomen waren, werd Paulus er door de Geest toe aangezet tegenover de Joden te getuigen dat Jezus de Christus is. (Handelingen 18:1-5)

Priscilla en Aquila woonden oorspronkelijk in Rome, maar waren verbannen door keizer Claudius in het jaar 49 n. Chr. Uit 1 Korinthe blijkt dat zij zich in Efeze vestigden. In het najaar van het jaar 54 n. Chr. stierf Claudius, dus het is logisch dat Priscilla en Aquila in het voorjaar van 55 n. Chr. nog in Efeze verbleven. Echter, omdat de verbanning door Claudius niet meer van kracht was, is het begrijpelijk dat zij kort daarna terug zijn gekeerd naar Rome. Dit is een zeer complexe onbedoelde aanvulling, die bijna onmogelijk te creëren als de bronnen niet teruggaan op wat echt gebeurd is.

De sponsoring van Paulus

In het hierboven geciteerde gedeelte uit Handelingen bevindt zich nog een opmerkelijk punt: eerst werkt Paulus als tentenmaker in Korinthe en predikt hij alleen iedere sabbat. Na de komst van Silas en Timotheüs vindt er echter een verandering plaats, hoewel Lukas niet goed beschrijft wat er gebeurt. Paulus legt dit zelf wel uit in 2 Korinthe 11:8-9:

Andere gemeenten heb ik beroofd door een vergoeding aan te nemen ten dienste van u; en toen ik bij u was en gebrek leed, ben ik niemand tot last geweest. Want wat mij ontbrak, hebben de broeders die van Macedonië kwamen, aangevuld; en in alles ben ik ervoor op mijn hoede geweest u niet tot last te zijn, en ik zal er ook voor op mijn hoede blijven.

Silas en Timotheüs steunden Paulus financieel, waardoor hij niet meer hoefde te werken. Op deze manier kon hij zich extra inzetten voor het zendingswerk. 2 Korinthe verklaart op deze manier wat er in Handelingen onduidelijk staat verwoord.

De reis van Timotheüs

De routes van Timotheüs en de eerste brief aan de Korinthiërs. Bewerkt overgenomen van Wikipedia.

In 1 Korinthe bevinden zich twee opmerkelijke verzen:

Daarom heb ik Timotheüs naar u toe gestuurd, die mijn geliefde en trouwe zoon is in de Heere. Hij zal u in herinnering brengen mijn wegen, die in Christus zijn, zoals ik overal in elke gemeente onderwijs. (1 Korinthe 4:17)
Als Timotheüs komt, let er dan op dat hij zonder vrees bij u kan zijn, want hij doet het werk van de Heere, zoals ook ik. (1 Korinthe 16:10)

Uit het ene vers blijkt dat Timotheüs al door Paulus naar Korinthe was gestuurd voordat hij zijn brief schreef, maar toch blijkt uit het tweede vers dat hij verwachtte dat Timotheüs pas na de aankomst van zijn brief in Korinthe zou aankomen. Timotheüs vertrok dus eerder, maar kwam pas later aan. Hoe is dat mogelijk? Het antwoord vinden we door het verslag in Handelingen te volgen:

En nadat hij twee van hen die hem dienden, naar Macedonië had gestuurd, namelijk Timotheüs en Erastus, bleef hij zelf een tijd lang in Asia. (Handelingen 19:22)

Paulus heeft Timotheüs en Erastus naar Macedonië gestuurd, een gebied ten noorden van Korinthe. Er staat niets over Korinthe zelf, maar het is goed mogelijk dat Timotheüs net als Paulus in Handelingen 20:1-4 vanuit Macedonië is doorgereisd naar Griekenland. In ieder geval lezen we in 1 Korinthe dat Timotheüs ook de opdracht had gekregen om naar Korinthe te gaan. Lukas maakt echter duidelijk dat Timotheüs eerst naar Macedonië reisde. Daarmee maakte hij een omweg en een tussenstop, waardoor hij langer onderweg was dan de brief van Paulus. Door deze zeer complexe onbedoelde aanvulling wordt verklaard hoe Timotheüs eerder dan de brief was vertrokken, maar toch later aankwam.

De betwijfelde brieven

Barnabas en Markus

Markus ging met Paulus en Barnabas mee op de eerste zendingsreis, maar heeft hen verlaten nadat zij van Cyprus vertrokken (Handelingen 13:13). Als Paulus van plan is een tweede zendingsreis te maken, ontstaat er onenigheid tussen Paulus en Barnabas over Markus (Handelingen 15:35-40). Barnabas wil Markus meenemen, maar Paulus heeft geen vertrouwen meer in hem. Waarom houdt Barnabas Markus een hand boven het hoofd? Het antwoord is te vinden in de brief aan de Kolossenzen:

Aristarchus, mijn medegevangene, groet u, en Markus, de neef van Barnabas, over wie u opdrachten ontvangen hebt[.] (Kolossenzen 4:10)

Hieruit blijkt dat Markus en Barnabas familie waren, waardoor verklaard wordt dat Barnabas Markus een tweede kans wilde geven.
De ouders van Timotheüs

2 Timotheüs 1:5:

Daarbij herinner ik mij het ongeveinsde geloof dat in u is en dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunike. En ik ben ervan overtuigd dat het ook in u woont.

Paulus noemt hier de moeder en de grootmoeder van Timotheüs. De vader van Timotheüs wordt niet genoemd. Lukas legt uit waarom:

En hij kwam in Derbe en in Lystre aan. En zie, er was daar een zekere discipel van wie de naam Timotheüs was, de zoon van een gelovige Joodse vrouw, maar van een Griekse vader; van wie een goed getuigenis gegeven werd door de broeders in Lystre en Ikonium. (Handelingen 16:1-2)

De moeder van Timotheüs was Joods, maar zijn vader niet. Uit het feit dat Timotheüs niet besneden was (Handelingen 16:3), blijkt dat zijn vader ook geen proseliet was. In Handelingen wordt dus geïmpliceerd dat Timotheüs’ vader ongelovig was en in 2 Timotheüs blijkt dit ook uit het feit dat Paulus de vader niet noemt. Hoewel de twee verslagen niet hetzelfde schrijven, impliceren zij wel hetzelfde.

Wat Timotheüs meemaakte

2 Timotheüs 3:10-11:

Maar ú hebt mij nagevolgd in mijn onderwijs, levenswandel, levensopvatting, geloof, geduld, liefde, volharding, in mijn vervolgingen en lijden zoals die mij overkomen zijn in Antiochië, in Ikonium en in Lystre. Wat heb ik al niet aan vervolgingen doorstaan, en uit die alle heeft de Heere mij verlost.

Paulus noemt hier expliciet wat hij heeft meegemaakt in Antiochië, Ikonium en Lystre. Kennelijk had Timotheüs iets met deze gebeurtenissen te maken. Wat Paulus in deze drie steden is overkomen, wordt beschreven in Handelingen 13 en 14, tijdens Paulus’ eerste zendingsreis. Timotheüs verschijnt pas in Handelingen 16:1-2 (zie hierboven) op Paulus’ tweede zendingsreis. Hij blijkt dan al een discipel te zijn, dus hij moet tijdens de eerste zendingsreis zijn bekeerd en moet dus hebben gezien wat Paulus overkwam in Antiochië, Ikonium en Lystre, het gebied waar Timotheüs woonde. Ook al vermeldt Lukas niet expliciet dat Timotheüs aanwezig was tijdens de eerste zendingsreis, hij impliceert dit wel. 2 Timotheüs vult hem daarmee onbedoeld aan door het expliciet te maken.

Conclusie

Zelfs al zou Lukas gebruik hebben gemaakt van de brieven van Paulus voor het schrijven van Handelingen, dan nog zijn veel onbedoelde aanvullingen heel lastig te verklaren. De onbedoelde aanvullingen in de betwijfelde brieven van Paulus versterken ook de visie dat deze brieven wel degelijk door Paulus geschreven zijn. De opsomming van onbedoelde aanvullingen in dit deel en het vorige is absoluut niet volledig. Er zijn enkele tientallen voorbeelden te geven. Totdat aangetoond kan worden dat onbedoelde aanvullingen ook voorkomen in fictieve en onbetrouwbare teksten, vormen zij een argument voor de betrouwbaarheid van de boeken van het Nieuwe Testament, met name de evangeliën.

Voetnoten

  1. https://logos.nl/puzzelstukjes-in-de-evangelien/.
  2. https://logos.nl/puzzelstukjes-in-de-evangelien-2/
  3. https://ehrmanblog.org/is-the-book-of-acts-historically-reliable-the-negative-case/.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

In het eerste deel heb ik uiteengezet wat onbedoelde aanvullingen precies zijn en wat zij aantonen. In het tweede deel heb ik verschillende onbedoelde aanvullingen in de evangeliën en Handelingen besproken. In dit deel komen Handelingen en de brieven van Paulus aan bod.

Door vrijwel alle nieuwtestamentici wordt – op goede gronden – aangenomen dat zeven brieven in het Nieuwe Testament door Paulus zijn geschreven.

...
Read more