Wie de eerste elf hoofdstukken van de Bijbel leest, kan uitrekenen dat de aarde en het heelal nog geen tienduizend jaar geleden zijn geschapen. De vraag dringt zich dan op hoe dit zich verhoudt tot een heelal dat 13,8 miljard lichtjaar groot is, en tot een aarde met een radiometrische datering van 4,5 miljard jaar. Hoe valt dit met elkaar te rijmen? Creationisten hebben voor beide problemen verschillende oplossingen bedacht. Barry Setterfield kwam echter met een idee dat beide problemen in samenhang oploste. In zijn model was zowel de lichtsnelheid als de radioactieve vervalsnelheid vroeger vele malen hoger dan nu, en gold voor beiden dezelfde factor ten opzichte van de huidige waarde.1 De fout die hij hierbij maakte, is dat hij dit koppelde aan de roodverschuiving van sterrenstelsels. Het effect van de roodverschuiving is namelijk veel te klein om een factor van meerdere miljoenen te overbruggen.

Hoe moet het dan wel? Is er een formule te vinden die aangeeft hoeveel hoger de lichtsnelheid en de radioactieve vervalsnelheid vroeger waren ten opzichte van nu? Waarmee we dus de Bijbelse tijdlijn en radiometrische dateringen aan elkaar kunnen relateren?

Gigantisme en levensverwachting

Uit Genesis 5-11 volgt dat de levensverwachting in de tijd vóór de zondvloed en in de eerste tijd na de zondvloed vele malen hoger was dan nu. Er waren toen ook planten en dieren die vele malen hoger en groter waren dan in de huidige tijd. Het fossielenbestand laat zien dat er tijdens het Devoon een zeeschorpioen met een lengte van 2½ meter leefde. Tijdens het Krijt waren er reusachtige dinosaurussen. Barry Setterfield ziet hier een verband met een veel hogere lichtsnelheid in die tijd. Bij een hogere lichtsnelheid zijn zowel de elektrische veldconstante als de magnetische veldconstante omgekeerd evenredig lager. Bio-elektromagnetische processen zijn daardoor sneller en efficiënter. Dit kan niet alleen gigantisme, maar ook een langere levensverwachting tot gevolg hebben.2

In de jaren 80 van de vorige eeuw plaatsten twee Zwitserse wetenschappers plantenzaden en visseneieren in een sterk elektrisch veld. “De planten en vissen die zich er daarna uit ontwikkelden waren niet alleen veel groter en sterker dan normaal, er verschenen zelfs vormen die volgens wetenschappers al honderdduizenden jaren waren uitgestorven! De vissen hadden bovendien een sterker immuunsysteem en waren daardoor minder vatbaar voor ziekten.3 Dit ondersteunt het idee van Barry Setterfield dat gigantisme en een hoge levensverwachting samenhangen met een veel hogere lichtsnelheid in het verleden.

Volgens Genesis 5 was de bereikte leeftijd vóór de zondvloed ongeveer constant, terwijl deze volgens Genesis 11 in het eerste millennium na de zondvloed drastisch daalde. In overeenstemming hiermee kan verondersteld worden dat de lichtsnelheid vóór de zondvloed constant was en na de zondvloed drastisch daalde. De drastische daling van de lichtsnelheid, en de daarmee gepaard gaande levensverwachting, waren niet het gevolg van een natuurwet, maar van Gods besluit in Genesis 6:3: “Maar Jahwe zei: ‘Mijn levensgeest zal niet altijd bij de mens blijven, want hij is maar een nietig wezen; de duur van zijn leven zal honderdtwintig jaar bedragen.” (Willibrordvertaling)

Exponentiële daling

In 1995 publiceerde Steven J. Robinson een artikel over de vroege archeologie van Egypte.4 In dat artikel liet hij zien dat er in het begin honderdduizenden jaren radiometrische tijd nodig waren voor menselijke innovatie, en dat dit later nog maar enkele duizenden jaren was. Een soortgelijk effect was te zien bij de zeespiegelstijging, waarbij voor dezelfde stijging eerst veel meer radiometrische jaren nodig waren dan later. Robinson sprak daarom over “de exponentiële vertraging van de radiometrische klok”. Tegenwoordig zien we echter geen merkbare daling van de radioactieve vervalsnelheid en evenmin van de lichtsnelheid. De volgende formules houden rekening met de exponentiële daling in het verre verleden, en met het feit dat er nu geen merkbare daling is:
T = t + 1949 + a*eb*(t-t1)
λr = cr = dT/dt = 1 + a*b*eb*(t-t1)

Waarbij:
T = radiometrische tijd t.o.v. 1950 n.Chr. (= Before Present, BP)
t = aantal jaren v.Chr. op de Bijbelse tijdlijn
cr = lichtsnelheid in vacuüm in verhouding tot de huidige lichtsnelheid in vacuüm
λr = radioactieve vervalsnelheid in verhouding tot de huidige radioactieve vervalsnelheid

Verder is in deze formules t1 een referentietijd en zijn a en b twee constanten die bepaald moeten worden. Om die te bepalen hebben we twee vroege gebeurtenissen nodig. Van beide moeten zowel de Bijbelse tijdrekening als de radiometrische datering bekend zijn. Er zijn twee belangrijke gebeurtenissen uit de Bijbel die hiervoor in aanmerking komen, namelijk de zondvloed en de spraakverwarring.

Vanaf de bouw van de tempel naar de uittocht

Het jaartal van de spraakverwarring en dat van de zondvloed kunnen bepaald worden door vanaf de bouw van de tempel van Salomo terug te rekenen. Dit is echter minder eenvoudig dan het lijkt, omdat Bijbelhandschriften op sommige punten van elkaar verschillen. Er moet dan een beargumenteerde keuze worden gemaakt.

In onze vertalingen van 1 Koningen 6:1 staat dat de bouw van de tempel begon in het vierde regeringsjaar van Salomo, “het 480ste jaar na de uittocht”. De Septuaginta heeft echter: “in het 440ste jaar na de uittocht”. Het vierde regeringsjaar van Salomo komt overeen met 966 v.Chr., zodat de uittocht in 1446 of 1406 v.Chr. plaatsvond. Welk van beide jaartallen is juist?

De historicus Johan Knigge schreef hierover: “De rechter Jefta (ca. 1100 v.Chr.) zegt tegen de koning van Ammon dat Israël 300 jaar in Kanaän woont (Re. 11:26). De Joodse Talmoed vermeldt dat het zeventiende Jubeljaar samenvalt met de tijdsaanduiding in Ezechiël 40:1 (dat is het jaar 573) en dat dit jaar niet kon worden gehouden vanwege de wegvoering in ballingschap. Alle data van de Jubeljaren werden door de priesters nauwgezet geregistreerd. Zeventien cycli van 49 jaar terugrekenend viel het begin van de eerste Jubeljaarcyclus, die volgens Leviticus 25:2 vanaf de intocht in Kanaän begon, in het jaar 1406 v.Chr.5 De uittocht vond 40 jaar vóór de intocht plaats, dus in 1446 v.Chr.

Vanaf de uittocht naar de spraakverwarring

Ten opzichte van de door de Masoreten overgeleverde Hebreeuwse tekst van Exodus 12:40, heeft de Samaritaanse Pentateuch een tekst die aanmerkelijk langer is en tot een kortere chronologie leidt: Het verblijf van de kinderen Israëls [en de vaders van hen], die [in Kanaän en] in Egypte woonden, was vierhonderd dertig jaar.

De woorden tussen [ ] ontbreken in de Masoretische tekst. Volgens de kortere tekst leefden de Israëlieten 430 jaar in Egypte. Volgens de langere tekst had de 430 jaar betrekking op de tijd tussen de aankomst van Abraham in Kanaän en de uittocht uit Egypte. Omdat Jakob 215 jaar na de aankomst van Abraham naar Egypte trok, duurde het verblijf van de Israëlieten dan 430 – 215 = 215 jaar. De langere tekst wordt gesteund door de Joodse historicus Flavius Josephus, door het Nieuwe Testament en door de genealogische gegevens van het Oude Testament.

Flavius Josephus schreef in zijn boek Joodse Oudheden over de uittocht uit Egypte: “Ze verlieten Egypte in de maand Xanthicus, op de vijftiende dag volgens de maan gerekend, 430 jaar na de aankomst van onze voorvader Abraham in Kanaän. De verhuizing van Jakob naar Egypte had 215 jaar later plaatsgevonden.

De apostel Paulus schreef in Galaten 3:16-17: “Nu gaf God zijn beloften aan Abraham en zijn nakomeling… Ik bedoel dit: de wet, die 430 jaar na de belofte werd gegeven…” Paulus betrok de 430 jaar dus ook op de tijd tussen Abrahams aankomst in Kanaän en de uittocht uit Egypte.

Drs. J.G. van der Land wees in dit verband ook op de afstamming van Mozes: “Mozes was een achterkleinzoon van Levi via zijn vader. Uit Exodus 6:15-19, Numeri 26:59 en 1 Kronieken 6:1-3 blijkt dat Mozes via zijn moeder, Jochebed, een kleinzoon van Levi was. In Numeri 26:59 staat: “En de naam van de vrouw van Amram was Jochebed, de dochter van Levi, die haar moeder aan Levi in Egypte baarde.” … De genoemde gegevens zijn alleen in overeenstemming met een verblijf van Israël in Egypte dat 215 jaar duurde.”6

Hieruit volgt dat Abraham in 1446 + 430 = 1876 v.Chr. in Kanaän aankwam. Abraham was toen 75 jaar (Genesis 12:4) en werd dus in 1951 v.Chr. geboren. Zijn vader Terach was toen 70 jaar (Genesis 11:26) en werd dus in 2021 v.Chr. geboren.

Als we verder teruggaan blijkt er een belangrijk verschil te zijn tussen enerzijds de Masoretische tekst en anderzijds de Samaritaanse Pentateuch en de Septuaginta, de oude Griekse vertaling van het Oude Testament. De leeftijd van de vader bij de geboorte van het kind is in de Masoretische tekst als regel 100 jaar lager dan bij de Samaritaanse Pentateuch en de Septuaginta. Bij Terachs vader Nachor is het verschil echter 50 jaar. De Masoretische tekst heeft hier 29 jaar. Als de Masoretische lezing de oorspronkelijk was, en de Samaritaanse Pentateuch en de Septuaginta de betreffende leeftijden steeds met 100 hadden verhoogd, was er geen reden geweest om dat ook niet hier te doen. Als de betreffende leeftijden in de Masoretische tekst echter berekend zijn door van de oorspronkelijke tekst 100 af te trekken, is het duidelijk waarom dat bij Terachs vader Nachor niet gebeurd is. De leeftijd van Nachor bij de geboorte van Terach zou dan 79 – 100 = -21 zijn geweest! Hieruit volgt dat de betreffende leeftijden in de Masoretische tekst niet de oorspronkelijke zijn.

Als we zo op basis van de Samaritaanse Pentateuch en de Septuaginta verder terugrekenen, blijkt Nachor in 2100 v.Chr. te zijn geboren, diens vader Serug in 2230 v.Chr. , Reü in 2362 v.Chr. en Peleg in 2492 v.Chr. In Genesis 10:25 staat dat Peleg zijn naam naar aanleiding van een verdeling van de aarde kreeg. Dit verdelen moet binnen de context van Genesis 10 betrekking hebben op het verspreiden van de verschillende volken over de aarde. Een kind ontvangt zijn naam bij zijn geboorte en dat zal ook bij Peleg het geval zijn geweest. Daarom moet de spraakverwarring in 2492 v.Chr., het geboortejaar van Peleg, hebben plaatsgevonden.

Vanaf de spraakverwarring naar de zondvloed

Het lijkt nu gemakkelijk om vanaf Peleg terug te rekenen naar de zondvloed, maar ook hier doet zich een probleem voor. De Septuaginta noemt in Genesis 10:24 en 11:12-13 als zoon van Arpachsad niet Sela, maar Kenan. Deze Kenan is dan weer de vader van Sela. De Masoretische tekst van Genesis en de Samaritaanse Pentateuch kennen deze Kenan niet. In 1 Kronieken 1:18 hebben enkele Hebreeuwse handschriften en de Codex Alexandrinus ook de naam Kenan tussen Arpachsad en Sela. Het Nieuwe Testament kent deze Kenan ook, namelijk in Lucas 3:36 als onderdeel van het geslachtsregister van Jezus. De naam Kenan komt eveneens voor in het boek Jubileeën. Een ander geschrift uit die tijd, 1 Henoch, noemt Abraham de 21e vanaf Adam. Zonder Kenan zou Abraham de 20e vanaf Adam zijn. De naam Kenan tussen Arpachsad en Sela moet dus als oorspronkelijk worden beschouwd.

Als we zo vanaf Peleg terugrekenen, blijkt Pelegs vader Eber in 2626 v.Chr. te zijn geboren, diens vader Selach in 2756 v.Chr., Kenan in 2886 v.Chr. en Arpachsad in 3021 v.Chr., twee jaar na de zondvloed (Genesis 11:10). Daaruit volgt dat de zondvloed in 3023 v.Chr. plaatsvond.

Jaartal Gebeurtenis
3023 v.Chr. Zondvloed
3021 v.Chr. Geboorte van Arpachsad
2886 v.Chr. Geboorte van Kenan (Kainan)
2756 v.Chr. Geboorte van Selach (Selah)
2626 v.Chr. Geboorte van Eber (Heber)
2492 v.Chr. Geboorte van Peleg en spraakverwarring
2362 v.Chr. Geboorte van Reü (Rehu)
2230 v.Chr. Geboorte van Serug
2100 v.Chr. Geboorte van Nachor (Nahor)
2021 v.Chr. Geboorte van Terach
1951 v.Chr. Geboorte van Abram
1876 v.Chr. Abram en Saraï naar Kanaän
1446 v.Chr. Uittocht uit Egypte
1406 v.Chr. Intocht in Kanaän
966 v.Chr. Begin van de bouw van de tempel van Salomo

Waar in de geologische kolom is de zondvloed te vinden?

De zondvloed is de grootste catastrofe uit de geschiedenis van de aarde. De zondvloed moet dus ergens in de geologische kolom terug te vinden zijn. Veel creationisten zijn van mening dat een groot deel van de aardlagen van het Fanerozoïcum (de geologische periode na het Precambrium) door de zondvloed zijn afgezet.7 De laatste decennia is er echter steeds meer bewijs gekomen dat dit niet kan kloppen.8 Die aardlagen laten zien dat er veel meer is gebeurd dan binnen 1 zondvloedjaar mogelijk is. Ook blijkt tijdens geen enkele periode van het Fanerozoïcum de aarde geheel door water te zijn bedekt.9 De zondvloed moet daarom in het Precambrium worden gezocht. Maar waar?

Als we naar de platentektoniek kijken, zien we van het Archeïcum tot en met het Mesozoïcum herhaaldelijk de vorming van een supercontinent dat na verloop van tijd weer opbreekt, waarna na enige tijd weer een nieuw supercontinent wordt gevormd, dat na enige tijd ook weer opbreekt, enz. Dit laat zien dat al vroeg in de geologische kolom de continenten op drift zijn geraakt. Dit past niet bij de wereld vóór de zondvloed en moet dus wel een gevolg van de zondvloed zijn.

In Genesis 7:11 wordt bij het begin van de zondvloed gesproken over het openen van de “sluizen van de hemel”. In Jesaja 24:18-19 worden de sluizen van de hemel ook genoemd en wordt duidelijk wat dit betekent: “De sluizen van de hemel worden geopend, de grondvesten van de aarde beven. De aarde kraakt en barst open, de aarde schokt en schudt heen en weer, de aarde kantelt en wankelt vervaarlijk.” Kennelijk heeft het openen van de sluizen van de hemel een aardbeving tot gevolg. Een aardbeving kan verschillende oorzaken hebben. Een daarvan is een meteorietinslag. In de context van Genesis 7:11 betekent dit dat het openen van de sluizen van de hemel het begin is van een meteorietenbombardement, waardoor het oorspronkelijk geschapen supercontinent in stukken uiteenbreekt. In 2019 hebben wetenschappers ontdekt dat 4480 miljoen jaar geleden op de radiometrische tijdschaal het meeste gesteente werd “gereset”. Het werd zodanig gesmolten dat de radiometrische klokken die onderzoekers gebruiken om de ouderdom van een rots te achterhalen, weer bij 0 begonnen.10 Het smelten is een teken van enorme inslagen. Dat duurde in dit geval 30 miljoen jaar op de radiometrische tijdschaal.11 Op de Bijbelse tijdlijn duurde het 150 dagen, want na 150 dagen werden de sluizen van de hemel gesloten (Genesis 7:24-8:2).

Maar waar kwam dat plotselinge meteorietenbombardement vandaan? Tussen de planeet Mars en de planeet Jupiter bevindt zich de asteroïdengordel. Die was er oorspronkelijk niet. Oorspronkelijk bevond zich daar een planeet die de naam Phaeton12 heeft gekregen. De oudste radiometrische datering van de asteroïden is 4563 miljoen jaar BP (Before Present, d.w.z. vóór 1950). Dat betekent dat de planeet Phaeton toen is ontploft13 en de asteroïdengordel is ontstaan. Op de Bijbelse tijdschaal komt dat overeen met iets meer dan een jaar vóór de zondvloed. Brokstukken van de planeet Phaeton hebben er dus ruim een jaar over gedaan om de aarde te bereiken. De beide manen van Mars en de kleine manen van Jupiter zijn waarschijnlijk ook overblijfselen van wat eens de planeet Phaeton was.

Waar in de geologische kolom is de spraakverwarring te vinden?

Na de zondvloed woonden de mensen eerst in het dorp Thamanin, op ongeveer 15 km afstand van de top van de berg Judi, waar de ark was geland. Dit dorp lag op een hoge terp14 omdat tijdens het Paleozoïcum en het Mesozoïcum de zeespiegel enkele honderden meters hoger was dan tegenwoordig.

Na de dood van Noach trokken de mensen naar de vlakte van Sinear. Dat is een vlakte in Syrië, noordwestelijk van het Sinjargebergte.15 Nadat de generatie die de zondvloed nog had meegemaakt gestorven was, wilden de mensen onder de leiding van Nimrod daar een stad met een hemelhoge toren bouwen. Dan zouden ze beroemd worden en niet verspreid raken. Maar door de spraakverwarring raakten ze juist wèl verspreid, en trokken de mensen in alle windrichtingen de aarde over.

De verspreiding van de mensen over de aarde moet in de vorm van menselijke fossielen zijn terug te vinden. Dat roept de vraag op welke fossielen menselijk zijn en welke niet. Veel creationisten beschouwen de Homo erectus als een uitgestorven mensensoort.16 Maar klopt dat wel?

De volgende feiten pleiten ervoor dat Homo erectus geen mens was:
1. In tegenstelling tot de Heidelbergmens en de Neanderthaler zijn er geen aanwijzingen dat hij zijn doden begroef.17 2. De snelheid waarmee zijn tandglazuur groeide was aanmerkelijk sneller dan dat van de moderne mens en lijkt meer op dat van moderne en fossiele Afrikaanse apen.18 3. Zijn gemiddelde herseninhoud (983 cc) is aanmerkelijk kleiner dan die van de moderne mens (1350 cc).19 4. Bij Tel Aviv zijn overblijfselen van prehistorische mensen gevonden met een radiometrische ouderdom van 400.000 jaar. Zij waren genetisch en gedragsmatig verschillend van Homo erectus en vergelijkbaar met zowel de moderne mens als de Neanderthaler.20

De oudste menselijke fossielen zijn daarom van de Heidelbergmens. DNA uit de celkern van in Spanje gevonden fossielen laat een sterke verwantschap tussen de Heidelbergmens en de Neanderthaler zien.21 De Heidelbergmens kan daarom als een vroege Neanderthaler worden beschouwd. Het oudste fossiel van de Heidelbergmens is in Ethiopië gevonden en is gedateerd op 600.000 jaar oud.22 Dit betekent dat de spraakverwarring in 2492 v.Chr. overeenkomt met een radiometrische datering van ongeveer 600.000 BP.

De omrekenformules

Als we als referentietijd t1 de Bijbelse datering van de spraakverwarring nemen, hebben de constanten a en b de volgende waarden:
a = T1 – t1 – 1949 = 595559
b = ln((T2 – t2 – 1949)/(T1 – t1 -1949))/(t2 – t1) = ln(595559/4479995028)/531 = 0,0168090998762

T1 = radiometrische datering van de spraakverwarring
t1 = Bijbelse datering van de spraakverwarring
T2 = radiometrische datering van de zondvloed
t2 = Bijbelse datering van de zondvloed

Als we hiervoor de gegevens m.b.t. de zondvloed en de spraakverwarring invullen, wordt dit:
T = t + 1949 + 595559*e0,0168090998762*(t-2492) voor t ≤ 3023
λr = cr = 1 + 595559*0,0168090998762*e0,0168090998762*(t-2492) voor t ≤ 3023

De christelijke archeoloog David Down dateert in zijn boek Unwrapping the Pharaohs het begin van de eerste dynastie van Egypte in ongeveer 2109 v.Chr.23 Als we dit in de eerste formule invullen, levert dit een radiometrische datering op van 5011 BP. Dit komt overeen met 3062 v.Chr., wat ongeveer de gebruikelijke datering van de eerste Egyptische dynastie is.

Vullen we in de tweede formule het jaartal 3023 v.Chr. in, dan volgt daaruit dat ten tijde van de zondvloed de lichtsnelheid en de radioactieve vervalsnelheid 75,3 miljoen keer zo hoog waren als nu. De zondvloed duurde ruim een jaar. Dit betekent dat de zondvloed op de radiometrische tijdschaal ongeveer van 4480 miljoen jaar BP tot 4400 miljoen jaar BP duurde.

Vaak willen we niet vanuit de Bijbelse tijdrekening de radiometrische datering uitrekenen, maar juist andersom: de radiometrische datering omrekenen naar de Bijbelse tijdlijn. Dat is een stuk lastiger. We kunnen de tweede formule ook als volgt schrijven:

t = 2492 + ln((T – t -1949)/595559)/0,0168090998762 voor T ≤ 4480000000
Voor hoge radiometrische dateringen is de t in de formule te verwaarlozen t.o.v. T en kan deze t door 2000 worden vervangen.

We kunnen deze formules gebruiken om geologische perioden via de radiometrische dateringen op de Bijbelse tijdlijn af te beelden:

Geologische periode Radiometrische tijd Bijbelse tijdlijn
Archeïcum 3800 – 2500 miljoen jaar BP 3013– 2988 v.Chr.
Proterozoïcum 2500 – 541 miljoen jaar BP 2988 – 2897 v.Chr.
Paleozoïcum 541 – 252,2 miljoen jaar BP 2897 – 2852 v.Chr.
Mesozoïcum 252,2 – 66 miljoen jaar BP 2852 – 2772 v.Chr.
Paleogeen 66 – 23,03 miljoen jaar BP 2772 – 2709 v.Chr.
Neogeen 23,03 – 2,58 miljoen jaar BP 2709 – 2579 v.Chr.
Pleistoceen 2,58 – 0,011653 miljoen jaar BP 2579 – 2232 v.Chr.

Hoe ontwikkelde het leven zich na de zondvloed?

Bij de ontwikkeling van het leven na de zondvloed spelen de volgende factoren een rol:
a. Het onderscheid tussen landdieren en zeedieren. De landdieren die de zondvloed overleefden bevonden zich allemaal in de ark. Zij moesten zich na de zondvloed over de aarde verspreiden en dat kostte nogal wat tijd. De zeedieren die de zondvloed overleefden bevonden zich niet in de ark, maar verspreid over de aardbol. Dit verklaart waarom we in het fossielenbestand eerst zeedieren zien en pas daarna landdieren.
b. Het onderscheid in reproductiesnelheid. Bacteriën hebben de grootste reproductiesnelheid. Dit verklaart waarom de door bacteriën gevormde stromatolieten het oudste bewijs van leven in het fossielenbestand vormen.

Reptielen en kleine zoogdieren planten zich sneller voort dan grote zoogdieren. Dit verklaart waarom we in het fossielenbestand eerst reptielen en kleine zoogdieren aantreffen en pas daarna grote zoogdieren.
Toen de mensen in de eerste tijd na de zondvloed nog veel ouder werden dan tegenwoordig, kregen ze ook later kinderen. De mensen hadden dus een lage reproductiesnelheid. Bovendien verspreidden ze zich pas na de torenbouw van Babel over de aarde (Genesis 11:1-9). Dit verklaart waarom mensen pas laat in het fossielenbestand voorkomen.

Een zondvloed aan het begin van het Precambrium verklaart op natuurlijke wijze de volgorde van organismen in het fossielenbestand.

Conclusie

De zondvloed vond op de Bijbelse tijdlijn in 3023 v.Chr. plaats. Tijdens de eerste 150 dagen van de zondvloed was er een meteorietenbombardement waardoor het oorspronkelijk geschapen supercontinent in stukken uiteenbraak. Op de radiometrische tijdschaal gebeurde dit 4480 miljoen jaar geleden, aan het begin van Precambrium. Fossielen na 4400 miljoen jaar BP laten de rekolonisatie van levende organismen na de zondvloed laten zien.

De spraakverwarring vond op de Bijbelse tijdlijn in 2492 v.Chr. plaats. Toen verspreidden de mensen zich over de aarde en uit die tijd dateert het eerste menselijke fossiel, dat van de Heidelbergmens. Dit komt overeen met een radiometrische datering van 600.0000 jaar geleden.

Op basis van deze gegevens is een wiskundige formule opgesteld, die aangeeft hoeveel hoger de lichtsnelheid en de radioactieve vervalsnelheid vroeger waren. Dit maakt het mogelijk hoge radiometrische dateringen om te rekenen naar de Bijbelse tijdlijn en andersom.

Dit is een samenvatting van een uitgebreider stuk dat verscheen op de website van Albert Welleweerd. Het uitgebreidere artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. https://www.barrysetterfield.org/.
  2. http://www.biblewriter.com/Gigantism.pdf.
  3. https://logos.nl/de-oertijdcode-elektrisch-veld-brengt-uitgestorven-forellen-weer-tot-leven/.
  4. https://creation.com/images/pdfs/tj/j09_1/j09_1_45-68.pdf.
  5. http://www.woordenwereld.nl/files/openbaar/nader_bekeken/artikelen/PDF/Jaargang%2017%20nr%2004%20(april%202010)/Rondblik%20-%20Onjuiste%20datering%20(J.%20Knigge).pdf.
  6. http://www.apologetique.org/nl/artikelen/mens/geschiedenis/bib_geschiedenis/JVDL_datering_uittocht.htm.
  7. https://willemjanblom.wordpress.com/2020/07/03/geen-zondvloed-tijdens-het-paleozoicum-inleiding/.
  8. http://www.csun.edu/~vcgeo005/Flood%20geology.pdf.
  9. https://www.youtube.com/watch?v=bzvOMee9D1o.
  10. https://www.discovermagazine.com/the-sciences/new-date-for-late-heavy-bombardment-may-change-lifes-timeline-on-earth.
  11. https://arxiv.org/ftp/arxiv/papers/1903/1903.08825.pdf.
  12. https://en.wikipedia.org/wiki/Phaeton_(hypothetical_planet).
  13. https://web.archive.org/web/20130407233124/http:/metaresearch.org/solar%20system/eph/eph2000.asp.
  14. https://web.archive.org/web/20130407233124/http:/metaresearch.org/solar%20system/eph/eph2000.asp.
  15. https://answersingenesis.org/tower-of-babel/where-in-the-world-is-the-tower-of-babel/.
  16. https://logos.nl/geen-creationistische-consensus-rond-homo-erectus-hoe-een-scepticus-door-het-gebruik-van-verouderde-bronnen-de-plank-misslaat/.
  17. https://answersingenesis.org/human-evolution/neanderthal/those-enigmatic-neanderthals/.
  18. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11740557/.
  19. https://www.britannica.com/science/human-evolution/Increasing-brain-size.
  20. https://brabosh.com/2019/07/20/pqpct-o7k-2/.
  21. https://www.iflscience.com/plants-and-animals/researchers-sequenced-430000-year-old-dna-neanderthal-relative/.
  22. https://en.wikipedia.org/wiki/Bodo_cranium
  23. https://answersingenesis.org/archaeology/ancient-egypt/a-correct-chronology/.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Wie de eerste elf hoofdstukken van de Bijbel leest, kan uitrekenen dat de aarde en het heelal nog geen tienduizend jaar geleden zijn geschapen. De vraag dringt zich dan op hoe dit zich verhoudt tot een heelal dat 13,8 miljard lichtjaar groot is, en tot een aarde met een radiometrische datering van 4,5 miljard jaar.

...
Read more