Dipl.-Geol. Michael Kotulla opende de bijeenkomst op vrijdagavond 11 september 2015. In de geologie worden feiten en interpretaties vermengd, waardoor interpretaties veelal als feiten worden gepresenteerd. Aan ons de taak om dit te onderscheiden. Ieder mocht zichzelf even voorstellen. Er waren zo’n 25 geologen en geïnteresseerden uit Duitsland, Nederland, Zwitserland, Oostenrijk en Frankrijk.

remnants_of_the_Farallon_Plate.wikipedia

“Guy benoemde een lijst van problemen met horizontale plaattektoniek. Volgens Guy is het antwoord op die problemen een catastrofale horizontale verplaatsing i.p.v. een langzame verplaatsing.”

Guy Gerard beet de spits af met een verhandeling over plaattektoniek. Hij refereerde aan Christian Smoot’s Tectonic Globaloney (2004) en naar de wikipage Plate tectonic – Evidence against. Guy benoemde een lijst van problemen met horizontale plaattektoniek. Volgens Guy is het antwoord op die problemen een catastrofale horizontale verplaatsing i.p.v. een langzame verplaatsing. In zijn presentatie beperkte hij zich tot slechts één onderwerp uit de lijst: de problemen die samenhangen met het dagzomen van UHP (Ultra High Pressure metamorphic rock). Dit gesteente heeft een metamorfose ondergaan bij zeer hoge druk, maar is nu aan het aardoppervlak te vinden. De bijbehorende druk komt overeen met een begraving onder een 100 km dikke laag gesteente. Dit wordt door naturalistische geologen niet aannemelijk geacht. Door de naturalistische geologie wordt deze hoge druk toegedicht aan de zijdelingse druk die tektonische platen op elkaar uitoefenen. Guy verwerpt deze theorie, omdat gesteenten die zijdelings langzaam onder druk worden gezet, eenvoudig naar boven uitwijken. De ultrahoge druk zal zo niet tot stand komen. Guy gelooft dat de ultrahoge druk wel kan ontstaan bij een botsing van continenten op hoge snelheid.

Thomas Veigel besprak kenmerken in een tot 4 km dik sedimentenpakket die er op wezen dat het in korte tijd gedeponeerd is. Betrof het Molasse-Glimmersande im Bodenseeraum.

Dr. Martin Ernst besprak de consequenties van het feit dat er fossielen bestaan. Fossielen tonen aan dat leven en dood toentertijd bestond. In normale biologische omgevingen komt fossilisatie niet voor. Een fossiel wijst op een gewelddadige onderbreking. Een fossiel kan bestaan uit levenssporen, chemofossielen, autochtone en allochtone fossielen.

Drs. Tom Zoutewelle besprak de vele massa-slachtingen aan de hand van de bekende 5 major extincts. Wetenschappers debatteren nog steeds over deze extincties met een reeks aan mogelijke oorzaken. Dit is zeker geen gelopen race. Er zou dus nog volop ruimte moeten zijn voor een Bijbelse oplossing.

Zaterdagmiddag presenteerde ik voor het eerst bij geologen mijn nieuwe visie op het ontstaan van ijstijdsporen. Rond de 50 graden Noorderbreedte (zie plaatje) vinden we op de continenten sporen die tot enkele tientallen jaren terug nog algemeen werden toegekend aan schuivend ijs. Echter lijkt het er nu op dat we te maken hebben met een onvoorstelbaar grote hoeveelheid water dat met hoge snelheid onder het ijs zuidwaarts ontsnapte. Onder Noord-Nederland zien we bijvoorbeeld kilometers dikke lagen sediment afgezet tijdens de vloed, die plotsklaps van boven tot 700 meter diep zijn ingesneden door water. Naar mijn mening is dit uitsluitend verklaarbaar door een op het water van de vloed drijvende ijskap. In de tweede helft van het vloedjaar kwamen de nieuwgevormde continenten omhoog (en/of de oceaanbodems omlaag), waardoor het water zuidwaarts moest ontsnappen. Seculiere geologen duiden deze kenmerken als ontstaan door veelvuldig opeenvolgende plaatselijke catastrofes, zonder onderlinge relatie. De helikopter view in het plaatje laat duidelijk een wereldwijd verband zien.

ijstijd_noordelijk_halfrond.heerema

“Rond de 50 graden Noorderbreedte (zie plaatje) vinden we op de continenten sporen die tot enkele tientallen jaren terug nog algemeen werden toegekend aan schuivend ijs.”

Guy Gerard vervolgde met een prachtige presentatie waarin hij met filmpjes de erosie door water onder ijs toonde. Ook citeerde hij seculiere geoloog John Shaw (2002) die met instemming refereert aan het pionierswerk van een creationist: “Douglas Cox (Cox, 1979) also outlined much of the meltwater hypothesis in a remarkable paper entitled, ‘‘A diluvial origin for drumlins’’. He uses much of the evidence that we use and appeals to the same hydraulic principles as we do to explain drumlins. He deserves recognition for his work, which was published before ours. As was the case with Sir James Hall, Douglas suggests a different fundamental cause for the sheet flow from ours. He suggests that land upheavals shed ocean water in immense currents. We were completely unaware of his work until it was found by chance in a web search. The probable reason for our lack of awareness is that his paper appears in a Creationist journal. Since coming across his work, we have enjoyed discussions about floods and drumlins without any of the friction that exists between science and creationism.” Creationistisch wetenschappelijk onderzoek wordt hier met vreugde omarmd.

Michael Kotulla liet zien hoe door de eeuwen heen het zoeken van harmonie tussen geologie en de Bijbelse overlevering mislukt is. Dat Christus zelf daardoor onder vuur ligt, wordt door de kerken stelselmatig over het hoofd gezien. Daarbij refereerde hij aan Kolossenzen 1, 15-17: Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping. Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.

De bijeenkomst vond plaats in het werkelijk schitterende Gästehaus Schönblick, gelieerd aan een christelijke denominatie. Wort und Wissen heeft hier een permanente archeologische expositie ingericht. Aan de bijeenkomst ging een bezoek aan de veronderstelde inslagkrater Nördlinger Ries vooraf. Helaas kon ik dit bezoek niet bijwonen. Er zijn ongetwijfeld veel aanwijzingen dat hier een meteoriet is ingeslagen, maar dat het corpus delicti ontbreekt, wegens een veronderstelde volledige verdamping, bevreemdt me. Deze extra-terrestriale verklaring lijkt mij vergezocht. De volgende bijeenkomst met de geologen van Wort und Wissen is van 16 tot 18 september 2016.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Stef Heerema

Written by

Stef Heerema doet sinds 2006 structureel onderzoek naar het ontstaan van zoutformaties en ijstijd verschijnselen. Zijn eerste wetenschappelijke publicatie dateert van 2009. Hij is lid van de Nederlandse Geologische Vereniging en van het Koninklijk Nederlands Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap. Stef Heerema heeft nieuwe ontdekkingen gedaan over het ontstaan van de zoutlagen onder Noord-Nederland en ontdekte hoe de Bijbelse zondvloed hierdoor wordt bevestigd.

3 Comments

Hetty Dolman

Wat betreft plaattektoniek zou ik heel graag de lijst met problemen willen doorlezen. Ik heb ernaar gezocht en erop gegoogeld maar kan het niet vinden. Kan iemand mij dat aanreiken?

Reply
Stef Heerema

Vervelend dat de wikipage verdwenen lijkt te zijn. Ik heb Guy Gérard ernaar gevraagd. Hij verwijst als alternatief naar ‘Plate Tectonics: A Paradigm Under Threat’: http://davidpratt.info/tecto.htm. Guy is nu op reis maar verwacht binnenkort in de gelegenheid te zijn meer aan te reiken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over