Het is nog maar een aantal jaren geleden dat we voor het eerst hoorden van behoedzame vragen bij de uitleg van de eerste hoofdstukken van de Bijbel door personen die (tegelijkertijd) rechtzinnig of Bijbelgetrouw willen blijven. We denken dan aan theologen uit zeg maar de lezerskring van het Reformatorisch Dagblad, maar ook aan iemand als de bekende professor Ouweneel, die in het verleden de Bijbelse scheppingsleer met veel ijver heeft verdedigd.

Verdrietig constateren we dat de gedachte dat we de scheppingsgeschiedenis uit Genesis niet letterlijk moeten opvatten, terrein begint te winnen in kringen waarheen dit tot voor enkele jaren geleden nog ondenkbaar was. Er is zelfs bij sommigen een zekere gedrevenheid waarneembaar om dit standpunt verder uit te dragen. Dat viel mij op bij een ingezonden brief in het Reformatorisch Dagblad van een hoogleraar theologie en ook uit een recent verschenen kinderboek over schepping en evolutie. Een dergelijke drang kan ons bezorgd maken dat deze opvattingen snel terrein zullen winnen. Het doet me ook vertwijfeld afvragen waar deze gedrevenheid vandaan komt.

De gedachte dat we de scheppingsgeschiedenis kunnen combineren met de evolutietheorie wordt theïstische evolutie genoemd. God heeft scheppende handelingen verricht, maar het leven heeft zich hoofdzakelijk ontwikkeld door evolutionaire processen. Of, om het anders te zeggen, God schiep de wereld door middel van evolutie. In deze opvatting wil men vasthouden aan de inhoud van Gods Woord, maar tegelijkertijd de wetenschappelijke opvattingen over het ontstaan en ontwikkeling van het leven ruimte geven. De aanhangers van deze opvattingen stellen dat de aanwijzingen voor evolutie zo overweldigend zijn, dat we daar niet omheen kunnen. Vervolgens durft men te beweren dat de scheppingsgeschiedenis eigenlijk altijd verkeerd is begrepen. De eerste hoofdstukken van Genesis zouden helemaal geen letterlijke beschrijving zijn.

Het wrange is echter dat men tot deze opvattingen komt door de opvattingen binnen de wetenschappelijke wereld, die volledig wordt gedomineerd door seculiere wetenschappers. Dus de wetenschap gaat heersen over de Schrift. We kunnen en durven toch niet anders dan vast te houden aan het absolute gezag van Gods Woord? De geschiedenis van de schepping, die voor ons en voor elke onbevangen lezer niet anders dan letterlijk gelezen kan worden, gaat toch boven de wetenschappelijke opvattingen!

Als we de eerste hoofdstukken van Genesis niet langer letterlijk opvatten, komen we absoluut in de knel met de rest van de Bijbel. Andere plaatsen waarin gesproken wordt over de schepping in zes dagen moeten dan ook op een andere wijze uitgelegd worden. Als we ruimte geven aan de evolutiegedachte wordt de Bijbelse lijn van een goede schepping die werd bedorven door de zonde van de eerste mens, heel moeilijk te plaatsen. Als in een evolutieproces van miljoenen jaren de dood al volop aanwezig was, hoe kan de dood dan het gevolg zijn van de val in het paradijs? Hoe kan er dan zelfs ooit een paradijs geweest zijn? Hoe moeten we psalmen zingen die Gods lof in de schepping bezingen? De theïstische evolutie is echt niet inpasbaar in het geheel van Gods Woord. Deze opvattingen zullen onvermijdelijk leiden tot een andere uitleg van Gods Woord.

Zuidelijk_pinwheel.pixabay

Hoe moeten we psalmen zingen die Gods lof in de schepping bezingen? De theïstische evolutie is echt niet inpasbaar in het geheel van Gods Woord. Deze opvattingen zullen onvermijdelijk leiden tot een andere uitleg van Gods Woord.

Het is te vrezen dat deze aanvaarding van de evolutietheorieën in kringen waar dat tien jaar geleden nog totaal niet aan de orde was, een symptoom is van loslaten van het gezag van Gods Woord. Het vreemde is dat deze gewijzigde ideeën beslist niet het gevolg zijn van doorbraken in het wetenschappelijk onderzoek in de afgelopen tien jaar. Als niet-deskundige op dit gebied kunnen we niet eenvoudig oordelen over welke aanwijzingen de wetenschap nu echt heeft voor de evolutietheorieën. Maar het valt wel op dat nieuwe vondsten die de evolutietheorie zouden ondersteunen onmiddellijk in het nieuws komen. Dat zijn dan niet bepaald enorme doorbraken, maar bijvoorbeeld de vondst van beenderen die aan voorouders van de mens worden toegeschreven. Als men dan vervolgens de mening van (evolutionistische) deskundigen daarover leest, blijken er altijd weer mitsen en maren aan dergelijke vondsten verbonden te zijn. Dat de aanwijzingen voor evolutie overweldigend zijn, kan ik beslist niet geloven. In mijn volgende bijdrage wil ik daar aandacht aan besteden.

Degenen die zeggen te willen vasthouden aan de waarheid van Gods Woord, maar tegelijkertijd ook de wetenschappelijke evolutietheorieën een plaats geven, moeten zich realiseren wat deze opvattingen teweeg hebben gebracht in de laatste 150 jaar. De popularisering van de evolutietheorie is niet los te zien van de enorme opmars van de secularisatie in ons land en in de westerse wereld. Velen hebben de evolutiegedachte aangegrepen om het christelijk geloof vaarwel te zeggen. Velen zijn door de wetenschappelijk gangbare opvattingen over de oorsprong en ontwikkeling van het leven atheïst geworden. Als we het leven en de mens kunnen verklaren uit puur natuurlijke oorzaken, dan hebben we God niet langer nodig.

Heel duidelijk zien we dat voor degenen die Bijbel, godsdienst en God miskennen, de evolutietheorie van groot gewicht is. Een bekende en fanatieke atheïst als Richard Dawkins is zeer gebrand op het propageren van de evolutiegedachte. Hij schroomt er niet voor om te beweren dat evolutie een feit is. Als bioloog beredeneert hij vanuit de evolutieleer dat “er zo goed als zeker geen God bestaat.” In de Nederlandse politiek hebben we ook verscheidene malen kunnen opmerken dat sommige politici fel reageren als de evolutietheorie enigszins ter discussie wordt gesteld. Het is zeer merkwaardig als een wetenschappelijke theorie door de politiek verdedigd moet worden. Dan zit er duidelijk meer achter dan alleen zorg voor goede wetenschap.

Bedenkingen bij de evolutietheorie zag ik uit onverwachte hoek op een onverwachte plaats. Twee jaar geleden verscheen een boek met verhalen van inwoners uit mijn woonplaats.1 Hierin is een stukje opgenomen van een gepensioneerde leraar die in het begin van zijn huwelijk “afscheid nam van het geloof der vaderen.” Ik citeer: “Maar ik geloof evenmin in het alleenrecht van de evolutietheorie. Een theorie is een theorie die blijft bestaan zolang er geen betere theorie voorhanden is. Tenminste, dat is de normale wetenschappelijke opvatting als het om theorievorming gaat. Tot mijn verbazing blijkt echter de laatste tijd de evolutietheorie alleenzaligmakend, een nieuw geloof. Tegenspraak wordt niet geduld. En dat allemaal bij ieder zuchtje tegenwind: een aantal wetenschappers die spreken over een intelligent ontwerp van de schepping bijvoorbeeld. Wat opvalt, is dat de auteurs van nieuwe ideeën ogenblikkelijk in diskrediet worden gebracht: ‘onwetenschappelijk’ , ‘pseudo-wetenschappelijk’. Een onwetenschappelijke reactie die te denken geeft, er staat kennelijk iets op het spel. (…) Er zijn zoveel vragen waarop de evolutietheorie geen antwoord geeft. Alleen de evolutie zelf al is een dermate groot wonder, dat mij een puur materialistische oorzaak-gevolg verklaring niet overtuigt: hoe verklaar je dat uit het niets een zo gecompliceerde werkelijkheid ontstaat als waarin wij leven? Een andere vraag waarop ik nooit antwoord heb gekregen: hoe verklaar je het onderscheid tussen goed en kwaad? Hoe komen wij aan ethiek?”

Iemand die zegt niet in de God van zijn christelijke voorouders te kunnen geloven, stelt heel nuchter vast dat het onbegrijpelijk is dat onze overweldigende natuur zomaar door toeval uit het niets is ontstaan. Deze meneer vraagt zich ook serieus af hoe hecht de wetenschappelijke basis van de evolutietheorie is als men bij voorzichtige vraagtekens zo overtrokken reageert. Dan kunnen wij ons zeker afvragen hoe dan mensen, die zeggen dat ze willen vasthouden aan de Waarheid van Gods Woord, zozeer kunnen zwichten voor de heersende wetenschappelijke opvattingen, dat zij de inhoud van de eerste hoofdstukken van Genesis ter discussie gaan stellen.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het Kerkblad der Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. De volledige bronvermelding luidt: Boonzaaijer, G., (2015) Schepping door evolutie?, Kerkblad der Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland 38 (23)

Voetnoten

  1. Cremers, P. (samenst.), (2013) Verhalen van vroeger & nu. Uit De Bilt, Bilthoven, Groenekan, Hollandsche Rading, Maartensdijk en Westbroek(Groenekan: Stichting Skrivan)

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Drs. G. Boonzaaijer is penningmeester van de Stichting Studie der Nadere Reformatie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over