De kosmos, de astronomie, noemde Cees Dekker als tweede bewijs voor een oude aarde in de presentatie1 die hij gaf in de Festivalkerk op 8 maart jl. Vandaag nemen we dit argument onder de loep. Is het inderdaad waar dat er sterke bewijzen bestaan voor een oude aarde vanuit de astronomie? Hoewel Cees niet erg diep op de materie inging, noemde hij twee onderdelen: het uitdijen van het heelal en stermodellen. Hieronder zal ik uiteenzetten welke aanwijzingen je binnen de astronomie vindt die wijzen naar een veel jongere leeftijd.

Daaraan voorafgaand wil ik nog wijzen op het feit dat er geen wetenschappelijke methoden (of klokken) bestaan die de ouderdom van de aarde objectief kunnen meten, omdat alle berekende leeftijden aannames bevatten over het verleden. Altijd moet het startpunt van de betreffende klok worden aangenomen en moet worden aangenomen dat de klok altijd met dezelfde snelheid heeft gelopen. Daarnaast moet ervan uit worden gegaan dat er geen effecten van buitenaf hebben opgetreden die de klok sneller of langzamer hebben doen lopen.

Dit geldt zowel voor creatie wetenschappers als evolutionisten. We kunnen wel onderzoeken hoe goed die aannames nu standhouden, maar we kunnen niet empirisch vaststellen of dit in het verleden ook gold.

Vulkanische activiteit?

Van de maan wordt aangenomen2 dat er al drie miljard jaar geen geologische activiteit meer is:

There is no evidence that the interior of the Moon now contains significant heat […] The Moon is now a cold, dead, geologically inactive world.3

De maan zou dus al zo oud zijn, dat er geen hete kern meer aanwezig is, zoals bij de aarde. Dat betekent dat er ook geen vulkanische activiteit op de maan kan zijn, en dat alle sporen daarvan ouder dan drie miljard jaar zijn.

Er is echter een probleem. Er is namelijk een groeiende lijst met oppervlakte veranderingen van het maanlandschap. Deze veranderingen worden transient lunar phenomena (TLPs) genoemd.  TLPs worden door ooggetuigen beschreven als lichte stippen, gekleurde gloeden, lichtflitsen en nevels. Sinds begin zeventiende eeuw zijn er meer dan duizend TLPs gerapporteerd:

TLP_meldingen_maanAstronoom William Herschel rapporteerde tussen 1783 en 1787 meerdere op vulkaanuitbarstingen lijkende TLPs: “In het donkere deel van de maan nam ik een lichtgevende stip waar. Het leek op een rode ster”. Vier jaar later schreef hij: “Ik neem drie vulkanen waar […] De derde vertoont tekenen van een uitbarsting van vuur of lichtgevende materie”.4 In 1971 detecteerde de Apollo 15 maanmissie een hoge concentratie radon-222 nabij de Aristarchus krater. Dit radioactieve gas heeft een halfwaardetijd van slechts 3,8 dagen, waaruit volgt dat er een recente gasontlading in de maan moet zijn geweest.5. Ook waren de gemeten warmtestromen ongewoon hoog6 voor een miljarden oude maan met afgekoelde korst.

In 1992 nam de Franse astronoom Audouin Dollfus iets waar dat hij omschreef als een “diffuse verheldering”, dichtbij het midden van de maankrater Langrenus. De waas leek op een gaswolk die door de krater was uitgestoten.7 In 1968 gaf NASA een opsomming van 579 TLPs in vier eeuwen.8 Veel van de oppervlakteveranderingen zijn geconcentreerd rond bepaalde locaties, zoals de kraters Aristarchus en Alphonsus. De afbeelding hiernaast toont 11 gebieden waar vaak TLPs
zijn gerapporteerd.9

Al deze TLPs maken vulkanische activiteit aannemelijk, maar omdat dit conflicteert met de aangenomen ouderdom van de maan, worden ze als anomaliteit gezien en worden andere oorzaken gezocht.10

io_jupiters_maan_met_uitbarstingen

Rookpluimen van drie grote vulkaanuitbarstingen op Jupiters’ maan Io: de Tvashtar vulkaan op 11uur, de Prometheus vulkaan op 9u en de Masubi vulkaan (de heldere plek rond 6u). Dit laat zien dat Io zijn hitte heeft vastgehouden. Kleine manen zoals deze zouden allang moeten zijn afgekoeld als ze werkelijk miljarden jaren oud zouden zijn.

Io, maan van Jupiter, heeft veel actieve vulkanen (Galileo telde 80 actieve vulkanen). Als Io 4,5 miljard jaar lang vulkaanuitbarstingen van slechts 10% van de huidige omvang zou hebben gehad, dan zou hij al 40 keer zijn eigen gewicht aan lava hebben uitgespuwd.11 Deze maan die net iets groter is dan de onze, zou allang moeten zijn afgekoeld. Evolutie-wetenschappers slagen er niet in dit te verklaren.12

Magnetische velden

Gesteente dat bij maanlandingen is meegenomen naar de aarde, geeft blijk van het feit dat de maan ooit een een magnetisch veld had dat sterker is dan het huidige magnetische veld van de aarde. Er is geen goede “dynamo”-theorie13 die zelfs maar een zwak magnetisch veld kan verklaren, laat staan een sterk veld. Dit feit laat zich beter verklaren door een jonge maan met een magnetisch veld dat in de afgelopen zesduizend jaar is afgenomen.14

Ook Mercurius heeft een magnetisch veld, terwijl deze zeer kleine planeet al lang geen vloeibare kern zou moeten hebben. Daarnaast neemt dit magnetische veld (te snel) af, iets dat moeilijk te verklaren is vanuit een miljarden jaren oud zonnestelsel15 maar dat wel door de creatie wetenschapper Humphreys was voorspeld.16

neptunusOok de magnetische velden van Uranus en Neptunus zouden allang niet meer meetbaar moeten zijn, en ook voor deze planeten deed Humphreys een juiste voorspelling17 over de sterkte van die velden op basis van de aanname dat het zonnestelsel slechts enkele duizenden jaren oud is, terwijl andere wetenschappers voorspeld hadden dat de magnetische velden 100.000 keer zwakker zouden zijn.18

Het model van Humphrey verklaart ook waarom Jupiters’ manen met kern een magnetisch veld hebben terwijl Callisto (zonder kern) dat niet heeft.19

Titan en Saturnus

Titan, de grootste maan van Saturnus, “ziet er verbazend glad en jeugdig uit”, kopte een artikel van Jenny Winder. Ze schrijft verder:

De oppervlakte van Titan ziet er niet zo oud en verweerd uit als zou moeten. De rivieren hebben verbazend weinig erosie veroorzaakt en er zijn minder inslagkraters dan verwacht. Wat is het geheim van Titans jonge uiterlijk?20

Wetenschappers hebben zich al eerder over Titan verbaasd. Zij verwachtten een honderden meters diepe oceaan van vloeibare ethaan te vinden die het hele oppervlak van Titan zou bedekken.21 Op Titan is namelijk een dampkring aanwezig die voor een groot deel uit methaan(CH4) bestaat. UV straling van de zon breekt methaan af waarbij waterstof ontsnapt uit de dampkring vanwege de lage zwaartekracht en ethaan wordt gevormd. De oceaan met ethaan is niet gevonden. Daarnaast zou Methaan binnen 10.000 jaar uit de dampkring verdwenen moeten zijn. Wetenschappers gaan er daarom vanuit dat er ergens een groot methaan-depot op Titan moet zijn, maar deze is niet gevonden. 22

Maar niet alleen Titan is lastig te verklaren, er zijn veel meer aspecten aan Saturnus die beter passen bij een jong zonnestelsel. Zo zijn er twee kleine manen ontdekt van drie à vier km doorsnede. Deze manen zouden allang verdwenen moeten zijn door botsingen met kometen. Elke maan van Saturnus is uniek; er is geen overeenkomst die de suggestie van een hoge leeftijd wekt. Ook de ringen om Saturnus vormen een groot probleem omdat ze er “te jong” uitzien. Dit vormt een dermate groot probleem dat een wetenschapper heeft geopperd dat deze zijn ontstaan doordat een object met de grootte van Titan lang na de vorming van Saturnus te dicht bij de planeet kwam, uitklaar spatte en zo de ringen vormde.23

Spiraalvormige sterrenstelsels

windmolen_sterrenstelselSterrenstelsels draaien, en het buitenste gedeelte draait langzamer dan het binnenste gedeelte. Gewoonlijk vertonen ze een spiraalvorm. Deze vorm zou zijn ontstaan door de draaiing, gestart vanuit een langwerpige structuur. Dit betekent echter dat de spiraalvorm zich na enkele rotaties helemaal “opgewonden” heeft, waarmee de spiraalvorm zou verdwijnen.

Het vreemde is, dat zowel heel ver verwijderde sterrenstelsels24 als degenen het dichtst bij ons deze spiraalvorm vertonen. Dit zou je niet verwachten als de miljarden lichtjaren afstand ook miljarden jaren in tijd zouden betekenen: een sterrenstelsel van minder dan twee miljard jaar oud25 zou nog geen of nauwelijks spiraalvorming moeten vertonen. Daarnaast zouden sterrenstelsels die “dichtbij” zijn, geen spiraalvorm meer moeten vertonen omdat ze al volledig opgewonden zouden moeten zijn en daarmee zou de spiraalvorm vervagen.26 Er is dus geen leeftijdsverschil te zien: de sterrenstelsels lijken allemaal ongeveer even oud, even ver in hun ontwikkeling te zijn.

Ook hier wijzen we weer naar de theorie van Humphrey, waarbij het logisch is dat sterrenstelsels er ongeveer even oud uitzien.27

Kometen

komeetKometen zijn relatief kleine hemellichamen die in vaak erg elliptische banen rond een ster draaien en uit ijs, gas en stof bestaan (“vuile sneeuwballen”). Wanneer een komeet dicht genoeg bij een ster komt en warmer wordt sublimeert een deel van de materie waaruit ze bestaat om een zogenaamde coma (een atmosfeer) en/of een komeetstaart te vormen. Vaak hebben kometen twee staarten: een plasmastaart en een stofstaart, die allebei van de ster of de zon afgekeerd staan.28

Omdat kometen na een aantal omlopen uit elkaar vallen is het vreemd dat we nog wel kometen zien, omdat we ze nergens zien ontstaan. Jan Hendrik Oort heeft hiervoor een oplossing bedacht: De Oortwolk. Dit is een hypothetische wolk van waaruit kometen zouden worden “weggetrokken” door passerende sterren. Astronomen erkennen echter enkele problemen met deze theorie:

  1. De Oortwolk is nog nooit waargenomen.29 Daarmee kun je je afvragen of je de Oortwolk als wetenschappelijke theorie of als ad hoc oplossing moet beschouwen.
  2. De meeste kometen zouden binnen de wolk al zijn vernietigd door onderlinge botsingen.30 Hierdoor blijft er slechts een wolk over met een totale massa aan kometen vergelijkbaar met <1 tot 3,5 maal de massa van de aarde. Het is zeer onwaarschijnlijk dat dit genoeg is om de theorie te laten werken.
  3. De rekenmodellen voor de Oortwolk voorspellen ongeveer 100 keer zoveel kometen dan het aantal dat wij nu waarnemen. Als oplossing hiervoor heeft men een arbitraire31 oplossing bedacht:32 de kometen zouden uiteenvallen voordat wij een kans gehad hebben ze te zien.33 Het lijkt wat gekunsteld om een wolk voor te stellen die niemand ooit heeft gezien, en vervolgens het feit dat deze theoretische wolk te weinig kometen oplevert weer weg te verklaren.

kuiper_oort.enDaarnaast zou de Kuipergordel het leven geven aan “kortlevende” kometen. Deze gordel zou “miljarden komeetachtige, uit steen en ijs bestaande objecten”34 bevatten. Probleem met deze theorie is dat er lang niet zoveel objecten zijn gevonden (sinds 2003 zijn er slechts 651 geteld).35

Ook zijn de objecten die zich in deze gordel bevinden veel groter dan kometen; vaak meer dan tien keer zo groot in diameter (en dus meer dan 1.000 keer zo zwaar!). Er zijn zelfs geen echte kometen in deze gordel waargenomen.

Een veel logischer oplossing is een jong heelal dat is gecreëerd met kometen, die langzaam uit de kosmos verdwijnen; dit is namelijk hetgeen we observeren, nergens in het heelal zien we “opgeslagen” kometen in een wolk of een gordel.

Het uitdijen van het heelal

Het uitdijen van het heelal gaf Cees Dekker als één van de twee redenen waarom het heelal heel erg oud moet zijn. Eigenlijk zit het zelfs zo: als de Big Bang werkelijk heeft plaatsgevonden, dan moet het heelal uitdijen, omdat alle materie is ontstaan uit één punt, en sinds de Big Bang is die materie zich naar alle kanten vanuit dit punt aan het verwijderen. Een “stilstaand” heelal zou de Big Bang falsifiëren.

Voor creatie wetenschappers vormt uitdijing niet een onoverkomelijk probleem: God kan immers een uitdijend heelal hebben geschapen, of er kan sinds de zondeval iets zijn veranderd waardoor het heelal nu uitdijt. Wat dat betreft vind ik dit niet een heel sterk argument voor een heel oud heelal. Maar is het inderdaad zo dat het heelal uitdijt?

Er zijn sterke argumenten te vinden voor een heelal dat uitdijt, maar er zijn ook argumenten die richting een statisch heelal lijken te wijzen. Onlangs hebben de wetenschappers Werner, Falomo en Scarpa een wetenschappelijk artikel gepubliceerd waarin zij bewijzen aanvoeren voor een statisch heelal.36 Afgaande op de nu bekende feiten en theorieën is niet vast te stellen of het heelal uitdijt, ofwel statisch is.37 Wat de uitkomst ook is, dit past prima bij een jong heelal.

Lichtjaren

zzzzzeinsteinEen ander lastig te begrijpen onderwerp is de afstand van de sterren en de tijd die het heeft gekost voor het licht om van die sterren naar de aarde te komen. Afstanden worden uitgedrukt in lichtjaren. Wanneer een ster op 2 miljoen lichtjaar afstand van ons staat, betekent dat eigenlijk dat het licht, wanneer dat met een constante snelheid  van de ster naar de aarde “reist”, er 2 miljoen jaar over zou doen om op aarde te komen. Deze tijd is echter niet gemeten, alleen de afstand tot de ster is bekend, en omdat de getallen “astronomisch” hoog zouden worden wanneer we de afstand in kilometers zouden uitdrukken38 gebruiken we de term lichtjaar.

Deze manier van uitdrukken geeft echter wel het idee van ouderdom: wanneer licht er 2 miljoen jaar over heeft gedaan om van de ster naar de aarde te komen, dan is de ster dus minimaal 2 miljoen jaar oud, en zien wij de ster op dit moment, zoals hij er 2 miljoen jaar geleden uitzag. Wij weten echter niet hoe lang het licht erover heeft gedaan, wij weten alleen de afstand tot de ster, en die drukken we uit in lichtjaren, waarbij we de ons bekende lichtsnelheid in vacuum als meeteenheid gebruiken. Maar wat is snelheid?

We geven snelheid weer door afstand te delen door tijd. Sinds Einstein weten we dat tijd niet objectief gemeten kan worden: tijd verandert door de snelheid van het object ten opzichte van degene die de tijd meet, en door de mate waarop zwaartekracht invloed heeft op het object. Simpel gezegd: hoe sneller een object beweegt, hoe meer de tijd vertraagt; en hoe lager de zwaartekracht,39 hoe meer de tijd versnelt. Dit fenomeen heet tijddilatatie en is door Einstein verklaard in de algemene en de speciale relativiteitstheorie.40 Het gaat hier niet om een “filosofisch tijdverschil”; deze tijdvertraging wordt exact gemeten en gebruikt om onze positie te bepalen met GPS apparaten.41

klok_met_bergWanneer tijd sneller “tikt” bij lagere zwaartekracht,42 kan met dezelfde snelheid (gemeten in afstand/tijd) een grotere afstand worden afgelegd. Stel je bijvoorbeeld voor dat je in het dal staat. Op de top van de berg staat een toren met een klok. Deze klok zal sneller lopen dan je eigen horloge. Het gaat maar om fracties van seconden, maar wanneer er een uur op jouw horloge is verstreken, is er iets meer dan een uur op de klok van de toren op de berg verstreken.43

Wanneer het universum eindig is,44 dan heeft de netto zwaartekracht een richting. Wanneer ons stelsel zich dicht bij het midden van het universum bevindt, betekent dat, dat de tijd sneller gaat in alle sterrenstelsels die zich ten opzichte van ons sterrenstelsel verder van het centrum van het universum bevinden, waardoor het licht meer tijd heeft om de aarde te bereiken: als er bij ons een jaar voorbij is gegaan, kan er op een planeet ver van het centrum van het universum al miljard jaar zijn verstreken, wanneer we rekening houden met de gravitale tijddilatatie.

Andere modellen gaan uit van het “uitstrekken van de hemelen”, en gebruiken tijddilatatie onder invloed van snelheid om te kunnen verklaren dat het sterrenlicht ons al heeft bereikt.45

big_bangBovenstaande klinkt misschien vergezocht, maar deze kosmologische modellen geven een goede verklaring voor tal van kosmologische “problemen” zoals de Pioneer anomaly46. Daarnaast heeft de Big Bang zelf ook een lichtsnelheid probleem, dit wordt het horizonprobleem  genoemd: de afstanden tussen sterrenstelsels zijn te groot om energie uitgewisseld te kunnen hebben, terwijl kosmische achtergrondstraling47 vanuit alle richtingen dezelfde temperatuur heeft48. Om dit probleem op te lossen is de inflatie theorie geopperd: het heelal zou direct na de oerknal exponentieel (met een snelheid groter dan de snelheid van het licht) gegroeid zijn. Er zijn op dit moment verschillende inflatie modellen, elk met zijn eigen problemen. Er is geen wetenschappelijke consensus over welk model correct zou zijn. Ook is er geen goede verklaring hoe inflatie weer gestopt kan zijn (het gracefull exit probleem49). Van veel modellen weten we dat ze niet kunnen kloppen omdat ze in strijd zijn met de geobserveerde werkelijkheid.50 Wat dat betreft is het veilig te stellen dat het horizonprobleem nog niet is opgelost.

Kort gezegd: om het “lichtsnelheidsprobleem” op te lossen, hebben zowel creatie wetenschappers als seculiere wetenschappers mogelijke oplossingen aangedragen. Het wegzetten als “niet-wetenschappelijk” van dergelijke oplossingen is wat dat betreft een “pot-verwijt-de-ketel” discussie.

Kritiek vanuit seculiere hoek

Als je bovenstaande punten samen zou willen vatten, dan kan je conclusie op zijn minst zijn dat er nog veel onbekend is over het ontstaan van het heelal, en dat de huidige wetenschappelijke consensus rond de oerknal niet volledig terecht is. Deze kritiek komt niet alleen uit de hoek van creatie wetenschappers. Ook seculiere wetenschappers bekritiseren de moordende consensus rond de oerknal. In een open brief aan de wetenschappelijke gemeenschap schrijven 33 topwetenschappers van verschillende vooraanstaande instituten:

“Our ideas about the history of the universe are dominated by big bang theory. But its dominance rests more on funding decisions than on the scientific method, according to Eric Lerner, mathematician Michael Ibison of Earthtech.org, and dozens of other scientists from around the world.”51

Kort gezegd: vanwege geldstromen wordt er vastgehouden aan het model van de oerknal, niet vanwege de wetenschappelijke methodes, aldus deze wetenschappers. De open brief bevat stellingen als deze:

  • “De oerknal theorie is gestoeld op een groeiend aantal hypothesen, zaken die we nooit hebben geobserveerd – inflatie, dark matter en dark energy zijn de belangrijkste voorbeelden. Zonder deze, zou er een fatale tegenspraak bestaan tussen de observaties van astronomen en de voorspellingen van de oerknal theorie.”52
  • “Maar de oerknal overleeft niet zonder deze verzinsels. Zonder het hypothetische inflatieveld voorspelt de oerknal niet de homogene isotropische achtergrondstraling die we observeren[…]”53
  • “Op geen enkel ander terrein binnen de natuurkunde zou deze onophoudelijke toevlucht tot nieuwe hypothetische objecten worden geaccepteerd als een manier om de kloof tussen theorie en waarneming te overbruggen. Het zou, op zijn minst, gegronde vragen oproepen over de validiteit van de onderliggende theorie.54
  • “Sterker, de oerknal theorie kan bogen op geen enkele kwantitatieve voorzegging die vervolgens is bewezen door observatie. De successen waar de supporters van de theorie aanspraak op maken, bestaat bij de gratie met terugwerkende kracht observaties in te passen in een groeiend arsenaal instelbare parameters, net zoals de Aarde-gecentreerde kosmologie van Ptolemeus laag na laag aan epicycli nodig had.”55

Hoewel we vrijwel altijd lezen over observaties die de oerknal ondersteunen, lijkt het erop dat dit niet altijd strookt met de werkelijkheid. De hierboven genoemde wetenschappers zeggen zelfs:

“Zelfs observaties worden nu door dit eenzijdige filter geïnterpreteerd, en als goed of fout beoordeeld gebaseerd op de vraag of zij de oerknal ondersteunen of niet. Dus wordt afwijkende data over red shifts, een overvloed aan lithium of helium, en verdeling van de sterrenstelsels en andere onderwerpen aan de kant geschoven of belachelijk gemaakt.”56

Ook theorieën van creatie wetenschappers staan continue onder druk en worden vaak belachelijk gemaakt, zonder de argumenten inhoudelijk te bekijken. Wat dat betreft extra aanleiding om niet alles zomaar voor zoete koek aan te nemen, maar “alles te onderzoeken, en het goede te behouden”!57

In ons volgende deel zullen we het derde argument dat Cees Dekker voor een oude aarde aandroeg: IJslagen op Groenland, behandelen. Houd de site, Facebook of Twitter in de gaten voor updates!

Vond je dit artikel interessant, heb je vragen of opmerkingen? Laat dan hieronder een comment achter.

Andere modellen - De plasmatheorie
plasma_solar.pixabayNaast de in dit artikel genoemde verklarende modellen waaraan Humphreys en Hartnett werken, is er ook nog de Plasmatheorie. Deze is al meer dan een eeuw geleden geformuleerd door de Noorse onderzoeker Kristian Birkeland (1867-1917) en later aangevuld door de Zweed Hannes Alfvén (1908-1995).

Barry Setterfield

De laatste jaren werkt Barry Setterfield aan deze theorie. Ook binnen dit model hoeft de kosmos niet miljarden jaren oud te zijn. Het mooie van dit model is dat het de vorming van planeten en sterre- en zonnestelsels goed kan verklaren, zonder er de nog nooit waargenomen zwarte materie nodig te hebben. Meer over dit model lees je in dit artikel.

Verder lezen over de kosmos

Hierboven heb ik enkele malen verwezen naar de Kosmologie van Humphreys. Meer over dit wetenschappelijke model kun je hier lezen:

Meer artikelen uit de serie Schepping en evolutie?

Voetnoten

  1. Te downloaden op http://logos.nl/wp-content/uploads/2016/03/cees_dekker_schepping_en_evolutie_ede_schuilplaats_maart_2015.pdf
  2. door wetenschappers die werken binnen het evolutie paradigma
  3. Seeds, M., Foundations of Astronomy, Wadsworth Publishing Company, Albany, New York, p. 453, 1997.
  4. Lea W., Ranger to the Moon, The New American Library, New York, p. 71, 1965.

    Oorspronkelijke tekst citaten: I perceived in the dark part of the Moon a luminous spot. It had the appearance of a red star en I perceive three volcanoes … The third shows signs of an actual eruption of fire, or luminous matter. Vertaling D.J. Tiemersma

  5. Zie Cadogan, P., The Moon—Our Sister Planet, Cambridge University Press, London, p. 283, 1981. en Apollo 15 Preliminary Science Report (PDF), NASA, Manned Spacecraft Center. NASA SP-289, 1972
  6. Taylor, S., Lunar Science: A Post-Apollo View, Pergaman Press Inc., New York, p. 292, 1975.
  7. Sheehan, W. and Dobbins, T., Epic Moon, Willmann-Bell, Inc., Richmond, VA, p. 322, 2001.
  8. NASA Technical Report R-277. Een herziene versie van dit rapport rapporteert 1,468 TLPs.
  9. Sheehan, W. and Dobbins, T., The TLP myth: a brief for the prosecution, Sky and Telescope 98(3):118–123, 1999.
  10. Zoals meteorietinslagen – dit is echter moeilijk houdbaar, omdat de inslagen zich in dat geval wel erg vaak rond dezelfde kraters concentreren. Ook wordt simpelweg gezegd dat een ooggetuigenverslag niet voldoende bewijs is – dit zou voor enkele gevallen zo kunnen zijn, maar niet voor honderden.
  11. McEwen, A.S., Active Volcanism on Io, Science 297(5590):2220–2221, 27 September 2002| doi: 10.1126/science.1076908.
  12. NASA publiceerde in 2012 een artikel waarin werd verklaard dat bestaande modellen niet voldoen als verklaring voor de geregistreerde uitbarstingen en hun hitte (Neal-Jones, N and Steigerwald, B, Scientists to Io: your volcanoes are in the wrong place, nasa.gov, 4 April 2013.). De verklaring dat we getuige zijn van iets uitzonderlijks dat bijna nooit voorkomt klinkt ook wat vergezocht(McKee, M., Planetary Science: Caught in the Act, Nature 493(7434):592–596, 31 januari 2013 | doi:10.1038/493592a.) Meer hierover in dit engelstalige artikel.
  13. De dynamotheorien die door Stevenson, Le Bars en anderen zijn voorgesteld houden alleen rekening met een heel zwak magnetisch veld en gaan uit van twee aannames: (1) de aarde heeft een zelfvoorzienende dynamo (iets waarvoor nog geen goede theorie bestaat) en (2) dat deze dynamo ook op de maan kan werken (terwijl deze een veel kleinere kern heeft). Deze aannames worden in deze artikelen niet behandeld. bron: Dwyer, C.A., Stevenson, D.J. and Nimmo, F., A long-lived lunar dynamo driven by continuous mechanical stirring, Nature 479:212–214, 10 November 2011 en Le Bars, M., Wieczorek, M.A., Karatekin, Ö, Cébron, C. and Laneuville, M., Am impact-driven dynamo for the early Moon, Nature 479:215–218, 10 November 2011.
  14. Meer hierover: Humphreys, D.R., The moon’s former magnetic field—still a huge problem for evolutionists, Journal of Creation 26(1):5–6, 2012.
  15. Ness doet een poging door te wijzen op verschillende meetmethoden en de significantie daarvan, maar wanneer je in zijn foutmarge (± 18 gammas. 1 gamma = 1 nanotesla = 10-5 Gauss. 1 A m2 = 1000 Gauss cm3) in acht neemt, is er een significante daling van het magnetisch veld. Bron: Ness, N.F., The magnetic field of Mercury, Physics of the Earth and Planetary Interiors 20:209–217, 1979.
  16. Zie hiervoor zijn wetenschappelijke artikel of zijn artikel op creation.com hierover, beide engelstalig.
  17. Zie hiervoor zijn wetenschappelijke artikel of deze vermelding op creation.com
  18. Parker, E.N. “Magnetic fields in the cosmos,” Scientific American, 249(augustus 1983), 44-54, zie p. 52. Hood, L.L. “The enigma of lunar magnetism,” EOS, 62 (21 april 1981), 161-163.
  19. Voor meer hierover zie zijn online artikel: Beyond Neptune: Voyager II Supports Creation
  20. Oorspronkelijke (onvertaalde) tekst:“Titan’s surface doesn’t look as old and weather-beaten as it should. The rivers have caused surprisingly little erosion and there are fewer impact craters than would be expected. So what is the secret to Titan’s youthful complexion?” uit het artikel met de naam: Beneath the Mask, Titan looks Surprisingly Smooth and Youthful, Universe Today, 26 Juli 2012, universetoday.com
  21. Owen, T., Titan, in: The New Solar System, 4e ed., 1999, p. 282.
  22. Astrobiology Magazine, 2005. New Scientist, 21 augustus 2004, p. 5; 20 november 2004, p. 9.
  23. Lovett, R.,Saturn’s rings formed by destruction of giant moon, Nature News, 5 October 2010 | doi:10.1038/news.2010.515, nature.com; “Giant moon collision ‘may have formed Saturn’s rings’,” BBC News, bbc.co.uk, 6 October 2010.
  24. Er zijn infrarood foto’s gemaakt van sterrenstelsels die volgens de onderzoekers minder dan twee miljard jaar oud zijn, dus meer dan 11 miljard jaar jonger dan de onze. Zie: Deepest Infrared view of the universe—VLT images progenitors of today’s large galaxies, ESO Press release 23/02, 11 December 2002, (http://www.eso.org/public/netherlands/news/eso0234/)
  25. Binnen het Big Bang paradigma
  26. Scheffler, H. en H. Elsasser, Physics of the galaxy and interstellar matter, Springer–Verlag, Berlin, pp. 352–353, 401–413, 1987. Hierin wordt ook een complexe theorie over “spiral density waves” geopperd als oplossing voor het probleem. Maar dit is een ad hoc oplossing, er is nl geen bewijs voor. Het is een aanname, die is bedacht om het probleem op te lossen, en er is nog veel fine-tuning nodig.
  27. Zie zijn artikel How do spiral galaxies and supernova remnants fit in with Dr Humphreys’ cosmological model?
  28. http://nl.wikipedia.org/wiki/Komeet
  29. Sagan, C. en Druyan, A., Comet, Michael Joseph, London, p. 175, 1985
  30. Stern, S.A. en Weissman, P.R., Rapid collisional evolution of comets during the formation of the Oort cloud, Nature 409(6820):589–591, 2001.
  31. lees: ad hoc
  32. Bailey, M.E., Where have all the comets gone? Science 296(5576):2151–2153, 21 juni 2002
  33. Levison, H.F. et al., The mass disruption of Oort Cloud comets, Science 296(5576):2212–2215, 21 June 2002
  34. http://nl.wikipedia.org/wiki/Kuipergordel
  35. Parker, J.M., Ed., Distant EKOs: The Kuiper Belt Electronic Newsletter 27, January 2003
  36. Eric J. Lerner, Renato Falomo, Riccardo Scarpa, UV surface brightness of galaxies from the local Universe to z ~ 5, International Journal of Modern Physics D Vol. 23, No. 6 (2014) 1450058
  37. John Hartnett komt tot die conclusie in zijn artikel Does observational evidence indicate the universe is expanding?—part 2: the case against expansion, Journal of Creation 25(3):115–120
    December 2011. In dit artikel geeft hij overzichtelijk de voor- en tegenargumenten weer. Het artikel is ook online in te zien.
  38. in ons voorbeeld zou dit betekenen dat we zouden moeten zeggen dat afstand tot de ster 2.000.000 x 9.500.000.000.000 = 19.000.000.000.000.000.000 (of 19*1018) kilometer is.
  39. In ons geval: hoe verder weg van de kern van de aarde
  40. Zie oa: http://nl.wikipedia.org/wiki/Tijddilatatie
  41. Zie voor een gedetailleerde uitleg (engels): Real-World Relativity: The GPS Navigation System – http://www.astronomy.ohio-state.edu/~pogge/Ast162/Unit5/gps.html
  42. Zoals op bergen het geval is: zie bijvoorbeeld dit Redactioneel artikel: Zwaartekracht verschilt enorm, FAQT 12 september 2013 (http://www.faqt.nl/recent/zwaartekracht-verschilt-enorm/)
  43. Bij GPS satellieten is het tijdverschil vanwege verschil in zwaartekracht 45 microseconden per dag (zie Real-World Relativity: The GPS Navigation System – http://www.astronomy.ohio-state.edu/~pogge/Ast162/Unit5/gps.html)
  44. Hoewel veel kosmologieën uitgaan van een oneindig universum is dit slechts een aanname. We kunnen daarom met evenveel recht aannemen dat het universum eindig is, met ons zonnestelsel ergens in het midden. George Ellis zei hierover:

    “Je moet je goed beseffen dat er veel modellen zijn die onze waarnemingen kunnen uitleggen […] Ik kan bijvoorbeeld stellen dat het heelal bolvormig en symmetrisch is met de aarde in het midden, en je kunt dit niet weerleggen gebaseerd op waarnemingen. Je kunt het slechts op filosofische gronden verwerpen. Daar is op zich helemaal niets mis mee. Ik wil alleen naar buiten brengen dat we filosofische criteria gebruiken in het kiezen van onze modellen. Binnen de kosmologie wordt vaak geprobeerd om dit te verbergen.”

    In het engels: ‘People need to be aware that there is a range of models that could explain the observations […] For instance, I can construct you a spherically symmetrical universe with Earth at its centre, and you cannot disprove it based on observations. […] You can only exclude it on philosophical grounds. In my view there is absolutely nothing wrong in that. What I want to bring into the open is the fact that we are using philosophical criteria in choosing our models. A lot of cosmology tries to hide that.’ (Gibbs, W.W., Profile: George F.R. Ellis; Thinking Globally, Acting Universally, Scientific American 273(4):50–55, 1995 – Vertaling DJT.)

    Inmiddels lijkt het bewijs ook steeds meer te wijzen naar een eindig universum met een centrum nabij ons zonnestelsel (Hartnett, J., Where are we in the universe? Journal of Creation 24(2):105–107, 2010)

  45. Lees meer hierover in het Creation Questions and Answers book, hoofdstuk 5 (http://creation.com/images/pdfs/cabook/chapter5.pdf)
  46. Een mysterieuze kleine vertraging van de ruimtesondes Galileo, Ulysses, en Pioneer 10 en 11. Door de jaren heen zijn er veel verschillende theorieën geopperd, maar geen van de theorieën weet de vertraging goed te verklaren, de bestaande theorieën kunnen slechts een derde van de vertraging verklaren (Turyshev, S.G., Pioneer` anomaly: status of new investigation, American Physical Society meeting, 11–15 April 2008, St. Louis, Missouri, Abstract H7.00001. Goldman, S., ‘Pioneer Anomaly’ solved? Sky and Telescope, 18 April 2008)
  47. CBM – Cosmic Background Radiation
  48. De aard van de oerknal is heel willekeurig in elk opzicht (dus ook in temperatuur), alleen dit kan heel verschillende sterrenstelsels verklaren.
  49. Kraniotis, G.V., String cosmology, International Journal of Modern Physics A 15(12):1707–1756, 2000.
  50. Wang, Y., Spergel, D. and Strauss, M., Cosmology in the next millennium: Combining microwave anisotropy probe and Sloan digital sky survey data to constrain inflationary models, The Astrophysical Journal 510:20–31, 1999.
  51. Lerner, E., Bucking the big bang, New Scientist182(2448)20, 22 May 2004 en het artikel Big Bang Theory Busted By 33 Top Scientists op rense.com
  52. Oorspronkelijke engelse tekst: ‘The big bang today relies on a growing number of hypothetical entities, things that we have never observed—inflation, dark matter and dark energy are the most prominent examples. Without them, there would be a fatal contradiction between the observations made by astronomers and the predictions of the big bang theory.’ Vertaling DJT
  53. Oorspronkelijke engelse tekst: ‘But the big bang theory can’t survive without these fudge factors. Without the hypothetical inflation field, the big bang does not predict the smooth, isotropic cosmic background radiation that is observed, because there would be no way for parts of the universe that are now more than a few degrees away in the sky to come to the same temperature and thus emit the same amount of microwave radiation. … Inflation requires a density 20 times larger than that implied by big bang nucleosynthesis, the theory’s explanation of the origin of the light elements.’ Vertaling DJT
  54. Oorspronkelijke engelse tekst: ‘In no other field of physics would this continual recourse to new hypothetical objects be accepted as a way of bridging the gap between theory and observation. It would, at the least, raise serious questions about the validity of the underlying theory.’ Vertaling DJT
  55. Oorspronkelijke engelse tekst: ‘What is more, the big bang theory can boast of no quantitative predictions that have subsequently been validated by observation. The successes claimed by the theory’s supporters consist of its ability to retrospectively fit observations with a steadily increasing array of adjustable parameters, just as the old Earth-centred cosmology of Ptolemy needed layer upon layer of epicycles.’ Vertaling DJT
  56. Oorspronkelijke engelse tekst: ‘Even observations are now interpreted through this biased filter, judged right or wrong depending on whether or not they support the big bang. So discordant data on red shifts, lithium and helium abundances, and galaxy distribution, among other topics, are ignored or ridiculed.’ Vertaling DJT
  57. Naar 1 Tessalonicenzen 5:21

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Douwe Tiemersma

Written by

Douwe is bestuurslid van Logos Instituut en theologisch geschoold. Zijn artikelen beschouwen de wetenschap, de theologie en de filosofie achter evolutie.

47 Comments

Niels Lambers

Beste Douwe,

Misschien moeten we een keer afspreken om te voorkomen dat de geschreven tekst een woordengevecht wordt. Maar laat ik een eerste schriftelijke aanzet doen.
Deel 1
Als er in Genesis wordt gesproken over de dood, is dat (voornamelijk?) een geestelijke dood. Wij zijn afgesneden van God. Door Jezus sterven en opstanding kunnen we nu al deelnemen aan het nieuwe leven. Dit is een geestelijk leven, want ook wij zullen allen sterven. Dus waarom kunnen we de dood ook niet zien als een geestelijke dood (alleen) ?
Er staat in Genesis inderdaad dat de zondvloed de hele wereld bedekte. Maar ook bij Jozef, staat dat alle volken naar Egypte kwamen i.v.m. de hongersnood. De meesten zullen hier lezen: De lokale volken, of de toen bekende volken. Er zijn er maar weinig die zeggen dat ook de Eskimo’s, Indianen en Japanners naar Egypte waren afgereisd. In dat geval zouden de 7 vette jaren ook wel een hele hoge opbrengst moeten zijn geweest.
Deel 2
De verval gegevens die je presenteerd kan ik moeilijk controleren in mijn keuken, en zijn ver van mijn bed. Ik neem aan dat je deze gegevens ook hebt overgenomen van Amerikaanse creationisten, gezien dat deze artikelen al behoorlijk gedateerd zijn. De afgelopen 20 jaar is er enorm veel vooruitgang geweest is de wetenschap, met betrekking tot astonomie.
De gegevens van de Astonomie wijzen wel erg in de richting van de Big Bang, en is ook goed in te passen in onze wetenschappelijke modellen. Daarnaast is er in de jaren ‘70 achtergrond-straling gemeten op radio-ontvangers van 3 Kelvin. Hier kan ik nog wel iets van begrijpen aangezien mijn vakgebied die van transmissie is (als ontwikkelaar van Wifi chips, waar radio-transmissie en –receptie een wezenlijk onderdeel is). Deze achtergrondstraling is goed te matchen op een Big Bang.
Deel 3
Om te beginnen zou ik het boekje ‘Schepping en ‘ van .. adviseren.
Zoals eerdere gemeld zijn de afgelopen jaren veel dingen gebeurd: Een mars-lander rijdt over mars en doet o.a. bodemonderzoek. Er is ook op een moumeet geland. We hebben een deeltjesversneller onder de bergen van Zwitserland. De vraag is of alle beweringen (nog) kloppen, naast dat veel creationistisch werk vaak gekleurd is. Wetenschappelijke artikelen zijn mogelijk ook vaak vooringekleurd door evolutionistische modellen; dat maakt het juist zo moeilijk om objectief te blijven.
Recent stond er in Nature een onderzoek waaruit bleek dat de maan zou zijn ontstaan uit een botsing van de Aarde met een andere planeet. Dit zou het verschil in magnetisch veld kunnen verklaren.
Je stelt “dat de spiraalvorm zich na enkele rotaties helemaal “opgewonden” heeft, waarmee de spiraalvorm zou verdwijnen.” Waarom denk je dat? Door uitdijing draait het in een spiraal en niet een cirkel. Door de balans van aantrekkingskracht en middelpuntvliedende kracht zal dit door gaan.
Je brengt lichtjaren terug naar snelheid per km en zegt dat de afstand bekend is. Maar dat is niet correct. We weten de afstand alleen in lichtjaren, juist door de relativiteit.
Maar tijd op een berg of in een dal is naar mijn mening juist niet relatief, aangezien we op hetzelfde ‘ruimteschip’ Aarde zitten, waar we allemaal dezelfde snelheid en richting hebben.
De Big Bang theorie is gemaakt door Lamaire, een wetenschapper die dit heeft gedaan in opdracht van de rooms katholieke kerk. Het was een revolutionaire verandering in de wetenschap die daarvoor altijd met een statisch model werkte. De Big Bang had ook wat ‘engs’ want het wees een duidelijk begin aan van het heelal. Waarom zouden we dit niet kunnen omarmen als christenen?
De belangrijkste oorzaak dat creationisme vaak niet als wetenschappelijk wordt gezien, is dat het de 6 dagen in de bijbel alleen maar letterlijk kan en wil lezen en aan de hand daarvan wetenschap wil bedrijven. Je moet juist onbevangen naar alles proberen te kijken, en als het daarna ook nog eens bij de bijbel past, is dat mooi!
Maar ook de letterlijke lezing van Genesis is al dubieus. Eerst is er licht (1e dag) maar op de 4e dag worden pas zon maan en sterren gemaakt. Waar hing de aarde voor die tijd? Dit is wel een erg Aarde-centrisch-model die in de Bijbel gepresenteerd word.
En als God de Aarde maakt, waarom wordt er dan gelijk daarna in Gen 1:2 geschreven over woest, duisternis, water (in de bijbel het teken van de dood) ? De bijbel letterlijk lezen met een westerse bril op, terwijl het is geschreven in een andere tijd en cultuur is niet correct.
Met broedelijke groet,
Niels Lambers

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Niels,
Om goed te kunnen reageren op deze reactie, heb ik er een artikel aan gewijd, dat je hier kunt vinden.

Ed Vaessen

Het is al lang bekend waarom spiraalvormen van sterrenstelsels zo zijn. Het betreft dichtheidsverschillen. Er is geen sprake van ‘opwinden’.

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Ed, Dank voor je reactie. Zoals in een voetnoot te lezen is, ben ik op de hoogte van de “spiral density waves” theorie. Maar dit is een ad hoc oplossing, er is nl geen bewijs voor. Het is een aanname, die is bedacht om het probleem op te lossen, en er is nog veel fine-tuning nodig om de theorie te laten werken. Het is dus wat kort door de bocht om te beweren dat al lang bekend is waarom spiraalvormen van sterrenstelsels zo zijn.

Ed Vaessen

Beste Douwe,

Er is geen probleem dat ah hoc moet worden opgelost. Russ Humphrey verzint het probleem door de schijnbare vorm te verwarren met een fysische werkelijkheid. Zonder enig bewijs beweert hij namelijk dat sterren met die armen meebewegen. Waar is het bewijs dat die sterren precies met de armen meebewegen in plaats van erdoor heen?
Zelfs al zou de density wave niet blijken te lopen, je zult moeten aantonen dat jouw model klopt.
Kan je dat niet, dan moet je het als bewijs afvoeren.

Groeten,

Ed

Reply
Douwe Tiemersma

Het probleem is niet door Russ Humphrey verzonnen, maar een erkend probleem waarover Scheffle en Elsasser hebben geschreven. Als dit geen probleem zou zijn, dan is de vraag waarom deze wetenschappers de density waves aanvoeren als oplossing. Daarnaast ben ik het helemaal eens met je dat je modellen empirisch moet kunnen testen. In bovenstaand artikel heb ik een aantal zaken genoemd waardoor het miljarden jaren model deze test niet kan doorstaan.

Ed Vaessen

Scheffle en Elsasser schreven erover? Mooi. Dan had ik graag het betreffende citaat.

Reply
Eelco van Kampen

Ik heb Scheffle en Elsasser er even bijgepakt, en die schrijven toch duidelijk (over density waves) dat ‘it has now become the most fully developed theory of the spiral structure of galaxies’ (sinds Lin et al. in de jaren zestig !).

En de theorie verklaart de waarnemingen (waar de jonge en waar de oude sterren zijn, bijvoorbeeld) heel goed. Al jaren lang.

Zie ook moderne tekstboeken als die van Binney & Tremaine.

Douwe Tiemersma

De theorie geeft een mogelijke verklaring van de werkelijkheid, maar nogmaals, het is een ad hoc oplossing en om lastige structuren zoals M51 te kunnen verklaren voldoet de theorie niet goed genoeg; om de theorie toch “werkend” te krijgen is voorgesteld om er nog andere mogelijke invloeden bij te betrekken, zoals vervorming van de “density waves” of de invloed van nabijgelegen sterrenstelsels.
Kortom, we weten nog niet alle variabelen van de theorie, wanneer we sterrenstelsels tegenkomen die niet met deze methode zijn te verklaren, dan zullen er andere invloeden aanwezig zijn, die we nog onvoldoende kennen. Dit is een mogelijke verklaring, het enige dat ik zeg, is dat ik hem wat vergezocht vind overkomen. Mocht de theorie kloppen, dan blijven de overige hierboven genoemde argumenten nog staan. Erg sterk vind ik de kritiek die uit seculiere hoek zelf komt: “Op geen enkel ander terrein binnen de natuurkunde zou deze onophoudelijke toevlucht tot nieuwe hypothetische objecten worden geaccepteerd als een manier om de kloof tussen theorie en waarneming te overbruggen. Het zou, op zijn minst, gegronde vragen oproepen over de validiteit van de onderliggende theorie.”
Wat me opvalt, is dat zoveel wetenschappers hun keiharde best doen om de theorie te laten kloppen; er worden heel veel niet geobserveerde materie en parameters toegevoegd, terwijl de grondvraag zou moeten zijn: begrijpen we het allemaal wel zo goed? Hoe komt het dat alles in het heelal ons zo blijft verbazen? Waarom moeten we keer op keer onze toevlucht nemen tot niet geobserveerde data? Waarom kloppen voorspellingen zo vaak niet (magnetische velden, geologische activiteit)?
Kunnen we met zekerheid stellen dat we ècht weten dat het heelal zo oud is als we onze toevlucht moeten nemen tot oplossingen die voor een groot deel niet bestaan uit waarneembare materie en parameters, terwijl er ook andere mogelijkheden zijn?

Eelco van Kampen

Een ‘ad hoc’ oplossing ? Hoe kom je bij zoiets ???

De theorie is al redelijk oud en breed geaccepteerd: geen sterrenkundige die eraan twijfelt (mezelf inclusief).

Je quote (die ik op een andere pagina moest opzoeken) gaar over de oerknal, niet over spiraalstelsels.

Voor de goede orde, ik ben beroepsastronoom en werk aan de vorming en evolutie van sterrenstelsels, inclusief spiraalstelsels. Ben nogal bekend met dit vakgebied …

Wat betreft Lerner & friends (waar jouw quote vandaan komt): dat zijn outsiders en bepaald geen top-wetenschappers, maar ook die worden serieus genomen. Gisteren nog een voordracht gehoord waarbij een model van Lerner getest werd (faalde, helaas voor hem).

Reply
Douwe Tiemersma

Met “ad hoc” bedoel ik, dat er een verklaring wordt gezocht voor een fenomeen dat zichzelf al goed laat verklaren, maar omdat deze verklaring indruist tegen ons geloof (in miljarden jaren), wordt een andere verklaring gezocht – op zich legitiem om een model te verdedigen, maar te veel van dit soort “oplossingen” zou je aan het denken kunnen zetten over de validiteit van de theorie.
“geen sterrenkundige die eraan twijfelt” – Dat is een gevaarlijke houding. Dr Krauss zei hierover: “One conclusion we might draw is that we ought to resist ideology in the first place. […] Informed doubt is the very essence of science. […] One thing is certain: if our educational system does not honestly and explicitly promote the central tenet of science—that nothing is sacred—then we encourage myth and prejudice to endure.”
Het feit dat iets breed geaccepteerd is, zou geen reden moeten zijn iets kritisch te benaderen.
Mijn quote ging inderdaad over de oerknal; dat was juist mijn punt: zelfs al zou je met ingewikkelde modellen density waves kunnen doen werken (net als men vroeger deed met Ptolemaeische modellen), dan nog blijven bovenstaande argumenten bestaan, die alle reden geven voor een gezonde twijfel over de oerknal. Vaak is de focus echter gericht op het laten kloppen van details van bestaande theorieën, waardoor het grote plaatje buiten zicht blijft. Misschien is dat de reden dat de vragen uit mijn vorige reactie nog onbeantwoord blijven?

Eelco van Kampen

Density waves zijn bepaald niet ingewikkeld, en dat ze door vrijwel alle sterrenkundigen als geaccepteerde theorie worden gezien betekent (uiteraard !) nog niet dat er geen kritiek mogelijk is. Maar daar moet dan wel een reden voor zijn (nieuwe data of zo), en die is er (nog) niet …

Wetenschappers zijn van nature kritische: een nieuwe theorie betekent beroemdheid, dus iedere wetenschapper staat te trappelen bestaande theorieen omver te gooien. Maar daar moet dan wel een aanleiding (nieuwe data of zo) voor zijn.

‘Density waves’ is geen “oplossing”, maar een prima theorie, als vele jaren geleden uitgewerkt, en echt niet zo moeilijk (tweedejaars sterrenkunde stof !!). Standaard tekstboek materiaal.

Verder heeft niemand een ‘geloof’ in ‘miljarden jaren’: die miljarden jaren zijn gemeten, en ook daar twijfelt vrijwel niemand meer aan. Geen idee wat dat met dichtheidsgolven te maken heeft (daar hadden we het toch over ?). Die laatste verklaren de waarnemingen m.b.t. spiraalstelsels verreweg het beste (nogmaals, zie een modern tekstboek als Binney & Tremaine, of Binney & Merryfield). Dat is alles. Heeft niks met ‘geloof in miljarden jaren’ te maken (wie daar dan ook in zou moeten geloven volgens jou).

Reply
Douwe Tiemersma

De theorie van Density waves is niet ingewikkeld, alleen is het model in de praktijk niet altijd eenvoudig toe te passen, zoals bv bij M51. Maar nogmaals, zelfs al zou dit model werken, dan nog heb je slechts één klein puntje van bovenstaande geloofwaardiger gemaakt – er is een model dat werkt, minder voor de hand liggend dan het “opwind”-model, maar beter passend in het oerknal model. De overige argumenten en vragen blijven bestaan.
Lees hiervoor de vragen die ik je stel in mijn overige antwoorden.
Over de “gemeten” jaren. Dit is een veel gehoorde misvatting. Er is nergens tijd gemeten, er is tijd berekend adh meetwaarden. Verstreken tijd (verschil tussen t0 en t1) valt alleen te meten wanneer t0 bekend is en wanneer we een goede, geteste klok hebben die vanaf t0 tot t1 de verstreken tijd heeft gemeten. Dergelijke klokken hebben we niet, alleen rekenmodellen waarmee we de tijd berekenen.

Chan

Ik denk niet dat argumentaties als deze het qua vernuft ooit op kunnen nemen tegen vrijwel 100% van de Nobelprijswinnaars uit zowel Natuur- als Scheikunde als uit de Fysiologie. Is het niet veel doelmatiger om het prevaleren van geloof boven wetenschap te bereiken door te stellen dat de schepping verliep naar de letter van Genesis, maar de Schepper na de zondeval de schepping een zodanige uiterlijke verschijningsvorm dat wij een heelal van 13,8 mrd jaar en een ‘mens’ van 125.000 jaar wetenschappelijk kunnen reconstrueren?

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Chan, waarom denk je dat? En wat bedoel je precies met je eerste zin? Wat heeft het vernuft van 100% van de Nobelprijswinnaars Natuur-, Scheikunde en Fysiologie te maken met bovenstaand artikel?

Peter

De suggestie van Chan is [wat mij betreft] veel redelijker en minstens even gelovig als het ‘wetenschappelijk creationisme’. Het maakt het onnodig allerlei wetenschappelijke zaken in vreselijke bochten te duwen om het (…) kloppend met Genesis te krijgen.

Douwe Tiemersma

Het leuke is nu juist dat ik met dit artikel (en andere artikelen op deze site) laat zien dat “wetenschappelijke zaken” niet “in vreselijke bochten” geduwd hoeven te worden, de feiten kunnen prima verklaard worden binnen een jonge schepping, terwijl dat lastiger wordt (noem het “in vreselijke bochten duwen” voor mijn part), wanneer je de feiten wilt verklaren met een miljarden jaren oud heelal dat zou zijn ontstaan uit een oerknal.

Ed Vaessen

“Io, maan van Jupiter, heeft veel actieve vulkanen (Galileo telde 80 actieve vulkanen). Als Io 4,5 miljard jaar lang vulkaanuitbarstingen van slechts 10% van de huidige omvang zou hebben gehad, dan zou hij al 40 keer zijn eigen gewicht aan lava hebben uitgespuwd.11 Deze maan die net iets groter is dan de onze, zou allang moeten zijn afgekoeld. Evolutie-wetenschappers slagen er niet in dit te verklaren.12”
(…) De evolutietheorie gaat niet over astronomie.

Reply
Douwe Tiemersma

Dit artikel is een reactie op een lezing van Cees Dekker met de titel “Schepping en Evolutie”. Dekker betrekt astronomie bij zijn argumentatie vóór evolutie, vandaar dat ik hier in dit artikel op reageer.

Ed Vaessen

“Ook waren de gemeten warmtestromen ongewoon hoog6 voor een miljarden oude maan met afgekoelde korst.”

(…) [Lees het citaat:]

“DeYoung (2003, p. 6) also cites a fairly old reference (Taylor, 1975, p. 292) and claims that heat flow measurements from the Apollo 15 and 17 missions are surprisingly “high” and “conflict” with an ancient Moon. Although the Apollo missions only performed a couple of heat flow measurements and the results are far from definitive, Taylor (1975, p. 292, 294) was surprised by the results. Nevertheless, Taylor (1975, p. 292, 294) says nothing about the heat resulting from volcanism. The average heat flow of the Apollo 15 and 17 sites was only 0.02 watts/square meter. In comparison, geothermally active Wairakei, New Zealand has a heat flow of 1.7 watts/square meter and more than 2.5 watts/square meter occurs on Jupiter’s volcanically active moon, Io (Beatty et al., 1999, p. 244). Taylor (1975, p. 292, 294) credited the heat from these lunar measurements to the presence of average concentrations of 0.060 parts of million (ppm) of uranium, 0.16 ppm of thorium, and 120 ppm of radioactive potassium in Moon rocks. These concentrations are very reasonable. In comparison, a typical terrestrial diabase (basalt) has even higher concentrations of uranium (0.6 ppm) and thorium (2.4 ppm) (Krauskopf and Bird, 1995, p. 590). The abundance of radioactive potassium-40 in the Earth’s crust is about 117 ppm (Dalrymple, 1991, p. 92).”

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Ed, Wat wil je precies zeggen met dit citaat, en waar komt het citaat vandaan?

Ed Vaessen

Beste Douwe,

“Daarnaast zou de Kuipergordel het leven geven aan “kortlevende” kometen. Deze gordel zou “miljarden komeetachtige, uit steen en ijs bestaande objecten”34 bevatten. Probleem met deze theorie is dat er lang niet zoveel objecten zijn gevonden (sinds 2003 zijn er slechts 651 geteld).35”

Uiteraard kan men slechts tellen wat groot of helder of anderszins opvallend genoeg is om waargenomen te worden. Kometen zijn in de regel hooguit enkele tientallen kilometers groot. Het is dus niet verwonderlijk dat we die niet zo gauw zullen zien in de Kuipergordel. Het zou dus goed zijn als je laat zien wat de diameter is van die 651 objecten die je noemt.

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Ed,
Het is niet zo dat “men slechts [kan] tellen wat groot of helder” is. Ook kleine objecten kunnen waargenomen worden, wanneer ze voor een ander niet al te helder object langs passeren. Deze methode is gebruikt door TOAS(http://taos.asiaa.sinica.edu.tw/). Zij hebben hun resultaten in 2008 gepubliceerd: https://www.cfa.harvard.edu/news/2008-18. Hun conclusie is opmerkelijk: er zijn veel minder kleine KBOs (Kuiper Belt Objects) dan verwacht, misschien zijn ze uiteengespat in nog kleinere objecten of al samengeklonterd tot grotere objecten. Hiermee blijf je het probleem houden: er worden veel minder KBOs gevonden dan verwacht.
Er zijn dus tot nu toe alleen grote KBOs gevonden, geen kleine. Door deze waarnemingen wordt het model in ieder geval niet ondersteund. Het wegverklaren van de verwachte objecten helpt daar niet bij.

Ed Vaessen

“De rekenmodellen voor de Oortwolk voorspellen ongeveer 100 keer zoveel kometen dan het aantal dat wij nu waarnemen. Als oplossing hiervoor heeft men een arbitraire31 oplossing bedacht:32 de kometen zouden uiteenvallen voordat wij een kans gehad hebben ze te zien.33 Het lijkt wat gekunsteld om een wolk voor te stellen die niemand ooit heeft gezien, en vervolgens het feit dat deze theoretische wolk te weinig kometen oplevert weer weg te verklaren.”

Dat men de wolk nooit heeft gezien is evident. Daarvoor staat hij volgens het wetenschappelijke model veel te ver weg. Waarom dacht Oort aan een wolk? Hij besefte dat de kometen die hij waarnam niet zo maar ergens vandaan kwamen. Hun banen wezen duidelijk op het bestaan van de wolk op een bepaalde afstand van zon. Hoe dan ook vervalt zichtbaarheid als criterium voor het bestaan van de wolk. Wel is er het fading problem. Dat is weliswaar niet een factor honderd, zoals blijkt uit later, wetenschappelijk onderzoek, dat natuurlijk niet in 2002 stopte. Zie [voor de paper] hieronder.

Nu had men zo iets ook met de zon, dat ooit zijn ‘neutrino problem’ had. Daarmee werd echter niet betwijfeld of er daar kernfusie optrad. Men had het dan ook niet over een ‘gekunsteld’ kernfusiemodel maar kwam er gewoon achter dat men te weinig wist van de aard van neutrino’s.

The fading problem and the population of the Oort cloud
Authors: Neslušan, L.
Affiliation: AA(Astronomical Institute, Slovak Academy of Sciences, 05960 Tatranská Lomnica, Slovakia [email protected])
Publication: Astronomy and Astrophysics, Volume 461, Issue 2, January II 2007, pp.741-750 (A&A Homepage)
Publication Date: 01/2007
Origin: EDP Sciences
Astronomy Keywords: comets: general, Oort Cloud

Reply
Ed Vaessen

Douwe schrijft:
“Dit artikel is een reactie op een lezing van Cees Dekker met de titel “Schepping en Evolutie”. Dekker betrekt astronomie bij zijn argumentatie vóór evolutie, vandaar dat ik hier in dit artikel op reageer.”

Dit kan ik zo niet beoordelen. Graag ontvang [ik] een kopie van wat hij schreef of zei, zodat ik het zelf kan beoordelen.

Reply
Douwe Tiemersma

@Ed: zie voetnoot 1 voor de presentatie slides van Cees Dekker. Een uitgebreider verslag is helaas niet beschikbaar.

Ed Vaessen

Douwe schrijft:

“Dag Ed, Wat wil je precies zeggen met dit citaat, en waar komt het citaat vandaan?”

Natuurlijk. Het komt van Kevin R. Henke: “No Evidence of Recent Volcanism on the Moon”
http://www.noanswersingenesis.org.au/volcanism_on_moon.htm

Het is een goed voorbeeld van de exactheid die een (…) wetenschapper kenmerkt die (…) naar de details kijkt (…). Vraag: Had jij je informatie van Young?

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Ed,
Nee, ik had mijn informatie niet van De Young. In mijn voetnoten kun je zien waar ik de informatie vandaan heb.

Ed Vaessen

Douwe schrijft:
“Er is echter een probleem. Er is namelijk een groeiende lijst met oppervlakte veranderingen van het maanlandschap. Deze veranderingen worden transient lunar phenomena (TLPs) genoemd. TLPs worden door ooggetuigen beschreven als lichte stippen, gekleurde gloeden, lichtflitsen en nevels. Sinds begin zeventiende eeuw zijn er meer dan duizend TLPs gerapporteerd:
Astronoom William Herschel rapporteerde tussen 1783 en 1787 meerdere op vulkaanuitbarstingen lijkende TLPs: “In het donkere deel van de maan nam ik een lichtgevende stip waar. Het leek op een rode ster”. Vier jaar later schreef hij: “Ik neem drie vulkanen waar […] De derde vertoont tekenen van een uitbarsting van vuur of lichtgevende materie”.4“

Het zou goed zijn om al die TLP’s eens in detail door te nemen in plaats van ze te linken aan wat Herschel rapporteerde, daarmee [m.i.] ten onrechte suggererend dat het allemaal over vulkanisme gaat. Uitstoot van gas, de inslag van kleine meteorieten en fouten in de waarnemingen zijn mogelijke verklaringen voor de waarnemingen. De Italiaan Schiaparelli ontdekte ooit de befaamde Marskanalen, wat echter een optische illusie was. (…) Wat is het verschil met de vulkanen van Herschel?

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Ed,
Ik zag dat ik hier nog niet op had gereageerd. Excuses. Het in detail doornemen van al die TLPs voert voor dit artikel wel ver, maar het lijkt me een goed idee dat iemand dit eens nader onderzoekt. Daarnaast vind ik het vreemd dat een verkeerde observatie van Schiaparelli zou betekenen dat we geen enkele andere observatie meer zouden mogen vertrouwen – of bedoel je dat we alleen die observaties niet meer mogen vertrouwen die indruisen tegen het geloof in miljarden jaren?

Ed Vaessen

“Ook de magnetische velden van Uranus en Neptunus zouden allang niet meer meetbaar moeten zijn, en ook voor deze planeten deed Humphreys een juiste voorspelling17 over de sterkte van die velden op basis van de aanname dat het zonnestelsel slechts enkele duizenden jaren oud is, terwijl andere wetenschappers voorspeld hadden dat de magnetische velden 100.000 keer zwakker zouden zijn.18”

Beste Douwe, misschien moet je eens met wat meer details komen. Humphrey voorspelde niets. Wezenlijk bedacht hij een grafiek die klopte voor Jupiter en voor de aarde en die, weinig verwonderlijk, op een waarde uitkwam die klopte voor Uranus en Neptunus. Zo afwijkend zijn Neptunus en Uranus natuurlijk niet.

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Ed,
Zoals ik al aangaf, had Humphreys de sterkte van de magnetische velden berekend voor oa Uranus en Neptunus. Seculiere wetenschappers hadden ook een verwachting, deze klopte echter helemaal niet, terwijl Humphreys berekeningen wel klopten. Hier kun je zijn berekeningen en zes voorspellingen die hij deed, nalezen: http://www.creationresearch.org/crsq/articles/21/21_3/21_3.html

Ed Vaessen

“Uiteraard kan men slechts tellen wat groot of helder of anderszins opvallend genoeg is om waargenomen te worden. Kometen zijn in de regel hooguit enkele tientallen kilometers groot. Het is dus niet verwonderlijk dat we die niet zo gauw zullen zien in de Kuipergordel. Het zou dus goed zijn als je laat zien wat de diameter is van die 651 objecten die je noemt.”

Beste Douwe, heb je al een tabel gevonden waarin de diameter van de objecten wordt genoemd?

Reply
Hetty Dolman

De diameter van de Andromedanevel [i]s al 250.000 lichtjaar. De afstand tot de aarde bedraagt meer dan 2 miljoen lichtjaar. Zolang heeft het dus geduurd voordat het licht van de Andromedanevel ons heeft bereikt. We weten dus heel zeker dat het zonnestelsel veel ouder [i]s dan 10.000 jaar.

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Hetty,
Heb je het artikel gelezen? In het artikel zet ik nl juist uiteen dat we dit niet zeker kunnen weten, sterker nog dat er zeer veel aanwijzingen zijn dat het heelal een stuk jonger is.

Ed Vaessen

Douwe Tiemersm[a]:

“Het lijkt wat gekunsteld om een wolk voor te stellen die niemand ooit heeft gezien,”

Atomen heeft ook niemand ooit gezien. Noch het middelpunt van de aarde. Toch noemt geen wetenschapper het ‘gekunsteld’ als daar uitspraken over worden gedaan. [Heb] je God wel eens hebt gezien[?] Je doet daar immers ook zeer stellige uitspraken over.

“Hiermee blijf je het probleem houden: er worden veel minder KBOs gevonden dan verwacht.”

Waarom is dat een ‘probleem’?

“Ik zag dat ik hier nog niet op had gereageerd. Excuses. Het in detail doornemen van al die TLPs voert voor dit artikel wel ver, maar het lijkt me een goed idee dat iemand dit eens nader onderzoekt. ”

Heb jij [dat] niet gedaan[?] Je trekt er [wel] de conclusie uit dat het om vulkanische verschijnselen ging.

Eelco van Kampen:

“Ik heb Scheffle en Elsasser er even bijgepakt, en die schrijven toch duidelijk (over density waves) dat ‘it has now become the most fully developed theory of the spiral structure of galaxies’ (sinds Lin et al. in de jaren zestig !).”

Waarmee duidelijk is dat het niet om een ‘probleem’ ging voor het model van een oud universum, zoals Douwe stelde toen hij naar Scheffle en Elsasser verwees. De schrijvers, die wisten dat de spiraalarmen niet solide waren in overeenstemming met wat men in astronomische kringen begrepen had, noemden de dichtheidsgolven een goede verklaring voor wat ze zagen.
Er was [hiermee] dus geen ‘probleem’ (voor een oud universum) waarvoor de wetenschap een oplossing ‘ad hoc’ moest bedenken om het ‘weg te redeneren’.

Reply
Hetty Dolman

Hoi Douwe,
“Heb je het artikel gelezen? In het artikel zet ik nl juist uiteen dat we dit niet zeker kunnen weten, sterker nog dat er zeer veel aanwijzingen zijn dat het heelal een stuk jonger is.”

Mijn reactie is wat laat want k heb het erg druk momenteel, sorry.

Ik lees [i]ets over tijddilatatie. Interessant. Dit wordt door de wetenschap blijkbaar zo goed begrepen dat GPS goed werkt. Ik vindt het eerlijk gezegd heel vergezocht en ook wel raar om hiermee het heelal minder dan 10.000 jaar te verklaren. Ik had het over de Andromedanevel, maar er zijn zat sterrenstelsel die nog veel en veel verder weg liggen. Je zou dus moeten uitrekenen in welke mate de snelheid van het licht wordt beïnvloed door dit fenomeen tussen ons en [M]ars, tussen ons en de Andromedanevel, etc.

Het kan namelijk nooit zo zijn dat tijddilatatie ervoor zorgt dat alle sterrenstelsels en verre planeten op eenzelfde tijdsduur van lichtverplaatsing uitkomen en zo op die scheppingsdag 6000 jaar geleden.

Reply
Ed Vaessen

Douwe Tiemersma:
“Er is echter een probleem. Er is namelijk een groeiende lijst met oppervlakte veranderingen van het maanlandschap. Deze veranderingen worden transient lunar phenomena (TLPs) genoemd. TLPs worden door ooggetuigen beschreven als lichte stippen, gekleurde gloeden, lichtflitsen en nevels. Sinds begin zeventiende eeuw zijn er meer dan duizend TLPs gerapporteerd:”

[Ik zou] graag bewijsvoering [willen zien] dat het om vulkanisme gaat in onze tijd gaat.

“Ook waren de gemeten warmtestromen ongewoon hoog voor een miljarden oude maan met afgekoelde korst.”

Kan Douwe dit [met getallen] in detail toelichten?

“De rekenmodellen voor de Oortwolk voorspellen ongeveer 100 keer zoveel kometen dan het aantal dat wij nu waarnemen. Als oplossing hiervoor heeft men een arbitraire oplossing bedacht”

[Zou je uit kunnen leggen] wat [hier] ‘arbitrair’ is.

Reply
Leo Duym

Met veel belangstelling gelezen. Uiteraard kan God een uitdijend heelal hebben geschapen, en waarom ook niet alle spiraalnevels? De spiraalvorm vinden we terug in de natuur zonder dat er sprake kan zijn van rotatie, denken we maar aan een slakkenhuisje.

Reply
Chan

Kan dhr. Tiemersma wellicht eens iets schrijven over het begrip Tijd? Ik meen dat CS Lewis er wijze dingen over heeft geschreven. Beweging en dus ook een oerknal heeft als noodzakelijke voorwaarde dat Tijd (toch een dimensie) ontstond. Kan men spreken over Tijd bij een singulariteit? Waaraan zou dan bij dat spontane ontstaan voldaan moeten zijn? En waarom werkt tijd (ook relatief, ook ruimtetijd) altijd lineair, heeft één richting (verleden ->toekomst). Wat is Tijd in een model waarin schepping niet voorkomt? En voor welke problemen (gaten) worden de aanhangers van dat model gesteld? Is hier ergens en beschouwing over te vinden?

Reply
Raphaël

Chan,

Weleens overwogen dat hetgeen wat wij tijd noemen, wellicht op zich misschien niet bestaat? Wat je zegt, er bestaat wel beweging, iets waar wij -bij wijze van gewoonte- de naam ‘tijd’ aangegeven hebben. Als je bijvoorbeeld 1 jaar ‘ouder’ bent geworden, dan betekent dat dat je meegemaakt hebt dat de aarde 1 maal om de zon gedraaid heeft (bezien vanuit een heliocentrisch beeld) en als je 1 dag ‘ouder’ bent geworden, dan heeft de aarde 1 maal om zijn eigen as gedraaid (ook weer gezien vanuit het heliocentrisch beeld). Men zou dus kunnen veronderstellen dat er geen tijd op zich hoeft te bestaan. En als er al zoiets als tijd zou bestaan, dan is die, denk ik, gekoppeld aan de snelheid.

Het punt met dit soort zaken is dat men, denk ik, niet uit het oog moet verliezen dat e.e.a. vanuit menselijk perspectief wordt bekeken. Het zou beter zijn als men het bekijkt vanuit een ander perspectief, denk ik. Men kan denken aan Plato’s denken: Men ken zeggen dat er lopen bestaat; mensen lopen, paarden lopen, water loopt, maar lopen op zichzelf bestaat natuurlijk niet. Er loopt iets, iemand, maar lopen op zich bestaat natuurlijk niet. Zo kan er dus – in onze ogen- wel ‘tijd’ verlopen (het verplaatsen van energie), iets dat we dan een naam geven, maar tijd zelf bestaat natuurlijk misschien niet. Dus er zou misschien helemaal geen probleem met de tijd bestaan als tijd niet bestaat.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over