Tot voor kort waren de meeste geologen ervan overtuigd, dat granitisch magma slechts zeer langzaam beweegt in de vorm van omhoogstijgende diapieren vanonder de aardkorst naar de definitieve bestemming in het graniet (dieptegesteente). Nieuwe waarnemingen van de gesteente samenstelling en -structuur, laboratorium metingen aangaande de aardkorst alsook vloeistofdynamische berekeningen tonen echter aan, dat het magma in de meeste gevallen tot 100.000 maal sneller omhoog vloeit, dan tot nu toe aangenomen werd. Daarom is het duidelijk, dat veel diapieren, die tot nu toe een ouderdom van vele miljoenen jaren toegeschreven werden, in werkelijkheid zeer jong zijn.

cerro_torre_argentinië.pixabay

Graniet is een fijn- tot grofkorrelig  kristallijn gesteente, meestal helder van kleur met een hoog siliciumgehalte. Onder diapier verstaat men in het algemeen een in horizontale doorsnede ronde, en in verticale doorsnede paddestoelvormige opeenhoping van materiaal van lage viscositeit, dat tengevolge van stuwende krachten door een meer viskeuze omgeving opstijgt. Naast granietdiapieren spreekt men bijvoorbeeld ook van zoutdiapieren.

Het ontstaan van graniet

Heet magma stijgt tot enkele kilometers vanonder de aardkorst op en vormt daar een veelal onregelmatig gevormde substantie, een zogenaamde granietopeenhoping (ook dieptegesteente genoemd). Bepaalde mineralen kristalliseren reeds gedurende het opstijgen. Maar het grootste gedeelte van deze mix kristalliseert op de eindbestemming tijdens de afkoeling. Hebben zich na verloop van tijd enkele granietopeenhopingen in een beperkte omgeving samengevoegd, dan spreekt men van een batholiet.

Processen met “ongeologisch” hoge snelheden

Volgens berekeningen kan een gemiddelde magmasmelt in 41 dagen door een zes meter brede en 30 km lange Dike1 getransporteerd worden. Zo kan een batholiet van 6000 km3 in slechts 350 jaar gevormd worden. Een “in kleine hapjes” wording over tienduizenden jaren is uitgesloten, omdat daarvoor de nodige bewijzen in het laccoliet ontbreken. Bij het contact, het raakvlak tussen twee granietopeenhopingen, zou namelijk de reeds afgekoelde oudere magma door nieuw aangekomen hete magma wederom opgewarmd en omgezet worden. Dikte en opwarmingssporen in het aangrenzende gesteente van gevonden Feeder-Dikes2 bevestigen deze conclusie.

fontein_bal_graniet.pixabay

Chemische analyses tonen in bepaalde gevallen, dat er zich tussen de smelt en het gesteente in het betreffende gebied geen chemisch evenwicht kon instellen, voor het magma werd onttrokken. Deze bevindingen kunnen alleen verklaard worden, indien in korte tijd in een nauw begrensd gebied van de aardkorst zeer veel magma gevormd werd en het materiaal ofwel voor de segregatie ofwel bij de eindbestemming een chemische homogenisering onderging.

Epidot

Een heel sterke indicatie voor een snel transport is het mineraal epidot, dat in enkele batholieten gevonden werd. Epidot is slechts op diepten vanaf ca. 20 km in contact met magma stabiel. Volgens experimentele onderzoeken desintegreren de 0,5 mm grote epidotkorrels van Front Range bij 800º C binnen 50 jaar, wanneer zij in de aardkorst belanden. Bij de White-Creek-batholieten berekende men aan de hand van de gevonden korrelgrootten en de veronderstelde temperatuur en diepte van de magma een stroomsnelheid van minstens 700 meter per jaar. Daarom is het ontstaan van batholieten in tientallen dan wel honderden jaren zeker realistisch.

Snelle intrusie van granietsmelten door dikes

De discussie over het magmatransport is in volle hevigheid losgebarsten.3 Opmerkelijk is, dat ondanks veel leemtes in de kennis, duidelijk vastgesteld kan worden, dat in het binnenste der aarde grootschalige processen plaatsvinden (of tenminste gedurende bepaalde perioden van de aardhistorie plaatsgevonden hebben), die vele malen sneller verlopen dan de gewoonlijk geschatte geologische snelheden zoals bijvoorbeeld de platenverschuivingen in de platentektoniek (tegenwoordig enkele centimeters per jaar).

Voetnoten

  1. Dikes zijn plaatachtige, vaak ver uitstekende gesteenten uit magmagesteente, die grote spleten vullen en het omgevende gesteente snijden of doorkruisen.
  2. Dikes, die als toevoerkanalen voor dieptegesteenten gelden, gaf men de naam “Feeder-Dikes”.
  3. Franz Egli-Arm, Studium Integrale, April 1998, p. 6 – 16, http://www.wort-und-wissen.de/index2.php?artikel=sij/sij51/sij51-2.html

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.

3 Comments

Peter

“Opmerkelijk is… dat in het binnenste der aarde grootschalige processen plaatsvinden … die vele malen sneller verlopen dan de gewoonlijk geschatte geologische snelheden zoals bijvoorbeeld de platenverschuivingen in de platentektoniek (tegenwoordig enkele centimeters per jaar).”

Waarom volgt daaruit dat de klassieke geologie niet opgaat? Wat hebben magmasnelheden met de snelheid van platentektoniek te maken? Er is een youtube over een lavawaterval op Hawaii: https://www.youtube.com/watch?v=ka5LFi2UyJ0 en https://www.youtube.com/watch?v=HzwuTBx93uA. Dat gaat sneller dan platentektoniek. Over evolutie zegt dit al helemaal niets.

Reply
Hetty Dolman

Hoe snel of langzaam magma naar bovenkomt heeft weinig te maken met de vorming van graniet; de snelheid waarmee magma afkoelt is belangrijk. Hoe langzamer de afkoeling hoe groter de kristallen die je ziet in het gesteente. Daar is nu eenmaal tijd voor nodig. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Graniet

Dit argument (gesteente ontstaat heel snel) is tegengesteld aan het argument van vorige week, de snelle erosie. Dat betekent dat creationisten argumenten gebruiken die met elkaar in conflict zijn.

Reply
D. Mast

Persoonlijk denk ik dat het omhoogkomen van zulke batholieten tijdens de Zondvloed zelf is gebeurd in het binnenste hart van de zich vormende gebergtes. Denk maar aan graniet in afgevlakte Variscische gebergtegordels. Bijv. de Bohemen, Dartmoor in Devon en in Cornwall. Tijdens de fases van het zich terugtrekkend zondvloedwater werden bovenliggende lagen weggespoeld en kwamen de stollende granietmassa’s aan het aardoppervlak tevoorschijn in de vorm van afgeschraapte schiervlaktes (Planation Surfaces). Door de drukontlasting die daarbij optrad, ging het graniet aan de oppervlakte schilferen. Met als gevolg ronde vormen van zulke granietbatholieten en de vorming van losse rotsformaties (tors) op de toppen van dergelijke batholieten.

Waar granietbatholieten tijdens de Zondvloed aan het aardoppervlak kwamen, ontstonden er zeer zware vulkaanerupties (supererupties) die wijdverspreid dikke lagen vulkanische as en puin afzetten.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over