Aan steenkoollagen worden vaak leeftijden van miljoenen tot honderden miljoenen jaren toegeschreven. Maar als steenkool echt zo oud is, kan het beslist geen koolstof-14 (14-C) meer bevatten. Want het radioactieve 14-C vervalt zo snel dat er na zo’n honderdduizend jaar geen spoortje meer van te bekennen is. Toch worden er in steenkool nog meetbare hoeveelheden 14-C aangetroffen. De aanwezigheid van 14-C in steenkool toont aan dat steenkool op z’n hoogst enkele tienduizenden jaren oud is.

steenkool.pixabay

“De aanwezigheid van 14-C in steenkool toont aan dat steenkool op z’n hoogst enkele tienduizenden jaren oud is.”

Koolstof is een element dat in grote hoeveelheden voorkomt in organisch materiaal. Er bestaan drie verschillende types (isotopen), namelijk:

  • Koolstof-12 (12-C)
  • Koolstof-13 (13-C)
  • Koolstof-14 (14-C)

Van deze drie isotopen is 14-C het meest zeldzaam. In de atmosfeer zijn er een biljoen keer zo veel 12-C-atomen als 14-C-atomen. Deze verhouding van één 14-C-atoom per biljoen 12-C-atomen is ook de verhouding in levende planten en dieren.

Verval

Zo lang planten en dieren in leven blijven en stoffen uitwisselen met hun omgeving, blijft deze verhouding hetzelfde. Maar zodra organismen sterven, begint de hoeveelheid 14-C af te nemen. Want 14-C is radioactief: het vervalt met een halfwaardetijd van 5.730 jaar tot stikstof-14. Dat wil zeggen dat er na 5.730 jaar nog maar de helft over is. Na 11.460 jaar is er nog maar een kwart over, et cetera. Intussen blijft de hoeveelheid 12-C ongeveer hetzelfde, dus neemt de verhouding 14-C ten opzichte van 12-C steeds verder af. Na 100.000 jaar is er nog maar zó weinig 14-C over in verhouding tot 12-C, dat het zelfs met de meest gevoelige apparatuur beslist niet meer
waarneembaar is. Toch wordt er nog 14-C gevonden in steenkool. En dat terwijl veel steenkoollagen al driehonderd miljoen jaar oud zouden zijn! Dat geldt ook voor fossiel hout, fossiele schelpen, fossiele botten, aardgas, marmer en zelfs voor diamanten: allemaal bevatten
ze nog meetbare hoeveelheden 14-C. Voor al deze materialen, waar nog detecteerbaar 14-C in wordt aangetroffen, geldt dat ze op z’n hoogst enkele tienduizenden jaren oud zijn.

Verklaring

steenkoolwinning.pixabay

“Kan de besmetting dan hebben plaatsgevonden tijdens het mijnen van het steenkool?”

Hoe gaan wetenschappers die in miljoenen jaren geloven hiermee om? Want dat steenkool zo jong zou zijn is in totale tegenspraak met de geologische kolom. Hoe verklaren ze de aanwezigheid van 14-C in steenkool en andere materialen?

  • De meest populaire evolutionistische verklaring is contaminatie (verontreiniging). De 14-C die in laboratoria wordt gemeten moet afkomstig zijn van besmetting die onbedoeld plaatsvindt terwijl de monsters worden voorbereid op de meting. Maar de onderzoekers die deze metingen uitvoeren treffen stringente voorzorgsmaatregelen om contaminatie te voorkomen! Ook wordt er voor besmetting gecorrigeerd door een ‘contaminatiecorrectie’ van de gemeten waarde af te trekken. De meeste steenkolen blijken dan nog steeds significante hoeveelheden 14-C te bevatten…
  • Kan de besmetting dan hebben plaatsgevonden tijdens het mijnen van het steenkool? Kan er een klein beetje 14-C uit  de lucht in het steenkool terecht zijn gekomen? Het probleem  hiermee is dat er in de lucht maar heel weinig 14-C zit. Zelfs als iedere kilo gemijnde steenkool op één of andere manier al het 14-C uit één liter lucht zou absorberen, zou de resulterende 14-C concentratie vijfduizend keer zo weinig  zijn als wat er in steenkool wordt gevonden. Dit kan dus ook niet  de oplossing zijn.
  • Een derde evolutionistische poging om het  14-C in steenkool te verklaren is de suggestie dat het afkomstig is van uraniumverval. Uranium is net als 14-C radioactief en vervalt in een aantal stappen tot lood. Tijdens dit uraniumverval ontstaat een beetje 14-C. In en rond steenkool kunnen kleine hoeveelheden uranium voorkomen, dus is dit misschien de verklaring voor 14-C in steenkool? Ook deze verklaring is ontoereikend. Omdat er maar zo weinig uranium in steenkool zit en uranium zo langzaam vervalt, kan dit maar héél weinig 14-C verklaren. De 14-C concentratie die op deze manier verklaard kan worden, is tienduizend keer te laag.

De auteur heeft op deze website een uitgebreid artikel geschreven over deze materie.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Jorritsma, R.N., Steenkool veel jonger dan gedacht. C-14 in steenkool krachtig argument vóór scheppingsmodel, Weet 13: 10-11.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Ruben Jorritsma heeft evolutiebiologie gestudeerd aan Wageningen Universiteit en is tegenwoordig werkzaam als directeur van Stichting Apologica.

10 Comments

Jan van Meerten

Geachte oorsprongswetenschapper, Anderhalf jaar geleden schreef ik dit:

“Als u de raad van dr. Fransen opvolgt en inderdaad ‘koolstof 14 Fransen’ intypt, komt er een weerlegging (daar)van van evolutie.eu tevoorschijn. Bij de afwerking van dit artikel zag ik dat dr. Fransen nu wel een tweeluik gemaakt heeft over C14. Het eerste deel is helaas geen uitgebreide weerlegging van het artikel op evolutie.eu. De schrijver pikt er wat citaten uit en valt deze aan. Als het lastig wordt, gooit de schrijver er een Bijbeltekst tegenaan. Over het tweede deel op zijn weblog is wat langer nagedacht. Jammer genoeg kijkt de schrijver hier alleen naar Answers in Genesis. Hij vergeet echter een recente bijdrage in het Reformatorisch Dagblad over een Nederlands onderzoek, die veel problemen voor hem oplost of op z’n minst verkleint (zie Dikkenberg, 2014a). Ook in het tweede deel zien we dus geen weerlegging van de argumenten in het artikel op evolutie.eu.”
Bron: https://scheppingsmodel.files.wordpress.com/2014/11/neodarwinisme-en-de-reformatorische-belijdenis3.pdf

We verlangen dus een grondige bespreking van het artikel waarin alle punten worden meegenomen en een goed onderbouwde verklaring voor de data die gevonden is. Verder houdt de auteur van de bovenstaande blogitems geen rekening met alle onderzoeken die door creationisten gedaan zijn betreffende C14. De bespreking van het bovengenoemde artikel (geschreven door Dikkenberg) op het blog van de auteur zou een begin kunnen zijn.

Reply
Hetty Dolman

Volgens mij maakt het niet zoveel uit. Als er C-14 in steenkool is terechtgekomen, dan kunnen we zoeken naar de oorzaak, maar het is nooit een argument voor een jonge aarde. (…)

Reply
Douwe Tiemersma

Dag Hetty,

Waarom zou je die optie op voorhand willen uitsluiten?

<Leon van den Berg

Beste Ruben,

Twee zaken vallen mij hier op:

Ten eerste zeg je “Voor al deze materialen, waar nog detecteerbaar 14-C in wordt aangetroffen, geldt dat ze op z’n hoogst enkele tienduizenden jaren oud zijn”. Je presenteert het alsof jij nu een definitief antwoord gevonden hebt, als een feit. (…) Je had [beter (red.)] iets kunnen schrijven in de trant van “Indien deze argumenten kloppen zouden sommige 14-C metingen wijzen op een leeftijd van steenkool van op z’n hoogst tienduizenden jaren, dit in tegenstelling tot een heleboel andere ter discussie staande argumenten”.

Ten tweede zijn jouw argumenten samen te vattten onder het idee van het aangetoond hebben van “het niet bestaan van iets”: jij meent aangetoond te hebben dat er géén lek is, geen bron van 14-C of electronische ruis. Opvallend. Alle filosofen zijn van mening dat men nooit kan aantonen dat iets niet bestaat. (…) Hoe weet jij dat er geen tot nu toe onbekende oorzaak is voor het meten van 14-C in steenkool?

Reply
Peter B

Het is inderdaad zo dat je een non-existentie nooit kunt aantonen. We hebben hier echter te maken met het aantonen van een existentie, namelijk die van 14C in steenkool. Daarmee hebben we een gemeten wetenschappelijke discrepantie tussen theorie en praktijk. Het is een anomalie en van anomalieen weten we dat ze vaak tot nieuwe inzichten en paradigmata leiden. Het wegredeneren van zulke anomalieen is natuurlijk makkelijk, maar leidt slechts tot dogma en orthodoxie. D.w.z. we hoeven dan geen onderzoek meer te doen, omdat de waarnemingen niet meer belangrijk zijn. En dat zou het einde van de wetenschap betekenen.

Leon van den Berg

Beste Peter B,

Er is geen (intrinsiek) C-14 aangetoond, er zijn meters die uitslaan, en dat uitslaan kan uitstekend verklaard worden door ruis, bijvoorbeeld : http://www.asa3.org/ASA/education/origins/carbon-kb.htm en http://ageofrocks.org/2010/11/13/radiocarbon-evidence-for-the-antiquity-of-the-earth/ Dat betekent uiteraard dat met “ruis” als verklaring het debat definitief dogmatisch gesloten is maar Ruben zegt nu net het omgekeerde, namelijk dat: “steenkool op z’n hoogst enkele tienduizenden jaren oud is”. (…)

Douwe Tiemersma

Dag Leon,

De hoeveelheid gevonden C14 is vele malen meer dan kan worden verklaard met “ruis”, daarnaast moet worden verklaard waarom C14 in de meeste andere gevallen wel als betrouwbare methode wordt gezien: heb je alleen in “te oud” materiaal (steenkool) last van ruis, en op alle andere plaatsen niet? Klinkt wat te eenvoudig…

Leon van den Berg

Dag Douwe,

Waar maak jij precies uit op dat de “hoeveelheid gevonden … C14 vele malen meer (is) dan kan worden verklaard met “ruis” “?

Je vraagt “heb je alleen in “te oud” materiaal (steenkool) last van ruis, en op alle andere plaatsen niet? Klinkt wat te eenvoudig….” (…) [Hoe bedoel je deze vraag? (edit red.)]

Douwe Tiemersma

Dag Leon,
De gevonden hoeveelheid C14 kan niet worden verklaard met ruis. Zie bijvoorbeeld dit artikel. Kijk vooral naar het kopje met de titel MACHINE BACKGROUND IS NOT AN ADEQUATE EXPLANATION en de tabel erboven.
Met de vraag waarom je op alle andere plaatsen geen last hebt van ruis, bedoel ik, dat het vreemd is om alleen metingen van C14 in “te oude” samples weg te verklaren met “ruis”. Als we C14 vinden in een sample waarvan we vinden dat die veel ouder moet zijn (om wat voor reden dan ook), zeggen we dat het ruis is, terwijl je niemand hoort over ruis bij samples waarvan we vinden dat ze jong kunnen zijn. Zie voor een antwoord op deze vraag ook bovenstaande link.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over