De ontelbare kosmische en biologische structuren, die wij tegenwoordig waarnemen, zouden volgens veel wetenschappers ontstaan zijn door puur toeval. Dit dogma is in tegenspraak met de doelgerichtheid (teleologie) en planmatigheid, die in de gehele natuur is te herkennen. Indien de natuur daadwerkelijk door zuiver toevallige processen zou zijn ontstaan, dan zou geen teleologie herkenbaar mogen zijn.

De meeste voorstanders van de evolutie willen het ontstaan van het leven uitsluitend uit de materie en de natuurwetten verklaren. Volgens deze opvatting zou er in de natuur geen teleologie mogen bestaan. In dit verband erkent de politicoloog en bioloog Robert Wesson: “De enige vraag, waarover de moderne schrijvers eensgezind zijn, is die, dat aanpassing (door mutatie/selectie) niet teleologisch is”.1

Deze eensgezindheid kan door de gemeenschappelijke materialistische benadering van de wetenschappers verklaard worden. Maar hoe kan de evolutionist Aldous Huxley de evolutie als een “doelgericht (!), in de tijd onomkeerbaar proces” beschrijven,2 als juist die doelgerichtheid ontkend wordt?

De nobelprijswinnaar Jacques Monod moest toegeven, dat “de hoeksteen van de wetenschappelijk methode het postulaat van de objectiviteit van de natuur is [.] Het postulaat van de objectiviteit is essentieel voor de wetenschap […] Juist die objectiviteit verplicht ons het teleonomisch karakter van de levende wezens te erkennen, toe te geven, dat zij in haar structuren en prestaties een plan volgen. Het centrale probleem in de biologie wordt veroorzaakt door deze tegenstrijdigheid”.3

In een materialistische wereldbeschouwing is deze tegenstrijdigheid niet te vermijden. Het postulaat van een volledige doelloosheid valt nauwelijks te verdedigen bij het logisch overdenken van de concrete werkelijkheid in de natuur.4

Voetsporen van God in de schepping?

Met zijn boek “Spuren Gottes in der Schöpfung?” levert Reinhard Junker een diepgaande verhandeling en een gedetailleerde analyse van de kritiek op de basisideeën van de Intelligent Design beweging. Wetenschapstheoretisch, wetenschappelijk en theologisch benadert hij het thema van de teleologie in de biologie, waarbij hij het onvermogen van de evolutionistische modellen om tot op de dag van vandaag een verklaring voor dit fenomeen te geven, nauwkeurig uitwerkt.5

Voetnoten

  1. Robert Wesson, Beyond Natural Selection, Cambrige/Mass. 1991, deutschsprachige Ausgabe: Die unberechenbare Ordnung, Artemis & Winkler, München, 1993, p. 31.
  2. Johannes Grün, Die Schöpfung, ein göttlicher Plan, p. 509.
  3. Jacques Monod, Le Hasard et la Nécessité, Paris, 1970, p. 37f. (deutsche Ausgabe: Zufall und Notwendigkeit, München, 1971).
  4. Phillip E. Johnson, Darwin im Kreuzverhör, CLV Bielefeld, 2003, p. 145.
  5. Reinhard Junker, Spuren Gottes in der Schöpfung? Eine kritische Analyse von Design-Argumenten in der Biologie, Holzgerlingen, 2009.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

95 Stellingen

Written by

Weliswaar zijn sinds de eerste uitgave van Charles Darwins boek "Het ontstaan van soorten" op 24 november 1859 ontelbare feiten bekend geworden, die heel duidelijk tegen de evolutietheorie spreken, maar het geloof in evolutie, oerknal en een vele miljoenen jaren oude aarde heeft zich diep in het bewustzijn van de moderne maatschappij ingenesteld. Hierbij heeft deze wereldbeschouwing langzamerhand een fundamentalistisch karakter aangenomen. In geen ander gebied van de wetenschap worden kritische stemmen zo onzakelijk en heftig aangevallen als op dit gebied van onderzoek. Wie twijfelt, wordt uit het debat over de oorsprongsvragen uitgesloten en niet zelden bestreden. De eigenwijsheid van de leidende disciplines in wetenschap, onderwijs en media doet denken aan de koppigheid, waarmee de Rooms Katholieke kerk in de Middeleeuwen haar toenmalige wereldbeeld verdedigd heeft. Op 31 oktober 1517 heeft de hervormer Maarten Luther 95 stellingen gepubliceerd, waarmee hij de toenmaals wijdverbreide aflaatpraktijk ter discussie stelde. Deze bemoeienis heeft een kettingreactie veroorzaakt, die uiteindelijk tot de Reformatie leidde. Op gelijke wijze moeten de hier aanwezige 95 stellingen tot een verandering van denken in het oorsprongsdebat bijdragen. Met deze publicatie willen wij ons ervoor inzetten, dat in de discussie over de oorsprong van de mensheid, het aardse leven en de kosmos een open omgang met wetenschappelijke gegevens, interpretaties en wereldbeschouwelijke stellingnamen* mogelijk wordt.