Veel opponenten van het klassieke scheppingsreferentiekader verkondigen dat het zgn. creationisme modern is. Sommigen noemen de Verlichting als beginpunt van dit referentiekader. Anderen kiezen een ander beginpunt nl. The Fundamentals, Scopes Trial, George McCready Price of het boek The Genesis Flood van John Whitcomb en Henry Morris.

In dit verzameldocument wordt de christelijke literatuur vanaf de apostelen tot Scopes Trial nauwkeurig onderzocht op de visie van de betreffende schrijvers op Genesis, en dan met name de eerste elf hoofdstukken. De auteur van dit verzameldocument is er overigens van overtuigd dat het boek Genesis één geheel vormt. De eerste elf hoofdstukken vormen echter het fundament van het klassieke scheppingsreferentiekader voor joden en christenen. Als christenen aanvaarden we dat ook vanwege het getuigenis van Jezus Christus die geen tittel of jota wilde veranderen aan de Tora.

Elk deeldocument bespreekt een boek of een andere vorm van literatuur waarin de volgorde zoals weergegeven in Genesis 1-11 wordt aangehouden. Opvallende chronologische/inhoudelijke/uitlegkundige zaken worden in de overzichtstabel gepresenteerd. Dit document is een werkdocument en is dus aan wijzigingen onderhevig. Voor de laatste versie dient u daarom altijd deze pagina te raadplegen.

Overzichtstabel visie christelijke schrijvers door de eeuwen heen.

Apostolische vaders (0-150).

(1) Drie Apostolische Vaders en onze oergeschiedenis

Patristiek (150-500).

(1) De paashomilie van Melito van Sardes (? – ±180).
(2) Het commentaar op het ‘Onze Vader’ van Tertullianus en Cyprianus en Genesis 1-11.

Middeleeuwse kerkvaders (500-1500).

(1) Thomas a Kempis (±1380-1471) en zijn ‘Erkenning van onze broosheid’

(Nadere) Reformatoren en andere christenen (1500-1800).

Recente christenen tot Scopes Trial (1800-1925).

(1) Twee Engelse predikanten uit de achttiende en negentiende eeuw en hun visie op de oergeschiedenis

Logos Instituut is een stichting en daarom afhankelijk van giften. Wilt u dit project ondersteunen? Dan kunt u een gift overmaken naar NL53 INGB000 7655373 o.v.v. ’Terug naar de bronnen’. De Belastingdienst heeft de Stichting Logos Instituut aangewezen en geregistreerd als een ‘Algemeen Nut Beogende Instelling’ (ANBI). Dit betekent dat u als donateur gebruik kunt maken van belastingvoordeel.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

3 Comments

Bas

“No one, I think, can doubt that the statement that God walked in the afternoon in paradise, and that Adam lay hid under a tree, is related figuratively in Scripture, that some mystical meaning may be indicated by it.” (Origen, First Principles, Book IV. 16)

Het allegorisch interpreteren van Genesis 1 en 2 impliceert overigens niet dat je gelooft dat de mens van een molecuul afstamt dat vier miljard jaar geleden per toeval is ontstaan.

Reply
Jan van Meerten

Geachte Bas, Dr. Fransen kwam via Twitter ook met dit citaat. Zelf ben ik benieuwd naar de context ervan. Het valt op dat theïstische evolutionisten graag Origenes aandragen als bewijs dat Genesis anders gelezen moet of kan worden. Origenes had inderdaad een allegorische uitleg. In zijn ‘Contra Celsum’ en ‘Homilies on Genesis and Exodus’, lees je echter ook dat Origenes uitging van een creatio ex nihilo, dat Adam naar zijn materiële aard geschapen is uit het stof der aarde en dat Eva op haar beurt weer geschapen is uit de rib van Adam. Ook was de aarde volgens Origenes niet meer dan 10.000 jaar oud. Hij schrijft in ‘Contra Celsum’ op p. 20: ‘the Mosaic cosmogony … indicates that the world is not yet ten thousand years old, but is much less than that’. Citaat overgenomen uit het boek van dr. VanDoodewaard, The quest for the historical Adam. De vraag is ook of hij zijn allegorische uitleg ontleende aan de Schrift zelf. Porphyrius (ca. 235 – ca. 305), een Griekse wijsgeer, beantwoordt die vraag ontkennend: ‘Want Origenes hield zich altijd met Plato bezig en had de werken van Numenius, Kronius, Apollophanes, Longinus, Moderatus, Nicomachus en geschriften van andere beroemde Pythagoreëers steeds bij de hand. Ook las hij de werken van de Stoïcijn Chaeremon en van Cornutus. Aan deze auteurs ontleende hij de allegorische methode van uitleg zoals die ook gebruikt werd bij de Griekse mysteriën; en die methode paste hij weer toe op de joodse Schriften’. Citaat overgenomen uit de kerkgeschiedenis van Eusebius (ca. 263 – ca. 339) p. 273.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over