The rise and triumph of the modern self

Carl R. Trueman.

Reimaging Our Culture deel 5.
Lees ook deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4

Derdewerelden als anticultures.

Een kenmerk van een 3e wereld is dat morele debatten chaotisch verlopen. Misschien wel één van de meest voorkomende gezichtspunten die vanuit de elite na verloop van tijd is doorgedrongen tot de basale instincten van de samenleving is de culturele beeldenstorm waarmee alles wat vroeger heilig was met minachtig wordt bezien. C. S. Lewis noemt dit chronologisch snobisme. De intellectuele elite is nu gericht op ondermijning en destabilisering  en vernieling van culturele tradities. Dit verdient de naam “cultuur” niet meer. Het is een anticultuur met een destructieve attitude. De huidige moraal kenmerkt zich door datgene af te wijzen, dat eerder juist verplicht was. Deze indeling van Rieff verdient wel enige nuance. Ook bijvoorbeeld ten tijde van de Reformatie was er sprake van een beeldenstorm en grote verandering van gezichtspunten. Toch is  dit een compleet ander verhaal. Het conflict tussen protestanten en katholieken was een discussie binnen de 2e wereld. En de wezenlijke zaken bleven overeind zoals: 1) De Bijbel was een heilig Boek voor beide kampen. En 2) De geschiedenis was voor beide kampen een belangrijke bron van wijsheid. Dit staat in groot contrast tot de destructieve benadering van 3e wereld elites ten opzichte van de geschiedenis. Het waardevolle uit de geschiedenis wordt vervangen door… niets van significante inhoud. Morele beeldenstorm is geen opbouwende filosofie, het is een gemoedsgesteldheid. En het beïnvloedt alles.

De 2e wereld is niet statisch.  Als we kijken naar het probleem van de slavernij in het zuiden van de VS. Dan speelde het debat indertijd zich af binnen de 2e wereld. De basis voor het debat was de Bijbel. De sleutel is, dat de veranderingen ten goede plaats vonden op basis van een heilige autoriteit die door beiden geaccepteerd werd. Toch zien we soms tekenen van de 3e wereld binnensluipen in de 2e wereld. Dan verdwijnen verwijzingen naar God of het bovennatuurlijke in morele discussies naar de achtergrond. Dan ontstaat er een begrip van menselijkheid die is gebaseerd op het individu en op individuele waardigheid. Filosofen die dit als eerste propageerden leefden in een overwegend 2e wereld, maar zij raakten daar al los van. De inwendige beweging van de verlichting doodde God in eerste instantie niet, maar maakte Hem tot een onnodige hypothese.

Derdewerelden als antihistorisch

De verwerping van de 2e wereld, maakt dat de 3e wereld ook het verleden niet meer ziet als respectvol en bron van significante wijsheid. De technologie heeft het verleden inferieur gemaakt. Alles is gericht op de toekomst. Dat zien we terug bij Apple, maar in het bijzonder ook in de mode. De antihistorische tendens heeft zelfbewuste filosofische wortels. Men kan een patroon zien lopen van Descartes naar Rousseau en de romantici en van daaruit de maatschappij in, waarbij de maatschappij wordt gezien als een belemmering voor de individuele authenticiteit. Wellicht was Karl Marx een grote speler in het verwerpen van de historie. De subversie die Marx van de historie heeft is er één van onderdrukking. Binnen die opvatting is de geschiedenis geen bron van positieve wijsheid. Door die lens gezien bestaan mensen uit twee groepen: 1) de reactionairen die de geschiedenis gebruiken om te onderdrukken en 2) de radicalen die de historie ontmaskeren als een geschiedenis van exploitatie van mensen. Dit model is gemeengoed geworden op de Geschiedenis faculteiten van de universiteiten. Dan worden typische slogans gebezigd als: “je aan de verkeerde kant van de geschiedenis bevinden”. Niet alleen de geschiedenis wordt afgedankt, ook de geschiedenis van de geschiedenis wordt gezien als een afvalbak.

Dood door kunst: De rol van doodswerken

Hoe is het iconoclasme van mensen als Voltaire, Rousseau en Hume uiteindelijk de culturele smaak van het grote publiek geworden? Het antwoord van Rieff is: “deathworks”. Deathworks (doodswerken) zijn totale aanvallen op zaken die voor de gevestigde cultuur van vitaal belang zijn. Voor Rieff wordt een cultuur gekarakteriseerd door datgene wat ze verbiedt. Verboden roepen frustraties op en die frustraties vinden een uitlaatklep in kunst. Het doodswerk is een aanval op de gevestigde kunstvormen met als doel de diepere morele structuur van de samenleving te ontmantelen. Ze zijn een belangrijke factor in de verandering van de ethiek. Ze pogen de esthetische smaak en sympathie in de samenleving te veranderen en de geboden waar de maatschappij op is gebaseerd te ondermijnen. Het kernvoorbeeld dat Rieff geeft is Piss Christ: een crucifix die drijft in de urine van de “kunstenaar”. Hierbij wordt een symbool dat heilig is in de 2e wereld gepresenteerd op een manier die het degradeert en maakt tot iets walgelijks. Het is een rechtstreekse aanval op de heilige orde die de grondslag is van de 2e wereld. De kracht ligt niet in het argument. Het is de manier waarop het schone en heilige wordt verdraaid tot iets verachtelijks. Er wordt niet geargumenteerd dat religie onwaar is, Religie wordt gemaakt tot iets smerigs en misselijkmakends. Een doodswerk kan van alles zijn. Cynisme en ironie zijn er goede voorbeelden van. Satire, zoals dat veel op TV te vinden is. Misschien is de meest typische hedendaagse doodswerk wel pornografie. Dit is een cultureel artefact dat seksuele activiteit scheidt van elke morele inhoud. Pornografie is blasfemisch in de manier waarop het het heilige ontheiligt. Het weerspreekt elke notie dat seks onderdeel is van een heilige structuur. Kenmerk van een doodswerk is, dat het niets heeft te bieden in plaats van datgene wat het afbreekt. Anderzijds misvormt het de maatschappelijke belevingswereld.

Vergeetachtigheid

Vergeetachtigheid is een belangrijk kenmerk van 3e werelden. Dit is ook een belangrijke lijn in het moderne onderwijs. De maatschappij is er op gericht, historische gebeurtenissen uit te wissen die ons nu een onplezierig gevoel geven. Dat zien we terug in het veranderen van straatnamen en verwijderen van standbeelden van mensen die eerder geëerd werden. Een dieptepunt in het uitwissen van de geschiedenis is abortus. Dit toont de diep antihistorische pathologie van onze 3e wereld. Abortus is barbarisme. Het is vandalisme dat het verleden wil vernielen. Menselijke identiteiten worden weggespoeld, zoals geaborteerde foetussen. De abortusdiscussie is een discussie over menselijke identiteit. Het feit dat baby’s kunnen worden geaborteerd en weggegooid als afval is een merkteken dat we in een 3e wereld leven. Abortus is een doodswerk. Het profaneert dat wat heilig is: menselijk leven, gemaakt naar het beeld van God bij de conceptie. Dit wordt gemaakt tot zoiets als afval of uitwerpselen. Abortus is antireligieus. Het is antihistorisch omdat het de fysieke consequenties van de geslachtsdaad uitvlakt. Abortus is alleen mogelijk in een wereld dat elk transcendent raamwerk verwerpt ten faveure van de eigen momentane voorkeuren.

Conclusie

Er is altijd de neiging om verschillen ten opzichte van het verleden te benadrukken of de uniciteit van de eigen tijd voor het voetlicht te halen. Wat er toe leidt dat men de lijnen in het verleden niet ziet. Maar de vragen waar de LHBTI ons voor stelt en die betrekking hebben op de menselijke identiteit kunnen niet los worden gezien van een bredere context in het verleden over hoe het zelf wordt begrepen. Daarom gaan de volgende delen van het boek over de fundamenten van de revolutie in ons denken over ons zelf.