Er zijn twee soorten tijd: de tijd als verloop van de geschiedenis (de tijdsduur) en de tijd op een bepaald moment (het tijdstip). De eerste ‘soort’ tijd begon bij de schepping en is tijdelijk. Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten, zijn er kou en hitte, zomer en winter, dag en nacht – nooit komt daar een einde aan (Genesis 8:22). Maar wanneer deze aarde overgaat in de nieuwe aarde, de eeuwigheid, dan zal er geen tijd meer zijn.

Tijd wordt wel de vierde dimensie genoemd. De andere drie zijn lengte, breedte en hoogte. Elke gebeurtenis kan met deze vier coördinaten worden vastgelegd. Maar er is een verschil tussen de tijd en de andere drie. Lengte, breedte en hoogte kunnen twee kanten op: achteruit en vooruit, naar links en naar rechts en omhoog en omlaag. Maar de tijd kan maar naar één kant: vooruit.

Waarom dat verschil er is, is een moeilijk filosofisch probleem, dat we maar moeten aanvaarden. Toch is dit ook een bijbelse waarheid en raadgeving. ‘Doe wel en zie niet om’, ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’ (Luk. 9:62). Jezus verwijst naar de vrouw van Lot. En je ook niet te veel zorgen maken over de toekomst, want elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Veel mensen zeulen een zware last uit het verleden mee, terwijl God die al van hen heeft afgenomen. En veel anderen maken zich onnodig zorgen over de toekomst, die ook al in Gods handen is.

Zuivere seconde

Het begrip tijd wordt het eerst genoemd in Genesis 1:14, waar zon en maan als belangrijkste functie het verdelen van de tijd in dagen en nachten, maanden en jaren krijgen.

De eerste verdeling, in dag en nacht, wordt veroorzaakt door de draaiing van de aarde om de aardas. De tijdseenheid is de seconde en daarvan gaan er 60 x 60 x 24 = 82.400 in een etmaal. Dat we een dag in zoveel secondes indelen is natuurlijk een afspraak, we weten niet waar deze indeling vandaan komt. In Johannes 11:9 zegt Jezus: ‘Gaan er niet twaalf uren in een dag?’ Hij bedoelde natuurlijk alleen de daguren, hoewel in Rechters 7:19 sprake is van de middelste nachtwake. Op veel zonnewijzers staat: ‘Ik tel alleen de heldere uren.’ Vroeger werd de seconde gedefinieerd als het 82.400ste deel van een dag en de lengte van een dag werd gemeten in de sterrenwacht van Greenwich, precies op de nulmeridiaan. Elke nacht werd met een telescoop gemeten hoe laat een bepaalde ster passeerde. Nog vroeger werd de tijd gemeten met zandlopers, waterklokken en slingeruurwerken en steeds nam de nauwkeurigheid toe.

Sinds enkele tientallen jaren heeft men de tijdmeting in afhankelijkheid van natuurlijke gebeurtenissen losgelaten. Eerst kwam de kwartsklok en daarna de cesiumatoomklok, met een nauwkeurigheid van 5 x 10-16. Dat komt overeen met één seconde verschil in zestig miljoen jaar. Toen men dit ging vergelijken met de eerdere definitie van de seconde, die afhankelijk was van de draaisnelheid van de aarde, bleek dat de aarde in sommige jaren een seconde sneller ronddraait. Zo komen we aan de schrikkelseconde om de paar jaar.

Omdat de seconde zo nauwkeurig kan worden bepaald en de lichtsnelheid ook heel precies bekend is (299.792.458 m/sec), wordt het mogelijk bijvoorbeeld de afstand van de aarde tot de maan met slechts een paar centimeter onnauwkeurigheid te meten. Maar de belangrijkste praktische toepassing is natuurlijk het Global Positioning System (GPS) in navigatiesystemen. Op de hele aarde is nu een positiebepaling tot op een meter nauwkeurig mogelijk met een klein draagbaar apparaatje. Over maanden en jaren een volgende keer.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Opbouw. De volledige bronvermelding luidt: Valkenburg, K., 2007, Wonder boven wonder (11) Tijd, Opbouw 51 (11): (…) (Artikel).

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

K. Valkenburg werkte vroeger bij AKZO als literatuuronderzoeker op het gebied van scheikunde, veiligheid en gezondheid.