De tijdspanne van fossielen wordt al maar groter

by | jul 22, 2017 | Biologie, Geologie, Onderwijs, Paleontologie

Als er ergens een dinosaurusbot wordt gevonden, dan weet men direct hoe oud het ongeveer is. Ergens tussen de 65 miljoen en 230 miljoen jaar. De dino’s zijn namelijk geëvolueerd in ca. 20 miljoen jaar na het massaal uitsterven van bijna al het leven in de geologische periode die het Perm wordt genoemd. Eerst evolueerden de dino’s die op twee poten liepen, en daarna die zich op vier poten voortbewogen. Bij een meteorietinslag, pakweg 65 of 66 miljoen jaar geleden stierven ze vervolgens weer uit. Maar dat dino’s 230 miljoen jaar geleden zijn ontstaan, dat is niet meer zo.

Hoezo? Is de geschiedenis dan veranderd? Nee, natuurlijk niet. Wel is de kijk op de geschiedenis veranderd. Michael Oard wijst in de nieuwste Journal Of Creation (31 (2) 3-5) op een publicatie van pootafdrukken van dinosauriërs van 250 miljoen jaar oud. 20 miljoen jaar ouder dan men dacht dat dino’s waren. Dat is praktisch direct na de grote uitsterfgolf van het Perm. Niet alleen dat, het zijn ook nog eens viervoeters. De tijdlijn van de dinosauriërs moet op de schop. Deze viervoeter is een reeds bekende dinosoort. Het blijkt dus dat bepaalde dinosoorten na hun vrij plotselinge ontstaan 250 miljoen jaar geleden vrij lang niet meer veranderden. “Evolutionaire stasis” heet dat.

Dit is niet het enige voorbeeld waar Oard op wijst. Er zijn weer twee levende fossielen bijgekomen (soorten waarvan men meende dat ze waren uitgestorven), de echolocatie (sonar) van walvissen was al 28 miljoen jaar eerder aanwezig, de pterodactylus bestaat al 5 miljoen jaar langer, een bepaalde vogelsoort was er ook al 5 miljoen jaar eerder en slangen kruipen maar liefst 70 miljoen jaar langer rond dan tot voor kort werd gedacht! Ook meende men dat in de tijd van de dino’s hooguit eenvoudige ratachtige zoogdieren voorkwamen. Nu blijken er ook meer geavanceerde zoogdieren naast de dino’s te hebben rondgelopen in het Jura tijdperk. Dat maakt de tijd waarin geavanceerde zoogdieren zich evolueerden wel heel erg kort.
Ook interessant zijn de slingerapen van Zuid en Midden-Amerika. Gezien de fossielen lijkt hun oorsprong in Afrika te liggen. Nieuwe fossiele vondsten duwen hun bestaan in Zuid-Amerika 10 miljoen jaar verder terug het verleden in.

Van veel diersoorten die in zowel Afrika als Amerika voorkomen, hebben de evolutionisten de theorie dat deze al op die plaatsen aanwezig waren voordat de continenten zich opsplitsten. Dat geldt niet voor deze apen. Een alternatief is dat ze via de ijzige landbrug bij Rusland en Alaska zijn overgestoken. Die landbrug bestaat nu niet meer. Maar ook dit werkt niet als verklaring voor deze apen. Hoe zijn die apen dan van Afrika naar Amerika gereisd? De meest geaccepteerde verklaring is dat deze de oceaan zijn overgestoken op vegetatiematten. Vegetatiematten zijn vandaag de dag schaars en klein. Deze zijn absoluut niet geschikt om grotere dieren over de Atlantische oceaan te vervoeren.

Evolutionisten zijn niet de enigen die spreken over vegetatiematten. Michael Oard verklaart hiermee veel van de verspreiding van dieren na de zondvloed. Het past namelijk goed bij een zondvloedscenario dat er na de zondvloed nog lange tijd grote vegetatiematten hebben rondgedreven, waar ook grotere dieren een tijd lang op konden overleven.

Michael Oard wijst erop dat de genoemde verlengingen van de tijdspanne van genoemde soorten waarschijnlijk het “topje van de ijsberg” zijn. Deze publicaties hebben een impact op de evolutietijdschaal, maar zijn ervoor niet onoverkomelijk. Het toont wel hoezeer de evolutietheorie “story telling “ is. Als het niet klopt, verzin je er gewoon een nieuw verhaal bij.

Uit eerder onderzoek van Dr. Carl Werner is gebleken dat veel gevonden anomalieën (vondsten die niet passen in het evolutiegedachtegoed) in de kelders van musea blijven liggen. Er wordt niet over gepubliceerd. Hoe groot de problemen voor de evolutietheorie echt zijn is daarmee dus niet bekend. In ieder geval aanmerkelijk groter dan de problemen die wel worden gepubliceerd. De evolutietheorie volgt niet uit het fossielenarchief, maar de fossielen worden vaak zo gerangschikt dat het lijkt alsof de theorie altijd klopt.

M
"

Artikelen

Artikelen