In het RD ontspon zich in de voorzomer van 2016 een discussie over de theologie van Tim Keller. Als het ging om Kellers aanvaarding van de evolutieleer werd erop gewezen dat ook de Amerikaanse theoloog Benjamin B. Warfield dit deed, terwijl Warfield toch bekend was om zijn verdediging van de verbale inspiratie en onfeilbaarheid van de Bijbel. Inderdaad heeft Warfield op magistrale wijze de inspiratie en het gezag van de Bijbel beleden en verdedigd. Zijn belangrijkste werk daaraan gewijd, The Inspiration and Authority of the Bible, is nog altijd zeer de moeite waard.

Timothy_Keller.wikipedia

“Keller geeft niet nauwkeurig aan hoe hij de historiciteit van Adam en Eva invult, maar laat verschillende mogelijkheden open. Hij lijkt het meest te voelen voor de visie van de oudtestamenticus Derek Kidner.”

De vergelijking met Keller is echter niet terecht. Keller wil vasthouden aan de zondeval als een historisch feit en aan Adam en Eva als mensen die werkelijk hebben bestaan. Zoals hij zelf uitdrukkelijk aangeeft, verschilt hij daarin van C.S. Lewis. Heel nadrukkelijk wil hij Genesis 2-3 niet als mythe typeren. Keller geeft niet nauwkeurig aan hoe hij de historiciteit van Adam en Eva invult, maar laat verschillende mogelijkheden open. Hij lijkt het meest te voelen voor de visie van de oudtestamenticus Derek Kidner. Deze stelt dat God uit een populatie van menselijke wezens die via evolutie waren ontstaan en inmiddels al gebruiksvoorwerpen konden gebruiken, aan een ervan het beeld van God heeft geschonken. Volgens Kidner was Adam die zo het beeld van God ging dragen, naar Gods beschik­king het verbondshoofd niet alleen van zijn nakomelingen maar ook van zijn tijdgenoten. Als representanten van de mensheid werden Adam en Eva door God in het paradijs geplaatst. De zondeval heeft de geestelijke dood van de mensheid veroorzaakt. Keller wil ook andere mogelijkheden openhouden, maar die van Kidner trekt hem kennelijk het meest aan. Echter, bij deze visie is de lichamelijke dood van de mens niet het gevolg van de zondeval. De betekenis van de staat van rechtheid wordt ook ernstig gereduceerd en Adam en Eva zijn niet langer het eerste mensenpaar.

Gaan we naar Warfield dan hield Warfield de mogelijkheid van evolutie open zonder er overigens expliciet voor te kiezen. Zijn aarzeling was ingegeven door het feit dat hij zich meer en meer afvroeg of evo­lutie wel in staat was een aantal wezenlijke zaken te verklaren. Echter, nog belangrijker is dat hij op grond van Genesis 2 heel uitdrukkelijk een uitzondering maakt voor de mens. Naar zijn diepe overtuiging kwam het eerste mensenpaar Adam en Eva door een afzonderlijke scheppingsdaad van God tot stand. Heel de mensheid stamt van Adam en Eva. Dat was voor Warfield een argument tegen rassendiscriminatie. Het betekent ook dat binnen de theologie van Warfield het geen vraag is of de lichamelijke dood van de mens een gevolg is van de zondeval. Dat lijdt voor hem geen twijfel. De zondeval is niet alleen de oorzaak van de geestelijke dood van de mensheid maar ook van de lichamelijke dood. Voor Warfield is de staat van rechtheid met Adam en Eva als het eerste mensenpaar een historische realiteit. Hij ziet hen niet slechts als representanten van een reeds bestaande menselijke populatie. Tussen Keller en Warfield bestaan als het gaat om de plaats van Adam en Eva in de geschiedenis van de mensheid relevante verschillen. Het lijkt mij goed dat als Keller met Warfield wordt vergeleken, hiervan kennis te nemen.

Tenslotte: nooit mag een beroep op welke theoloog ook doorslaggevend zijn. Inzichten van theologen – hoe groot ook hun naam is in de geschiedenis van de kerk – moeten getoetst worden aan de Schrift als de stem van de levende God. De Schrift leert heel duidelijk dat God de wereld goed schiep en dat de mens wezenlijk van de dieren is onderscheiden. De eerste Bijbelhoofdstukken maken ons ook duidelijk dat heel de mensheid van Adam en Eva afstammen en dat de lichamelijke dood van de mens een gevolg is van de zondeval. Heel nadrukkelijk blijkt dit in het Nieuwe Testament in Romeinen 5 en 1 Korinthe 15. Tegenover Adam als representant van de oude mensheid staat Christus als representant van de nieuwe mensheid. Adam bracht de lichamelijke en geestelijke dood in de wereld. Sinds de zondeval verdienen we de eeuwige dood. Christus heeft het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht. Hij heeft de prikkel uit de dood weggenomen. Wie in Hem gelooft, zal leven ook al is hij gestorven. Het geestelijke en eeuwige leven begint als wij wedergeboren worden tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Wie in Christus ontslaapt, zal eenmaal een verheerlijkt lichaam ontvangen. Wanneer we geen helder zicht hebben op de eerste Adam en de schade die hij heeft aangericht – een schade die ons aller schuld is – kunnen we ook geen helder zicht hebben op Jezus Christus als de tweede of laatste Adam en Zijn werk. Laat onze bede zijn: ‘O Heere, maak in Uw Woord mijn gang en treden vast’.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen. Het originele artikel is hier te vinden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Pieter de Vries

Written by

Dr. P. de Vries werd op 23 april 1956 geboren te Kinderdijk (gemeente Nieuw-Lekkerland) in de Alblas­serwaard. Van 1974 tot 1981 studeerde hij the­ologie en Semitische talen aan de Rijks­universi­teit van Utrecht. Het kerkelijk exa­men werd in 1980 afgelegd en het doctoraal examen (oude stijl) in 1981 met als hoofdvak gereformeerde theolo­gie en als bijvakken Oude Testament en Nieuwe Testament. In 1999 promoveerde hij aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken te Apeldoorn. De titel van zijn dissertatie luidde Die mij heeft liefgehad. De gemeenschap met Christus in de theologie van John Owen (1616-1683). In 2010 promoveerde hij voor de tweede maal aan de Universiteit van Amsterdam op een dissertatie met als titel De heerlijkheid van JHWH in het Oude Testament en wel in het bijzonder in het boek Ezechiël. Daarnaast verschenen van zijn hand meerdere boeken. Twee daarvan gaan over de apologetische betekenis van Cornelius van Til en Alvin Plantinga. Sinds september 2005 is hij docent bijbelse theologie en hermeneutiek aan het Hersteld Hervormd Seminarium verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Van 2005 tot 2009 gaf hij daar ook apologetiek. Vanaf november 2011 is hij daarnaast parttime predikant van de Hersteld Hervormde Gemeente te Boven-Hardinxveld.

9 Comments

peter b

De vraag is [voor mij] altijd: wat wordt er bedoelt met evolutieleer? Als er wordt gerefereerd naar een louter naturalistisch proces met universele gemeenschappelijke afstamming en natuurlijke selectie van mutaties als de bron van nieuwe informatie (verder is er [mi.] niets binnen naturalisme) dan hebben we gewoon te maken met Darwinisme. Darwinisme is een set hypothesen die christenen niet hoeven aanvaarden als scheppingsmodel, want ze zijn [naar mijn mening] wetenschappelijk gezien onjuist. Het zijn vrijwel altijd theologen, die willen dat christenen Darwinisme in hun denken moeten integreren. Waarom is dat? Is het omdat ze menen dat Darwinisme wetenschap is? Misschien. Omdat de biologie deze evolutieleer bewijst? [Nee] (…) We zouden theologen moeten vertellen dat de oorsprong polyfyletisch en immaterieel is, want [het] ligt besloten in informatie.

Reply
Ed Vaessen

[Wat is de] definitie [van] het woord informatie (…)? [Anders kan] iedereen er alle kanten mee op en kun[nen we] er [m.i.] geen discussie over voeren.

Reply
Eppie

Dag Ed. Je hebt al eerder aangegeven dat je behoefte hebt aan een definitie. Zomaar een voorstel gebaseerd op Wikipedia: “Informatie zijn gegevens die voor de ontvanger betekenis hebben”. En: “Betekenis is datgene in de werkelijkheid waar door middel van een teken naar wordt verwezen”. Kun je daarmee leven? Niet alleen letterlijk natuurlijk, want dat doe je [m.i.] gelukkig al een tijdje.

Reply
Ed Vaessen

Heeft DNA betekenis voor de eiwitten die er genen uit kopiëren en hebben die betekenis voor het ribosoom dat er weer eiwitten uit maakt? Dat heeft het al net zo min als een computerprogramma dat heeft voor de computer die het blindelings uitvoert. Een aan mij gezonden brief of sms heeft echter wel betekenis voor mij. De informatie die in een computerprogramma of in het DNA heeft in zoverre betekenis voor ons dat we begrijpen wat die doet, ook al is de informatie helemaal niet aan ons geadresseerd.

Reply
Eppie

Beste Ed.
De ouder geeft aan het kind bijvoorbeeld, hart, nieren, zenuwen etc. door. Niet fysiek. De ouder geeft aan het kind de informatie door over hoe het zijn hart, nieren, zenuwen etc. moet opbouwen gedurende de embryonale ontwikkeling en verder. En dit gebeurt door middel van het DNA.

Je zegt: “De informatie die in een computerprogramma of in het DNA heeft in zoverre betekenis voor ons dat we begrijpen wat die doet, ook al is de informatie helemaal niet aan ons geadresseerd.”

[Mijn] antwoord: Volgens de definitie gaat het over een ontvanger. Het maakt niet uit of het aan ons geadresseerd is.

Volgens de definitie heeft de sequentie van het DNA wel degelijk betekenis voor het DNA polymerase.

Reply
Ed Vaessen

DNA polymerase doet iets met DNA. Maar DNA polymerase snapt niet wat het doet. Het woord betekenis veronderstelt de aanwezigheid van intelligentie bij verzender en ontvanger. (…)

Reply
Eppie

Beste Ed. Je geeft aan dat voor “informatie” ook “intelligentie” en “snappen” nodig is. Daarbij geef je (in je andere bijdrage) aan dat ook natuurlijk intelligentie niet voldoet. Toch zie ik dat niet terug in de definitie. Maar goed, als we stellen dat het zo is, dat “intelligentie” en “snappen” nodig zijn, dan nog is voor een evolutionist de kou niet uit de lucht. Een intelligente wetenschapper neemt bij bestudering van DNA van een “primitief” wezen minder gegevens met betekenis waar dan bij bestudering van DNA van een “ontwikkeld” wezen. Dan is er toch verschil in informatie van het DNA van beide wezens. Daarnaast, intelligentie is op een of andere wijze vastgelegd in het DNA. (Het erfelijkheid is redelijk hoog). Ergens zou “intelligentie” en “snappen” in de evolutie naar de mens zijn ontwikkeld. Dit zou betekenen dat ergens in deze ontwikkeling informatie zou ontstaan.

Reply
Ed Vaessen

Op een dag zet ik tijdens een wandeling mijn geschoeide voet neer op de zachte bosgrond, modderig geworden na een regenbui. Wanneer ik me dan omkeer, zie ik het profiel van mijn schoenzool terug en besef dat de informatie van die schoenzool zich nu ook bevindt in de bosbodem. Hij is er zeer nauwkeurig in overgedragen. Heeft de lokaal gewijzigde bosbodem de boodschap van mijn schoenzool begrepen? Begreep hij de betekenis ervan? Of deed hij als ontvanger niets meer dan hij kon doen, namelijk de wetten van de mechanica blindelings volgen?

Reply
Ed Vaessen

“Daarnaast, intelligentie is op een of andere wijze vastgelegd in het DNA.”

[Zou je] dat aannemelijk [willen maken?]

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over