Transgenderwet ondermijnt man- en vrouw-zijn

De transgenderwet die op de agenda van de Tweede Kamer staat, geeft een nieuwe definitie van wat een man of vrouw is. Niet de biologie maar iemands overtuiging is doorslaggevend. Dat heeft verstrekkende gevolgen.

De nieuwe transgenderwet die demissionair minister Sander Dekker heeft voorgelegd (de Tweede Kamer vergadert hierover volgens de huidige planning komende maand) moet het verder vereenvoudigen om juridisch van geslacht te veranderen. De verklaring van een arts of psycholoog dat er sprake is van een duurzame overtuiging tot het andere geslacht te behoren, is niet langer nodig. Bovendien vervalt de leeftijdsgrens, zodat ook kinderen jonger dan zestien jaar hun geslachtsregistratie kunnen wijzigen.

Mannen en vrouwen zijn verschillend, wat lichamelijk is terug te zien in geslachtscellen, chromosomen, hormonen en uiterlijke kenmerken. In de gezondheidszorg wordt steeds meer ontdekt hoe belangrijk het is om bij onderzoek en behandeling onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen. Maar voor alle mensen geldt dat onze gedachten en gevoelens een relatie met ons lichaam hebben. Mensen zijn één geheel; lichaam en psyche zijn nauw verweven. Als we ons dat bewust zijn, helpt dat om mee te leven met mensen die een sterke tegenstelling tussen hun lichaam en gevoelens ervaren. Je bent een man maar voelt je vrouw, of omgekeerd (genderdysforie). Waar vroeger travestiet of transseksueel hiervoor gangbare benamingen waren, is dat nu het woord transgender. De gevoelde tegenstrijdigheid kan een grote last zijn en veel verdriet veroorzaken.

Een kleine uitstap: we hebben het hier dus niet over intersekse (of DSD), een aangeboren aandoening. Deze problematiek laat ik hier verder rusten.

Genderdiversiteit

Zorgvuldige aandacht voor genderdysforie is dringend nodig. Dat mensen met gendersdysforie een diepgaande wens hebben van het andere geslacht te zijn, onderstreept dat iemands geslacht ertoe doet.

Dit staat haaks op een tegenbeweging die het geslacht juist relativeert. Er zouden geen twee geslachten zijn, maar meerdere genders. Er is een prisma aan termen ontstaan, zoals genderqueer, bigender, pangender en genderfluïde. Deze woorden moeten duidelijk maken dat gender en geslacht vloeiend (fluïde) zijn, niet met biologische kenmerken te duiden zijn maar slechts zijn gefundeerd in de beleving van het individu.

De transgenderwet die minister Dekker neerlegt, staat niet op zichzelf, maar is een uitvloeisel van internationale belangen. Wereldwijd worden SOGI-wetten ingevoerd. SOGI staat voor seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Deze wetgeving legt vast dat er geen medische diagnose van genderdysforie meer nodig is, geen hormonale therapie of operatieve ingreep en geen verandering in uiterlijk om van geslacht te veranderen. De realiteit van man of vrouw zijn bestaat alleen nog in het hoofd van de persoon die zegt man of vrouw te zijn. Je kunt je dus een vrouw noemen, maar een penis hebben. Of zeggen dat je een man bent, maar je eigen kind baren.

De toenemende druk op de transgenderzorg geeft in dit opzicht te denken. Op dit moment staan zo’n 5000 personen met genderdysforie op een wachtlijst voor behandeling. Dat zijn steeds vaker jonge kinderen, drie keer zo veel meisjes als jongens. Het wetsvoorstel maakt mogelijk dat kinderen jonger dan zestien jaar de vermelding van hun geslacht laten veranderen. Kinderen en jongeren zijn echter beïnvloedbaar, door vrienden of sociale media. Ze kunnen gevolgen en risico’s op de lange termijn van ingrijpende beslissingen nog niet goed overzien. Het is bekend dat genderdysforie bij de meeste kinderen vanzelf verdwijnt. Maar een meisje dat zichzelf al op jonge leeftijd wettelijk, en daarmee ook sociaal, presenteert als jongen, wordt belemmerd in het later alsnog onbevangen aanvaarden van het geboortegeslacht. Hier komt bij dat het wetsvoorstel het mogelijk maakt ouders bij het besluit tot geslachtsaanpassing uit te schakelen. Dit is roekeloos en een onaanvaardbare ontkenning van de verantwoordelijkheid van ouders in de ontwikkeling van hun kind.

Zelfidentificatie

Deze wetswijziging maakt zelfidentificatie mogelijk. Geslacht wordt een ”label” dat je zelf kunt kiezen. Of dat label strijdig is met de biologie, doet er niet toe. Daarmee wijzigt de wettelijke definitie van wat een man of een vrouw is. Biologie erodeert en culturele opvattingen over wat het betekent man of vrouw te zijn, worden ondermijnd. Wie het transgenderdebat volgt of er zich in mengt, merkt de dwingende tot zelfs agressieve argumentatie, die geen ruimte laat voor tegenspraak.

Toch kunnen we dit niet laten gebeuren. Zeker voor kinderen en jongeren draagt deze ontwikkeling eraan bij dat ze zich verward voelen over hun plaats in de wereld. Transgender zijn wordt in de media afgeschilderd als hip en cool. Maar er is niets cools aan als volwassenen het voor jongeren lastiger maken hun overgang naar de volwassenheid te maken of hen mede onderdompelen in een identiteitscrisis.

Geslacht doet ertoe. Dit ontkennen of uitvlakken in wetgeving en beleid tast de unieke waardigheid van mannen en vrouwen aan. Een regering met twee christelijke partijen zou dit niet mogen laten passeren.

Elise van Hoek-Burgerhart (M.Sc.) studeerde sociologie aan de Universiteit Utrecht. Ze is manager beleidsbeïnvloeding bij de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV).

Dit artikel verscheen 14 december op de website van het Reformatorisch Dagblad en is met toestemming van de auteur overgenomen.