Op zaterdag 7 april 2018 organiseerde Logos Instituut een congres in het Vlaamse Antwerpen. Ik mocht daar korte introductie geven over Logos Instituut en waarom het belangrijk is dat het creationistische geluid gehoord wordt in België. Atheïst en scepticus (naar welke richting?) Frank Verhoft was ook aanwezig met als doel zeer kritisch verslag te leggen van het gesprokene.1 In het derde deel van zijn verslag gaat hij kort in op mijn inleiding (die overigens slechts een kwartier duurde). Hij stipt uit die inleiding slechts één punt aan. Zijn reactie wil ik hieronder kort bespreken.2

In mijn inleiding verwees ik onder andere naar de situatie in Vlaanderen.3 Zeer kort verwees ik naar het nieuwste boekje van de filosoof dr. Stefaan Blancke, met als titel: De schepping na Darwin. Ik gaf aan op elke pagina fouten, soms wel vier, over creationisten gevonden te hebben. In mijn inleiding gaf ik daarvan één voorbeeld.

Voorbeeld

Het voorbeeld dat ik noemde was het volgende. Blancke schrijft op p. 29: “Enkel de Zevende-dags Adventisten, (…), hielden vast aan een letterlijke lezing van het scheppingsverhaal.” Ik gaf aan dat dit citaat volledig onjuist is en verwees daarom naar een werk dat ik recent bij een antiekwinkel (geen rommelmarkt) kocht. Het boek dat ik aanhaalde dateert uit 1918 (en niet 1910). Het betreffende boek heeft als titel Christelijke dogmatiek en is geschreven door dr. G. Vellenga. Vellenga schrijft daarin over de schepping op p. 93: “De schepping in zes dagen doet denken aan werkelijke dagen en niet van langere tijdperken”. En even verder op dezelfde pagina: “De Schrift stelt de oudheid dezer wereld op ongeveer 6000 jaar.” Daarna schrijft hij over de evolutieleer: “Doch een hoofdbezwaar tegen deze evolutietheorie blijft, dat men de noodzakelijke overgangsvormen nergens vinden kan (…).” Op bladzijden 100-110 beschrijft de geleerde de oorsprong van de mens volledig creationistisch. De uitspraak ‘alle zwanen zijn wit’ is fout zodra je een zwarte tegenkomt. Evenzo is de uitspraak ‘enkel de Zevende-dags Adventisten’ fout zodra je een andersgelovige christen tegenkomt die ook een literair-historische lezing van Genesis voorstaat.4

Verhoft

Nu naar de kritiek van Frank Verhoft op mijn inleiding. Hij reageert overigens slechts op dit ene detail, op de rest van de inleiding had hij kennelijk niets aan te merken.

Verhoft: “Volgens de man van het Logos Instituut vermeldt Blancke dat het (georganiseerde) creationisme een relatief recente stroming is. Blancke zou verwijzen naar een (niet nader genoemd) boek uit 1923. Van Meerten zelf heeft zowaar ooit een (eveneens niet nader genoemd) boek op een rommelmarkt gevonden uit – hij kan zijn lach niet inhouden – 1910. Dertien jaar ernaast dus. Checkmate, atheists!”

Het eerste Vlaams-creationistische congres van Logos Instituut vond plaats in de Vrije Evangelische Gemeente van Antwerpen.

Frank Verhoft schrijft hier een grappig verhaaltje, maar het is niet meer dan dat. In tegenstelling tot dat wat Verhoft hier schrijft is het mij niet te doen om atheïsten schaakmat te zetten, de spot te drijven met mijn opponent of om de integriteit van Blancke in twijfel te trekken. Tijdens mijn inleiding heb ik aangegeven dat ik geen persoonlijk probleem met Blancke heb, maar het inhoudelijk niet met hem eens ben. Daarnaast heb ik mijn waardering uitgesproken voor bijvoorbeeld zijn proefschrift en heb ik het boek Creationism in Europe, waarvan hij redacteur was, met interesse gelezen. Mijn doel was om aan te geven dat de situatie anders ligt dan, in het algemeen, mensen in Vlaanderen schrijven over creationisten in het algemeen schrijven. Maar fouten kunnen hersteld worden, nietwaar?5 Blancke ziet dus ten onrechte de literair-historische lezing van Genesis als relatief moderne gedachte, in ieder geval reduceert hij deze gedachte aan het begin van de 20e eeuw tot enkel levend binnen de Zevende Dags Adventisten. In zijn boek spreekt hij bijvoorbeeld over McCready Price (1870-1963).6 Dit geschetste beeld is onjuist. Er zijn in die tijd verschillende kerkgenootschappen die een literair-historische lezing voorstaan en de afstammingsleer afwijzen. Het boek van Vellenga kan nog wel met honderden voorbeelden uitgebreid worden. Hoe meer werken ik van christenen lees die rond deze tijd leefden, hoe meer ik erachter kom dat zij een literair-historische benadering van Genesis voorstonden en afwijzend stonden tegenover de afstammingsleer of een christelijk compromis met deze leer. In Nederland waren veel van die predikanten of theologen verbonden aan de Gereformeerde Kerken, Christelijk Gereformeerde Kerken (lees bijv. werken van prof. Wisse) en in andere afgescheiden kerken (zoals bij ds. Boone en ds. Kersten). Overigens waren ook binnen de Nederlands Hervormde Kerk predikanten te vinden die dat voorstonden en de afstammingsleer afwezen. Dit is een van de vele fouten in het boekje van Blancke. Ik hoop binnenkort nog een recensie te schrijven van dit boekje voor de website van Logos Instituut. Ik sprak overigens niet van creationisme, maar van de literair-historische lezing van Genesis.

De schepping na Darwin

Verhoft: “Blancke kent de literatuur, kent de geschiedenis van de stroming. Enkel bij wijze van voorbeeld: één van de gezaghebbende auteurs over dit onderwerp, Ronald L. Numbers, heeft het voorwoord geschreven van Blanckes andere boek, Creationism in Europe. Trouwens, het boek van Numbers The Creationists. From Scientific Creationism to Intelligent Design is een aanrader (en wordt vermeld in de beperkte literatuurlijst achteraan Blanckes boek, een aanrader trouwens).”

Zoals zoveel anti-creationisten toont Verhoft zich een leerling van Ronald Numbers. Numbers kan dan wel een interessant verhaal hebben over het verloop van enkele decennia van de creationistische stroming (overigens wordt dat wel gekleurd en Amerika-gericht beschreven), naar het ontstaan van de literair-historische lezing heeft Numbers nauwelijks onderzoek gedaan. Voor Blancke en Verhoft geldt vermoedelijk hetzelfde. Zo ze dat wel gedaan hadden dan was er een ander beeld ontstaan. Overigens heb ik Blancke hier al een keer tijdens een lezing, in Antwerpen nota bene, op aangesproken. Een beroep op de vermeende autoriteit Numbers (indirect een drogreden) helpt Verhoft niet, het citaat blijft fout. We moeten af van de Numbershypothese, tenzij we aan pseudocreationistenhistorie willen doen.

Verhoft: “Het boekje De Schepping na Darwin pretendeert niet meer dan een inleiding te zijn (het telt zo’n 80 pagina’s tekst) en Blancke heeft ervoor gekozen om bepaalde uitspraken in zijn verhaal niet te overladen met details of datums. In het stuk “Het eerste verzet tegen evolutie” (p. 23) schrijft hij dat in het “eerste kwart van de 20e eeuw in de Verenigde Staten het verzet groeide tegen de evolutietheorie”. Eerste kwart, daaronder versta ik de periode 1900-1925. Vervolgens verwijst Blancke op diezelfde pagina naar de Fundamentals, en dat is een reeks van publicaties die liep van 1910 tot 1915 (p. 23 én 24). En laat 1910 nu net het jaartal zijn dat Van Meerten gebruikte als clou van zijn smalende opmerking. Blancke vermeldt 1923 als jaartal waarop Oklahoma een wet goedkeurde “die ervoor zorgde dat kinderen uit de lagere school gratis handboeken kregen, maar enkel als die niets over evolutie vermeldden.”

Wil Verhoft hiermee zeggen dat korte teksten wel fouten en ongenuanceerdheden mogen bevatten omdat ze kort zijn? Nee toch? Daarnaast valt Verhoft hier een stroman aan. In mijn inleiding sprak ik niet over ‘verzet tegen de evolutietheorie’, maar over de ‘literair-historische lezing van Genesis’. Dat zijn twee verschillende zaken. Met het wijzen op deze stroman heb ik voldoende gereageerd op het citaat van Verhoft hierboven. Mijn reactie op de fout van Blancke staat nog steeds, namelijk dat aan de literair-historische benadering van Genesis niet enkel door George McCready Price en de Zevende Dags Adventisten vastgehouden werd, maar dat deze benadering al veel eerder en wereldwijd verdedigd werd. Dat maakt deze lezing geen moderne uitvinding van de Zevende Dags Adventisten.7

Verhoft: “Met andere woorden, Van Meertens “correctie” van een “fout” die niet in het boek staat, bestaat uit de informatie die eigenlijk wél in het boek van Blancke te vinden is. Hoe zou u dit omschrijven, Jan? Als jokken? Het lijkt me iets te geëlaboreerd om dit af te doen als “oepsie, foutjeuh”.”

De fout staat, zoals hierboven weergegeven, wel degelijk in het boekje. Via Twitter heb ik nog met Verhoft hierover gesproken. Uit dit gesprek blijkt dat Verhoft, zonder enige onderbouwing, achter het foutieve citaat van Blancke staat. Hij probeert via Twitter het citaat nog te verdedigen met de opmerking dat het Blancke te doen is om de Amerikaanse situatie en niet de wereldwijde situatie. Het citaat in de context lezend lijkt dat inderdaad het geval. Maar ook dan is het citaat onjuist.8 De correctie is hierboven duidelijk weergegeven: Rond 1923 (een willekeurig jaar als voorbeeld waarin McCready Price actief was) is er geen beperking van de literair-historische lezing tot de Zevende Dags Adventisten. Verhoft had deze fout zelf ook kunnen ontmaskeren als hij a. het boekje van Blancke wat kritischer en secuurder gelezen had en b. naar mij toegekomen was na de lezing en om verduidelijking had gevraagd wanneer hij zaken uit mijn inleiding niet goed begrepen had. Ik was graag met hem in gesprek gegaan.

Voetnoten

  1. Verhoft doet dat overigens op een schertsende, laatdunkende en soms blasfemische manier. Dat is te betreuren.
  2. Over de inhoud van zijn commentaar op de andere sprekers valt ook het nodige te zeggen, dit artikel gaat slechts over het gedeelte van kritiek dat mij aangaat.
  3. Bijvoorbeeld dat prof. dr. Johan Braeckman 200.000 euro had gekregen om de evolutietheorie begrijpelijker uit te leggen (maar mijns inziens ook om het scheppingsreferentiekader en Intelligent Design te bestrijden) en dat dr. Stefaan Blancke gepromoveerd is op het door hem zo genoemde creationisme.
  4. Ik heb hier een tijdje geleden ook een artikel over geschreven: https://logos.nl/historisch-revisionisme-schadelijk-voor-de-kerk/.
  5. Mijn doel van het wijzen op deze fouten is dat de fouten in een volgende editie gecorrigeerd worden en dat de onderzoeker de volgende keer beter zijn of haar huiswerk doet.
  6. Ik had erachter moeten zeggen ‘en de Zevende Dags Adventisten’.
  7. Door de Zevende Dags Adventisten wordt overigens goed creationistisch onderzoek verricht. Ik denk dan bijvoorbeeld aan prof. dr. Leonard Brand en prof. dr. Arthur Chadwick, ik wil hier dus niets ten nadele van die stroming opschrijven.
  8. Zie hiervoor het prachtige boek van prof. dr. William VanDoodewaard, The Quest for the historical Adam.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.