De grondgedachte bij deze parafrase is om vragen te stellen aan hen die uitgaan van een zuiver materialistische oorsprong van de levende natuur. Voor zover de Bijbeltekst (HSV) hierin functioneel is heb ik die zoveel mogelijk gehandhaafd maar soms ook aangepast. In een aantal verzen (o.a. 4-11, 16-18) heb ik de vragen over de aarde toegespitst op allerlei cel-activiteiten. Daarbij heb ik geprobeerd steeds enige relatie met de Bijbelteksten te houden. Dit geld ook voor de overige verzen voor zover dat enigszins mogelijk was. De teksten waarin het gaat over licht, temperatuur en water heb ik aangepast om de diverse functies hiervan in cellen en organismen onder de aandacht te brengen. Vanaf vers 28 was het moeilijk om de parallel met de bijbelteksten recht te doen. Ik heb daar gekozen voor complexe processen in mens en dier zoals bloedstolling en zenuwactiviteiten. De vragen die hierin ter sprake komen zijn vanuit evolutionair denken meestal niet beantwoord, hooguit zijn er bepaalde onbewezen veronderstellingen. De evolutietheorie heeft nauwelijks antwoorden over planmatig gerichte processen, omdat zij intelligent design ontkennen.

Download the PDF file .

DOWNLOAD

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by

Drs. P. den Breejen was vanaf nov. 1960 tot 1976 werkzaam als analist, aanvankelijk werkte hij mee aan enkele research-projecten van 2 TNO-instituten. Hierna kwam hij in dienst van het pathologisch laboratorium van het academisch ziekenhuis Dijkzigt in Rotterdam, op de afd. elektronenmicroscopie. Daar was hij betrokken bij een onderzoek van dr. W.C. de Bruin, wat resulteerde in zijn proefschrift: “De pathogenese van experimenteel verwekte Atheromatose bij konijnen”. Tijdens dit onderzoek werd veel aandacht besteed aan het zichtbaar maken van celstructuren voor electronenmicroscopische waarneming. Naast zijn werk op dit laboratorium studeerde hij van 1971-1978 biologie (parttime) aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Deze studie werd afgesloten met een doctoraalscriptie over de relatie tussen de buitenmembraam van het Rauscher Leukemie virus en zijn gastheercel. Vanaf aug 1977 tot aug 2006 was hij docent biologie aan de Christelijke Scholengemeenschap “De Lage Waard” voor HAVO en VWO en vanaf 1990 gaf hij daarnaast ook godsdienstlessen. Sinds zijn pensioen verdiept hij zich opnieuw in de moleculaire celbiologie.