Wat het meest opvalt in Genesis 5 is waarschijnlijk wel dat onze voorouders ongeveer tien keer langer leefden dan mensen tegenwoordig; het oudst werd Methusalach1, die 969 jaar leefde. Dit kunnen we geloven omdat Gods Woord het zegt en Hij was een ooggetuige. De moderne wetenschap werpt nu licht op de mogelijke achterliggende mechanismen.

Onjuiste verklaring: pre-zondvloed paradijs

Veel creationistische boeken e.d. van enkele decennia geleden schilderden de antediluviaanse (pre-zondvloed) wereld als een soort paradijs, dat vreselijk ten onder ging tijdens de zondvloed. Maar dit leert de Bijbel niet. Bovendien verhult het dat het grote bederf van het paradijs plaatsvond bij de zondeval. Dat was het moment dat dood, barenspijn en doornen en distels voor het eerst optraden, dat Adam en Eva uit het paradijs van Eden werden verdreven, en de hele schepping begon te kreunen van pijn.

Dit pre-zondvloed paradijsidee was echter erg populair, omdat verondersteld werd dat dit verklaarde waardoor mensen vóór de zondvloed meer dan 900 jaar leefden, terwijl de levensduur daarna exponentieel daalde. Maar er zijn onvoldoende geologische aanwijzingen voor deze visie – zeker niet om de zwaarwegende bezwaren ertegen te weerleggen. Lamech’s verklaring voor de naam van zijn zoon Noach (5:29) suggereert het tegenovergestelde van een paradijselijke staat: “Deze zal ons troosten over ons werk en over het zwoegen van onze handen, vanwege de aardbodem, die door de HEERE vervloekt is.” Hier hebben we een directe stelling dat het leven vóór de zondvloed zwaar en vol van pijn was. Als een model als ‘pre-zondvloed paradijs’ bedoeld was om op de Bijbel gestoeld te zijn, dan zou deze opmerking alleen al voldoende kunnen zijn om het af te wijzen. Noach’s levensduur werd niet verkort, hoewel het laatste derde deel van zijn leven in de vermeende verwoeste omgeving doorbracht. De daling begon pas bij zijn nakomelingen.

Veel fossielen laten duidelijke tekenen van ziekte, waaronder tumoren, jicht en osteoporose zien, wat nauwelijks het idee ondersteunt dat het een gezondere omgeving was. Ook hebben sommige vóór de zondvloed gefossiliseerde bomen ringen die wijzen op seizoensveranderingen, niet op een uniform warm klimaat. Wat betreft het vermeende wetenschappelijke bewijs voor een paradijselijke situatie vóór de zondvloed, zal het volgende laten zien dat dit niet zo duidelijk is.

Hogere atmosferische of zuurstof druk?

Een idee voor de pre-zondvloed-wereld, deels afgeleid van de misleidende pre-zondvloed paradijs veronderstelling, is dat de zuurstofconcentratie of atmosferische druk hoger was dan vandaag. Inderdaad, met de overvloedige plantmaterialen op aarde voorafgaand aan de zondvloed (zoals blijkt uit de enorme hoeveelheden kolen wereldwijd), verwacht je niet dat toen de atmosferische concentraties van zuurstof en kooldioxide identiek waren aan de huidige waarden. Zoals zal worden aangetoond, is dit echter niet noodzakelijk. Maar het argument is vooral dat zo’n hogere partiële zuurstofdruk gunstig effect zou hebben zoals die zich voordoen in de hyperbare (hoge druk) kamers van vandaag.

Maar is deze verhoogde partiële zuurstofdruk zo nuttig als beweerd? Ten eerste is het algemeen bekend dat antioxidanten bewezen gezondheidsvoordelen hebben. Ten tweede zou juist hypoxie (lage zuurstofconcentratie) voordelen voor de gezondheid hebben. In Rusland wordt een therapie van met tussenpozen zuurstofarme perioden al jaren gebruikt om aandoeningen zoals astma, hartziekten en chemotherapie-toxiciteit te behandelen. Anderen proberen het uit voor diabetes en chronische vermoeidheid.2 Ten derde zijn hyperbare (hoge druk) behandelingen niet altijd goed. Soms is het tegenovergestelde – hypobarische behandelingen – nuttig; er bestaat zoiets als negatieve druk wondtherapie.

Om eerlijk te zijn, evolutionisten hebben in het verleden om een aantal van de onderstaande redenen ook een hogere zuurstofconcentratie of hogere luchtdruk op aarde verondersteld.3 Hoewel ondersteund door enig wetenschappelijk bewijs, kan dit argument niet worden aanvaard. Hierna volgen de belangrijkste redenen die aangevoerd worden voor hogere pre-zondvloed zuurstofgehaltes.

Hogere zuurstofniveaus in barnsteenluchtbellen

Luchtbellen in barnsteen zijn geen gesloten systeem – gassen diffunderen in en uit. Bovendien zou krimp tijdens het hard worden de bellen doen krimpen, waardoor de druk zou toenemen volgens de wet, genoemd naar de creationistische ‘vader van de moderne chemie’, Sir Robert Boyle (1627–1691), dat gasdruk omgekeerd evenredig is met volume. Ook moet zelfs het ontstaan van bellen op zich de druk verhogen om de weerstand van oppervlaktespanning tegen het produceren van het nieuwe oppervlak van de binnenkant van de bel tegen te gaan.

Pterosauriërs hadden hoge druk nodig om voldoende opstijgkracht te genereren voor het vliegen

Het fossielenbestand toont enorme insecten zoals Meganeuropsis permiana, een libel met een spanwijdte van 71 cm. Lange tijd dachten wetenschappers dat insecten niet ademden, en dat de zuurstof passief diffundeerde door gaatjes (spiracles) via kleine buisjes in het achterlijf (tracheae). Aangezien dit alleen over zeer korte afstanden zou kunnen werken, hoe zou zo’n wezen dan kunnen overleven zonder extra zuurstof?4 Toch laten recente synchrotron röntgenmicroscopie waarnemingen zien, dat insecten echt ‘ademen’ door het samentrekken van de tracheeën, zodat elke seconde de helft van het gas wordt uitgewisseld.5,6

Het kweken van insecten in een hogere zuurstofconcentratie resulteerde bij sommige van hen in een toename in grootte, hoewel lang niet het formaat van Meganeuropsis werd benaderd. Sommige insecten, zoals kakkerlakken, werden echter niet groter.

Dit weerlegt een hogere zuurstofconcentratie en luchtdruk niet, maar het laat zien dat ze voor een wetenschappelijke verklaring niet nodig zijn. En ze zijn zeker niet nodig vanuit een Bijbelse perspectief.

Leeftijd van de patriarchen bij overlijden (lichte kolom) en de leeftijd waarop ze vader werden (donkere kolom); met dank aan Dr. Robert Carter.

Afnemende levensduur

Omdat de verandering in het milieu onvoldoende is, werd in de jaren negentig voorgesteld dat de achteruitgang in levensduur een genetische oorzaak had.7

Bij dieren, bijvoorbeeld fruitvliegjes, is inderdaad een genetische basis voor lange levensduur aangetoond, zodat genen voor een lang leven verloren kunnen gaan uit een populatie. Recent onderzoek naar de accumulatie van mutaties in het menselijk genoom heeft het idee verder ondersteund. Een van de problemen met het oude-aarde geloof is dat bij mensen met elke generatie meer dan 30 nieuwe mutaties ontstaan. De overgrote meerderheid hiervan wordt niet geëlimineerd door natuurlijke selectie. Dit zou een exponentieel verval in fitness moeten veroorzaken. Dus als mensen al zo lang bestaan als evolutionisten beweren, hadden we uitgestorven moeten zijn door de enorme mutatielading. Dat we niet zijn uitgestorven, is een sterke aanwijzing dat de mens hier niet langer dan een paar duizend jaar is geweest.8

Recente geavanceerde computersimulaties rechtvaardigen dit voorstel en tonen aan dat een exponentieel verval van levensduur goed past bij accumulerende mutaties na het catastrofale ‘populatieflessenhals’ tijdens de zondvloed.9 Dit blijkt uit het vergelijken van de vervalcurve geproduceerd door de computersimulatie met de geregistreerde levensduur van Noach tot de huidige dag.

Waardoor was de levensduur van Sem veel korter dan die van Noach?

Levensduurverval van Noach tot vandaag. De vervalcurve is precies wat van accumulatie van mutaties zou worden verwacht. Naar Sanford, Genetische entropie.

Zoals hierboven werd getoond, verklaart het genoomverval na een populatieflessenhals de algemene trend van levensduurafname na de zondvloed. Maar hoe zit het met Sem, geboren vóór het knelpunt, maar die een derde korter leefde dan de meeste van zijn voorouders? (De levensduur van zijn broers, Ham en Japheth, wordt niet vermeld.) Natuurlijk is er bij elk individu de altijd aanwezige mogelijkheid van een niet-verouderings-gerelateerde doodsoorzaak zoals ziekte of ongeval. Maar er is ook een plausibele genetische verklaring: hij werd geboren toen zijn vader 502 was, d.w.z. halverwege diens levensduur. Zijn voorouders waren veel jonger toen ze hun genoemde zonen verwekte. Het is al lang bekend dat kinderen van bejaarde moeders een hoger risico lopen op het ontwikkelen van niet-erfelijke genetische aandoeningen zoals het syndroom van Down, en het is aannemelijk dat mevrouw Noach ongeveer even oud was als Noach. Maar zelfs als ze veel jonger was, wijst recenter onderzoek op oude vaders als een belangrijke bron van genetische aandoeningen. Dit zou niet verwonderlijk moeten zijn, omdat mannen hun hele leven sperma blijven produceren door de deling van stamcellen (ongeveer 840 delingen op de leeftijd van 50).10 Theoretisch nemen de risico’s op spontane mutaties toe bij elke ronde van spermaceldelingen, dus in het sperma van oudere mannen kunnen meer mutaties aanwezig zijn.11,12

Het is dus niet verwonderlijk dat Sem, hoewel zeer fit volgens de normen van vandaag, aanzienlijk minder fit zou zijn geweest dan zijn ouders, en extra erfelijke mutaties droeg. Dus Sem en al zijn nakomelingen hadden een veel lagere levensduur dan de pre-zondvloed patriarchen.

Conclusie

De geregistreerde levensduur van mensen vóór de zondvloed, in het bijzonder hun daaropvolgende drastische achteruitgang, is zeer consistent met recente genetische bevindingen die ook sterk in tegenspraak zijn met het idee van een miljoenen jaren oude wereld.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Creation Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Sarfati, J., 2018, Why don’t we live as long as Methuselah? Extracted from chapters 15 and 24 of The Genesis Account, Creation 40 (3): 40–43 (artikel).

Voetnoten

  1. red.: in andere vertalingen ook wel Methusalah of Met(h)usalem genoemd
  2. Fox, D., Breathless, New Scientist 177(2385)46–49, 8 March 2003; see also Wieland C. and Sarfati, J., Running out of puff: Low oxygen may have medical benefits—implications for the ‘Vapour Canopy’ model, creation.com/puff.
  3. Dudley, R., Atmospheric oxygen, giant Paleozoic insects and the evolution of aerial locomotor performance, J. Experimental Biology 201:1043–1050, 1998.
  4. Graham, J.B., Dudley, R., Aguilar, N.M. and Gans, C., Implications of the late Palaeozoic oxygen pulse for physiology and evolution, Nature 375(6527):117–120, 1995. Zij suggereren een O2 concentratie van 35%.
  5. Westneat, M.W. et al., Tracheal respiration in insects visualized with synchrotron X–ray imaging, Science299(5606):558–560, 2003.
  6. Catchpoole, D., Insect inspiration solves giant bug mystery, Creation 27(4):44–47, 2005.
  7. Wieland, C., Decreased lifespans: Have we been looking in the right place? J. Creation 8(2):138–141, 1994.
  8. Sanford, J.C., Genetic entropy and the mystery of the genome, Ivan Press, Lima, NY, 2005; zie recensie door Truman, R., J. Creation 21(1):43–47, 2007. Zie ook: https://logos.nl/genetic-entropy-genetisch-verval-de-stille-moordenaar-een-vernietigend-argument-tegen-evolutie/
  9. Sanford, J.C., Baumgardner, J.R., Brewer, W.H., Gibson, P. and ReMine, W.R., Mendel’s Accountant: A biologically realistic forward-time population genetics program, Scalable Computing: Practice and Experience 8(2):147–165, June 2007.
  10. Buwe, A. et al., Effect of paternal age on the frequency of cytogenetic abnormalities in human spermatozoa, Cytogenet. Genome Res. 111:213–228, 2005.
  11. Green, R.F., Association of paternal age and risk for major congenital anomalies from the National Birth Defects Prevention Study, 1997 to 2004, Ann. Epidemiol. 20(3):241–249, 2010.
  12. Schubert, C., Male biological clock possibly linked to autism, other disorders, Nature Medicine 14:1170, 2008.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

Written by en

Dr. J.D. Sarfati is gepromoveerd in de fysische chemie en is momenteel werkzaam voor Creation Ministries International. Hij heeft diverse publicaties op zijn naam staan. Zie voor een uitgebreide biografie: http://creation.com/dr-jonathan-d-sarfati