Heeft het bekende verhaal van de zondvloed echt plaatsgevonden? En was deze zondvloed wereldwijd? Op 22 september werd er een congres georganiseerd. Wanneer je daar op zoek was naar antwoorden over een wereldwijde zondvloed kwam je bedrogen uit. Alleen prof. Jochemsen noemde de zondvloed kort toen hij sprak dat voor het verstaan van de schepping de sluier van de zondvloed hangt. Aan het einde stelde iemand uit het publiek een vraag: ‘Hoe zit het met de zondvloed?’

Het antwoord van prof. dr. Van den Brink is in conflict met de klassieke opvatting van het Bijbelse zondvloedverhaal. Volgens Van den Brink was de zondvloed een lokale gebeurtenis in Mesopotamië waarbij alleen de lokale bewoners om het leven kwamen en Noach werd gered.

Bijbelse argumenten voor een wereldwijde zondvloed

Het is Bijbels zeer onwaarschijnlijk dat het hier om een lokale overstroming gaat. Acht argumenten:
1. De Heere Jezus en de apostel Petrus spreken over een wereldwijde overstroming, door de mensen te vertellen over dat ‘de wereld die toen was’ vergaan is door het water.
2. God belooft aan Noach dat er nooit meer een dergelijke watervloed over de aarde zou komen. Hij gaf een regenboog als teken. Als dat een lokale vloed betrof dan heeft God vele malen Zijn belofte gebroken bij talloze lokale overstromingen sindsdien (denk aan de tsunami van 2004 in Azië). Een lokale-vloed-hypothese maakt zo van God een onbetrouwbare God. De zondvloed duurde daarnaast meer dan een jaar dit past niet bij lokale overstromingen.
3. Volgens Genesis stonden alle hoge bergen onder water. De hoogste piek van het Zagrosgebergte, een gebergte dat grenst aan Mesopotamië, is de Zard Kuh (4548 m). In Van den Brinks scenario bestond dit gebergte al. Als deze bergen onder water zouden staan dan hebben we te maken met een wereldwijde vloed. Landen op de bergen van Ararat maakt het lokale-vloed-verhaal nog onwaarschijnlijker.
4. De ark was niet zomaar een boot, maar een groot houten vaartuig van op zijn minst 150 meter lang. Uit experimenten met de verhoudingen van dergelijke constructies blijkt dat de ark een zeewaardig object was. De duur van de bouw wordt volgens sommige exegeten geschat op 120 jaar. Binnen vijf jaar zou Noach, lopend, met een snelheid van drie kilometer per uur en acht uur per dag reizen, de hele aarde rond zijn. Waarom zo’n arbeidsintensieve opdracht als emigratie minder tijd en moeite kost?
5. Vogels gingen mee. Voor een vogel is het echter vrij eenvoudig om ver weg te vliegen.
6. De hele aarde was vervuld met geweld lezen we in Genesis. Volgens Van den Brink had het kwaad van Adam zich als een olievlek verspreid over de hele wereld. Het is inconsistent dat Van den Brink dit Adam-olie-vlek-principe wel hanteert bij Adam, maar niet in de tijd Noach. Terwijl andersom juist beter bij de klassieke opvatting past.
7. Met Noach, vaak de tweede Adam genoemd, wordt een verbond gesloten. Het Noachitische verbond is, net als dat van Adam, universeel van aard.

Geologische argumenten voor een roerig verleden

Een wereldwijde zondvloed zou volgens Van den Brink geologisch hebben afgedaan. Maar vanuit het perspectief van een jonge aarde, zijn er veel argumenten aan te dragen dat de aarde een roerig geologisch verleden heeft gehad, waarvan de zondvloed het ‘sleutelevent’ is geweest:
1. Wereldwijd zijn er veel zondvloedverhalen overgeleverd. Deze komen soms tot in detail overeen met het Bijbelse zondvloedverhaal, zoals die van de Aboriginals.
2. In de geologische kolom worden grote massakerkhoven van dieren gevonden, waarvan het grootste deel van mariene oorsprong is.
3. We zien zowel in het Paleozoïcum als in het Mesozoïcum min-of-meer uniformiteit in stroomrichting (paleocurrents). Dat sedimenten door water of wind miljoenen jaren dezelfde kant op worden afgezet lijkt onwaarschijnlijk.
4. Grote dalen en valleien (canyons) kunnen onder bepaalde omstandigheden snel ontstaan.
5. Grote en relatief koude stukken aardkorst zijn rond de aardkern gevonden. Als we zouden spreken over miljoenen jaren, dan zouden deze koude stukken allang dezelfde temperatuur moeten hebben.
6. In allerlei fossielen wordt zacht weefsel gevonden en eiwitten zoals hemoglobine. Dergelijke fossielen kunnen niet miljoenen jaren oud zijn, omdat het niet mogelijk om dergelijke eiwitten miljoenen jaren in stand houden.
7. Hoewel we nu in een rustige geologische periode leven kunnen we nog steeds zien waartoe de natuur in staat is. We kunnen dan denken aan vulkaanuitbarstingen zoals Mount St. Helens, Tambora, Krakatau en Novarupta, aan tsunami’s, zoals die van Japan die grote zandbanken verplaatsen, en aan krachtige aardbevingen die scheuren veroorzaken in de aardkorst. Het is niet onredelijk te veronderstellen dat de aarde een ander en veel roeriger verleden heeft gekend dan ons vanuit het naturalistische perspectief wordt voorgehouden.

Zowel theologisch als geologisch doen we deze discussie ernstig te kort door de wereldwijde zondvloed te negeren.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen van de website van Christelijk Informatie Platform (CIP). Het originele artikel is hier te vinden.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

8 Comments

M.Nieuweboer

“Wereldwijd zijn er veel zondvloedverhalen overgeleverd.”
En allemaal zijn afkomstig uit laaggelegen gebieden in de buurt van grote rivieren.

“We zien zowel in het Paleozoïcum als in het Mesozoïcum …”
Welke veel meer dan 6000 jaar geleden plaatsvonden, dus u spreekt zichzelf tegen.

“Grote dalen en valleien (canyons) kunnen onder bepaalde omstandigheden snel ontstaan.”
U zult eerst snel moeten specificeren. De Cambrische Explosie, een geliefd argument onder creationisten, duurde minstens 20 miljoen jaar. Dat is alweer heel wat langer dan de door u geponeerde 6000.

“In allerlei fossielen wordt zacht weefsel gevonden en eiwitten zoals hemoglobine.”
Een oud argument, lang geleden (maar nog geen 6000 jaar) weerlegd op Talk Origins. Een citaat: “The age of fossils is not determined by how well they are preserved, because preservation depends far more on factors other than age. The age of this particular bone was determined from the age of the rocks it was found in, namely, the Hell Creek Formation. This formation has been reliably dated by several independent methods.” Daaraan voeg ik toe dat die methoden behoren tot de operationele wetenschap zoals gedefinieerd door creationisten.

Reply
M.Nieuweboer

“Het is niet onredelijk te veronderstellen dat de aarde een ander en veel roeriger verleden heeft gekend dan ons vanuit het naturalistische perspectief wordt voorgehouden.”
Het is evenmin onredelijk om die veronderstelling te verwerpen, vooral omdat ze zo vaag is. Waarom gebruikt u het naturalistisch perspectief om voor uw niet-naturalistische gezichtspunt te pleiten met uw tweede reeks van zeven punten?

Ook wil ik nog steeds graag weten:
1. Waar kwam al het benodigde water vandaan en waar ging het naar toe?
Mogelijk antwoord: u verwerpt uniformitarianisme. Dan moet u helemaal niet meer over wetenschap schrijven, inclusief geologie. Uw bezwaren zijn dan irrelevant.
2. Hoe is de Zuid-Amerikaanse luiaard naar en van de Ark in het Midden Oosten gereisd, met zijn en haar kruissnelheid van 150 meter per uur?
3. De twee grootste continenten drijven uit elkaar met een snelheid van 5 tot 10 cm per jaar. Er is onweerlegbaar empirisch bewijs dat ze vroeger aan elkaar vast zaten. Hoe is dat mogelijk in 6000 jaar?

Reply
Heimdall

Beste Jan,

Eerst mijn antwoord op je eerste vraag: ‘Nee, de zondvloed heeft echt niet plaatsgevonden’. En helaas zijn je argumenten niet heel overtuigend.
Het eerste deel, de theologische argumenten laat ik voor wat ze zijn. Ik verwerp de bijbel als autoriteit, dus een theologische discussie met mij heeft geen zin.

Wel heb ik wat aanmerkingen bij je geologische argumenten:
Bij je eerste punt over vloedverhalen bij volkeren volstaat het te zeggen, dat door de geschiedenis heen mensen dicht bij het water hebben gewoond. Daar zijn overstromingen geweest, waardoor er wereldwijd vloedverhalen zijn. Dit punt is een geologisch argument, noch een argument voor een wereldwijde vloed. We geeft het onze afhankelijkheid en verbondenheid met het water aan.

Je tweede punt heeft dezelfde beperking als je eerste punt, het is als argument voor een wereldwijde zondvloed niet discriminerend genoeg. Niemand ontkent lokale catastrofistische gebeurtenissen (een evenzo plausibele verklaring voor ‘massakerkhoven’), dus een wereldwijde vloed is niet de logische consequentie die hieruit voortvloeit.

Bij punt vier zeg je terecht ‘onder bepaalde omstandigheden’, de grand canyon bijvoorbeeld, is niet snel ontstaan.

De natuur is ongeëvenaard in haar macht, dat ben ik geheel met je eens. De natuur is echter niet in staat tot een wereldwijde overstroming, dat vergt magie.

Ik denk dat creationisten nog veel werk te verzetten hebben, voordat hun argumenten ‘er toe doen’.

Reply
Peter

Beesten van mariene oorsprong maken weliswaar het overgrote deel van de fossielen uit – schelpen etc namelijk – maar het is duidelijk dat de mariene weekdieren niet aan de omschrijving van beesten op de ark voldoen.
De ordening van de fossielen in de geologische kolom laat er geen twijfel over bestaan dat deze beesten niet tegelijk zijn omgekomen. De ordening van de fossielen laat daarentegen duidelijk zien dat in verschillende periode andere beesten aanwezig waren. De ordening vande fossielen maakt duidelijk dat er nooit een zondvloed geweest is. De fossielen van landdieren worden in landafzettingen, eventueel lagunes of meertjes, gevonden, maar ook in vulkaaras en zandstormafzettingen.

Reply
Hetty

Volgens de huidige wetenschappelijke inzichten is er nooit een wereldwijde zondvloed geweest. Denk aan archeologie, geologie, genetica, antropologie, paleontologie, meteorologie en biologie. De geschiedenis van de mensheid wordt volgens al deze wetenschappen niet onderbroken door een zondvloed.

Zie bijvoorbeeld: https://nl.wikipedia.org/wiki/100.000-10.000_v.Chr.

Een wereldwijde zondvloed zou alle archeologische artefacten, zoals bouwsels van mammoetbotten, rotstekeningen, hebben weggevaagd.

Bijbels argument tegen de zondvloed: Het verhaal zou niet letterlijk moeten worden opgevat maar past bij alle mythen over geweld van water in het verleden. Het is een samenstelling van meerdere oude verhalen. We zien bijvoorbeeld dat het 40 dagen regent en het pas na honderdvijftig dagen droog wordt. Dat gaat niet samen. Ook zien we dat het onderscheid tussen reine en onreine dieren pas later is ingevoegd. Dit onderscheid bestond pas veel later in de bijbelse geschiedenis en is terug te zien in Gen. 6 en 7.

De geachte heer van Meerten schreef:
“Zowel theologisch als geologisch doen we deze discussie ernstig te kort door de wereldwijde zondvloed te negeren.”
religieuze verhalen worden begrijpelijkerwijs door alle wetenschappers genegeerd. We zouden de wetenschap heel erg te kort doen als resultaten van wetenschappers beperkt zouden worden.

De kristalgrot bij Naica in Mexico weerspreekt zowel de zondvloed als een jonge aarde.
Zie hiervoor.
https://www.naturescanner.nl/midden-amerika/mexico/activiteiten/kristalgrot-bij-naica/157

En : https://www.scientias.nl/kristalgrot-heeft-heel-veel-tijd-nodig/

Stel dat alle wetenschappers rekening moeten houden met een wereldwijde zondvloed en een jonge aarde, zoals gebruikelijk is bij creationistische instituten, dan is vrij onderzoek onmogelijk geworden.

Reply
Piet Akkerman

Een voortreffelijk compact artikel !
Voor de lezers die meer tijd hebben raad ik een artikel van Mike Kruger aan op creation.com de titel is :
“Genesis 6-9 : does “all ” aways mean “all “?

Reply
Peter

Bij de ‘Geologische Argumenten’ ontbreekt de belangrijkste: het beginpunt en het eindpunt van de FLOOD in de geologische kolom. Ook ‘Flood Geologists’ aanvaarden de geologische kolom.
Er is bij ‘Flood Geologists’ geen enkele overeenstemming waar die Flood te vinden is. Het begin is meestal ergens in het Precambrium – onder de veronderstelling dat de Flood alle voorafgaande afzettingen zo door de war gooide dat er daarom geen voorouders van beesten fossiel aanwezig zijn beneden de Floodlagen. Maar dan: Precambrium/ Cambrium grens? Perm/Trias grens? Krijt/Tertiair grens? Plioceen/Pleistoceen grens? Al deze grenzen voorgesteld door ‘Flood geologist’ zijn door andere ‘Flood geologists’ met overtuigende argumenten verworpen. Fossiele regendruppels in Cambrium, Devoon, Trias, Eoceen zijn opgemerkt door creationsten en aanvaard als bewijs voor droog land. Planten die boven een oud dino nest groeien? Opgemerkt door een creationist. Kruipsporen uit Perm en daarna worden door creationisten aanvaard als van landbeesten op later ongestoorde strata,dus na Flood
Restanten van branden in de vorm van houtskool komen fossiel in alle lagen na het Ordovium voor – onderwater branden planten niet, dus de ‘Flood’ zou tussen twee branden geperst moeten. Branden worden dan maar genegeerd door ‘Flood Geologists’.
Er is geen enkele afzetting waarover alle creationisten het eens zijn dat die van de zondvloed afkomstig is. Dat is geeen kwestie van ‘diverse modellen’ maar een kwestie van volkomen gebrek aan houdbare geologische argumenten voor een zondvloed.

Reply
Peter

Bij de ‘Geologische Argumenten’ ontbreekt de belangrijkste: het beginpunt en het eindpunt van de FLOOD in de geologische kolom. Ook ‘Flood Geologists’ aanvaarden de geologische kolom.
Er bestaat onder ‘Flood Geologists’ geen enkele overeenstemming waar die Flood te vinden is. Het begin is meestal ergens in het Precambrium – onder de veronderstelling dat de Flood alle voorafgaande afzettingen zo door de war gooide dat er daarom geen voorouders van beesten fossiel aanwezig zijn beneden de Floodlagen. Maar dan dat einde van de Flood: Precambrium/ Cambrium grens? Perm/Trias grens? Krijt/Tertiair grens? Plioceen/Pleistoceen grens? Al deze grenzen voorgesteld door ‘Flood geologist’ zijn door andere ‘Flood geologists’ met overtuigende argumenten verworpen. Fossiele regendruppels in Cambrium, Devoon, Trias, Eoceen zijn opgemerkt door creationsten en aanvaard als bewijs voor droog land. Planten die boven een oud dino nest groeien? Droog land. Opgemerkt door een creationist. Kruipsporen uit Perm en daarna worden door creationisten aanvaard als van landbeesten op later ongestoorde strata, dus na Flood
Restanten van branden in de vorm van houtskool komen fossiel in alle lagen na het Ordovicium voor – onderwater branden planten niet, dus de ‘Flood’ zou tussen twee branden geperst moeten. Branden worden dan maar genegeerd door ‘Flood Geologists’.
Er is geen enkele afzetting waarover alle creationisten het eens zijn dat die van de zondvloed afkomstig is. Dat is geen kwestie van ‘diverse modellen’ maar een kwestie van volkomen gebrek aan houdbare geologische argumenten voor een zondvloed.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over