Pijlsnel vliegt het dier door het water, klapwiekend met zijn vleugels om vooruit te komen. De kop van het dier gaat even omhoog, even richten – en dan als een raket omhoog. Met een glijdende smak komt het dier terecht op het ijs. Pijn lijkt het niet te doen want het dier staat al snel op de poten en waggelt verder. Pinguïns zijn prachtige en schattige beesten. Maar hoe zijn ze ontstaan? Dat is wetenschappelijk gezien een raadsel… Een vondst van een fossiel dat deze maand beschreven werd in het naturalistische tijdschrift The Science of Nature maakt dat raadsel niet kleiner, maar eerder groter.1 pinguïnpaartje.pixabay.com

De fossiele pinguïn werd gevonden in de Waipara Greensand ten noorden van Christchurch, de derde grootste stad van Nieuw-Zeeland. De fossielvindplaatsen langs de Waipara rivier staan bekend om de vondsten van meerdere zeevogels. De pinguïns zijn naturalistisch ouder dan gedacht, dat is de toch wel onverwachte conclusie van de onderzoekers die de nieuwe vondst presenteerden in The Science of Nature.2 De vondst ziet er volgens de co-auteur van de officiële publicatie, dr. Paul Scofield, net zo uit als moderne pinguïns.3 Op basis van het fossiel schatten de onderzoekers dat het gevonden exemplaar groter was dan de huidige pinguïns. De hoofdauteur, dr. Gerald Mayr zegt: “The leg bones we examined show that during its lifetime, the newly described penguin was significantly larger than its already described relatives. Moreover, it belongs to a species that is more closely related to penguins from later time periods.”4 In leven was de pinguïn ongeveer 150 centimeter. Daarmee komen de onderzoekers tot de conclusie dat gigantisme onder de pinguïns al heel vroeg voorkwam. Omdat het slechts om een klein deel van één pinguïn gaat, heeft het soort nog geen naam gekregen.

Het fossiele archief van de pinguïns is de afgelopen jaren intensief bestudeerd en vele nieuwe taxa zijn tevoorschijn gekomen. Door meer onderzoek te doen naar deze prachtige schepselen blijkt dat deze groep een grote variatie heeft gekend in het verleden. Kennis over de vroegste periode die geleid heeft tot de huidige variatie van pinguïns is echter zeer fragmentarisch en hoe de pinguïns naturalistisch ontstaan zijn is een groot raadsel. Deze vondst maakt dat raadsel voor naturalisten niet kleiner maar eerder groter. Uit de vondsten in het zogenoemde Paleoceen (naturalistisch gedateerd op 66-56 miljoen radiometrische jaren geleden) blijkt dat de diversiteit onder pinguïns veel groter is dan gedacht. In de publicatie vergelijken de auteurs de vondst met de andere vondsten uit hetzelfde ‘tijdperk’. Dr. Scofield zei: “We believed up until this specimen was discovered there was very little variation among these Paleocene penguins”.5 Dr. Scofield verwacht dat er nog meer soorten pinguïns uit die tijd gevonden zullen worden in de Waipara Greensand: “We’ve really only scratched the surface of what was around at this time”.6 De onderzoekers houden het zelfs voor mogelijk dat er al pinguïns rond waggelden ten tijde van de dinosauriërs. Of creationistisch gezegd: dat er ook pinguïns voorkwamen in het leefgebied van de dinosauriërs en daarmee tegelijkertijd zijn afgezet.

pinguïn_dierentuin.pixabay

Creationistische visie op pinguïns

Aangezien het artikel ‘vers van de pers’ is, heb ik nog geen officiële reactie gezien van creationistische paleontologen. De creationist en bioloog dr. Todd C. Wood schrijft in zijn monograaf over de Galápagos eilanden dat de huidige soorten pinguïns waarschijnlijk één holobaramin vormen. Hij schrijft: “Considering the general evidence of discontinuity (drom discontinuity criteria) and the statistical support for significant negative baraminic distance correlation between penguins and non-penguin, I conclude that discontinuity surrounds the penguins. As a group that shares continuity within and discontinuity with outgroups, the penguins therefore fulfill the definition of a holobaramin.”7 Om het eenvoudig te zeggen: God schiep één paar pinguïns met de mogelijkheid zich te kunnen voortplanten en zich te kunnen aanpassen aan de omgeving. De huidige en ook fossiele variatie pinguïns is dan uit dit oerpaartje ontstaan.

WANNEER LEEFDE DEZE PINGUÏN?
Om de geologische en paleontologische geschiedenis te beschrijven zijn er vier hoofdstromingen te onderscheiden binnen het scheppingsmodel, de zondvloed is daarbij de sleutel tot het verstaan van de geologische geschiedenis.

Geologische_kolom.JvM

De geologische kolom

Het model van Setterfield

Dit model stelt dat alleen het Precambrium door de zondvloed is afgezet. Alles wat na dit Precambrium komt dateert van vlak na (toen Noach nog in de ark was) tot ver na de vloed. Voor de pinguïn wil dat zeggen dat het dier omkwam ná de zondvloed.

Het model van Scheven-Hoogerduijn-De Wit

Dit model stelt dat de aardlagen van het Precambrium/Cambrium tot en met het Carboon/Perm leven bevat dat vóór de zondvloed voorkwam. Het Perm zou dan een afzetting zijn die afgezet is toen de aarde droog kwam te liggen, maar de ark zich nog op de bergen van Ararat bevond. Alles van ná Perm dateert van ná de zondvloed. Dat wil net als het model van Setterfield zeggen dat de pinguïn na de zondvloed is omgekomen in een turbulente periode.

Het model van Wise-Wood-Whitmore-Garner

Dit model plaatst de zondvloedgrens min of meer gelijk met de Krijt-Tertiair-grens. Krijtafzettingen zijn dan nog van vóór de zondvloed, Tertiairafzettingen zijn dan van ná de zondvloed. De pinguïn zou dan omgekomen zijn ná de zondvloed. Het gigantisme onder de pinguïns is het resultaat van snelle differentiatie en variatie binnen het pinguïnbaramin.

Het model van Whitcomb-Morris-Holt-Oard

Dit model plaatst de zondvloedgrens hoog in de geologische kolom, veelal tussen het Plioceen en Pleistoceen. Sommigen zijn van mening dat de grens nog hoger moet liggen. Alles wat zich onder het Plioceen bevindt is zondvloedafzetting. Dat wil voor de pinguïns zeggen dat zij omgekomen zijn tijdens de zondvloed.

Voetnoten

  1. In het populairwetenschappelijk tijdschrift Weet Magazine verscheen deze maand een prachtig artikel over pinguïns: O’Daniel, D., 2017, Duiken, zwemmen, ‘vliegen’. Pinguïns: voor het water ontworpen, Weet 43: 16-19.
  2. Mayr, G., De Pietri, V.L., Scofield, R.P., 2017, A new fossil from the mid-Paleocene of New Zealand reveals an unexpected diversity of world’s oldest penguins, The Science of Nature 104: 9.
  3. http://www.stuff.co.nz/environment/89731592/waddling-with-dinosaurs-ancient-new-zealand-fossil-connects-penguins-and-dinosaurs
  4. https://www.sciencedaily.com/releases/2017/02/170223102022.htm
  5. http://www.stuff.co.nz/environment/89731592/waddling-with-dinosaurs-ancient-new-zealand-fossil-connects-penguins-and-dinosaurs
  6. http://www.stuff.co.nz/environment/89731592/waddling-with-dinosaurs-ancient-new-zealand-fossil-connects-penguins-and-dinosaurs
  7. Wood, T.C., 2005, A Creationist Review and Preliminary Analysis of the History, Geology, Climate, and Biology of the Galápagos Islands (Eugene: Wipf & Stock Publishers), p. 131.

LEUK ARTIKEL?
Bent u blij met dit artikel? Het onderhoud en de ontwikkeling van deze website vragen financiële offers. Zou u ons willen steunen met een maandelijkse bijdrage? Dat kan door ons donatieformulier in te vullen of een bijdrage over te schrijven naar NL53 INGB000 7655373 t.n.v. Logos Instituut. Logos Instituut is een ANBI-stichting en dat wil zeggen dat uw gift fiscaal aftrekbaar is.

20 Comments

E. van der Klift

Kan de aangehaalde tekst worden vertaald naar het Nederlands? (…)

[Noot van de redactie: Beste E. van der Klift, hartelijk bedankt voor uw voorstel aan de redactie.]

Reply
Peter

[Er zijn] vier onderling tegenstrijdige zondvloedmodellen. Bij de eerste valt alle evolutie precies zoals beschreven na de zondvloed. Bij de tweede valt alle evolutie van dino’s krokodillen vogels uit 1 voorouder en van zoogdieren uit 1 voorouder na de zondvloed. Bij de derde komen de zoogdierordes van de Ark of zelfs nog de iets eerdere voorouders van de groepen zoogdierordes. Bij de vierde bestaan de families allemaal in evolutionaire verscheidenheid. De vier voorstellen gaan ale vier uit van de geologische kolom, zodat de paleontologische volgorde gehandhaafd blijft. Bij geen enkel van de vier voorstellen zijn paleontologische gegevens in overeenstemming te brengen met families als ‘baramin’.

Reply
Nathan van Ree

Beste Peter,

Kun je eens uitleggen hoe je dit precies bedoelt? Alvast bedankt.

Peter

Alle vier zondvloedscenario’s hierboven gaan uit van de klassieke stratigrafie. Dat houdt in dat ze ook de fossielen van de klassieke stratigrafie accepteren. Bij het eerste zondvloedscenario betekent dat dat je alle fossielen behalve de Ediacara accepteert, dus de hele paleontologische geschiedenis van de beesten. Bij het tweede scenario zijn Mesozoïcum en Cenozoïcum na de zondvloed: dus alle fossielen van Mesozoicum en Cenozoicum. Bij het begin van het Mesozoïcum heb je archosauromorphen, dat zijn de voorouders van dino’s, krokodillen en vogels, maar niet die groepen zelf, en je hebt late therapsiden als voorouders van alle zoogdieren. Bij de Krijt-Tertiair grens heb je hoogstens zoogdierordes, maar eerder alleen de voorouders van de vier groepen zoogdierordes. Bij de grens Plioceen-Pleisoceen heb je al diversiteit binnen de zoogdierfamilies. Nu heb ik altijd begrepen dat de baramin van de Ark van Noach ‘omstreeks families’ zijn. Dan klopt geen van deze grenzen met het idee ‘baramin is familie’. De eerste drie omdat de moderne families nog niet bestonden alleen hun verre voorouders, en de laatste omdat er al differentiatie tussen de soorten binnen een familie is.

Reply
Nathan van Ree

Beste Peter,

Bedankt voor de toelichting. Voor zover creationistische zondvloedscenario’s stratigrafische terminologie hanteren (wat lang niet altijd het geval is), is dat niet met inachtneming van evolutie en bijbehorende indexfossielen.

Peter

Nathan,
Aangezien de stratigrafie gehanteerd wordt, de echte, en niet alleen de terminologie geleend wordt, is het inconsistent niet de bijbehorende fossielen te willen accepteren. Weliswaar bewijzen de bijbehorende fossielen onmiddellijk dat elk van de vier zondvloed scenario’s onmogelijk is, maar als creationisme wil claimen wetenschap te doen, moet het toch minimaal consistent zijn.

Je uitspraak: “Voor zover creationistische zondvloedscenario’s stratigrafische terminologie hanteren (wat lang niet altijd het geval is), is dat niet met inachtneming van evolutie en bijbehorende indexfossielen” klopt niet. Leonard Brand en Marcus Ross en White accepteren de fossielen. Bovendien gebruiken vooraanstaande creationisten de fossielen als indicator of een bepaalde grenslaag in de stratigrafie mogelijk de zondvloed aangeeft . Ga naar Todd’s Blog http://toddcwood.blogspot.nl/2014/07/origins-2014-abstracts-published.html waar je de geologie abstracts vindt van de Origins conferentie, met lezingen van Marcus Ross, Liberty University. Ross zegt oa “Ross (2012) evaluated a late Cenozoic boundary using North American mammal biostratigraphy, reported that 23% of the genera evaluated cross this proposed boundary, and concluded that this rate was too high to support the post-Flood boundary at this location.” Dus Ross accepteert de fossielen. De referentie naar het artikel van Ross (2012) staat daar. Ross praat daarna over de K-Pg grens zonder aan te geven wat voor beesten daar gevonden worden, maar er is geen enkele indicatie dat hij deze fossielen niet accepteert.

Jan van Meerten

Geachte Peter, hartelijk bedankt voor uw feedback. De werkelijkheid is inderdaad complexer dan dat wij in onze modellen kunnen gieten. Ik zie de door mij hierboven genoemde modellen daarom als ‘werkhypothesen’. U citeert daarna mensen die werken met de gedachte dat de grens zondvloed/post-zondvloed ongeveer rond K/T te vinden is (Brand, Ross, Wood etc.). Deze door mij zeer gewaardeerde geleerden nemen in hun onderzoek ook uw vragen mee (en ik heb al diverse denkrichtingen gezien). De door u genoemde opmerkingen zijn interessante uitdagingen die creationisten zeker onder ogen moeten zien. Merk overigens op dat niet alle creationisten de methoden van baraminologie onderschrijven.

Reply
Peter

“De werkelijkheid is inderdaad complexer dan dat wij in onze modellen kunnen gieten”

Mogelijk gaat dit zelfs op voor goede modellen, maar bij niet kloppende modellen zoals alle vier de bovengenoemde zondvloedgrenzen is dit zeker het geval. De werkelijkheid is zelfs zo complex dat evolutie nog steeds het meest verklarende model is, omdat evolutie complexiteit goed verklaart.

“De door u genoemde opmerkingen zijn interessante uitdagingen die creationisten zeker onder ogen moeten zien”

Zeker – en dat is heel moeilijk want het is een directe weerlegging van het creationisme.

Nathan van Ree

Er zijn creationisten die de ‘kolom’ overnemen en er een vloedgrens in willen aangeven. Aangezien de kolom wordt vastgesteld op basis van fossielen met graduele evolutie indachtig, en creationisten dat per definitie ontkennen, bovendien is gebaseerd op Lyells actualisme terwijl creationisten een zondvloed hebben, lijkt me dit een soort appels met peren vergelijken.

Er zijn ook creationisten die de gehele kolom niet overnemen. Er zijn er ook die van lokale gesteenten de gangbare terminologie hanteren omdat dit de taal der stratigrafie is, maar niet menen dat de betreffende laag een wereldwijde tijdseenheid betreft.

Bovengenoemde problematiek is natuurlijk helemaal geen weerlegging van het creationisme op zich.

Reply
Jan van Meerten

De door de geachte Peter genoemde uitdaging kan hoogstens een ‘probleem’ vormen voor verschillende modellen binnen het scheppingsreferentiekader. De spreekwoordelijke wens blijkt hier de vader van de gedachte. Voorlopig zie ik het echter niet als ‘probleem’ maar als uitdaging. Bijna wekelijks worden er nieuwe fossielen van vroege zoogdieren gevonden en beschreven. Ik volg deze naturalistische papers met belangstelling en zo ook de discussies over deze vondsten binnen het scheppingsreferentiekader. Baraminologie is een interessante werkhypothese, of het meer dan dat zal worden moet de toekomst uitwijzen. De uitgesproken metafysische belijdenis dat ‘evolutie (in de zin van universal common descent JvM) alle complexiteit kan verklaren’ is een interessante mening die ik niet deel.

Reply
Peter

Jan van Meerten denkt dat ik schreef: “dat ‘evolutie (in de zin van universal common descent JvM) alle complexiteit kan verklaren”, en dat dat een metafysische positie is. Dat schreef ik niet. Ik schreef: “De werkelijkheid is zelfs zo complex dat evolutie nog steeds het meest verklarende model is, omdat evolutie complexiteit goed verklaart” Bij kijken naar de fossielen is heel duidelijk dat evolutie het meest verklarende model is voor de fossielen en de complexiteit die we daarin zien. Dat is geen metafysica, maar de ‘beste verklaring’ wat heet abductie. Inderdaad worden bijna wekelijks nieuwe fossielen van zoogdieren (vogels etc ) gevonden: dat maakt het model van een Ark van Noach met de week moeilijker.

“…mensen die werken met de gedachte dat de grens zondvloed/post-zondvloed ongeveer rond K/T te vinden is (Brand, Ross, Wood etc.)”

Dan zit Leonard Brand in moeillijkheden, omdat hij zijn walvissen van de Pisco formatie niet aan de zondvloed toe kan schrijven: het zijn Miocene walvissen. http://logos.nl/paleontologie-vanuit-een-bijbels-wereldbeeld/

De opgave voor creationisme is een consistent verslag maken met alle fossielen uit alle lagen. Ontkennen dat de lagen en de fossielen bestaan [en]kritiek op evolutie blijven geven is maakt ook geen goede indruk. Tot nu toe is er geen enkele aanzet voor een consistent creationisme verhaal.

Jan van Meerten

Geachte Peter, uw mening betreffende evolutie (in de zin van universele gemeenschappelijke afstamming) is bekend evenals uw kritiek op het scheppingsreferentiekader. Ik zie dat als het inkaderen van uw eigen referentiekader en het afzetten tegen een ander referentiekader. Iets wat ik overigens niet als een probleem zie. De geachte prof. dr. Leonard Brand en de andere creationistische onderzoeker dr. Raúl Esperante, die gepromoveerd is op deze fossiele walvissen, zitten niet in moeilijkheden met de Pisco-Formatie omdat de geleerden zowel in hun literatuur als in persoonlijke communicatie met mij hebben aangegeven dat de Pisco-Formatie (Mioceen) na de vloed moet zijn afgezet. Dit omdat het afzetten van de Pisco-Formatie volgens Brand en Esperante meer tijd nodig heeft gehad dan één enkel zondvloedjaar. Dit is ook na te lezen in het boek van de door mij gewaardeerde prof. Brand: Faith, Reason & Earth History. Zoals u wellicht weet valt het Mioceen inderdaad na de K/T-grens.

Reply
Hetty Dolman

De geachte heer van Meerten schreef:
“geachte prof. dr. (…) één enkel zondvloedjaar.”

Dit is niet de info die men op internet kan vinden. Creation.com zegt:
Brand and his coauthors concluded: ‘The most viable explanation for whale preservation seems to be rapid burial, fast enough to cover whales 5–13 m [16–42 ft] long and approximately 50 cm [20 in] thick within a few weeks or months, to account for whales with well-preserved bones and some soft tissues.’ These burial times are probably a maximum, based on a comparison with modern environments. It could have been even faster than a few weeks. http://creation.com/dead-whales-telling-tales

Reply
Jan van Meerten

Geachte mevrouw Dolman, hartelijk bedankt voor uw bericht. Allereerst is de originele bron van dit citaat niet meer te vinden. Het lijkt in het citaat te gaan over 50 cm in een paar weken tot maanden, maar de Pisco Formatie is (veel) meer dan 50 cm dik en daarom is er volgens de geachte prof. dr. L.R. Brand meer tijd nodig om de gehele Pisco Formatie te vormen. Ten tweede moet u dat citaat in de context van het scheppingsreferentiekader zien. De gewaardeerde Michael Oard is een andere mening over zondvloedgrens toegedaan als de evenzo gewaardeerde prof. Leonard Brand (zie hierboven). Voor dhr. Oard is de begraving van deze fossielen nog sneller gegaan en past dit binnen een zondvloedscenario. Het ging de geachte Peter hierboven echter niet om de visie van Oard maar om een contradictie aan te wijzen in de visie van Brand. Bij het lezen van de literatuur van Brand komt een andere gedachte naar boven (zie zijn bovengenoemde boek). Volgens prof. Brand is het namelijk realistischer om te denken dat de Pisco Formatie in enkele honderden jaren is ontstaan. Surfen op internet is in dit geval daarom geen goed idee. Merk overigens op dat het bovengenoemde (door mij geschreven) stuk niet over de fossiele walvissen van de Pisco Formatie gaat maar over een deel van een fossiele pinguïn.

Reply
Peter

“Pisco-Formatie (Mioceen) na de vloed moet zijn afgezet. Dit omdat het afzetten van de Pisco-Formatie volgens Brand en Esperante meer tijd nodig heeft gehad dan één enkel zondvloedjaar”

In dat geval hebben de walvissen van de Piscoformatie (die immers in weken tot maanden zijn bedolven) geen enkele relevantie voor het bestaan van een zondvloed, terwijl Brand ze in de aangehaalde video wel als relevant voor de zondvloed gebruikt. Als Brand zegt: “het afzetten van de Pisco-Formatie (…) meer tijd nodig heeft gehad dan één enkel zondvloedjaar” (200 meter afzetting minimaal) is dat een professionele niet-creationistische opinie, omdat de zondvloed overigens geacht wordt kilometers dikke afzettingen te hebben gevormd. (Zie creationisten over Grand Canyon.) Ik heb al eerder opgemerkt, onder de video van de lezing, dat Brand het creationisme achter zich laat zodra hij [hiermee] bezig is.

Trouwens, http://creationwiki.org/Pisco_formation zegt: “This site, … , is one of the world’s best examples of a formation being created by Noah’s flood. (…) The rapid burial of the whales and preservation of their baleen depict a story of whales perishing in a diatom bloom in the late flood period”

“Merk overigens op dat niet alle creationisten de methoden van baraminologie onderschrijven”

Niet de methoden misschien, maar zijn er ook creationisten die het idee baramin hebben laten vallen?

Reply
Jan van Meerten

Geachte Peter, mijn laatste reactie op de walvissen van de Pisco Formatie onder dit artikel. Dit onderzoek past goed in een scheppingsreferentiekader en daar gaat het om. Binnen zondvloedmodel 3 zijn deze walvissen na de vloed afgezet in een periode van honderden jaren. U haalde het voorbeeld aan als zijnde een contradictie in dit vloedmodel en dat is onjuist gebleken. Daarnaast denkt u hierboven mijns inziens teveel in ‘conflict’ het is prima mogelijk dat een argument voor snelle afzetting zowel binnen een naturalistisch model als binnen een creationistisch model past. Ik heb daar geen enkel probleem mee, integendeel het maakt het argument alleen maar sterker. Om te beoordelen of iets tot een zondvloedmodel hoort wordt niet gekeken naar de dikte van een afzetting maar naar de faciës. Kennelijk zijn die betreffende de Pisco Formatie voor de geachte prof. Brand zo dat hij tot de conclusie komt dat dit na de zondvloed moet zijn afgezet. U haalt daarnaast CreationWiki aan. Zie daarvoor ook wat ik tegen de geachte mevrouw Dolman gezegd heb over Oard. CreationWiki is kennelijk de mening van zondvloedmodel 4 toegedaan. Dat Brand in dit werk zijn door u zo genoemde ‘creationisme’ heeft losgelaten doet geen recht aan Brand en aan zijn werk. Zoals ik hier ook weergegeven heb. Prof. Brand kan zelf zijn intenties het beste weergeven en beoordelen, dat hoeven wij niet voor hem te doen. Afsluitend zou ik willen zeggen: we zijn er blijkbaar allemaal over eens dat de Pisco Formatie snel moet zijn afgezet. Het enige verschil van inzicht ligt hem hierin: is deze afzetting voor- of na de zondvloed of heeft er zelfs helemaal geen zondvloed plaatsgevonden. Dat laatste is afhankelijk van je referentiekader dat eerste is afhankelijk van je zondvloedmodel en de beoordeling van de faciës. Ik laat het hierbij.

Reply
Peter

De Pisco formatie als geheel is in 2 miljoen jaar afgezet. Zoals ik al zei, in zijn wetenschappelijk werk laat Brand het creationisme thuis.

Krijg ik nog antwoor[d] op het volgende? “Niet de methoden misschien, maar zijn er ook creationisten die het idee baramin hebben laten vallen?” Want in moderne beesten kun je baramin ook onderscheiden door gewoon de DNA indeling van de evolutiebiologie te volge[n] (zo AiG) maar voor fossielen zit er niets anders op dan de statistische baraminologie. En dan komt het genoemd[e] probleem dat alle vier zondvloed grenzen gefalsificeerd zijn onmiddellijk naar boven.

Hetty Dolman

De geachte heer van Meerten schreef:

“Bij het lezen van de literatuur van Brand komt een andere gedachte naar boven (zie zijn bovengenoemde boek). Volgens prof. Brand is het namelijk realistischer om te denken dat de Pisco Formatie in enkele honderden jaren is ontstaan.”

Misschien is er dan een dringende reden op dit juist op het internet te rectificeren. De google resultaten die ik heb ingekeken gaan voornamelijk uit van een de Pisco Formatie die bewijs is voor de zondvloed, want snel ontstaan: https://www.google.nl/#q=Pisco+Formatie&*

Hoewel het filmpje van 1 jaar geleden ook nog steeds op internet staat: http://logos.nl/paleontologie-vanuit-een-bijbels-wereldbeeld/ Afgezet in enkele weken of maanden, prof. L.R Brand zegt het letterlijk. (rond de 22.32 min)

“Merk overigens op dat het bovengenoemde (door mij geschreven) stuk niet over de fossiele walvissen van de Pisco Formatie gaat maar over een deel van een fossiele pinguïn.”

Dat is interessant, maar ik begrijp niet wat het probleem is voor ‘naturalisten’.

Reply
Jan van Meerten

Geachte mevrouw Dolman, ook naar u mijn laatste reactie betreffende de Pisco Fomatie. U schrijft: “Misschien is er dan een dringende reden op dit juist op het internet te rectificeren.” Ik voel mij niet geroepen om heel het internet langs te lopen en alles wat Pisco-formatie heet te rectificeren als het niet strookt met de bevindingen van prof. Brand. Dat lijkt mij overigens een onmogelijke opgave. Daarnaast kunnen de verdedigers van zondvloedmodel 4 wel hele goede redenen hebben om het wel als zondvloedafzetting te beschouwen. We moeten deze verdedigers de ruimte geven. Hierboven ging het om de gedachte van de geachte Peter dat het onderzoek van prof. Brand in tegenspraak zou zijn met zondvloedmodel 3, dat is onjuist. U schrijft: Afgezet in enkele weken of maanden, prof. L.R Brand zegt het letterlijk. (rond de 22.32 min). Bij 22.32 wordt niets gezegd over ‘afgezet in weken of maanden’. Rond 23:47 e.v. spreekt hij over de bedekkingssnelheid van ‘each whale’ binnen enkele weken of maanden. Zo krijgen we de misverstanden in de wereld, ‘each whale’ is nogal wat anders dan de hele Pisco-Formatie. Volgens prof. Brand is de hele Pisco Formatie in enkele honderden jaren afgezet en daarmee post-vloed, de walvissen van die Formatie zijn daarmee volgens prof. Brand logischerwijs ook post-vloed. Dat is ook in de literatuur van prof. Brand te lezen.

Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 tekens over