Wanneer vond de schepping plaats?

by | aug 11, 2023 | 05. Aardwetenschappen, Apologetiek, Geologie, Logos Basics, Ouderdom van de aarde

Wanneer vond de schepping plaats?

Hoe ver moeten we terug in de tijd om bij de scheppingsweek uit te komen? Niet-christelijke wetenschappers en ook sommige christenen veronderstellen dat de oerknal (hun idee over ‘schepping’) zich ongeveer 13.8 miljard jaren geleden voordeed en dat onze aarde ongeveer 4.5 miljard jaar oud is. In dit hoofdstuk kijken we naar de Bijbelse aanwijzingen voor een veel jonger universum en bespreken we een aantal natuurkundige argumenten, die het Bijbels getuigenis ondersteunen.

Argumenten vanuit de bijbel

Als christenen moeten we de Bijbel in hoog aanzien houden als het geopenbaarde en geïnspireerde Woord van God. Door te lezen wat er staat kunnen we vanuit de Bijbel vaststellen dat de aarde en het universum niet miljarden jaren oud kunnen zijn!

Scheppingsweek

De Bijbel vermeldt een erg korte tijd voor de schepping; maar één week, niet miljarden jaren. ‘Want in zes dagen heeft de Heere de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de Heere de sabbatdag, en heiligde die’ (Exodus 20:11).

In Genesis 1 wijst de Bijbel erop dat direct vanaf het begin, op het eind van de zesdaagse scheppingsweek, ‘de hemelen en de aarde, de zee en alles wat daarin is’ volwassen is en volledig functioneert. De harde korst van de aarde en de maan werden geschapen in logisch verband met hun gevarieerde potentie aan radioactieve materialen. De sterren werden geformeerd samen met hun lichtstralen, zodat ze direct al zichtbaar waren op aarde en door Adam gezien werden. Op de zesde dag, toen Adam en Eva werden geschapen, hadden de bomen en planten, die God op de derde dag van de scheppingsweek geformeerd had, al jaarringen en droegen ze al vruchten. Adam en Eva hoefden daar niet jaren op te wachten in de Hof van Eden. Het dierenrijk werd geformeerd in een uitgebalanceerd biologisch evenwicht. Adam en Eva hoefden niet te leren lopen en konden ook direct al praten, want het is duidelijk dat ze als volwassenen werden geschapen, met volwassen lichamen en volwassen gedachtenpatronen.

God schiep een volwassen en volledig functionerend universum. Hoewel alles gloednieuw was, bracht God alles direct volwassen tot aanzijn. Sommige critici zeggen dat de gedachte aan een ingeschapen ouderdom in de schepping lijkt op bedrog van Gods kant, maar ze zien niet in dat God zelf ons dit in de Bijbel duidelijk meedeelt, zowel wanneer en hoe Hij alles schiep. Duidelijk is dat Hij alles schiep! Zelfs de meest radicale critici van de Bijbel zullen het concept van een direct volwassen schepping moeten erkennen. Het is namelijk onmogelijk om je een vorm van materie voor te stellen zonder enige leeftijd. Probeer het maar eens.

Sommige mensen proberen het scheppingsgegeven in de Bijbel te laten overeenstemmen met de zogenaamde ‘oude aarde-theorie’ door de dagen van Genesis 1 uit te rekken, in de veronderstelling dat deze ‘dagen’ eigenlijk ‘geologische tijdperken’ waren. Zij zeggen bijvoorbeeld dat op de zesde dag te veel dingen gebeurden om het een dag van letterlijk 24 uur te doen zijn, zoals: Adam werd geschapen; de Hof van Eden werd geplant; Adam gaf namen aan de dieren en Eva werd geschapen. Maar de hoeveelheid activiteiten is toch geen probleem voor God! Hoelang had Hij nodig om Adam en Eva te scheppen, of de Hof van Eden te planten? Denk eens aan het geven van namen aan dieren door Adam? Wij kunnen gemakkelijk in één middag een dierentuin doorlopen. De tegenwoordige dierentuinen bevatten waarschijnlijk veel meer diersoorten dan de soorten waaraan Adam een naam moest geven. En vergeet niet dat Adam in zijn ongevallen staat veel intelligenter was dan wij nu!

Nergens ondersteunt de Bijbel het idee dat de dagen van Genesis 1 iets anders waren dan letterlijke dagen. De tekst uit 2 Petrus 3:8 wordt vaak aangehaald als argument dat de dagen van Genesis 1 geologische tijdperken zouden zijn. Niets kan verder van de waarheid zijn! Wanneer we het gewoon in zijn verband lezen, wordt ons duidelijk dat ‘Bij de Heere is één dag gelijk aan duizend jaar, en duizend jaar als één dag’ beslist niet als gelijkstelling is bedoeld. 2 Petrus 3:8 betekent beslist niet dat iemand, die de Bijbel wil bestuderen, op elke plaats, waar het woord ‘dag’ staat, mag lezen: ‘duizend jaar’, ‘miljoenen jaren’ of ‘geologisch tijdperk’. Niemand mag zich door zo’n op onzinnige argumenten berustende interpretatie van op zich duidelijke Schriftgegevens de vrijheid veroorloven om de Bijbel dingen te laten zeggen, die er niet in onderwezen worden! 2 Petrus 3:8 leert niét dat het woord ‘dag’ evengoed iedere andere tijdsduur kan betekenen, maar wél dat de eeuwige God niet gebonden is aan tijd.

De stambomen van Genesis 5 en 11

We weten dat Abraham omstreeks 2.000 voor Christus leefde. Als we de jaren optellen tussen de schepping en Abrahams tijd, zoals we die vinden in de stambomen van Genesis 5 en 11, lijkt het dat de scheppingsweek rond 4.000 jaar voor Christus moet zijn geweest. De lijsten van Genesis worden genoemd in jaren en geven dus een chronologische volgorde aan van vader op zoon. Als we jaren toevoegen voor de mogelijkheid dat sommige geslachten zijn overgeslagen (wat gewoon is in Bijbelse stambomen, waarbij de jaren niet genoemd worden), kunnen we met geen mogelijkheid de scheppingsweek verder in tijd terugdringen dan een paar duizend jaar. De Bijbelse geslachtslijsten maken onze aarde en dus ook het universum erg jong vergeleken met de miljarden jaren volgens de big bang-theorie!

Argumenten vanuit de natuur

Sommige dingen in ons universum lijken erg oud, maar dat is te verwachten wanneer God een volledig functionerend universum schept. Daarbij komt dat God in dit universum veel aanwijzingen geeft dat het een jong universum is. Opnieuw benadrukken we, dat we in een kort hoofdstuk maar enkele voorbeelden kunnen geven.

Argumenten voor een jong universum

Argumenten vanuit de maan

Kraters. Er wordt gedacht dat kraters op de maan veroorzaakt zijn door inslagen van meteoren in de vroege geschiedenis van de maan. Deze kraters zouden echter volledig afgevlakt zijn als dit verscheidene miljarden jaren eerder was gebeurd, want het gesteente van de maan vloeit en zou daardoor nu helemaal vlak geworden zijn.

Radioactiviteit. Uit onderzoek door de Apollo-missies weten we dat het materiaal van de maan een erg hoge radioactiviteit heeft. Hoge radioactiviteit veroorzaakt hitte, dus als de maan werkelijk miljarden jaren oud zou zijn, zou het er intens heet zijn, maar dat is het niet. Bepaalde radioactieve elementen of isotopen op de maan hebben een korte halfwaardetijd en zouden volledig zijn vervallen als de maan inderdaad 4,5 miljard jaar oud was, maar ze zijn nog steeds sterk aanwezig!

Afstand. De afstand van de aarde naar de maan neemt langzaam toe in gelijkmatige verhouding. Als het aarde-maan systeem 4,5 miljard jaar oud is, zou de maan veel verder van de aarde weg moeten afstaan, zelfs als we ervan uitgaan dat de maan ontstond vanaf de aarde.

Stof. Het niet samengepakte stof op de maan is maar enkele centimeters diep. Doordat er geen erosie is op de maan, zou er veel meer kosmische stof op de maan aanwezig moeten zijn als de maan inderdaad 4,5 miljard jaar oud is. Zelfs als je het kosmische stof meetelt dat in het regoliet (‘maangrond’) zit, zou je meer kosmisch stof verwachten als de maan heel erg oud was.

Argumenten vanuit de kometen

Kometen hebben ellipsvormige (niet-cirkelvormige) banen rond de zon. Iedere keer als een komeet dicht bij de zon komt, wordt er wat materiaal van de komeet weggebrand. Dit zien we als de ‘staart van de komeet’. Korteperiodekometen doen minder dan tweehonderd jaar over een baan rond de zon. Als ons zonnestelsel werkelijk 4-5 miljard jaar oud is, zouden deze korteperiodekometen allemaal allang verbrand zijn. Maar ze bestaan nog steeds! Zelfs langeperiodekometen zouden veel kleiner moeten zijn dan ze nu zijn. Kometen wijzen bij uitstek op een jong universum!

Het feit dat korteperiodekometen nog steeds bestaan, is een groot probleem voor mensen die geloven in een erg oud universum en de theorie van de ‘Oortwolk’ bedachten. Deze theorie neemt aan dat nieuwe kometen periodiek het zonnestelsel binnenkomen van de ‘Oortwolk’, om de plaats in te nemen van de verbrande kometen. Er is geen enkel bewijs voor het bestaan van deze ‘Oortwolk’; het is slechts een theorie. Een andere theorie stelt dat zich een zogenoemde ‘Kuipergordel’ bevindt aan de rand van het zonnestelsel, die de bron is waaruit nieuwe kometen ontstaan. Deze theorie heeft eenzelfde gebrek aan bewijs. Er zijn geen bevredigende theorieën voor een in beroering brengende kracht die nodig is om de kometen in ellipsbanen rond de zon te brengen.

Aanwijzingen vanuit de zon

Een voorbeeld van het warmteprobleem voor het idee van de grote ouderdom van de aarde en de zon staat bekend onder de naam ‘zwakke zon-paradox’. Evolutionisten gaan ervan uit dat de eerste levende cel zo’n 3,8 miljard jaar geleden ontstond. Maar op dat ogenblik in de levenscyclus van de zon zou deze 30 procent minder lichtenergie hebben uitgezonden dan tegenwoordig, en zou de aarde veel kouder geweest zijn dan vandaag de dag. De aarde zou meer geleken hebben op een gigantische ijsberg dan op een blauwe planeet. Het leven zou hier dus niet kunnen overleven of ‘evolueren’

Aanwijzingen vanuit de melkwegstelsels

Veel melkwegstelsels zijn spiraalvormig en ze roteren rond een gemeenschappelijk centrum, te vergelijken met een wiel dat draait om de as. De binnenste sterren roteren echter sneller dan de buitenste. Met andere woorden, de melkwegstelsels draaien zichzelf op. Als de spiraalvormige melkwegstelsels werkelijk miljarden jaren oud zouden zijn, zouden ze allemaal ineengedraaid zijn en allang hun kenmerkende spiraalvorm verloren hebben. Ook de melkwegstelsels tonen aan dat het heelal jong moet zijn.

Tegenargumenten voor de ‘theorie van een oude aarde’

Opnieuw wijzen we erop, dat we in deze korte cursus alleen enkele voorbeelden kunnen geven van bewijsmateraal, die de ‘oude-aardetheorie’ weerleggen.

Vragen bij de ‘geologische tijdschaal’

Minstens 75% van het zichtbare aardoppervlak is sedimentair gesteente; gesteentelagen die gevormd werden toen sedimenten uit het water neerzakten en zich later verhardden tot gesteente. Geologen hebben de verschillende rotslagen op tijdsvolgorde gerangschikt en er namen aan gegeven, Dit zou de ‘geschiedenis van de aarde’ tonen. Dit wordt de geologische tijdschaal genoemd. Wetenschappers hebben deze tijdschaal ontworpen en vervolgens voorgeschreven voor de bepaling van de verschillende lagen van de geologische tijdschaal. Maar nog nooit zijn ergens op aarde steenlagen gevonden in de exacte volgorde, die de geologen hebben vastgelegd. Wel vindt men op sommige plaatsen ‘oudere’ lagen boven ‘jongere’. Hoe is deze geologische tijdschaal opgesteld? Het heeft alles te maken met de evolutietheorie. De lagen gesteente zijn gedateerd door het soort fossielen dat in de lagen gevonden werd. De ouderdom van de fossielen is bepaald door de evolutietheorie. Omgekeerd worden de fossielen gedateerd door de laag gesteente waarin ze gevonden worden. Het is dus een volledige cirkelredenering, waarbij geen gebruik werd gemaakt van vastgestelde data maar van aangenomen filosofische veronderstellingen. Men loopt tegen geweldige problemen aan bij radiometrische datering van gesteente.

Geologische Tijdskolom

Als de geologische tijdschaal werkelijk miljoenen jaren van geleidelijke opbouw weergeeft, dan zouden er minstens enkele meteorieten in de lagen begraven zijn – maar nooit is er zelfs maar één gevonden. De lagen van de geologische tijdschaal tonen feitelijk aan dat de sedimentaire lagen snel werden gevormd tijdens de wereldwijde zondvloed, en de vele fossielen in de lagen wijzen op hun snelle insluiting en begrafenis bij de Bijbelse zondvloed (we bestuderen de zondvloed in les 12).

Vragen bij de methoden van gesteentedatering

Radiometrische datering wordt gebruikt om gesteente te dateren. Radiometrische datering werkt met het verval van radioactieve isotopen van elementen, door verscheidene stadia heen, naar een stabiele toestand, wat weer een ander bekend element is (zoals dat het radioactieve uranium vervalt tot stabiel lood). Als de vervalsnelheid bekend is, kan de ouderdom van het gesteente berekend worden door de verhoudingen te meten van de vervallen elementen. De methoden van radiometrische steendatering zijn niet zo betrouwbaar als de koolstof-14-methode, die gebruikt wordt om vroeger levende dieren en planten te dateren. Koolstof heeft een veel kortere halfwaardetijd dan de elementen voor de radiometrische datering van gesteente en kan ook worden nagemeten door andere dateringtechnieken, zoals dendrochronologie (jaarringen in bomen tellen). Andere problemen met betrekking tot de methode van radiometrische gesteentedatering:

Wetenschappers bouwen te veel veronderstellingen in over de samenstellingen in het verleden, wat leidt tot beweringen over ‘oude’ dateringen van het gesteente. Twee voorbeelden:

Veronderstelling over begincondities. Radiodateringsmethoden veronderstellen dat er meer van het originele element bestond, terwijl, als het in werkelijkheid niet zo veel was, de datering van het gesteente te oud wordt.

Veronderstelling over de vervalsnelheid. De vervalsnelheid zal niet altijd hetzelfde geweest zijn als dat het tegenwoordig is. De vervalsnelheid wordt gewijzigd als de omstandigheden veranderen. Ook de tweede hoofdwet van thermodynamica, die zegt dat dingen uitgeput raken, maakt dat we verwachten dat de vervalsnelheid met de tijd zou kunnen afnemen. Meten in de veronderstelling dat de vervalsnelheid in het verleden dezelfde is als in nu, kan dus resulteren in een te hoge oude ouderdom voor het gesteente.

Dateringen van gesteente variëren te veel.

Soms verschillen metingen van hetzelfde gesteente enorm. Vulkanisch lava van de afgelopen 200 jaar heeft stollingsgesteente voortgebracht, dat gedateerd werd als miljoenen jaren oud!

Basaltrotsen vanuit twee lavastromen in de Grand Canyon zijn door radiometrische technieken gedateerd. Een stroom, diep in de Canyon ingegraven, werd jonger gedateerd dan de stroom dicht bij de top van de noordelijke grens. Dit is onmogelijk! Er is iets fundamenteels mis met de methoden van radiometrische datering van gesteente.

Vragen over de ijstijd

Voorstanders van de ‘oude-aardetheorie’ beweren dat de aarde een aantal keren in een ver verleden met ijs bedekt geweest is, en dat er miljoenen jaren nodig zijn voor het voortbrengen van wat we nu zien, maar deze veronderstelling kan niet bewezen worden. Er bestaat geen twijfel over dat er eenmaal in de geschiedenis een omvangrijke ijsvorming op aarde is geweest waarbij geweldige aardverschuivingen hebben plaatsgevonden. Dit kan gemakkelijk verklaard worden door de zondvloed, waarbij juist in korte tijd enorme veranderingen plaatsvonden.

Door de zondvloed trad een geweldige klimaatsverandering op met naar de polen toe veel koudere klimaatzones. Het ijs zou niet de gehele aarde hebben bedekt, maar gletsjers zouden opgestapeld zijn en vanaf de polen afgegleden zijn naar Europa, Azië en Noord Amerika, net zo lang tot er voldoende koolstofdioxide was opgebouwd (‘broeikaseffect’) om de gletsjers te laten terugtrekken.

Uit het boek Job in de Bijbel leiden sommigen af dat deze ‘ijstijd’ tot enkele honderden jaren na de zondvloed kan hebben voortgeduurd. ‘Door de adem van God geeft Hij ijs, zodat de brede wateren verstijven’ (Job 37:10). ‘Uit wiens buik komt het ijs naar buiten? En wie baart de rijp van de hemel? Het water wordt hard als een steen, en het oppervlak van de watervloed raakt vastgevroren’ (Job 38:29-30). Hoe wist Job, die leefde in het warme Midden-Oosten, over de grote uitgestrektheid van ijsvlaktes? Waarschijnlijk leefde hij niet zo lang na de zondvloed, en had hij misschien zelf de gletsjers gezien.

Vragen over de fossiele koraalriffen

Koraal bestaat uit skeletten van gestorven zeediertjes, die bij elkaar leefden, en na hun sterven aan elkaar verkleefd een koraalrif vormen. Nu duurt het lang voor een koraalrif gevormd is. Wetenschappers veronderstellen daarom dat de nu aanwezige koraalriffen in vele miljoenen jaren gevormd zijn.

Maar recente onderzoeken hebben aangetoond dat zogenaamde ‘fossiele riffen’ kalksteenbezinksels zijn, met veel koraal. Ze zijn geen echte koraalriffen en kunnen betrekkelijk snel zijn ontstaan door bezinking tijdens het droogvallen van de aarde na de zondvloed. Ook zij zijn geen bewijs voor een ‘oude aarde’!

Vragen over de steenkooldatering

Er wordt verondersteld dat steenkoolbedden miljoenen jaren terug werden gevormd en er duizenden jaren voor nodig waren om ze te vormen. Maar steenkool kan gemaakt worden in een laboratorium en dat is een kwestie van slechts enkele dagen! Het organische materiaal wat nodig is om steenkool te produceren, zou begraven kunnen zijn onder bezinksels door de wereldwijde catastrofe van de zondvloed. Fossielen van bladeren, varens, boomstronken en zeedieren zijn gevonden in steenkoollagen, wat duidt op snelle begraving onder grote druk. In deze steenkoollagen zijn zwerfkeien gevonden, wat ook duidt op een snelle beweging van water om de steenkool te vormen. Ook zijn er menselijke kunstvoorwerpen gevonden in de steenkoollagen, wat duidt op een snelle vorming in een verhoudingsgewijs recent verleden.

Argumenten voor een jonge aarde

Er zijn vele berekeningen die aantonen dat de aarde jong is en onmogelijk miljarden jaren oud kan zijn! De kern van de aarde is nog steeds te heet; de druk in olie- en gasreservoirs is nog steeds te hoog; er is te weinig helium in de atmosfeer van de aarde; er is geen bewijs van 4 tot 5 miljard jaar aan opeenhoping van meteoritisch stof op het land of in de zeeën; het gemiddelde van slechts ongeveer 15 cm bodemstof op de aarde is te laag; erosie zou de continenten geheel hebben afgeslepen gedurende miljoenen jaren; de bezinkselhoogte in de rivierdelta’s en de oceaanbodems is veel te laag.

Dit zijn maar enkele van de vele argumenten dat de aarde nog maar enkele duizenden en geen miljarden jaren oud is. Hieronder volgen nog enkele voorbeelden van andere argumenten voor een jonge aarde.

Het magnetische veld van de aarde

Dit is een van de sterkste argumenten voor een jonge aarde. De aarde is een magneet en daarom heeft het rondom zich een magnetisch veld. De laatste 150 jaar zijn er nauwkeurige metingen gedaan van het magnetisch veld. Deze metingen tonen aan dat de sterkte van het magnetisch veld gestaag afneemt. Gezien het tempo van afname kan de maximale ouderdom van de aarde niet meer zijn dan ongeveer 20.000 jaar. Als de aarde miljarden jaren oud zou zijn, zou de hitte van de originele elektrische stroom in de aarde (die nodig is om een magnetisch veld te bewerkstelligen) veel te groot zijn voor de aarde om te kunnen bestaan. Een aarde van 4-5 miljard jaren is een absolute onmogelijkheid.

Ook is er geen mechanisme bekend dat het originele magnetische veld van de aarde veroorzaakt, of het weer op zou bouwen, als het eens opraakt. Alle theorieën over een cyclisch magnetische veld hebben geen wetenschappelijke grond. Ook het magnetische veld van de aarde duidt op een recente schepping.

Koolstofdatering

Deze testen kunnen gebruikt worden bij voorwerpen, die organisch materiaal bevatten; hout, beenderen, kool, kleding, olie, aardgas, enz. Als er zich wat organisch materiaal in een fossiel bevindt, kan het ook door radioactieve koolstof gedateerd worden door vast te stellen of er enige radioactiviteit is. Alles, ouder dan bijvoorbeeld 50.000 jaar, zou absoluut geen radioactiviteit mogen vertonen, vanwege de betrekkelijk korte halfwaardetijd van radioactief koolstof (ca. 5.700 jaar). Er zijn duizenden koolstofdateringen gedaan op fossielen (inclusief dinosaurusgebeente) of hout of olie of kool vanuit overal in de geologische kolom. Elk monster dat ooit getest is, toont radioactiviteit, wat op een levensduur duidt van slechts duizenden en niet van miljoenen jaren! De meeste geteste monsters komen uit op minder dan 20.000 jaar. Vergezochte verklaringen van critici (‘besmetting van monsters’ of ‘foutieve meetmethodes’) kunnen dit overstelpend bewijsmateriaal voor een jonge aarde niet weg verklaren. Met correcties van de lagere meting van radioactief koolstof in het verleden, worden de data feitelijk zelfs jonger, slechts enkele duizenden jaren! Ook dit is een duidelijk argument voor een jonge aarde.

De rotatie van de aarde

Het ronddraaien van de aarde om haar as remt haar af. Door atoomklokken kan het rotatietempo tot op een miljoenste seconde nauwkeurig worden gemeten. Als de aarde werkelijk 4-5 miljard jaar oud zou zijn, zou haar beginrotatietempo zo snel zijn geweest, dat de ronde vorm van de aarde zeer sterk vervormd zou zijn. Er zouden heel grote opbollingen rond de evenaar zijn, als een gesmolten aarde zo snel ronddraaide toen ze stolde. Dus het rotatietempo van de aarde duidt aan, dat de aarde niet miljarden jaren terug ‘geboren’ kan zijn.

Het mineraalgehalte in de oceaan en de Dode Zee

Oceanen zijn zout vanwege de zoutafvoer van het vasteland. Het zoutgehalte van de zee neemt voortdurend toe. Er zou veel meer natrium (een bestanddeel van zout) en ook veel meer van andere elementen in de oceanen zijn als de aarde miljarden jaren oud was. De inbreng van deze elementen kan nog maar een paar duizend jaar geleden begonnen zijn.

De Dode Zee heeft geen uitgang, dus het mineraalgehalte is daar gemakkelijk te meten. Er is berekend, dat bij het huidige tempo van mineraalbezinksel en verdamping, de Dode Zee onmogelijk ouder dan 13.000 jaar kan zijn en waarschijnlijk veel jonger is.

Conclusie

Waarom worden al deze argumenten voor een jonge aarde niet in onze wetenschappelijke tijdschriften en studieboeken gepresenteerd? De reden is dat de oerknal en de evolutie de overheersende atheïstische wetenschappelijke theorieën zijn. Argumenten die de overheersende wetenschappelijke theorieën weerleggen, worden eenvoudig terzijde geschoven en niet gepubliceerd. Geleerden, die niet overeenstemmen met de overheersende theorie, brengen hun wetenschappelijke carrière in gevaar. Promoties, professoraten aan de universiteiten en onderzoekfondsen worden niet toegekend aan wetenschappers die verschillen van de enig juiste partijlijn over de oerknal. Er zijn veel wetenschappers (waaronder zelfs christenen) die openlijk capituleren of er maar over zwijgen, omdat de druk van hun collegae verpletterend is en hun eigen carrièregerichtheid te groot.

In een publicatie van februari 1992 in de Scientific American, schrijft Dr. Geoffrey Burbidge van de Universiteit van California: ‘Geen theorie is waarschijnlijk in de geschiedenis van de westerse cultuur zo algemeen geloofd als de oerknalskosmologie. Maar deze theorie berust op vele niet-geteste en ook niet-testbare veronderstellingen. Het geschetter van de reclamekaravaan is oorverdovend. Dit krachtige mechanisme bewerkt dat allen in de pas blijven lopen. Voor wie de partijlijn niet volgt, is het inderdaad buitengewoon moeilijk om financiële ondersteuning te krijgen of om zelfs maar enige tijd door een telescoop te mogen kijken. Studies die volgens de partijlijn ‘onorthodox’ zijn, worden vaak niet, of pas vele jaren later, gepubliceerd. Hetzelfde gebeurt met het geven van academische aanstellingen of posities. Deze situatie is heel zorgelijk omdat er goede redenen zijn te denken dat het oerknalmodel ernstige gebreken vertoont’.

Academische trots, collegiale druk en spot kunnen christenen ertoe verleiden om wereldgelijkvormig te worden en alleen volgens de gangbare wetenschappelijke theorieën te handelen. De Bijbel waarschuwt ons daarvoor:

Romeinen 12:2: ‘En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid (of denken) …’

1 Johannes 2:15-17: ‘Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. … Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij’.

Als we Gods Woord (de Bijbel) leggen naast het wetenschappelijk bewijsmateriaal in Gods werk (de natuur), zullen we tot de conclusie komen dat we een jong universum en een jonge aarde hebben, dat is ontworpen en in werking gebracht zoals het precies is beschreven in de Bijbel.

Meer Logos Basics lezen?

Je vind het overzicht hier.

Bron
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de cursus ‘Klaar voor een antwoord’ (bladzijde 116-129) van Emmaus Nederland. Het boek is geschreven door David R. Reid. Deze cursus is te volgen via bijbelcursussen.nl. Bij het volgen van een cursus krijgt u persoonlijke begeleiding van een mentor. Het boek is ook als paperback te koop in onze Logos Webshop voor maar €5, druk: 2023.

 

Abonneer je op onze maandelijkse nieuwsbrief!