Wanneer werden de Amarna-brieven geschreven en wie was farao Sisak?

by | sep 27, 2021 | Bijbel, Geschiedenis

Egyptische chronologie strijdig met Assyrische chronologie

Volgens de Assyrische chronologie “hebben de Assyriërs nog oorlogen tegen de Hetieten gevoerd in de 9de en 8ste eeuwen v.C. Maar volgens de Egyptische chronologie zijn de Hetieten al in 1200 v.C. uitgeroeid. De archeologie van de Hetieten was ook aan die van Egypte gekoppeld. De Assyriërs hebben niet alleen oorlog gevoerd tegen de Hetieten die al honderden jaren van tevoren uitgewist moesten zijn, maar ook tegen koningen met dezelfde namen dan die honderden jaren van tevoren volgens de Hetitische chronologie bestonden.” 1.

“Suppiluliuma … schreef aan Echnaton van Egypte, die meestal in de 14e eeuw voor Christus wordt gedateerd, maar Salmanasser III van Assyrië verhaalt over zijn oorlog tegen Suppiluliuma in de 9e eeuw voor Christus. Hier klopt iets niet.” 2

“Toen ik vorig jaar in Turkije Hettitische locaties bezocht, kon ik het aan de artefacten zien. Hier is een artefact uit het oude koninkrijk en een andere uit de latere periode. Maar ze zijn precies hetzelfde. We weten allemaal dat artefacten veranderen omdat stijlen veranderen. Maar deze artefacten waren hetzelfde. De ene was gedateerd door zijn connectie met Egypte en de andere 500 jaar later door zijn connectie met Assyrië.” 3.

Farao Echnatan, de Hettitische koning Suppiluliama I en de Assyrische koning Salmanasser III

Farao Echnaton, de Hettitische koning Suppiluliuma I en de Assyrische koning Salmanasser III waren tijdgenoten.

“De Assyrische tijdlijn is in overeenstemming met gevestigde data zoals de verovering van Jeruzalem door Nebukadnezar. De gebruikelijke Egyptische data moeten wel fout zijn.” 4

Dit betekent dat de gebruikelijke Egyptische chronologie er honderden jaren naast zit. Bijbelse chronologie en Egyptische chronologie kunnen alleen zinvol aan elkaar gekoppeld worden als hiermee rekening wordt gehouden. Dit heeft onder meer gevolgen voor de datering van de Amarna-brieven.

De Amarna-brieven zijn brieven, merendeels diplomatiek van aard, die gevonden zijn in Amarna, de hoofdstad van farao Echnaton. Het merendeel van deze brieven stamt uit de tijd van Echnatons voorganger farao Amenhotep III. 

Wie was de koning van Sichem in de Amarna-brieven?

“De eerdere Amarna-brieven, daterend uit de tijd van Amenhotep III, staan vol met de activiteiten van een koning genaamd Labayu. Deze heerser voerde een voortdurende strijd tegen zijn buren ― vooral tegen Abdi-Heba, de koning van Jeruzalem, en werd door de correspondenten algemeen beschouwd als een echte bedreiging voor de stabiliteit van de regio. … elke lezing van de Amarna-documenten maakt heel duidelijk dat deze man, wiens operatiecentrum Sichem schijnt te zijn geweest ― precies in het midden van het historische Samaria ― in die tijd een centraal element was; en dat hij een prominente plaats moet innemen in elke poging om de geschiedenis van de periode te reconstrueren. …

Het gebied van Labayu beslaat feitelijk het meeste van wat het oude noordelijke koninkrijk van Israël was. Het is enigszins verrassend dat dit feit door historici niet in overweging is genomen; want Sichem was de nieuwe hoofdstad van het noordelijke koninkrijk, gebouwd door Jerobeam I onmiddellijk na de verdeling van het koninkrijk bij de dood van Salomo. Zo lezen we in het Boek der koningen: “En Jerobeam bouwde Sichem op het gebergte van Efraim, en woonde daar …” (1 Koningen 12:25). Dit is, vanuit het oogpunt van deze reconstructie, een cruciale aanwijzing. Sichem bleef de Israëlische hoofdstad ― min of meer ― gedurende slechts twee generaties, tot na de dood van Baesa, toen Omri Samaria bouwde (1 Koningen 16: 24-25)

… De feiten leiden ons naar slechts één persoon die met Labayu kon worden geïdentificeerd: hij is Baësa, de directe voorganger (als we de zeer korte regeringen van Elah en Zimri negeren) van Omri op de troon van Israël: En alles past. Labayu, weten we, voerde een voortdurende oorlog tegen de koning van Jeruzalem (Urusalim), die we identificeren als Asa. Van Baësa lezen we: “En er was oorlog tussen Asa en Baësa, de koning van Israël, al hun dagen.” (1 Koningen 15:32)” 5

Wie was farao Sisak?

Als Amenhotep III in de tijd van Asa en Baësa regeerde, kunnen we al terugrekenend concluderen dat zijn grootvader Amenhotep II (foto) farao Sisak was en dat diens vader Thoetmosis III de schoonvader van Salomo was. Farao Sisak

“Salomo’s schoonvader was hoogstwaarschijnlijk Thoetmosis III, die Gezer innam en verbrandde en deze stad aan zijn dochter, de bruid van Salomo, cadeau deed als bruiloftscadeau. Onderzoek van de geografie van Kanaän toont aan dat de steden die Thoetmosis III veroverde in zijn campagnes gelegen zijn langs de Middellandse Zeekust, maar niet binnen het grondgebied van het koninkrijk van Salomo zijn. Hatsjepsoet was tante / stiefmoeder van Thoetmosis III en het einde van haar heerschappij overlapt mogelijk gedurende enkele jaren met het begin van Salomo’s regering … Sisak was hoogstwaarschijnlijk Amenhotep II (zoon van Thoetmosis III), die bevriend was met Jerobeam, de eerste koning van Israël in het verdeelde koninkrijk.” 6

Thoetmosis III veroverde Gezer tijdens zijn veldtocht in het tweede jaar van zijn regering.7 De plundering van Jeruzalem door farao Sisak moet tijdens de veldtocht in negende jaar van Amenhotep II hebben plaatsgevonden. Volgens deze chronologie waren farao Echnaton en de Assyrische koning Salmanasser III inderdaad tijdgenoten.

Chronologie

  • 989 v.Chr. Hatsjepsoet wordt farao en Thoetmosis III mederegent.8
  • 970 Salomo wordt koning van Israël.9
  • 967 Thoetmosis III wordt zelfstandig farao.
  • 966 Thoetmosis III verovert Gezer en schenkt Gezer als bruidschat aan Salomo.
  • 935 Amenhotep II wordt farao.
  • 931 Rechabeam wordt koning van Juda.
  • 927 Inval van farao Sisak = Amenhotep II.
  • 914 Abia wordt koning van Juda.
  • 912 Asa wordt koning van Juda.
  • 910 Thoetmosis IV wordt farao.
  • 909 Baësa wordt koning van Israël.
  • 900 Amenhotep III wordt farao.
  • 898 Hervorming door Asa.
  • 896 Baësa valt Juda binnen.10
  • 886 Ela wordt koning van Israël.
  • 885 Omri wordt koning van Israël.
  • 870 Josafat wordt koning van Juda.
  • 862 Amenhotep IV (Echnaton) wordt farao.
  • 858 Salmanasser III wordt koning van Assyrië.
  • 846 Smenchkare wordt farao.
  • 824 Shamsi-Adad V wordt koning van Assyrië.

In zijn brieven aan Amenhotep III schrijft koning Abdi-Heba van Jeruzalem (koning Asa van Juda) herhaaldelijk dat hij niet door zijn vader of moeder, maar door de sterke arm van de koning op de troon is gezet.11 Met die koning wordt niet Amenhotep III, maar diens grootvader Amenhotep II bedoeld.

“Zie, wat mij aangaat, noch mijn vader, noch mijn moeder heeft mij op deze plaats gesteld, maar de sterke arm van de koning heeft mij in het huis van mijn vader gebracht.” (EA 286) 

“Zie Jeruzalem! Noch mijn vader, noch mijn moeder gaf het mij! De sterke hand, de arm [van de koning] gaf het mij. (EA 287).

“Noch mijn vader, noch mijn moeder, maar de arm van de machtige koning plaatste mij in het huis van mijn vader.” (EA 288).

Toen Baësa in 896 v.Chr. Juda binnenviel, vertrouwde Asa niet op God, maar riep hij de koning van Aram te hulp (2 Kronieken 16:1-6). De ziener Chanani bestrafte toen Asa onder meer met de woorden: “dit keer hebt u verkeerd gehandeld, en daarom zal van nu af oorlog uw deel zijn” (2 Kronieken 16:9). De Amarna-brieven met daarin de herhaalde smeekbeden van Asa om hulp, zijn een indrukwekkend getuigenis dat de woorden van de profeet Chanani zijn uitgekomen. 

 

Voetnoten

  1. Hennie Mouton,Schepping & Evolutie – onverzoenbaar!, §7.5
  2. David Down & John Ashton, Unwrapping the Pharaohs
  3. David Down in Timing is everything
  4. Elizabeth Mitchell,Doesn’t Egyptian Chronology Prove That the Bible Is Unreliable?
  5. Emmet Sweeney, Who wrote the Amarna letters?

  6. Anne Habermehl, The Gezer Connection: Solomon, His Pharaoh Father-in-Law, Shishak and Hatshepsut – Abstract of Presentation

  7. Thutmose III claims to have captured the city in his first campaign” (Thomas Nelson, The Chronological Study Bible, 2008, pagina 246).
  8. De regeringsjaren van de farao’s zijn 490 jaar verschoven t.o.v. de chronologie op pagina 16 van J.G. van der Land, Van Abraham tot David, Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 1993.
  9. De regeringsjaren van de koningen van Israël en Juda zijn overgenomen van pagina 119 van J.G. van der Land, Van David tot Zedekia, Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 1997.
  10. Niet in het 36e regeringsjaar van koning Asa, maar in het 36e jaar van het koninkrijk Juda. Zie voetnoot 2 op pagina 431 van M.J. Paul | G. van den Brink | J.C. Bette (red.), Bijbelcommentaar 1 Kronieken | 2 Kronieken, Veenendaal: Centrum voor Bijbelonderzoek, 2008 (Studiebijbel Oude Testament, deel 5).
  11. Zie voor de tekst J.B. Pritchard (red.), Ancient Near Eastern Texts Relating to the Old Testament. Third Edition with Supplement, Princeston University Press, 1969, pp. 483-490.
M
"

Artikelen

Artikelen